Uit de reddingboot 2

OP DE TITEL KLIKKEN

 

30 augustus 1923 Italiaans ss Koefia

19 december 1923 Marinesloep

19 december 1923 ss Alesia (op sleep om gesloopt te worden in Bremen)

10 oktober 1926 U.S. ss „Westhaven“

10 oktober 1926 U.S. ss „Westhaven” vervolg

13 november 1926 Frans ss Perdreau

19 januari 1927 Vissers vaartuigen TX 15 en TX 95

11 oktober 1928 Botter HD10

24 en 25 november 1928 Duitse lichter Peter Schopp

21 juli 1929 Logger IJM283 Maartensdijk

20 september 1930 Grieks ss Dimitris

14 juni 1931 Kano

4 augustus 1931 Dts. Trawler Salzburg ON 152 Nordenham

7 augustus 1932 Deens Zeiljacht Astrid

11 oktober 1933 Motor Betonningvaartuig No. 6 “Mine”

2 november 1933 Motorbarkas Kon.Marine M2

20 oktober 1935 Zoektocht naar mrb Neeltje Jacoba

7 september 1936 Marinesleepboot No. 1

8 september 1936 Noors ss Sirenes

18 oktober 1936 Grieks ss Atlanticos

20 september 1937 Watervliegtuig Kon.Marine

5 juli 1945 Nederlandse motorlogger KW 15 „Rijnmond IV

1 november 1945 Nederlandse motorbotter HD56 “Gezina”

10 november 1945 Vervoer t.b.v. ziekenbezoek

3 juli 1946 Nederlandse Vissersvaartuig TX 79

24 augustus 1946 Nederlandse motorbotter HD 112 ”Geertruida”

2 september 1946 Engels zeiljacht Sea-Breeze

7 en 8 september 1946 Engels motorjacht Wotan

19 september 1946 US drijvende kraan en lichter

12 t/m 14 januari 1947 Deens ss Lilian

2 januari 1948 Nederlandse motorbotter HD291“Jacoba Adriana“

3 en 4 maart 1948 Motorbotter HD 63”Verwachting”

26 maart 1948 Motorbotter HD8 ”De Jonge Jochem”en Botter WR61

4 mei 1948 Motorvlet HD310

Nederlands ms Saba 4 juli 1948

23 en 24 oktober 1949 Staverse jol

1 februari 1950 Onbekend Vaartuig

2 januari 1952 Noors ms Frameggen

8 oktober 1954 HD8 Jonge Jochem en UK174 Hendrika

26 oktober 1955 Kotter ZS1 ”Rinske”

1 februari 1956 Kotter HD 184 “De Vrouwe Lena”

26 oktober 1956 Logger SCH103 ”Dr.C.Lely”

December 1957 Scheepstermen

30 juni en 1 juli 1958 Standby zeilwedstrijden Harlingen – Terschelling

18 januari 1960 SCH324 ”Morgenster” en SCH36 ”Petronella”

3 en 4 februari 1960 Opvarende m.s. Orestes

12 augustus 1960 Argentijns ss Rio Diamante

5 en 6 september 1960 Loos alarm

4 juli 1961 Loos alarm

3 augustus 1964 Vletje

 

 

Italiaans ss Koefia

Eigenaar: Marittima Coloniale SA
IMO/Off. nr.: 5602062
Gezagvoerder: P. Bistolfi
Datum: 30 augustus 1923
Station: Den Helder/Eierlandsche Gronden
Aantal geredden: 34
Redding nr.: nog geen nummer vermelding

Noot: Gezonken 16 januari 1933 ± 8 mijl noord van Oran/in de Golf van Algerije (bron www.wrecksite.eu)

Uit: De Reddingboot nr. 23, december 1923 blz. 503 t/m 505

Stranding van de „Koefia” op den 30 augustus 1923

Wij ontvingen omtrent deze stranding drie rapporten en wel van Terschelling, Texel en van Helder.

De Commissie van Terschelling

meldde dat op den 30 Aug. 1923 op bericht van de kustwacht, dat N.W. van Eierland juist buiten de gronden een schip noodsein toonde, de motorreddingboot “Brandaris” te 8.30 v.m. vertrok. De gelegenheid was toen vliegend stormweder uit het Westen, verstopt van regen, sterke vloed. De “Brandaris” moest echter te 10 uur terugkeeren met een slippende keerkoppeling waardoor ééne schroef geen dienst deed. Hierop telegrafeerde de Commissie van plaatselijk bestuur aan Helder: “Brandaris” teruggekeerd met losse schroef, kunt u motorreddingboot uitzenden, waarop het antwoord luidde: telegram ontvangen “Dorus Rijkers” uitgezonden.De bemanning van de “Brandaris” bestond Uit: K. van Urk, schipper; D. Tot, stuurman; I. Swart, motordrijver; C. Wiegman, M. Lettinga, C. van Rees, matrozen.

De Commissie van Texel rapporteerde het volgende

Op den 30 Aug. ongeveer half 9 kwam bericht van den vuurtoren van Eierland, dat een stoomschip het Noodsein had waaien. Toen de commissie op den vuurtoren kwam, bleek het stoomschip in het Engelsmangat voor anker te liggen.
Hoewel er een storm waaide uit bet Westen, oordeelde de Commissie dat er geen onmiddellijk gevaar bestond voor de bemanning, waarom zij het nog niet noodig vond de boot tot hulp uit te zenden. De bemanning stond echter op stootgaren.
Ruim 2 uur toen de eb was ingetreden werd aan het stoomschip gevraagd of het de reddingboot wenschte te hebben. Hierop werd te 3 uur terug geseind “ja”.
Onmiddellijk ging de boot op weg, doch ontving bericht van den vuurtoren, dat de “Dorus Rijkers” de bemanning reeds had afgehaald, zoodat de reddingboot onverrichterzake kon terugkeeren.
Het in zee laten van de boot en het later weder op den wagen brengen ging uitstekend en zonder hulp van paarden.

De reddingboot was bemand als volgt: Jb. v. d. Kooy, schipper; G. v. d. Kooy. Jan v. d. Kooy, B. de Boer, F. Buys Rzn., A. Bakker Gz., C. J. Vonk, M. Boon Pz., M. Wegman, A. Boon Pz., C. de Graaf en C. Daalder.

De Commissie van Helder meldde het volgende

Wij hebben de eer mede te deelen dat op 30 augustus jl. ongeveer half elf een telegram werd ontvangen van Terschelling, waarin werd verzocht de motorreddingboot uit te zenden. Er was in den morgen van dien dag bericht ingekomen, dat een stoomschip N.W. van Eierland noodseinen gaf. Er woei een storm uit het W.Z.W. kracht 10.
Direct na het ontvangen van het bericht werd de dienstdoende schipper R. Eelman (schipper Bot was met verlof) gewaarschuwd alles klaar te maken. J. A. Oostendorp en D. Bot meldden zich aan, later Th. Pompert en W. de Boer en ten slotte nog W. Muller uit Oude Helder waarop de “Dorus Rijkers” ten 11.30 vertrok, koerszettende door het Molengat.
Er stond een hooge wilde zee, doch de boot hield zich kranig. Te 5 uur ongeveer was men bij het gestrande vaartuig gekomen, hetgeen bleek te zijn het Italiaansche Stoomschip “Koefia”, thuisbehoorende te Tripoli, in ballast van Hamburg naar Barry-dock.
Na veel moeite kwam men langszijde en liet de bemanning van 34 man zich langs een drietal over boord hangende touwen naar beneden glijden. Nadat allen gered waren, ook de scheepshond, werd besloten binnendoor naar Helder te gaan, doch de vaarwaters binnendoor niet voldoende kennende, bleef de “Dorus Rijkers’ dien nacht onder de Cocksdorp ten anker liggen, landde de geredde bemanning aldaar en vertrok 31 Aug. buitenom naar Helder, waar zij ongeveer 1.20 aankwam.
De bemanning van de “Dorus Rijkers” heeft zich bij dezen gevaarlijken tocht uitstekend van haar moeilijke taak gekweten.De bemanning was samengesteld als volgt: R. Eelman, d.d. schipper; J. A. Oostendorp, d.d. motordrijver; D. Bot, Th. Pompert, W. Muller en W. de Boer, matrozen.
De kosten van dezen tocht waren f 260,–, behalve de kosten van de reparatie der beschadigingen aan de “Dorus Rijkers”.
Het is voor de bemanning van een reddingboot nooit aangenaam wanneer zij onverrichter zake moet terugkeeren. Zoo voelen wij mede met de bemanning van de “Brandaris”, die ongetwijfeld haar uiterste best zou gedaan hebben, zoo het haar gelukt ware buiten te komen. Er kunnen echter wel eens tegenvallers zijn, die terugkeeren noodzakelijk maken.
Allen zullen zonder twijfel de stoutmoedigheid hebben bewonderd waarmede de mannen van de “Dorus Rijkers” den moeilijken tocht hebben aanvaard en ten einde gebracht. De “Dorus Rijkers” had nog geen naam gemaakt, zij was einde juli in dienst gekomen, de Eierlandsche gronden behooren niet tot het terrein waarop de zeeman van Helder bij uitstek bekend is. Er behoort dan stoutmoedigheid toe uit te gaan in een zwaren storm. Zij die van Texel af de Eierlandsche gronden bij storm hebben gezien, kunnen dit nog beter begrijpen.
De “Dorus Rijkers” ging eerst door het Molengat. Wat het uitgaan betreft waren de omstandigheden gunstiger dan voor de “Brandaris”, die in het Schuitengat den W.Z.W. storm en het zware tij recht tegen had. Na het passeeren van het Molengat volgde voor de, Dorus Rijkers” de betrekkelijk gemakkelijke tocht voor wind en tij om de Noord. Men zag de Koog nog, stuurde toen wat uit, zag den wal niet meer tot men na ongeveer een uur besloot den wal in te loopen. Daar zag men spoedig de branding van de Eierlandsche gronden en het stoomschip met het sein N.C. op. Toen kwam het gevaarlijkste gedeelte van den tocht. Er zal toen wel niet lang gepraat zijn. De “Dorus Rijkers” ging door de zeer zware branding, er kwamen eenige zware brekers over, en kwam langszij. Maar de menschen aan den wal, die van den vuurtoren toezagen, dachten wel eens hoe zal dat afloopen”.
Den volgenden dag kwam de “Dorus Rijkers” terug in de haven en de eerste die haar verwelkomde was natuurlijk de nog jonge 76-jarige Dorus Rijkers zelf. De boot vertoonde duidelijk de kenteekenen in het gevecht te zijn geweest. De verschansing op den kop was aan eene zijde ingedrukt, stutten waren gebroken, de reeling beschadigd, de sleepboog verzet, de stootgordel op verschillende plaatsen losgerukt. In de motorkamer was ook een en ander te verbeteren, dus ging de boot spoedig naar de Marinewerf in het dok, waar bleek dat eenige stooten aan den grond geen schade hadden aangericht.

