Boot renovatie

Nieuwe water- en windkering geplaatst (klikken)

 

Motorreddingboot ‘Dorus Rijkers’ op weg naar een nieuw bestaan

 

Een ooggetuige verslag van een reddingsoperatie…
door Sip Wiebenga, secretaris van de Stichting Instandhouding Motorreddingboot Dorus Rijkers (1923)
De ‘Dorus Rijkers’ werd gebouwd op de Roland Werft in Hemelingen nabij Bremen en in 1923 afgeleverd de NZHRM in Amsterdam. Het schip werd uitgerust met een Deutz-Brons petroleummotor van 80 PK, die later werd ‘verdieseld’ waardoor het vermogen 105 PK werd. De maten van het schip zijn: 18,25 m x 4,50 m x 2.30 m (L x B x H).

De briefwisseling met de Duitse werf bevindt zich nog steeds in het archief van de KNRM en daaruit blijkt, dat de directie van de NZHRM de boot graag in Nederland had gebouwd, maar dat het bouwen in Duitsland toch een stuk goedkoper was. Bijkomend probleem was wel de enorme inflatie die in Duitsland was ontstaan na WO I.
De motorenbouwers Deutz en Brons Appingedam maakten van elkaars patenten gebruik, vandaar de bijzondere naam van de motor. De keerkoppeling is ook van Brons en is feitelijk geen keerkoppeling, maar voor de ‘achteruit’ voorzien van een plaatkoppeling met een planetensysteem, om de as tegengesteld te laten draaien. ‘Vooruit’ ging vanzelf-sprekend wèl met een tandwiel.
De ‘Dorus Rijkers’ kan als een van de voorlopers worden beschouwd van de moderne reddingboten. Vanaf het voorpiekschot tot het achterpiekschot heeft het schip een dubbele huid en een dubbele bodem, verdeeld in 32 waterdichte tanks. Alle ‘wingtanks’ kunnen vanaf het dek worden gepeild. Het idee achter de dubbele tanks mag duidelijk zijn. Bij het langszij komen van een koopvaardijschip in slecht weer, gaat het er niet zachtzinnig aan toe. Dat blijkt ook wel uit de geconstateerde vervormingen van het dek en van de voorsteven. Deze worden niet gerepareerd, maar intact gehouden om te laten zien wat de ‘Dorus Rijkers’ heeft doorgemaakt. De ‘Dorus Rijkers’ is nog uitgerust met maar één motor; haar opvolgers kregen er twee. Een paar van de bodemtanks kunnen worden gebruikt om ballastwater in te nemen. Handig om met HW tussen de zandbanken te varen en bij het vastlopen.

 

 

 

Na een langdurig verblijf op de stations Den Helder en Scheveningen is de ‘Dorus Rijkers’ in 1965 verkocht en heeft nog jaren dienst gedaan als vaartuig ten behoeve van de sportvisserij en pleziervaart. Het schip heeft minstens 10 eigenaren gehad in die periode.

Eind 20ste eeuw is het schip aangekocht met de bedoeling om het als basisvaartuig te gebruiken voor de scoutingclub ‘Dorus Rijkers’ in Den Haag. Een geweldig idee maar onhaalbaar gezien het geringe potentieel aan mensen dat beschikbaar was.

In 2003 is de’ Dorus Rijkers’ naar Den Helder gehaald en daar kwamen via de Gemeente Den Helder, het bedrijfsleven en de Stichting Nautische Monumenten (veel door toedoen van maritiem journalist Paul Schaap), fondsen binnen om de ‘Dorus Rijkers’ te stralen.

Daarbij kwam een groot aantal mankementen aan het licht die in de eerste plaats te maken hadden met de toestand van de romp en van het dek. De toenmalige eigenaar had wel kans gezien om met een paar vrijwilligers noodzakelijke reparaties uit te voeren aan dek. Onder andere. werden alle bronzen peildoppen aan dek losgemaakt, meerdere stukken dek uitgeslepen en opnieuw in gelast met nieuw staal, maar uiteindelijk eindigde het vrijwilligerswerk in ruzie en vervolgens tot stilstand. Tot grote ergernis van een aantal enthousiaste vrijwilligers. Een oude reddingboot in deplorabele staat is geen reclame voor een moderne reddingmaatschappij. Het toenmalige bestuur van het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers had geen middelen over voor de restauratie van het schip. (terecht want het project ging de financiële draagkracht van een museum ver te boven) en daarom was particulier initiatief de enige oplossing.

