Installatie origineel

De Deutz-Brons motor van de ‘Dorus Rijkers’ in 1923

Modificatie koelwatersysteem van de Deutz-Brons motor 28 maart 1927

Het voornemen om de Dorus Rijkers te voorzien van electrich licht en draadloze zendapparatuur

Motor gereviseerd alsmede de installatie van electrisch licht en draadloze telefonie

Verbouwing inclusief het verdieselen van de Deutz-Brons motor (1936)

Reparatielijst 1957

 

De Deutz-Brons motor van de ‘Dorus Rijkers’ in 1923

De ‘Dorus Rijkers’ werd uitgerust met een 4-cilinder Deutz-Brons viertakt semi-dieselmotor met een vermogen van 80 pk, die de boot bij 400 toeren p/min een snelheid gaf van 8,25 mijl. De motor werd gebouwd in 1921.
In 1936 werd de motor omgebouwd tot een vol-diesel met een vermogen van 100 pk. Deze oorspronkelijke motor verschaft tot op de dag van vandaag de boot haar voortstuwing.

Technische informatie:
Motornr. 109641/2, Type: SBrMV 932, Boring 200 mm en Diameter vliegwiel 840 mm.

Rudolf Diesel

Op 28 februari 1892 werd aan Rudolf Diesel (1858-1913) na jarenlang experimenteren en ontwerpen, een eerste patent verleend voor een nieuwe verbrandingsmotor, die in het vervolg zijn naam zou dragen. De motivatie voor zijn onderzoeken was gelegen in het vinden van een manier om, anders dan bij zuigerstoommachines, een hoog rendement te realiseren. Diesel publiceerde het idee voor zijn motor in het boek ‘Theorie en constructie van een rationele warmte-motor’.

Jan Brons en zijn brandstof-verstuivingsysteem

schilderij van Jan Brons

De van oorsprong bouwvakker Jan Brons (1865-1945) werd op 20 januari 1865 geboren in het Groningse Wagenborgen.
Hij was gefascineerd door motoren. Brons, die boeken en publicaties over de motor van Diesel had gelezen, wilde ook zo’n motor bouwen, maar de techniek die Diesel gebruikte vond hij te ingewikkeld.
Hij bedacht een hulpzuigertje voor het inbrengen van de brandstof. Dat werkte echter niet, maar na een kleine aanpassing was het ‘verstuiverbakje’ geboren.
Jan Brons deed daarmee een ontdekking die hem wereldberoemd zou maken. Hij maakte een motor, die zonder brandstofpomp en verstuiver op diesel of gasolie kon lopen. Dat was een sensationele ontdekking, omdat zijn systeem veel goedkoper was dan de systemen van de concurrenten.
De vraag naar deze motor was zo groot dat men besloot een fabriek te bouwen aan het Damsterdiep in Appingedam. Op 1 april 1907 startte de fabriek.
Het verstuiverbakje is door Brons ontwikkeld voor middeldrukmotoren om de brandstof tot ontsteking te brengen. Het systeem was operationeel voordat men kon beschikken over brandstofpompen.
De verstuiverbakmotoren, volgens het patent va Brons gebouwd, werden voornamelijk toegepast in de scheepvaart en industrie en over de hele wereld verkocht. Een groot aantal bedrijven heeft de ‘Bronsmotoren’ in licentie gebouwd, waaronder Deutz.

 

 

Brons-verstuiver en drukverstuiving


De brandstof (okerkleurig) wordt met behulp van een pomp in de voorraadruimte (e) gepompt. Het teveel vloeit via „f” weg. De regelateur bedient klep „g” en bij elke slag zal er een afgemeten hoeveelheid brandstof in kanaal „h” vloeien. Tijdens de aanzuigslag opent klep „c” en druppelt de brandstof in het verstuiverbakje, dat ook ‘kapsel’ genoemd wordt. Het verstuiverbakje is van een aantal kleine, naar de verbrandingsruimte van de motor gerichte, openingen (rood) voorzien. Tijdens de compressieslag loopt de temperatuur in het bakje dusdanig op dat de brandstof snel vergast, waardoor de druk en daardoor ook de temperatuur, in het kapsel, snel stijgt. Hierdoor komt de brandstof tot ontbranding. Tijdens de ontbranding loopt de druk nog verder op, ten gevolge waarvan de nog onverbrande gassen, door kleine gaatjes in de verbrandingsruimte geperst worden. De temperatuur in de verbrandingsruimte zelf zorgt dan voor de verdere verbranding van dit mengsel.
Het verstuiverbakje wordt gezien als de voorloper van het voorkamersysteem. In beide gevallen vindt gasverstuiving plaats, reden waarom men motoren met een dergelijk systeem soms gasmotoren noemt.