De “Dorus Rijkers” heeft bij dezen tocht bewezen een uitstekend zeeschip te zijn.

 

Marinesloep

Datum: 19.12.1923

Station: Den Helder/Zuidwal, Oestergat

Aantal geredden: 0

Redding nr:

Uit: De Reddingboot nr.24, juni 1925: blz.570

Tocht van de Motorreddingboot “Dorus Rijkers” op den 19den Dec. 1923.

De Commissie van plaatselijk bestuur te Helder rapporteerde, dat de “Dorus Rijkers” op den 19den december 1923 te 4.15 n.m. werd uitgezonden op verzoek van den Chef van den Marinestaf teneinde een marinesloep waarin 12 man, welke op drift was, op te pikken. Er woei een storm, uit het Noordwesten, kracht 7 tot 8. De reddingboot heeft den geheelen Zuidwal, Oestergat enz. afgezocht, doch kon wegens de duisternis niets vinden en keerde onverrichterzake terug. Des avonds kwam bericht, dat de sloep te de Houkes op Wieringen was aangekomen.
De “Dorus Rijkers” was bemand als volgt: C. Bot, schipper; R. Eelman, motordrijver; C. A. Oostendorp en D. Bot, matrozen.

Uit: De Heldersche Courant, 20/12/1923;p.2/8

Goed afgeloopen

Dinsdagmiddag bevond zich een marinesloep, bemand met 12 man, onder commando van een officier op weg naar de haven. Zij kon het tegen het harde tij en den fellen wind echter niet bolwerken, zoodat zij naar den Zuidwal werd gedreven.Van den wal werd reeds spoedig bemerkt, dat de sloep zich in een gevaarlijke positie bevond. In overleg met de autoriteiten werd echter het uitvaren van de reddingsboot voorloopig niet noodig geacht, en werd een sleepbootje met een bemande vlet ter assistentie gezonden. De sleepboot kon de sloep echter niet bereiken terwijl de sloep op drift sloeg. Daarop werd de “Dorus Rijkers” ter assistentie uitgezonden, doch deze kon de sloep, door de inmiddels ingevallen duisternis niet terugvinden, terwijl de ondiepten haar beletten verder te varen.De marinesloep was inmiddels afgedreven en over de ondiepten heengeslagen; zij kwam des avonds behouden aan de Haukes op Wieringen aan. De opvarenden van de op drift geraakte vlet werden door een visscherman opgepikt en eveneens te Wieringen aan land gebracht.

Nader meldt men ons van Wieringen:

Dinsdagnamiddag zal schipper L. Wigbout tijdens stormweer op den Zuidwal in de Zuiderzee een groote roeiboot in nood. Hij voer met zijn visschersaak er op af en het bleek dat de roeiboot, bemand met 14 mariniers en een officier, reeds half vol water stond en de bemanning niet tegen stroom en wind op kon roeien. Een tweede vlet met 4 matrozen en een reserve-officier, welke ook in de nabijheid was en hulp aan de roeiboot kwam bieden, maakte ook water en kon geen hulp verleenen, zoodat beide booten het hard te verantwoorden kregen.Schipper Wigbout bood hulp aan en weldra waren alleen aan boord. Met achterlating van een roeiboot koerste de schipper met de opgepikte bemanning naar de Haukes, waar hij, trots het stormachtige weer, veilig in de haven binnen liep. Mariniers, matrozen en officieren, welke te Helder thuisbehoorden en een oefeningstocht deden, kwamen op Wieringen aan en vonden in het café van den heer K. Halfweeg een goed onderkomen. Spoedig hingen de natte kleeren bij de kachels te drogen. Denzelfden avond werd telegrafisch bericht van de reis naar Helder gezonden en om een sleepboot gevraagd om ’t gezelschap te halen. Woensdagvoormiddags 11 ½ uur arriveerde een sleepboot en vertrokken de militairen.

Uit; De Heldersche Courant,18/10/1923;p.5/8

Op den 19en December 1923 deed de “Dorus Rijkers” bij storm uit het Noordwesten een tocht ter opsporing van een marinesloep.

 

ss Alesia (op sleep om gesloopt te worden in Bremen)

Datum: 19.12.1923
Station: Den Helder/West van Eierland
Aantal geredden: 0
Redding nr:

Uit: De Reddingboot nr. 24, juni 1925: blz.570 en 571

Het afhalen van de bemanning van het Engels ss “Alesia” door de reddingboot van de Koog op Texel 19.12.1923

Uit: De Reddingboot  nr. 24 Juni 1925 blz 570

Hieromtrent rapporteerde de Commissie van plaatselijk bestuur, dat te ongeveer half vier ‘s morgens van de kustwacht van Eierland bericht kwam, dat gestakeld werd in de richting N.W. van den vuurtoren van Eierland. De bemanning van de Cocksdorp werd gewaarschuwd. Toen uit een telefonisch gesprek van den Voorzitter der Commissie met den Secretaris van de Commissie te Helder bleek dat het waarschijnlijk een groote Engelsche boot zou zijn, die gesleept werd naar Bremen, doch los zou zijn geraakt van de sleepboot en waarvoor de sleepboot “Drenthe” was uitgevaren, werd het aanvankelijk niet noodig geoordeeld de “Dorus Rijkers” uit te zenden. Het bleek later dat het stoomschip gestrand was bij paal 15 of 16 en daar er kans bestond dat het schip op een buitenbank zat, werd, in overleg met Helder, gevraagd om de “Dorus Rijkers”. Inmiddels werd de bemanning van de Koog gewaarschuwd en per autobus van Oude Schild naar de Koog gebracht. Ook het vuurpijltoestel werd gereedgemaakt. Er werd een seinvuurpijl afgestoken. Tegen 6 uur ging het lid der Commissie de Heer Epe met den vuurpijltoestel binnendoor langs het Westerslag naar het strand. Te 7 uur waren de roeiers en paarden aan de Koog. Besloten werd omdat het water vallende was, langs het strand naar de vermoedelijke strandingsplaats te trekken. Het bleek, dat het schip ± 300 Meter bezuiden paal 16, dicht bij het strand, vastzat. Vuurpijltoestel en boot kwamen nagenoeg gelijk aan. Onmiddellijk werd de boot te water gelaten en te 9 uur waren alle manschappen, 13 man, van het schip afgehaald. Het schip bleek te zijn het Engels stoomschip “Alesia” van ongeveer 7000 ton laadvermogen, kapitein Beck, in ballast, op sleep van Southend naar Bremen om gesloopt te worden.

 De bemanning van de reddingboot was samengesteld als volgt: C. C. Koopman, schipper; H. Boon Hz., G. Krijnen, P Schagen, J. Kooger, B. Houtwipper, K. Dogger, H. Hoogerheide, W. Vlas Pz., M. Dogger, K. Bonne Dzn., Jan Dogger Kz.

3. Tocht van de Motorreddingboot “Dorus Rijkers” naar hetzelfde schip

De Commissie van plaatselijk bestuur te Helder rapporteerde, dat den 19den december des voormiddags ten 2 uur ongeveer, de kustwacht te Kijkduin een vuurpijl rapporteerde N. t. W. van den lichttoren. Schipper Bot werd daarop gewaarschuwd en toen een poos later een tweede vuurpijl volgde, ook de vaste bemanning van de “Dorus Rijkers”.
Van den opzichter der kustverlichting te Eierland kwam bericht, dat West van Eierland voortdurend werd gestakeld. Te 3 uur belde de Burgemeester van Texel op en vroeg inlichtingen omtrent het stakelen en bracht daarbij het uitzenden van de “Dorus Rijkers” ter sprake. Hierop werd geantwoord, dat, ingeval Texel de hulp van de “Dorus Rijkers” noodig achtte, deze klaar lag voor vertrek. Te 4.15 kwam daarop het verzoek van Texel de “Dorus Rijkers” uit te zenden daar het in nood verkeerende schip het laatst gezien was dwars van de Koog en wellicht ten anker zou liggen.
De “Dorus Rijkers” verliet daarop de haven. Er woei een storm uit het N. W. tot N. N. W kracht 8 met hagel- en sneeuwbuien. Koers werd geteld door het Molengat. Buiten stond een hooge wilde zee. Bij het dag worden ongeveer 7.30 werd het schip aangetroffen dicht nabij het strand bij de Koog. De “Dorus Rijkers” is te 12 uur ‘s middags in de haven teruggekeerd, had het topje van den mast gebroken bij het zeilzetten, waarvoor een nieuwe mast zal worden aangemaakt.
De “Dorus Rijkers”, die uitstekend voldeed, was bemand als volgt: C. Bot, schipper, R. Eelman, motordrijver, J. A. Oostendorp, D. Bot, W. de Boer en K. Bijl, matrozen.

Uit: Geschiedenis Bureau Wijsmuller 1911 – 1945

Op 19 december 1923 strandde op Texel nabij paal 14 het Franse passagiers-vrachtschip “Alesia”(1886-7.712Brt.) de “Drente is uit gevaren om assistentie aan te bieden.

Op 6 juni 1924 lukt het, na veel voorbereidend werk, om het op 19 december 1921 gestrande SS “Alesia” vlot te brengen. De sleepboten “Drenthe”, “Cyclop” en „Assistent” van Wijsmuller, en de sleepboten “Texel” en “Volharding” van Dros-Doeksen, waren hierbij ingezet.

12 juni 1924 vetrekt de “Drente”met het ss “Alesia” van Den Helder naar Bremen. Waar de “Drente”de “Alesia”OP 15 Oktober 1924 heeft afgeleverd.