 

 

 

De ‘Dorus’ in veiligheid gebracht… Door mij en twee medestanders uit het reddingmaatschappij-milieu is de ‘Dorus Rijkers’ in 2009 aangekocht voor € 22.500,– en is een stichting opgericht. Inmiddels behoort de ‘Dorus Rijkers’ tot de varende monumenten van Nederland en heeft de Stichting de ANBI status. Dat laatste geeft belastingvoordelen voor schenkers en voor de Stichting zelf.
Het aankoopbedrag is gesponsord. De totale restauratie werd begroot op € 100.000,–. In 2012 moest dat worden bijgesteld tot € 130.000,–. Begroten bij dit soort projecten is altijd moeilijk omdat niet voorspelbaar is, wat je tegenkomt. Daardoor kan de planning op zijn kop komen te staan. Zo is in eerste aanleg begroot met het idee om de motor op zijn plaats in het schip te laten. Het gewicht is 5 ton (tegenwoordig haal je gemakkelijk 3.000 PK uit zo’n motorgewicht), dus het had ook praktische voordelen om daar wat licht over te denken.
Fondsenwerving is altijd een langdurig en moeizaam traject, maar het is wel goed afgelopen. Het VSB-fonds, het Prins Bernhard Cultuur Fonds (Fop Smit Fonds), het Dorus Rijkers Fonds (hoe kan het anders),de RABO bank maar ook en vooral het bedrijfsleven van Den Helder en omgeving hebben diep in de zakken getast en het benodigde bedrag bijeen gebracht. Onverwacht en heel welkom was de laatste bijdrage die door het Waddenfonds is toegwezen. Den Helder, waar het schip wordt gerestaureerd, ligt aan de Waddenzee, maar de relatie met het Fonds is dankzij de inspanningen van velen, maar vooral door de eerder genoemde Paul Schaap tot stand gekomen.

In 2009 is gestart met een paar vrijwilligers, waaronder het bestuur en de schipper van het tegenwoordige Reddingstation Den Helder. In die periode hebben de initiatiefnemers wel eens gedacht “waar zijn we aan begonnen”. Pas als je heel goed kijkt naar waar je aan begonnen bent, zie je de ‘ellende’ die dikwijls noopt tot rigoureuze maatregelen.

 

 

 

Redding van de boot dankzij donaties en inzet van de vrijwilligers. De ‘Club’ van vrijwilligers bestaat uit ervaren stuurlieden en machinisten van de Koopvaardij, ervaren Marinemannen en Rijkswerf-specialisten. Geen van hen krijgt een vergoeding. Zij zijn via de Gemeente Den Helder wel verzekerd d.m.v. een collectieve vrijwilligersverzekering. Hierdoor is het mogelijk vakwerk te maken in lassen, metaalbewerking, pijp- en fitwerk, motoronderhoud, elektriciteit, dekwerk, touw, knopen en splitsen, houtbewerking enz. De traditionele verschillen van inzicht, die het bestuur ervaren heeft bij Koopvaardij en Marine en bij nautische en technische medewerkers, komen ook bij het werken aan de ‘Dorus Rijkers’ naar voren. De scheepsindeling kan nu eenmaal niet leiden tot een groot MK arsenaal.
Leiding geven aan een vrijwilligersorganisatie gaat meestal volgens de volgende regel: “50% gebeurt ongeveer zoals jij het wilt, 25% gebeurt veel beter dan jij het hebt bedacht omdat mensen betere vakkennis hebben dan jij en 25% gebeurt beroerder dan jij het hebt bedacht”. Dan moet je maar bedenken dat per saldo heel veel gebeurt dat tot een goed einde leidt en de rest moet misschien een keer over. Boos maken of druk maken is niet goed en werkt contraproductief. Iedereen in zijn waarde laten en op tijd een schouderklopje werkt niet alleen bij jongeren, maar zeker ook bij heren op leeftijd.

De beste beslissing die is genomen in het gehele traject, is de beslissing om de motor wel uit het schip te halen, onder te brengen in een aparte loods en geheel te reviseren.

 

 

 

De motor uit het schip verwijderen, noodzaakte het maken van een luik in de MK overkapping, hijsen, transport enz., maar leidde ook tot een mooie ruimte aan boord om onderhoud te doen en noodzakelijk aanpassingen uit te voeren in het leidingwerk en het aanleggen van een geheel nieuw elektrisch systeem. Het belangrijkste was echter dat de motoristen ook de ruimte hadden om te werken.

 

Inmiddels is de motor gerevideerd en weer geïnstalleerd. De motor loopt als een zonnetje dankzij de buitengewoon bekwame vrijwillige HWTK’s en ex- medewerkers van de Rijkswerf die ongelooflijk veel werk hebben verzet. .