(het zogenaamde bakjesknapper principe)

 

Bij viertakt dieselmotoren wordt lucht tijdens de compressieslag samengeperst, waarbij deze opwarmt en waarna aan het einde van de compressieslag brandstof wordt ingespoten door een injector en zelfontbranding plaatsvindt. Vervolgens duwen expanderende verbrandingsgassen tijdens de arbeidsslag de zuiger naar beneden, waardoor de motor wordt aangedreven.

Op de tekening hiernaast wordt de werking middels drukverstuiving aangegeven.

 

 

 

Bronnen: ‘Patent Brons’: J. Vegter
‘Oliemotoren’; Uitgeverij Bron, Assen
Stichting Appingedammer Bronsmotorenmuseum
Farmsumerweg 43A, 9902 BL Appingedam

 

Modificatie koelwatersysteem van de Deutz-Brons motor 28 maart 1927

 

 

Verdere details betreffende het koelwatersysteem (klikken)

De reddingboot “Dorus Rijkers” krijgt een electrische installatie en een radio-ontvangtoestel

Uit: De Schager Courant, 17-01-1929; P.2/8

De reddingboot “Dorus Rijkers”, gestationeerd in Den Helder, zal in het voorjaar van een electrische lichtinstallatie worden voorzien, en de boot zal tevens van een radio-ontvangtoestel krijgen. Vooral het laatste is voor de “Dorus Rijkers” van groote beteekenis. Verscheidene tochten, die b.v. tijdens den jongsten storm zijn gemaakt, hadden niet ondernomen behoeven te worden, als de boot een ontvangtoestel had gehad. Het gebeurt vaak, dat de reddingboot nog maar pas in zee is, of er wordt door de kustwacht bericht ontvangen, dat hulp niet meer noodig is, of dat de positie van het schip is veranderd. Wanneer nu de reddingboot een ontvangtoestel aan boord heeft, kunnen alle berichten van de kustwacht direct worden doorgezonden en kan de schipper daarnaar handelen.

De “Dorus Rijkers” is de eerste reddingboot in ons land, die een dergelijke installatie krijgt.

Motor gereviseerd alsmede de installatie van electrisch licht en draadloze telefonie

Uit: De Reddingboot nr.31, Augustus 1930, jaarverslag 1929, blz.850-851.

Deze motor-reddingboot vertrok op den 8sten April 1929 naar Rotterdam teneinde aan de Motorenfabriek “Deutz” den motor grondig te doen nazien. De motor werd daartoe geheel gedemonteerd en schoongemaakt en alle onderdeelen voorzoover noodig hersteld of vernieuwd. De fluit werd vervangen door een typhoonfluit, de overloopsmering der lagers veranderd in eene smering onder druk.

De kosten van deze werkzaamheden waren ƒ 1.428,65. Tevens werd de “Dorus Rijkers” voorzien van eene installatie voor electrisch licht, geleverd door de firma Groenveld & van de Poll te Amsterdam. De kosten van deze installatie waren ƒ 2.220,20. Op den 14den Mei 1929 was de “Dorus Rijkers”wederom op haar station.

Draadlooze telefonie

Voor de uitrusting van twee onzer motor-reddingbooten de “Brandaris” te Terschelling en de “Dorus Rijkers” te Helder, met draadloze telefonie-ontvang-installaties hebben wij ons gewend tot den Directeur van het Rijksproefstation der Kustverlichting te Scheveningen met de bedoeling te worden opgenomen in de regeling die in werking is tusschen de zend- en ontvangstations voor draadloze telefonie op de vuurtorens en lichtschepen. Van de Directeur van genoemd proefstation den Heer P. van Braam van Vloten en den Heer Ir. P.J.G. van Diggelen ondervonden wij de grootste medewerking evenals van de Directie van het Loodswezen. Het resultaat daarvan is dat thans de twee genoemde motorreddingbooten zijn voorzien van telefonie-ontvangtoestellen, die volgens voorschrift van het Rijksproefstation in een speciale soliede uitvoering door de Nederlandsche Seintoestellenfabriek zijn vervaardigd. Het zijn in hoofdzaak N.S.F. 4-toestellen evenwel met soepele bedrading en voorzien van een in- en uit-schakelaar, een regelweerstand en een ingebouwden voltmeter voor het instellen van de gloeispanning der ontvanglampen in waterdichte uitvoering, gebouwd in metalen kast. Het golflengtebereik is 150—300 Meter.