 

U.S. ss „Westhaven“

Datum: 10 oktober 1926
Station: Den Helder/Callantsoog
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 18

Uit: De Reddingboot nr. 27, maart 1927: blz. 643

De Motorreddingboot “Dorus Rijkers” gaat uit

10 October. De Motorreddingboot “Dorus Rijkers” was Zaterdagnamiddag 9 October van Amsterdam, waar zij van een nieuwe kabelaring was voorzien, met spoed door het Noord-Hollandsch kanaal naar Helder gezonden. Er waaide toen reeds een zware storm, vliegend weer buiten en het was dus gewenscht op het station te zijn. ‘s Avonds te 10 uur schutte de “Dorus Rijkers” nog naar de buitenhaven.
Den 10den October ‘s nachts te 4.10 v.m. ontving de Commissie een draadloos telegram van Scheveningen-haven, luidende: Stoomschip “Westhaven” in nood, ligging 7 mijl Z.W. van Helder, vraagt sleephulp en reddingboot. De motorreddingboot “Dorus Rijkers” vertrok daarop spoedig naar zee, bemand als volgt: schipper D. Bot , machinist R. Eelman, matrozen D. Bot, K. Bijl, W. de Boer en J. Veen. De koers was door het Schulpengat. Er waaide een zware storm uit het W.N.W.-N.W., hevige buien, kracht 9 - 10 met zware regenvlagen, hooge wilde zee en een zwaar vloedtij tegen.
Helaas bereikte de “Dorus Rijkers” haar doel niet. Tijdens hare aanwezigheid in de kleine sluis van het Noord-Hollandsch kanaal had zij haar circulatieleiding vol modder gezogen, tengevolge waarvan de circulatiepompen niet goed werkten. Zij moest daarom te 8.15 v.m. zeilende terugkeeren waarna de pomp werd geklaard en te 9 uur wederom naar buiten werd gestoomd, doch te 10 uur moest men wederom terugkeeren met hetzelfde gebrek.
Er was inmiddels bericht gekomen, dat de “Westhaven”, die dwars van Callantsoog ten anker had gelegen, om de Zuid was gestoomd, gevolgd door de sleepboot “Drenthe”. Een draadloos bericht meldde dat het schip op weg was naar Rotterdam, begeleid door de “Drenthe”. Dit maakte de hulp van de “Dorus Rijkers” onnoodig. Hoewel deze tocht voor de bemanning niet zeer fortuinlijk was, daar het nooit aangenaam is het doel niet te bereiken, kon er weder nut uit worden getrokken voor de toekomst. De “Dorus Rijkers”liet zich als zeeschip wederom van een zeer goede zijde kennen.

 

Verslag betreffende een bezoek aan Helder

op 14 october 1926

 

13 october ’s avonds naar Helder waar ik in het Hotel aantrof A. D. Muller, Hoofdinspecteur v.d.  Scheepvaart en van Haerscholte van het    Technisch Museum te Rotterdam.

14 october 9 uur a/b Dorus Rijkers, die diensten zou verleenen bij de proefneming met de“Fleming”-reddingboot. het feit, dat bij den reddingboot op Zondag 10 October de “Dorus Rijkers” is moeten terugkeeren wegens verstopte ciculatieleiding is te wijten aan de onachtzaamheid van de bemanning (schipper en motordrijver).

De “Dorus Rijkers” heeft twee ciculatiepompen, een gewone zooals de Deutz-Motorenfabriek vewrstrekt en een centrifugaalpomp. Beide zuigen op denzelfden inlaat onder in het vlak maar de centrifugaalpomp heeft bovendien nog een boveninlaat, welke moet worden gebruikt wanneer de boot dicht bij den grond is. Men had dezen inlaat moeten gebruiken in het Noord-Hollandsch kanaal en in de sluis waarin de “Dorus Rijkers” heeft gelegen toen zij van Amsterdam naar Helder op Zaterdagavond 9 October terugkeerde.

Door dit niet te doen heeft men den wierbak en de leiding vol modder gezogen en dientengevolge werkten de pompen niet den volgende morgen toen de boot moest redden.

Men moet zich nu afvragen: is het nog mogelijk verbeteringen aan te brengen, waardoor nog grootere veiligheid wordt verkregen en dan kunnen worden genoemd:

  1. 1.     Het aanbrengen van kimkielen waardoor de bot minder zal slingeren en de boveninlaat niet zooals nu, boven water zal komen en lucht zuigen bij slingerend schip.

Hierdoor zou dus verkregen worden dat ook op diep water, bij slingerend schip de boveninlaat zou kunnen worden gebruikt.

  1. 2.     Het vervangen van de centrifugaalpomp door een Sibi-pomp, welke niet gevoelig is voor lucht.(dit wordt aanbevolen door Deutz en ook Kromhout raadde de vervanging van de centrifugaalpomp , die zeer gevoelig is voor lucht, door een gewone pomp, aan).
  2. 3.     Aansluiting van de lenspomp op de koelwaterleiding. Hierdoor wordt een nieuwe zekerheid verkregen. Deze verbetering is zeer gemakkelijk aan te brengen.

 

Na het gebeurde is door de bemanning de aandacht gevestigd op het systeem der circulatiepompen en lenspompen van Deutz, hetwelk    volgens haar beweren te gevoelig zijn voor vuil. Met de lenspomp zou bijv. niet kunnen worden lensgepompt omdat juist het lenswater nogal veel stukjes vuil bevat.

 

De pompen als door Kromhout worden verstrekt, zouden beter zijn. Deze zaak is in onderzoek.

Hoofdzaak is dat de inrichting zooals die op het oogenblik is, voldoende zekerheid biedt, daarbuiten de toestand wat de reinheid van het water betreft zeer veel beter is dan in het Noord-Hollandsch Kanaal of in een sluis en dus het volzuigen van de circulatieleiding, zelfs al gebruikt men den onderinlaat, nooit in die mate zal geschieden terwijl op plaatsen waar zeer weinig water staat de slingeringen van de boot vermoedelijk minder zullen zijn zoodat daar zonder bezwaar de centrifugaalpomp met boveninlaat zal kunnen worden benut.

Intusschen zijn wij in correspondentie met Deutz en zullen wij zoomogelijk de inrichting nog zekerder maken.

 

Fleming-boot.  De “Dorus Rijkers” verleende assistentie, had geen moeilijkheden met de pompen. Evenmin als zij moeilijkheid had met de pompen in het Molengat bij stormachtig weder op den 12en October 1926 volgens het rapport der Plaatselijke Commissie.

 

De Secretaris der Noord- en Zuid-

Hollandsche Redding-Maatij.

 

H. de Booy

10 oktober 1926 U.S. ss „Westhaven” vervolg

 


 

Hierna volgt de „vertaling” van bovenstaande documenten

 

Verslag betreffende een bezoek aan Helder

op 14 october 1926

 

13 october ’s avonds naar Helder waar ik in het Hotel aantrof A. D. Muller, Hoofdinspecteur v.d.  Scheepvaart en van Haerscholte van het    Technisch Museum te Rotterdam.

14 october 9 uur a/b Dorus Rijkers, die diensten zou verleenen bij de proefneming met de“Fleming”-reddingboot. het feit, dat bij den reddingboot op Zondag 10 October de “Dorus Rijkers” is moeten terugkeeren wegens verstopte ciculatieleiding is te wijten aan de onachtzaamheid van de bemanning (schipper en motordrijver).

De “Dorus Rijkers” heeft twee ciculatiepompen, een gewone zooals de Deutz-Motorenfabriek vewrstrekt en een centrifugaalpomp. Beide zuigen op denzelfden inlaat onder in het vlak maar de centrifugaalpomp heeft bovendien nog een boveninlaat, welke moet worden gebruikt wanneer de boot dicht bij den grond is. Men had dezen inlaat moeten gebruiken in het Noord-Hollandsch kanaal en in de sluis waarin de “Dorus Rijkers” heeft gelegen toen zij van Amsterdam naar Helder op Zaterdagavond 9 October terugkeerde.

Door dit niet te doen heeft men den wierbak en de leiding vol modder gezogen en dientengevolge werkten de pompen niet den volgende morgen toen de boot moest redden.

Men moet zich nu afvragen: is het nog mogelijk verbeteringen aan te brengen, waardoor nog grootere veiligheid wordt verkregen en dan kunnen worden genoemd:

  1. 1.     Het aanbrengen van kimkielen waardoor de bot minder zal slingeren en de boveninlaat niet zooals nu, boven water zal komen en lucht zuigen bij slingerend schip.

Hierdoor zou dus verkregen worden dat ook op diep water, bij slingerend schip de boveninlaat zou kunnen worden gebruikt.

  1. 2.     Het vervangen van de centrifugaalpomp door een Sibi-pomp, welke niet gevoelig is voor lucht.(dit wordt aanbevolen door Deutz en ook Kromhout raadde de vervanging van de centrifugaalpomp , die zeer gevoelig is voor lucht, door een gewone pomp, aan).
  2. 3.     Aansluiting van de lenspomp op de koelwaterleiding. Hierdoor wordt een nieuwe zekerheid verkregen. Deze verbetering is zeer gemakkelijk aan te brengen.

 

Na het gebeurde is door de bemanning de aandacht gevestigd op het systeem der circulatiepompen en lenspompen van Deutz, hetwelk    volgens haar beweren te gevoelig zijn voor vuil. Met de lenspomp zou bijv. niet kunnen worden lensgepompt omdat juist het lenswater nogal veel stukjes vuil bevat.

 

De pompen als door Kromhout worden verstrekt, zouden beter zijn. Deze zaak is in onderzoek.

Hoofdzaak is dat de inrichting zooals die op het oogenblik is, voldoende zekerheid biedt, daarbuiten de toestand wat de reinheid van het water betreft zeer veel beter is dan in het Noord-Hollandsch Kanaal of in een sluis en dus het volzuigen van de circulatieleiding, zelfs al gebruikt men den onderinlaat, nooit in die mate zal geschieden terwijl op plaatsen waar zeer weinig water staat de slingeringen van de boot vermoedelijk minder zullen zijn zoodat daar zonder bezwaar de centrifugaalpomp met boveninlaat zal kunnen worden benut.

Intusschen zijn wij in correspondentie met Deutz en zullen wij zoomogelijk de inrichting nog zekerder maken.

 

Fleming-boot.  De “Dorus Rijkers” verleende assistentie, had geen moeilijkheden met de pompen. Evenmin als zij moeilijkheid had met de pompen in het Molengat bij stormachtig weder op den 12en October 1926 volgens het rapport der Plaatselijke Commissie.

 

De Secretaris der Noord- en Zuid-

Hollandsche Redding-Maatij.