De grootste tegenvaller was al het ijzerwerk dat vanaf het begin vervangen moest worden. De Stichting heeft een goede relatie opgebouwd met de Scheepswerf voorheen Visser te Den Helder, tegenwoordig DAMEN Shipyards Den Helder, mede doordat een van de vrijwilligers werkzaam was bij de werf en daar de weg wist. Materiaal en arbeid heeft de Stichtingzelf ingekocht, maar gratis mocht gebruik worden gemaakt van krachtstroom, water, sanitair, lucht en gereedschap. Kwalitatief hoogstaand laswerk moest door de werf worden verricht. Zo waren hele stukken van het binnenwerk van de fendervatting rondom verrot, zaten er gaten in het dek, waren diverse scheidingsplaten van tanks doorgeroest. In de achterpiek moest een groot deel van de huid worden vervangen omdat op de scheiding van staal en beton de huid volledig ‘gaar’ was. Het verwijderen (met luchthamer) van het beton levert nog steeds trauma’s op bij degenen die dit werk hebben uitgevoerd.



 

 

Nadat de buitenkant was afgewerkt, dicht gemaakt, geschilderd in de NZHRM kleuren, de mast er op, klimnetten gemonteerd en het springnet in ere hersteld, werd de ‘Dorus Rijkers’ in 2010 te water gelaten door de burgemeester van Den Helder en begon het werk aan de ‘binnenkant’:
Tanks leeg maken, schoonmaken en weer invetten. Het schapenvet van 1923 zat er nog in en bleek een aanslag op de huid te veroorzaken. Het gaat er niet af met zeep, maar moet er af slijten. Vele overalls hebben hier de strijd verloren. Verder is het gehele schip van binnen kaal gemaakt, inclusief de gelijmde kurk in de verblijven. Na grondig schoonmaken kon worden geschilderd. Veel is grijs, een veel voorkomende kleur in Den Helder.

Inmiddels heeft de ‘Dorus Rijkers’ weer een perfect draaiende motor en is ook de eerste reis achter de rug. In september 2013 is de bemanning van de ‘Dorus Rijkers’, samen met 25 andere voormalige reddingboten in Lemmer geweest voor de jaarlijkse vergadering van de vereniging ‘Oude Redding Glorie’. Dan ligt Lemmer vol met voormalige reddingboten. De ‘Dorus Rijkers’ was er voor de eerste keer en meteen ook eregast.

 Met het intimmeren van de verblijven is ook begonnen. Daarbij komt hulp van een timmerschool op de Oude Rijkswerf en van de Stichting Vakwerk in Den Helder, van welke stichting regelmatig hulp wordt gekregen.. Het gaat dan om moeilijk bemiddelbare jongeren in opleiding voor metaal- of houtbewerking.

 

 

In verband met de aankoop van de voormalige motorreddingboot ‘De Zeemanspot’ (Station Stellendam, Oud-Zuid), is binnen de groep vrijwilligers een tweede stichting opgericht, de Stichting Instandhouding Motorreddingboot De Zeemanspot. Inmiddels is met deze nieuwe Stichting een samenwerking opgezet.

 

Plannen voor de toekomst


De intentie is, om vanaf najaar 2014 jaarlijks een paar vaartochten van 7 dagen te organiseren, waar per schip het meevaren van 4 passagiers mogelijk is. De bedoeling is om daarbij de passagiers te leren varen en navigeren. Afmeren, ontmeren, ankeren, slepen, kennis MK en kennis apparatuur, ’s-nachts varen behoren tot de mogelijkheden. Met andere woorden, in een week wordt van de deelnemer ‘een beetje’ zeeman of zeevrouw gemaakt. Daarvoor dient te worden betaald, want het enige doel van de Stichtingen is, het schip (inmiddels de schepen) goed te onderhouden en voor het nageslacht te bewaren. Brandstof is tegenwoordig een grote post en het onderhoud gebeurt met vrijwilligers, maar er zullen toch aankopen moeten worden gedaan.
Gegevens Stichting Instandhouding Motorreddingboot Dorus Rijkers KvK : 334354029, Bank: NL79 RABO 0151 8849 19

Egmond-Binnen, januari 2014

                                                                    Sip Wiebenga

 

Op 20 september 2016 werd de renovatie officieel afgerond, Het verslag van deze mijlpaal is hier weergegeven

Nieuwe water- en windkering

 

 

 

“De Kuif van Kees”

 

Sedert 19 januari 2015 is de ontbrekende Wind- en Waterkering op de stuurkap van de Dorus Rijkers(1923) weer geplaatst. De kap is gesponsord door de heer K. Leeuw en is een reconstructie van de oorspronkelijke kap en gemaakt door de vrijwilligers naar een ontwerp van Tom Lantau.