Nabij den schipper in den stuurstand is een “Brown” luidspreker aangebracht, bestand tegen overslaande zeeën; beneden geeft de koptelefoon gelegenheid tot luisteren als het geluid aan dek niet duidelijk genoeg is.

De prijs van deze toestellen in bijzondere uitvoering zonder de luidsprekers is ƒ 1.080,— per installatie.

Aangenaam is het te vermelden dat deze installaties, die met wat er verder bijkomt een bedrag van ƒ 3.000,— zullen kosten, worden betaald met de som die door leerlingen van Middelbare Scholen in Nederland werd bijeengebracht en op 19 December 1929 aan de Noord- en Zuid-Hollandsche Reddingmaatschappij afgedragen.

Elders vindt men in het jaarverslag hieromtrent nadere mededeelingen.

De draadloze telefonie-ontvang-installaties maken het mogelijk dat de “Brandaris” en de “Dorus Rijkers” na vertrek uit de haven berichten ontvangen van de kustwacht die in telefonische verbinding is met de Commissie van plaatselijk bestuur der Reddingmaatschappij. De toepassing van de draadloze telefonie op onze reddingbooten kan de redding ten gevolge hebben van schipbreukelingen, die anders verloren zouden zijn geweest. Zij kan ook  het maken van onnoodige tochten door een reddingboot voorkomen.

Daar het ook kan voorkomen dat een reddingboot een bericht wil zenden naar den wal zal aan boord van de nieuwste reddingboot de “Neeltje Jacoba” en ook aan boord van de “Insulinde” een zend- en ontvang-installatie voor draadloze telefonie worden geplaatst.

Het verdieselen van de Deutz-Brons motor

Uit: De Reddingboot nr.43, Mei 1937

Jaarverslag over 1936

Materieel; blz.1332

“Dorus Rijkers” (station Den Helder)

De Deutz Brons motor werd bij Keller, Kralingsche Veer, omgebouwd tot compressieloozen Dieselmotor. Het vermogen steeg van 80 tot 100 Pk. De max. snelheid, welke bij 425 omw. Met een nieuwe 4-bladige schroef werd bereikt, bedroeg 8 ¼ zeemijl per uur. Een snelheidsvermeerdering van 3%.

Tegelijk met den ombouw werd de keerkoppeling nagezien, koelwaterpomp, krukas- en krukpenlagers vernieuwd, een nieuwe schakelkast geplaatst en ijzeren vloerplaten in de motorkamer aangebracht i.p.v. de houten beplanking. Voorts werd de stuurketting door een zwaardere vervangen. Tevens werd de bestaande stuurkap gedemonteerd en een nieuwe koperen beschermkap geplaatst, die door Professor Vossnack was ontworpen. Dit bracht met zich mede een verandering van het vangnet, het vernieuwen van de houten roosters in den stuurstoel, het verplaatsen van het kompas, zoeklicht, luidspreker enz. enz. Het voordeel van de verandering is dat het toegangsluik van de motorkamer nu onder de beschermkap staat, zoodat de motordrijver niet meer geïsoleerd is wanneer de boot met ruw weer buiten is.

Ook de kabellaring werd door een rubberfender vervangen.

De “Dorus Rijkers”onderging dus in 1936 belangrijke verbouwingen en is er, als reddingboot, in hooge mate op vooruitgegaan.

 

 

 

Tevens reparaties uitgevoerd na de schade opgelopen tijdens de watersnoodramp van 1953

Reparatielijst 1957

 

Uit de reddingboot nr 84 mei 1958 blz 3428
Werkzaamheden uitgevoerd in 1957
Dorus Rijkers; motor uit schip en gereviseerd, alle afsluiters aan de huid gecontroleerd, luchtvaten geperst, lensleidingen gecontroleerd, electrische installatie vernieuwd.
Dorus Rijkers; grote reparatie: nieuwe kettingstoppers, nieuwe relingdraden en steunen, opbouw motorkamer vernieuwd, stuurstand gedeeltelijk vernieuwd, alle w.d. toegangsluiken vernieuwd ( met oude deksels Neeltje Jacoba en Insulinde), nieuwe kist voor sleepzakken gemaakt in stuurstand, nieuwe klimnetten en springnet ( saran), stuurlier vernieuwd, verschansing op achterdek gemaakt, alle tanken ontroest en geconserveerd, rubberfender af en aan, nieuwe schroefas, logies bemanning opnieuw betimmerd en geschilderd, nieuwe houten roosters in de stuurstand.

 

Reparatielijst 1961