 

H. de Booy

 

Frans ss Perdreau

Datum: 13 november 1926
Station: Den Helder/Noorderhaaks
Aantal geredden: 12
Redding nr.: 25

Uit: De Reddingboot nr. 27 Maart 1927: blz. 654 en 655

 

Helder. Stranding van het Fransche stoomschip ”Perdreau” en redding van 12 man der bemanning op den 13den november

Bovengenoemd stoomschip strandde 12 november ‘s avonds bij dikken mist in de Haaksgronden nabij het wrak van de “Tuscar”. Het werd daar niet opgemerkt en zoo vernam men eerst den volgenden morgen iets van de stranding doordat 5 van de opvarenden met een sloep van boord waren gegaan en door een botter waren geland.
De “Dorus Rijkers” vertrok daarop te 10 uur v.m. spoedig naar de strandingsplaats, waar het scheepje zat, ver op de Haaksgronden, onbereikbaar voor de sleepboot, die onverrichterzake terugkeerde.
De wind stak op en zoo werd de bemanning, voor zoover nog aan boord, nog juist op tijd gered. De “Dorus Rijkers” was te 1.30 n.m. weder terug in de haven. Korten tijd daarna geraakte bij het stormachtige weder het gestrande schip er geheel onder en spoelde de lading er uit.
De bemanning van de ,”Dorus Rijkers” was samengesteld als volgt: Schipper C. Bot, Machinist R. Eelman, Matrozen K. Bijl, W. de Boer. C. Bijl en T. Sluiter.
Het gestrande schip was de “Perdreau”, kapitein Nicolas, van St. Brieux, geladen met sterken drank.

Over de stranding van het Fransche ss ,”Perdreau” schrijft de Texelsche Courant o.m. het volgende:
Het duurde niet lang of de lading van het schip werd in het geweld van beukende golven losgerukt en dreef het zeegat uit. Een groot deel kwam terecht op Texel’s wal, waar o.a. strandvonders voor berging zorg droegen. Tot niet geringe verwondering bestond de vondst voornamelijk uit kisten gevuld met flesschen whisky, ,”Oude Peter” en cognac. Te den Hoorn konden niet minder dan plm. 60 kisten geborgen worden, te de Koog 3. te Oudeschild 30, ieder met 12 fl.
Zondag dreven op Texelstroom nog een groot aantal kisten rond, benevens allerlei wrakhout. Zoodra dit bericht Oudeschild bereikte voeren schippers uit om te trachten daarvan wat te bemachtigen. Op een harer reizen voer de Marsdiep een reddingboot voorbij. De schuit was zwaar gehavend, doch werd niettemin op sleeptouw genomen. Onderweg raakte de Marsdiep haar sleep kwijt daar de beschadigde boot aan zulk een trekkracht geen weerstand kon bieden. Vermoedelijk was ze afkomstig van de “Perdreau”.
Naar men ons later meedeelt was een deel der bemanning van de Perdreau met deze boot in zee gegaan en later door de Oosterender motorbotter van Drijver aan boord genomen.
In het bijzonder gaf de stranding zondag te den Hoorn veel bedrijvigheid. Velen spoedden zich naar het strand waar douane, politie en strandvonder de aangespoelde goederen in ontvangst namen.
Maandag hebben betrokken ambtenaren van belasting, invoerrechten en accijnzen met de Zeemeeuw een bezoek aan Texel gebracht om een onderzoek in loco in te stellen. We vernamen, dat hier van een smokkelaffaire geen sprake moet zijn, doch — daar bevestiging van officieele zijde niet verkregen werd — deelen we dit onder alle voorbehoud mee. Wel staat vast, dat het aan ,”Jutters” niet heeft ontbroken en het vermoeden werd uitgesproken, dat zelfs aanzienlijke hoeveelheden drank aan de strandvonderij onttrokken zijn. De politie heeft een onderzoek ingesteld.
Te Oudeschild zijn nog aangebracht een aantal roeiriemen, een mast en een zeil; te Den Hoorn allerlei keukengerei, een kurkzak, een zuurstofapparaat, een schrijfbureau en vaten benzine en smeerolie.
Het schip is thans geheel verdwenen en zit 100 meter in de gronden, op de gevaarlijkste plek van de Razende Bol.

Uit: De Reddingboot nr. 29, september 1928 : blz. 775

Onderscheiding van de Federation Nationale de Sauvetage aan de redders van de ”Perdreau”.


Op den 5den april werden door onze Commissie van plaatselijk bestuur te Helder op het Koninklijk Instituut der Marine te Willemsoord de onderscheidingen uitgereikt welke door bovengenoemde Fransche Vereeniging aan de redders van de “Perdreau” waren toegedacht.
De “Perdreau” strandde op13 november 1926 in de Haaksgronden; de bemanning werd gered door de motorreddingboot „Dorus Rijkers” onder schipper C. Bot, machinist R. Eelman, matrozen K. Bijl, C. Bijl, W. de Boer, T. Sluiter.
De Voorzitter der plaatselijke Commissie de Heer H. J. Boldingh reikte de onderscheidingen met een hartelijk en waardeerend woord aan de bemanning over. De onderscheidingen bestonden uit een gouden medaille voor den schipper, een zilveren voor den machinist en bronzen medailles voor de matrozen.
De Redding is beschreven in ,”de Reddingboot” No. 27 op bladzijde 654. Zonder de hulp van de “Dorus Rijkers” zou de bemanning van de ,”Perdreau” vermoedelijk zijn omgekomen, althans in zeer groot gevaar geraakt zijn daar kort na de stranding een storm opstak waardoor het schip er onder geraakte en de lading er uitspoelde.

Uit: De Reddingboot nr.67 november 1949 blz.; 2535 en 2536

Een drankschip

Op 12 november strandde met mistig weer het Franse ss. “Perdreau” op de Razende Bol, doch eerst de volgende dag werd het schip door de Kustwacht verkend en toen de “Dorus Rijkers” nabij kwam zat de “Perdreau” er reeds onder en twaalf Fransen konden nog net op tijd gered worden . Er was een kostbare lading sterke drank aan boord, een groot gedeelte spoelde aan op Texel, waar niet minder dan 93 kisten met whiskey en cognac “Officieel” werden geborgen. Jutters zullen zich evenwel niet onbetuigd hebben gelaten, zodat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden aangenomen, dat er nog een aanzienlijk aantal kisten niet in handen van de strandvonder zijn gekomen. De Helderse Courant schreef over dit geval, dat van een smokkelaffairegeen sprake kon zijn, doch bevestiging van officiële zijde werd niet verkregen, zodat zij dit onder “alle voorbehoud” mededeelde. De bemanning van de “Dorus Rijkers” was er echter van overtuigd, dat de “Perdreau” wel degelijk een smokkelschip was, dat zijn lading “ergens” op de Noord - Hollandse kust had hopen te lossen.

Uit: De Heldersche Courant, 16/11/1926; p.5/8

De stranding van het Fransche s.s. “Perdreau”

Tengevolge van den zwaren mist strandde Vrijdagavond te ongeveer 10 uur in de Noorderhaaksgronden het Fransche s.s.”Perdreau”, dat op weg was van St. Brieuc naar Petrograd. Om aandacht te trekken liet het schip zijn stoomfluit werken. Dit verzoek om hulp werd echter niet op den wal gehoord. Of het s.s. ook vuurpijlen afgeschoten heeft, is niet bekend, in ieder geval zijn deze niet op den vuurtoren opgemerkt. Den geheelen nacht bracht de bemanning, die uit 17 koppen bestond, in angst door. Gelukkig was het vrij kalm weer, zoodat er geen direct levensgevaar bestond. Wie echter wel eens een tochtje langs de Haaksgronden gemaakt heeft met “mooi weer”, weet, dat het er dan evengoed aardig spookt, zoodat het in ieder geval een angstige nacht voor de bemanning geweest zal zijn.

Toen er dus van de wal geen teekenen van leven gegeven werden, besloot de bemanning Zaterdagmorgen zelf hulp te gaan halen. Hiervoor werd een sloep met 5 koppen bemand. Deze zocht over de Haaksgronden heen den weg naar zee en werd spoedig opgemerkt door de “Texel 33”, die de vlet op sleep nam en haar naar onze haven bracht, waar zij om ongeveer 10 uur aankwam.

Zoodra het hier bekend werd, dat er een schip gestrand was, werden onmiddellijk maatregelen genomen om hulp te verleenen. De storm was toen al stevig op komen zetten, zoodat er ook gevaar begon te dreigen voor het leven van de bemanning.

De “Dorus Rijkers” werd klaar gemaakt om den tocht naar de gevaarlijke gronden te ondernemen. Een beproefde bemanning zocht hun plaatsen op. Het waren de schipper C.Bot, de monteur Eelman en de matrozen K.Bijl, C.Bijl, T.Sluiter en W.de Boer. Zoolang de “Dorus Rijkers”nog niet in de gronden was, was het voor de reddingboot een gevaarloos tochtje. Zoodra de Noorderhaaks bereikt was, bleek het, dat de toestand van het schip en de bemanning zeer ongunstig was. Het stoomschip zat meer dan 1000 meter in de Noorderhaaksgronden en had reeds het sein N.C.( zit in nood) geheschen.

De “Drente”, die een klein half uur na de “Dorus Rijkers”uitgevaren was, zag onmogelijk kans verbinding met het schip te krijgen, zoodat de bemanning genoodzaakt was op de reddingboot over te stappen. Aanvankelijk hadden ze hier niet veel idee in en leefde de kapitein in de veronderstelling, dat hij nog wel vlot kon komen.

Het was inmiddels hoog tijd geworden, dat de bemanning het stoomschip verliet. Er liep een sterke eb en weldra zou het schip niet meer met de reddingboot te bereiken zijn. Het overnemen van de bemanning ging niet zonder moeilijkheden gepaard. Er stond een hooge zee en na veel angstige momenten, ieder oogenblik dacht men, dat een der mannen bij het overgaan tusschen de twee schepen bekneld zou raken, waren de 12 man eindelijk behouden op de “Dorus Rijkers”, die naar veilige haven koerste. De reddingboot heeft geringe schade aan het hekwerk bekomen, doch is er overigens goed afgekomen.

In het Heerenlogement en bij den heer Arends zijn de manschappen van de “Perdreau” ondergebracht.
Het stoomschip, dat door de deskundigen al direct als verloren werd beschouwd, was gisteren reeds geheel onder de branding verdwenen, alleen de masten staken nog boven water. Het schepengraf, de Haaksgronden, heeft dus weer een slachtoffer in zijn schoot verborgen. Oorspronkelijk was als inhoud van het Fransche s.s. opgegeven “kolen”, het is echter gebleken, dat het geenszins kolen waren. Reeds Zondag trachtten de Texelaars de kisten, die van de lading aanspoelden, te bemachtigen en de inhoud daarvan bleek te bestaan uit “whisky en cognac”, waardoor de animo om er zooveel mogelijk van binnen te krijgen, niet weinig vermeerderde. Of onze overburen bij de fel oplaaiende vlammen van een kampvuur een bacchanaal gehouden hebben is ons niet bekend, zeker is, dat ze er bizonder tuk op waren om de lading binnen te krijgen. Vanaf den dijk stonden Zondagmiddag met grgae oogen de jutters naar het “strandvonderfeest” aan de overkant te kijken. Vermoedelijk zullen zij ook wel met een vlet of boot erop uitgetrokken zijn om iets van het edele vocht te bemachtigen.

Uit: De Wieringer Courant,19/11/1926; p.1/4

Texel, de Texelsche Crt. Schrijft; een schip met whisky cognac en Fransche jenever gestrand.

Zaterdagmiddag bereikte ons een min of meer verward bericht dat door schipper Drijver van Oosterend een 5-tal Fransche zeelieden die zich in een vlet bevonden aan boord waren genomen. Hoewel deze personen een taal spraken, die voor den schipper onverstaanbaar was, wisten ze hem toch te beduiden dat ze van een schip kwamen dat was gestrand, later bleek dat ’t Fransche s.s.”Perdreau” in de Haaksgroinden was gestrand. Een deel der bemanning was te Nieuwediep geland. De sleepboot “Drente” vertrok ter assistentie. Als lading werd opgegeven steenkool. Later werd gemeld dat ook een andere lading zich aan boord bevond, n.l. kisten met whisky, cognac en Fransche jemever. Al spoedig bereikte ons berichten dat achter Den Hoorn, aan den Prins Hendrikdijk en later ook achter De Koog van die kisten aanspoelden. Geheel Texel’s uitgebreid politiecorps en de commiezen kwamen dadelijk in actie. Doch wij durven niet beweren, dat niet, evenals altijd bij stranding van een drankschip zich verschillende lolletjes hebben afgespeeld. De drank moet van prima kwaliteit zijnen keurig verpakt. Nader vernamen wij: Tengevolge van den zwaren mist strandde Vrijdagavond het stoomschip “Perdreau”. Om aandacht te trekken liet het schip zijn stoomfluit werken, en gaf lichtseinen, dezen werden echter niet opgemerkt. Den geheelen nacht bracht de bemanning die uit 17 koppen bestond in angst door. Gelukkig was het vrij kalm weer, zoodat geen direct levensgevaar bestond.
Toen er van den wal geen teekens werden gegeven dat men het schip had opgemerkt, besloot de bemanning Zaterdagmorgen hulp te halen. Vijf personen begaven zich in een sloep die later door de “Texel 33” werden opgepikt. Een hevige storm was intusschen komen opzetten. Toen het bericht van de stranding bekend werd, heeft de “Dorus Rijkers” later de personen van boord gehaald. Het overnemen van de bemanning geschiedde met groote moeilijkheid.

Het stoomschip is later uiteengeslagen.

Uit: De Heldersche Courant,18/10/1928; p.5/8

Op den 13en November 1926 redde de “Dorus Rijkers” 12 man van het Fransche stoomschip “Perdreau”, gestrand in de Haaksgronden.

De reddingboot was bemand als volgt: schipper C. Bot, motordrijver R. Eelman, matrozen K. Bijl, W. de Boer, C. Bijl en T. Sluiter.

Uit: Geschiedenis Wijsmuller

13 november 1926 komt het Franse vrachtschip “Perdreau”(geen gegevens) onderweg vanuit St. Brieuc-Frankrijk naar St.Petersburg-Rusland, geladen met kolen ter hoogte van de Haaksgronden in de problemen en strand op de Haaksgronden. De “Drente” probeert nog de “Perdreau” vast te maken en vlot te brengen maar slaagt hier niet in en de “Perdreau” gaat verloren.

Uit: www.kombuispraat.com

Drente – assisteert 13 november 1926 het Franse s.s. Perdreau, geladen met kolen, dat t.h.v. de Haaksgronden is vastgelopen. De s.s. Perdreau meet 250 ton en was op weg van St. Brieuc naar St. Petersburg. Het schip ging uiteindelijk verloren.

Uit: www.texel-plaza.nl/nieuws/artikel/012942/2004-03-20

Lading gestrand schip was geen steenkool maar drank

Butegaas - Door Rein Stam
Gepubliceerd: Zaterdag 20 maart 2004

Vrachtbrieven moet je niet altijd geloven

Op 13 november 1927 strandde in dichte mist op de Razende Bol een vrachtschip.
Het was het Franse s.s. ‘Perdreau’ van 300 ton dat, geladen met steenkool, op weg was van St. Brieux naar Sint Petersburg.
Om de aandacht te trekken liet de kapitein de stoomfluit werken en vuurpijlen afvuren.
Vijf opvarenden stapten in de scheepssloep en werden de volgende ochtend opgepikt door de TX33, die in de buurt voer. Toen de vissersboot Den Helder binnen-kwam, werd groot alarm geslagen en de reddingboot Dorus Rijkers voer uit.
Na enig zoeken werd de Perdreau ontdekt en de 12 overige schipbreukelingen gered.
Op Texel was door Jaap Kalis gezien dat er een schip gestrand was op de Razende Bol.
Hij toog zondagochtend vroeg naar het strand om te kijken of er al iets was aange-spoeld vanwege het gunstige tij en wind. Het strand lag vol met wrakhout en kisten die gevuld waren met whisky, cognac en Alpeter. Feest dus voor de Hoornders.
De strandvonder hoefde niet gewaarschuwd te worden. Dit konden de mannen zelf af.
Om 10 uur, de kerk ging net aan, bereikte het nieuws het dorp en vele mannen gingen rechtsomkeert naar het strand i.p.v. de kerk.
Die zondagmiddag was veruit de drukste stranddag van het hele jaar, al viel er niet veel meer te halen voor de dorstigen.
De lading die aanspoelde was wel een grote verrassing voor de autoriteiten, want op de vrachtbrief stond als vracht steenkool.
Die diende echter slechts als afdekking van de werkelijke, iets kostbaardere lading.
De ‘Pedro’, zoals de Hoornders het schip noemden, was een ordinair smokkelschip.
Maar in Den Hoorn vond men dat niet erg.

 

Vissers vaartuigen TX 15

Schipper Vlas en TX 95 schipper Schagen
Datum: 19 januari 1927
Station: Den Helder/Razende Bol
Aantal geredden: 4
Redding nr.: 26

Uit: De Reddingboot nr. 27, maart 1927:blz.655 en 656

Stranding van twee Texelsche visschersschepen op den Razenden Bol op den 19 januari 1927

Wij ontvingen omtrent deze stranding rapport dat op den l9den januari te 7 uur ‘s avonds door de Kustwacht werd gewaarschuwd, dat werd gestakeld op den Razenden Bol.
De wind was Z.W., kracht 4, dikke lucht, veel zee op en rond de Haaksgronden.
De .”Dorus Rijkers” vertrok bemand als volgt: schipper C. Bot, motordrijver R. Eelman, matrozen C. Bijl, K. Bijl, J. A. Oostendorp en J. Veen.
Bij de strandingsplaats gekomen bleek, dat 2 Texelsche garnalenvisschers midden op den Razenden Bol waren gestrand en wel T.X. 15. schipper Vlas en T.X. 95, schipper Schagen. Beide scheepjes zaten zoo goed als droog. De .”Dorus Rijkers” kon er niet geheel bijkomen en wilde de reddingvlet halen, doch inmiddels was de sleepboot „Assistent” aangekomen, die een vlet bij zich had, waarmede de 4 man werden afgehaald en op de “Dorus Rijkers” gebracht. Deze bracht hen later naar Oude Schild.
Uit de Heldersche Courant lezen wij, dat, toen de “Dorus Rijkers” met de geredden te Oude Schild aankwam, de geheele bevolking zich aan de haven had vereenigd. Een luid gejuich steeg op, toen men bemerkte, dat de vier mannen gered waren; algemeen had men verwacht, dat ze verdronken zouden zijn.De geredden waren, toen zij werden afgehaald zeer uitgeput. Zij waren aan boord van de “Dorus Rijkers” van droge kleeren voorzien (de “Dorus Rijkers” heeft evenals de andere groote motor-reddingbooten een stel kleeren voor schipbreukelingen aan boord) en ze waren verkwikt met warme koffie.

Uit: Geschiedenis van Bureau Wijsmuller

De “Assistent”vaart op 19 januari 1927 uit om een poging te ondernemen om de op de Razende Bol gestrande vissers scheepjes “TX 15” en “TX 95” vlot te brengen. De pogingen mislukken omdat de scheepjes teveel water maakten.

Uit: De Heldersche Courant, 20/01/1927; p.5/8
en ook: De Wieringer Courant,21/01/1927; p.1/4

Stranding

Woensdagavond ongeveer 6 uur werd van den vuurtoren gemeld, dat in de richting van den Razenden Bol lichtseinen werden waargenomen. Ongeveer 7 uur gingen de reddingboot en de sleepboot Assistant naar buiten. Het bleek dat twee visschersscheepjes, de “Texel 15”, schipper Vlas en de “Texel 95”, schipper Schagen, op den Razenden bol gestrand waren. Vermoedelijk zijn de scheepjes tengevolge van slecht zicht en windstilte door den stroom op den Razenden Bol gezet en bezuiden het wrak van de “Perdreaux” aan den grond geraakt. In verband met den diepgang kon de reddingboot ,”Dorus Rijkers” de scheepjes niet bereiken. De opvarenden, in total 4 man, die door de vergeefse pogingen om hun scheepjes nog vlot te brengen, totaal waren uitgeput, werden door de reddingvlet van de firma Wijsmüller en een Heldersche vlet gered en te Helder binnengebracht. Vandaar werden zij met de ,”Dorus Rijkers” naar Oudeschild gebracht.
De scheepjes zijn als verloren te beschouwen daar zij reeds water maakten.Toen de ,”Dorus Rijkers” met de geredden te Oudeschild arriveerde bleek de geheele bevolking zich aan de haven te hebben vereenigd. Een luid gejuich steeg op, toen men bemerkte, dat de vier mannen gered waren; algemeen had men verwacht, dat ze verdronken zouden zijn. Voor de bemanning van de ,”Dorus Rijkers”was dit wel een treffend moment!

Uit: De Wieringer Courant, 25/01/1927; p.2/4

….zoo was dan ook de geheelen vloot uitgezeild en was men weldra al visschende buiten de gronden. Niemand vermoedde eenig gevaar; ’t was kalm weer. Alleen door de windstilte kwam men ’s avonds wel eens wat laat thuis. De zon was dan ook lang onder toen verleden Woensdagavond de vloot binnenkwam, één vaartuig “TX 99”met belangrijken averij. Twee schuiten, de “TX 15”, schipper D.Vlas Wz., en de “TX 95”schipper P.Schagen ontbraken evenwel. Spoedig was ’t bekend, dat ze op de Razende Bol waren vastgeloopen; waren ze even eerder geweest, dan hadden ze zich evenals de andere schuiten kunnen redden.
De kustwacht werd opgebeld en weldra zag men van Huisduinen het stakelen van de in grooten nood verkeerenden scheepjes. Uit Helder vertrokken weldra de “Dorus Rijkers”, alsmede de sleepboot “Assistent” met een reddingsvlet.

De “Dorus Rijkers”kon de plek des onheils niet naderen wegens te laag water; de reddingsvlet wist daarop de vier schipbreukelingen, waarvan er één totaal uitgeput was, te redden. Eerst ging men met de geredde visschers naar Helder, vanwaar de “Dorus Rijkers”te ongeveer half elf de bemanning der beide schuiten in onze haven bracht.
Een zeer groote menigte stond de aankomst op ’t havenhoofd af te wachten. Toen de bekende gezichten op ’t dek van de reddingboot herkend werden, ing er een luid “hoera”op.
Deze ramp is dus gelukkig goed afgeloopen, menschenlevens zijn gelukkig niet te betreuren.

Gestrand op de Razende Bol

Van de Texelsche visschersschuiten “TX 15” en “TX 95”, die verleden Woensdag op de Razende Bol strandden, is de eerste vlot gebracht. Het scheepje was weinig gehavend en kon met pompen boven water gehouden worden.Maandagavond werden pogingen in het werk gesteld ook de “TX 95” vlot te brengen. Men is uit Oudeschild met een paar schuiten naar de plaats der stranding gezeild; ook een motorbotter van de visscherij-inspectie vertrok derwaarts, bemand met een dertigtal visschers, die met schoppen en ander materiaal gewapend waren. Getracht wordt thans het schip bij hoog opkomende vloed van de bank te sleepen.

Uit: De Heldersche Courant, 27/01/1927; p.3/16

Den Helder, 25 januari 1927

Dankbetuiging

Schipper D.Vlas Wz. Betuigt, mede namens zijn broer J Vlas, zijn hartelijken dank aan de bemanning van de ”Dorus Rijkers” en die der reddingvlet van Wijsmüller, voor de moedige daad waardoor wij gered werden van de gevaarlijke zandbank de ”Razende Bol”. Ook onze innige dank aan onze medevisschers en in ‘t bijzonder aan den Opziener Vliegen en zijn bemanning van het Politievaartuig voor de krachtige hulp, waardoor wij onze schuit “TX 15” behouden in de haven konden brengen.

Uit: De Heldersche Courant, 18/10/1928; p.5/8

Op den 19en Januari 1927 vertrok de “Dorus Rijkers”naar de Razende Bol, waar twee Texelsche visschers gestrand waren. De “Dorus Rijkers” werkte bij deze gelegenheid samen met de vlet van de sleepboot “Assistent” en kon de vier geredde menschen, die men te Texel reeds verdronken dacht, te Oudeschild binnen brengen.

 

Botter HD 10

Datum: 11 oktober 1928
Station: Den Helder/Texel
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 65

Uit: De Reddingbootnr. 30, September 1929, blz. 785

De “Dorus Rijkers” naar een vischbotter

Op den 11en October te 15.45 vertrok de motorreddingboot “Dorus Rijkers” naar de lichtboei de Zwemmer op bericht dat in de buurt van die boei de Heldersche vischbotter HD 10 in gevaarlijke positie verkeerde. De “Dorus Rijkers” behoefde geen dienst te verleenen daar het recherchevaartuig “Zeemeeuw” den vischbotter op sleeper nam.

Uit: De Reddingboot nr.30 September 1929 blz.790

Op den 11den October ging de motorreddingboot “Dorus Rijkers” uit toen bericht kwam dat de vischbotter de HD10 in een gevaarlijke positie verkeerde.

Uit: De Heldersche Courant, 13/10/1928; p. 13/16

De HD 110(?) in nood

Donderdagmiddag rapporteerden uit zee komende botters dat de „HD 110“(?) in het Schulpengat in nood verkeerde. Door den storm zouden de zeilen en tuigage stuk geslagen zijn en dreef de botter hulpeloos rond, daar de motor te zwak was om het scheepje op eigen kracht naar binnen te doen loopen.

Zoodra was het bericht bekend o f de bemanning van de „Dorus Rijkers“ werd bijeen geroepen en ongeveer 10 minuten later was de reddingboot gereed om hulp te verleenen. De „Dorus Rijkers“ was nog nauwelijks de haven uit toen zij de botter, die door de „Zeemeeuw“ was opgepikt, naar binnen zag komen. Onverrichterzake keerde de reddingboot dus van dezen eersten tocht in het najaar terug.

De botter, schipper Kl.Woord, bleek ernstig gehavend te zijn en het mag nog een geluk heeten dat het scheepje door de „Zeemeeuw“ werd opgemerkt, daar de situatie, waarin het verkeerde, tamelijk hachelijk was.

Uit: De Heldersche Courant,18/10/1928; p.5/8

Op den 11en October 1928 berichtten eenige voor den storm vluchtende visschers, dat de vischbotter „Helder10“ in hachelijke positie verkeerde. De „Dorus Rijkers“ ging ter assistentie van het in nood verkeerende vaartuig uit. Dit werd intusschen bijgestaan door het douane-vaartuig „Zeemeeuw“.

 

Duitse lichter Peter Schopp

Datum: 24 en 25 november 1928
Station: Den Helder/Callantsoog
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 84

Uit: De Reddingboot nr. 30, September 1929: blz. 788

De “Dorus Rijkers” wederom uit

Nadat de “Dorus Rijkers” op 24 November te 23.15 van haar zwaren tocht naar de Eierlandsche gronden was teruggekeerd vertrok zij weder te middernacht toen bericht kwam dat vuurpijlen waren opgelaten dwars van Callantsoog.
Te 3.30 van 25 November kwam de “Dorus Rijkers” weder binnen zonder den Duitschen zeelichter “Peter” dien men zocht te hebben gevonden.

Uit: De Reddingboot nr. 30, September 1929: blz. 810

Wij keeren thans terug naar de “Dorus Rijkers”. Deze was op 24 November te 11.15 ‘s avonds van haar zwaren tocht naar de Eierlandsche gronden teruggekeerd. Niet lang zou de bemanning met rust worden gelaten want even voordat de reddingboot weder binnen was ontving de Secretaris der Commissie, de Heer L. Wiersma bericht dat tweemaal een vuurpijl was opgelaten dwars van Callantsoog. De Duitsche sleepboot “Fairplay XIV” was des middags in beschadigden toestand uit zee gekomen, tevens om 5 gekwetste personen te landen van den Duitschen zeelichter “Peter”, welke van de sleeptros was losgebroken en 6 mijl dwars van Callantsoog ronddreef met nog 3 man aan boord, terwijl de deklast was weggespoeld en de mast overboord lag. De “Dorus Rijkers” ging dus te 12 uur ‘s nachts uit bemand als bij den vorigen tocht met C. Bot, schipper; R. Eelman, motordrijver; K. Bijl, C. Bijl, J. van Veen en J. de Boer, matrozen. De gelegenheid was nog steeds storm uit het Westen, kracht 9, hooge wilde zee. Ofschoon het een goed vurengezicht was kon men den lichter niet vinden. Geruimen tijd werd gezocht op de aangegeven plaats doch vruchteloos, waarop de “Dorus Rijkers” terugkeerde en te 3.30 van 25 November te Nieuwediep terugkeerde.
Schip en motor waren in zeer goeden toestand. Het brandstofverbruik was 70 Liter, in 3 ½ uur. De lichter, dien men zocht is later op sleeptouw genomen door de sleepboot “Friesland” van het Bureau Wijsmuller, op reis van Vlaardingen naar Nieuwediep om de “Eugenia” vlot te sleepen.
De lichter “Peter” werd in zwaar beschadigden toestand te Nieuwediep binnengebracht.

In No. 25 van Die Schiffahrt wordt het volgende gezegd

“Die gerettete Besatzung des Deutschen Schlepper “Fair PlayXIV” aus Hamburg ist über die Helderischen Retter des Lobes voll. Der Schlepper, der einen Leichter nach Zaandam bringen sollte, war vom Sturm überrascht worden, und beide beschädigten Fahrzeuge wurden wie Spielzeuge zusammengeschleudert. Schliesslich muszte der Schlepper den Leichter preisgeben. Von den sechs Mann Besatzung des Leichters wurden drei verwundete unter grossen Schwierigkeiten auf den Schlepper hinüber-gezogen. Auch der Schlepper hatte drei Verwundete. Der aufopferungsvollen Arbeit der Hollandischen Rettungsmannschaften gelang es, die Mannschaften beider Schiffe zu bergen”.

Vruchtenlooze reis…

Uit: De Reddingboot nr. 30, September 1929: blz. 797 en 798

Het volgende rapport werd ontvangen van den Secretaris der Commissie te Helder, den Heer L. Wiersma.
„Te 2.30 vm. werd ondergeteekende gewaarschuwd door den uitkijkpost te Kijkduin, dat er telkenmale een wit licht zichtbaar was in de Noorder Haaksgronden West-Noord-West van den lichttoren. Er woei op het oogenblik een storm uit het Westen tot West ten Noorden, kracht 10 met hooge wilde zee, buiige lucht met regen.
Te 3u.40 is de “Dorus Rijkers” vertrokken bemand met schipper C. Bot, motordrijver H. Eelman, matrozen K. Bijl, C. Bijl, W. de Boer en J. van Veen, doch kwam te 6 uur onverrichterzake terug, hebbend ter plaatse niets kunnen ontdekken.
Daar niettemin het licht in de gegeven peiling zichtbaar bleef is de “Dorus Rijkers” bij het aanbreken van den dag wederom uitgevaren, doch met hetzelfde resultaat.
Te 9u.30 kwam bericht, dat een klein diepliggend vaartuig drijvende was benoorden het Molengat en vertrok de “Dorus Rijkers” te 10 uur wederom ter verkenning.
Bij de wrakton van de “Batavier II” werd de geladen tanklichter “Senator” aangetroffen die voor anker was gelegd terwijl de Duitsche sleepboot “Jason” op eenigen afstand werd opgemerkt. Waarschijnlijk is de “Senator” van de sleepboot “Jason” losgeslagen.
Schipper Bot is rond dezen lichter gestoomd en heeft deze een paar malen gepraaid doch men wenschte geen assistentie waarop de “Dorus Rijkers” te 1u.15 nam. te Nieuwediep terugkeerde”.
Het was dus een vruchtenlooze reis geweest van 8 ¼ uur. Het gasolieverbruik was 158 Liter. De reddingboot en motor hadden zich weder op uitstekende wijze gehouden en wat de bemanning betreft spreekt dit van zelf.

De “Dorus Rijkers” die in 1922 in Duitschland volgens onze plannen is gebouwd als gevolg van de zeer hooge prijzen die destijds in Nederland moesten worden betaald heeft zich in de zes jaren van haar bestaan als een uitstekende reddingboot doen kennen. Zij is na hare indienststelling nog belangrijk verbeterd en het is een rustgevend gevoel, wanneer de reddingbooten buiten zijn, te weten dat men zooveel mogelijk de veiligheid van schip en bemanning en de geschiktheid van de boot voor hare taak heeft opgevoerd. Thans zal zij worden voorzien van een draadlooze telefonie ontvang-installatie.

 

Logger IJm 283 Maartensdijk

Datum: 21 juli 1929
Station: Den Helder/Haaksgronden
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 101

Uit : De Reddingboot, nr. 31, Augustus 1930 : blz.841

De M.R. “Dorus Rijkers” te Helder ging op 21 Juli 1929 naar den in de Haaksgronden gestranden motorlogger IJmuiden 283 “Maartensdijk”. Het schip werd vlot gesleept door sleepbooten

 

Grieks ss Dimitris

Datum: 20 september 1930
Station: Den Helder/53.11N/04.41E
Aantal geredden: 0
Redding nr.:133

Uit: De Reddingboot No. 32 maart 1931; Blz. 890

Op den 20sten september te 13 uur ontving de Secretaris der plaatselijke Commissie te Helder een bericht van den heer D.H.Doeksen, Secretaris der Commissie van plaatselijk bestuur te Terschelling, inhoudend dat aldaar noodseinen waren ontvangen van een onbekend stoomschip waarvan de positie was 53.11.N.Br. en 4.41.O.Lengte, ongeveer 6 zeemijlen West van Eierland en 16 zeemijlen van Nieuwediep. Te 13.20 uur kwam bericht van IJmuiden waardoor het bericht omtrent het in nood verkerende schip werd bevestigd. De “Dorus Rijkers” vertrok 13.30 uur door het Molengat. Gedurende hare afwezigheid kwam te 14.15 uur bericht uit IJmuiden, dat het schip geen hulp meer noodig had.De “Dorus Rijkers” kwam te 19 uur het Stortemelk binnen, overnachtte te Terschelling en was zondag 21 september te 11.30 uur weer terug. De gelegenheid gedurende dezen tocht was storm, kracht 9 uit het Zuidwesten, hooge zee, buiige lucht. Het schip dat noodseinen had gezonden was het Grieksche stoomschip “Dimitris”, in ballast.
De bemanning van de “Dorus Rijkers” bestond uit de volgende personen: C. Bot, schipper,
J.A. Oostendorp, stuurman, R. Eelman, motordrijver, C. Bijl, K. Bijl en W. de Boer, matrozen.

 

Kano

Datum: 14 juni 1931
Station: Den Helder/Bergen aan Zee
Aantal geredden: 0
Redding nr: 148

Uit: De Reddingboot No. 34 mei 1932; Blz.949

De „Dorus Rijkers” gaat uit voor een in zee gedreven kano met bemanning

Op den 14den Juni was het onze motorreddingboot „Dorus Rijkers” te Helder, die te 17 uur ongeveer door den Commissaris van Politie te Helder in kennis werd gesteld met het feit van het wegdrijven van een kano met twee jongelieden van Bergen aan Zee om de Noordwest en waarvoor men zich ernstig ongerust maakte.Daarvoor was ook reden want er stond een krachtige wind uit het Oost - Zuidoosten tot Zuidwesten met aanschietende zee. Het onweerde. De „Dorus Rijkers” vertrok onmiddellijk en zocht langs de kust tot Bergen aan Zee. Het was echter een vergeefsche tocht, want ten 20uur 30 min. kwam bericht van IJmuiden, meldende, dat de jongelieden waren opgepikt door den motorlogger KW 110 en te IJmuiden waren geland. Ten half één ‘s nachts was de „Dorus Rijkers” weder terug in de haven. De kosten van dezen tocht waren f 65.—en bovendien de kosten van 137 liter brandstof.

 

Dts. Trawler Salzburg ON 152 Nordenham

Datum: 4 augustus 1931
Station: Den Helder/Noorderhaaks
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 152

Uit: De Reddingboot No.34 mei 1932; blz.950 en 951

De “Dorus Rijkers” naar een gestranden stoomtrawler

Wij vragen thans weder aandacht voor de “Dorus Rijkers”, de motorreddingboot, die sinds 1923 in station is te Helder onder schipper Coenraad Bot. Er was een stoomtrawler gestrand in de Noorder Haaksgronden, zoo meldde ten 10 uur de uitkijkpost te Kijkduin. De wind, Oost zijnde met een kracht 4, besloot de Commissie de reddingboot niet uit te zenden. Later kwam er echter meer bries. De wind werd Noord Oost met een kracht 6. De haringvletten van Helder, die zich naar het gestrande schip hadden begeven, moesten vluchten wegens de hooge zee en de branding op de strandingsplaats. Daarom vertrok de “Dorus Rijkers” ten 18 uur ter verkenning. Zij behoefde echter geen dienst te doen, want de sleepboot “Utrecht” van het bureau Wijsmuller, slaagde er in de trawler af te sleepen.De naam van het schip was “Salzburg” ON 152 van Nordenham.

Uit: Geschiedenis Bureau Wijsmuller

Op 4 augustus 1931 wordt de trawler “Salsburg”, welke was gestrand bij Den Helder, door de “Utrecht ”vlot gebracht. De “Salzburg” kon hierna de reis naar IJmuiden met een lading vis vervolgen..

Dezelfde dag werd uitgevaren voor de Duitse treiler “ON 152”, welke op de Noorderhaaks is gestrand, de “Utrecht” is gecontracteerd op basis No Cure No Pay.

Uit: Algemeen Handelsblad, 22.09.1931

Een ontmoeting; niet met den vijand, maar met een allervredelievendst vaartuigje, de „Dorus Rijkers” de motorreddingboot van de N.Z.R.M. met haar kranige bemanning, die was uitgevaren op een oefentocht. Het scheepje dook weg in de hooge zeeën, kwam op een golf, sprong als een jonge hinde, het lag op zij, maar kwam weer overeind; angstig om te zien. Maar de bemanning, in de Zuid-Westers, stond onbewogen en als wij nog niet overtuigd zouden zijn geweest, van den moed onzer edele redders, dan zijn wij het nu zeker.

 

Deens Zeiljacht Astrid

Datum: 7 augustus 1932
Station: Helder/Zuidwal Texel
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 174

Uit: De Reddingboot nr. 35 januari 1933; Blz.985

Wederom de “Astrid”. De “Dorus Rijkers” gaat uit

Er woei een krachtige wind uit het Noordwesten, de lucht was bedekt, regenbuien en ruwe zee. Op Zondagmorgen 7 augustus waarschuwde de kustwachtpost van Huisduinen ten 10.20, dat de bergers, die bezig waren op het jacht de “Astrid”, dat in den nacht van 1 op 2 augustus bij paal 8 op de zuidkust van Texel was gestrand, in gevaar verkeerden. Ten 10.30 volgde een verzoek van het vliegkamp de Mok op Texel om dadelijk hulp te willen verleenen. Ten 11.05 vertrok de “Dorus Rijkers” met een vlet op sleeptouw. Toen de “Dorus Rijkers” bij het schip kwam was er nog één man aan boord. De twee anderen waren over boord gesprongen en hadden het strand bereikt. Nu sprong ook de laatste over boord en redde zich zelf. De “Dorus Rijkers” keerde daarop weder terug en meerde ten 13.15 in de haven. De kosten van dezen tocht waren voor de Reddingmaatschappij f 27.50 benevens 40 liter brandstof. Het scheepje was dezelfde “Astrid” die op 26 juli 1932 was gestrand in het Pinkegat bij Ameland en die daarna in den nacht van 1 op 2 augustus strandde op Texel.

Uit: De Reddingboot nr 36 juni 1933 Blz.1006

Op 7 augustus vertrok de motorreddingboot “Dorus Rijkers” naar het zelfde Deensche jacht“Astrid”, thans gestrand op de kust van Texel.

Uit: De Alkmaarsche Courant,08/08/1932; p.3/8

Gestrande jacht “Astrid” verloren beschouwd

De bemanning van het jacht “Astrid”, dat in de Haaksgronden nabij Texel is gestrand, had een dreg uitgebracht om te trachten bij hoog water het schip vlot te krijgen, aldus deelt De Crt. mede. Zondagmorgen was bij een Noordwesten-wind de zee echter zeer ruw en bij hoog water is het schip sterk gaan werken. Het is door den sterken stroom van den vloed op het anker van de zandbank afgeschoven, doch bijna onmiddellijk in de diepte gezonken, waardoor de vier leden van de bemanning, welke zich aan boord bevonden, in een zeer precaire positie verkeerden. Twee van hen hebben zwemmende het strand weten te bereiken, de beide anderen begavenb zich in het want en verzochten hen te redden. Onmiddellijk werd assistentie verzocht van de “Dorus Rijkers”, welke direct met een vlet zee koos, daar de reddingboot zelf door de ondiepten in de nabijheid van de strandingsplaats deze niet kon bereiken. Ondertusschen had nog een der opvarenden het gewaagd om te trachten zwemmende het strand te bereiken, wat hem gelukte. Zoodra de “Dorus Rijkers” op de strandingsplaats was aangekomen, werd gertracht met de vlet bij het wrak te komen, doch door de zware branding gelukte dit niet dadelijk, waarop ook de laatste van de bemanning zich te water begaf en er in slaagde het strand te bereiken, zoodat aale vier in veiligheid waren en de “Dorus Rijkers” naar Den Helder terug kon keeren.

Bij hoog water zit het schip geheel onder water en het wordt thans als verloren beschouwd.

Uit: De Heldersche Courant 09/08/1932 p. 7/8

De „Astrid” als verloren te beschouwen. De reis van het jacht met veel wederwaardigheden. Op
1 Mei j.l. vertrok van Kopenhagen het 15 ton groote luxe jacht „Astrid” voor een pleiziertocht over de Noordzee en Atlantischen Oceaan, met als einddoel Teneriffe op de Canarische eilanden en, wanneer wij ons niet bedriegen, heeft deze tocht op de Hollandsche kust een roemloos einde gevonden. Rechtsanwalt Behring van Kopenhagen is gewoon gedurende de zomermaanden tochten voor zijn genoegen te maken, doch van dezen tocht heeft hij niet veel pleizier gehad. Een groot deel van zijn reis had hij te kampen met stormweer van een dusdanige hevigheid, dat hij twee keer op onze kusten werd geworpen. Den eersten keer ontsnapte hij ternauwernood aan den stranding nabij Oostmahorn, doch nu ziet het er wel naar uit, dat hij nimmer in Teneriffe zal komen, tenminste niet met de „Astrid”.De tocht werd vol goeden moed beginnen, steeds had men mooi weer en men bezocht de havens van de Noorsche kust in het Skagerrak en er was geen vuiltje aan de lucht. Van de Noorsche kust ging de „Astrid” langs de Oostkust van Denemarken naar Kiel. Onderweg werden nog familieleden van de opvarenden bezocht en het had niet veel gescheeld of dit was het laatste bezoek hier op aarde aan deze verwanten geweest. Want hierna begon de misère.Na door het Kieler kanaal gevaren te zijn, liep men Cuxhafen aan en na het vertrek daarvan werd met de Noordzee kennis gemaakt in een van haar slechtste luimen.Zoolang het vaartuig nog in open zee bleef, had men niet veel last van het ruwe weer. De „Astrid” is een goed vaartuig, waar wel mee is zee te bouwen. Doch allengs geraakte het schip dichter onder de kust en daar dreigde voor den eersten keer het gevaar van een stranding, een gevaar, waar talrijke schepen vor haar niet aan hebben kunnen ontsnappen. Het vaartuig dreef het Pinkegat binnen en liep omhoog op de Engelschmanplaat, waar vele hachelijke uren werden doorgebracht. Schipper Toxopeus met de reddingboot „Insulinde” van Oostmahorn is toen een tijd in de nabijheid geweest, doch de opvarenden weigerden van boord te gaan, zoodat de reddingboot zich tenslotte met één dame moest vergenoegen.Op wonderbaarlijke wijze ontsnapte de „Astrid” echter aan een zeker schijnende vernieling. Het vaartuig werd over de banken heen geslagen en geraakte weder in diep water. Wij hebben hierover reeds uitvoerige berichten opgenomen en kunnen dus volstaan met het relaas van de verdure lotgevallen.De Noordzee werd weder opgezocht, doch haar woede was nog niet bekoeld, zij had het nog steeds op het kleine vaartuigje voorzien en zoo zwalkte het gedurende ongeveer vijf dagen op deze drukst bevaren aller zeeën. Zij zouden het echter niet ver brengen, want de Hollandsche kust bleek zulk een aantrekkingskracht uit te oefenen, dat zij voor den tweeden keer kennis maakte met de gevaarlijke gronden, die zich langs onze geheele kust uitstrekken.Het was in den nacht van 1 op 2 Augustus, dat de „Astrid” voor den tweeden keer strandde en al dadelijk was te zien, dat de bemanning hier niet zoo gelukkig zou zijn als in Oostmahorn. Het schip zat vrijwel op het vaste strand, zoodat van over een bank heenslaan ditmaal geen sprake kon zijn. De eerste reddings-en bergingspogingen hebben wij reeds gemeld.De dame, die zich aan boord bevond, is inmiddels weer naar Denemarken teruggekeerd. De vier mannen bevinden zich nog in Den Helder en zijn af en toe nog naar het schip teruggegaan, waar een hunner voortdurend de wacht heeft gehouden om het gestrande vaartuig niet tot strandgoed te laten worden.Deze man, de stuurman, begaf zich bij laag water steeds aan boord, doch wanneer de vloed opkwam moest hij zich dikwijls zwemmende naar land begeven, wat een vrij moeilijke onderneming was, gezien het ruwe water. Hij is echter een uitstekende zwemmer.De opvarenden hebben ook kennis kunnen maken met de Heldersche vletterlieden, doch deze kennismaking is volgens den heer Behring niet zeer aangenaam geweest. Aan den anderen kant zeggen de vletterlui, dat er met hem geen zaken vallen te doen. Deze lieden zijn in den laatsten tijd, nu de verdiensten voor hen niet al te best zijn, er natuurlijk tuk op om wat extra er bij te verdienen, en betreffende dit werk is hun geen moeite en opoffering te veel.Wanneer zij hun moeite echter niet beloond zien, worden zij wat kregelig, wat, van hun standpunt bezien, zeer goed te begrijpen is.Zoo is het ook in dit geval. In den nacht van de stranding hadden drie hunner reeds den geheelen nacht in de nabijheid van de „Astrid” liggen dobberen, zoodat zij tegen den ochtend geen drogen draad meer aan ‘t lijf hadden. Later was de heer Behring er niet voor te vinden om het schip voor een behoorlijk bedrag te laten afbrengen, zoodat tenslotte, in overleg met een Heldersch advocaat een contract moest worden opgesteld, waarin de vletterlieden zich verplichtten te probeeren het vaartuig binnen twee maak 24 uur vlot te krijgen. Door onvoorziene omstandigheden konden zij echter niet op den aangegeven tijd beginnen en daarom zeide de heer Behring, althans volgens de vletterlieden, dat het contract niet was nagekomen. Daar deze lieden al verschillende onkosten hadden moeten maken en ook material geleend hadden voor het afbrengen, is het te begrijpen, dat zij niet erg vriendelijk waren gestemd. Zij hadden gewild, dat zij een contract kregen, dat hen recht gaf den geheelen inventaris te bergen, zoodat zij een onderpand hadden gehad.Zij waren al druk bezig aan het overladen in hun vlet toen de heer Behring hen zeide, dat zij er maar mee moesten ophouden, daar hun vlet den geheelen inventaris niet kon dragen. Zoodoende moesten zij zich vergenoegen met wat lantaarns, touwwerk e.d. Er stonden nog wel een paar kisten „snert’’, vertelden zij ons, en dat was ook wel een goed onderpand geweest, maar het was afblijven. De „snert”, hiermede wordt jenever bedoeld, bleef aan boord. Met een man of tien was eraan het vlotbrengen gewerkt en wel met eenig success. Men was erin geslaagd het vaartuig een belangrijk stuk meer naar zee te brengen en in een zoodanige positive, dat het met den kop naar het water lag. Op Zondagochtend bevonden zich drie leden der bemanning aan boord. Door den harden wind werd het water zeer hoog, zoo hoog zelfs, dat het schip in beweging kwam, het dreef. Ware er toen sleepboothulp in de nabijheid geweest, dan zou vrij zeker het vaartuig zijn vlotgebracht. De schipper van de „Astrid’’, die toen in Den Helder was, begaf zich met het vliegkampbootje naar „de Mok’’, om vandaar naar het schip te gaan. Onderweg kwam al een Texelaar aanloopen, die mededeelde, dat de bemanning in het want zat en om hulp schreeuwde. Een matroos van het vliegkamp, die den schipper vergezelde, keerde daarop naar het kamp terug om de reddingboot van Den Helder te alarmeeren. Een tweede matroos probeerde naast het schip te zwemmen, om verbinding tot stand te brengen, doch moest deze pogingen door de hooge zeeën opgeven. Het schip werd door de zware golven gebeukt en waarschijnlijk zijn de kajuitsdeuren ingeslagen, zoodat het schip volliep en zienderoogen dieper kwam te liggen. Successievelijk zijn toen de drie mannen naar den wal gezwommen. De „Dorus Rijkers” was onderwijl van Den Helder vertrokken, doch kon door de ondiepten niets uitrichten, zoodat de terugtocht moest worden aanvaard. Zooals de positie van het schip thans is, is het zeer moeilijk om ‘t vlot te brengen. Hoogstwaarschijnlijk is het echter niet lekgeslagen, zoodat het eerst leeggepompt zou moeten worden. Daarna zijn er nog vele werkzaamheden te verrichtten. De heer Behring is niet zeer te spreken over de Texelsche strandjutters, die zelfs onder de oogen van den stuurman aangespoelde voorwerpen voor goeden buit verklaarden. Wij hebben reeds gezegd, dat er tusschen hem en de vletterlieden oneenigheid bestaat over het gemaakte contract. Volgens den heer B. zijn zij te laat begonnen en zoodoende is de kans op vlotbrengen verloopen. Hiertegenover stellen de visschers, dat zij dien tijd langer hebben gewerkt, wat echter natuurlijk niet hetzelfde is. Hoe deze zaak dus zal verloopen weten wij nog niet. Dat de „Astrid” echter nog eens zee zal kiezen, lijkt ons zeer onwaarschijnlijk.

Uit: Geschiedenis Bureau Wijsmuller

Het Deense zeiljacht “Astrid” strandde in de nacht van 1 op 2 augustus 1932 in het Molengat en ligt ongeveer 50 meter uit de kust van Texel.

Op 2 augustus 1932 om 7.00 uur is de “Drente” naar de strandingsplaats gevaren maar kon niets voor de “Astrid” uitrichten. Wel heeft de “Drente” 4 bemanningsleden aan boord genomen en naar Den Helder gebracht. De “Astrid” was onderweg vanuit Kopenhagen-Denemarken naar Teneriffe op de Canarische Eilanden.

De “Astrid” was niet meer te bergen en is uiteindelijk voor Fl.100,– verkocht aan Dhr. C Kok uit Den Burg. De “Astrid” koste voor de reis begon vanuit Kopenhage-Denemarken, Fl. 35.000,–.

 

Motor Betonningvaartuig No. 6 “Mine”

Datum: 11 oktober 1933
Station: Helder/Sluizen DenOever
Aantal geredden: 6
Redding nr.: 198

Uit: De Reddingboot nr. 38, november 1934

De Dorus Rijkers redt het motorbetonnings- en verlichtingsvaartuig No. 6

Den 11en October omstreeks 1 u. a.m. ontving de Heer van Diest, Secretaris der plaatselijke Commissie te Den Helder bericht, dat het motorbetonnings- en verlichtingsvaartuig No. 6 “Mine”. van het Loodswezen, even buiten de spuisluizen van Den Oever in een moeilijke positie verkeerde en sleepboothulp vroeg. Een Marinesleepboot werd derwaards gezonden doch aangezien in verband met den zwaren storm de kans zeer groot was dat de “Mine” in noodpositie zou geraken, werd ook de motorreddingboot “Dorus Rijkers” naar Wieringen gestuurd. Deze trof de “Mine” nabij den strekdam voor de haven aan, zwaar slingerende achter 2 ankers, terwijl de motor volle kracht draaide. Aanvankelijk weigerde de “Mine” assistentie, doch toen het vaartuig meer en meer verlijerde, werd dankbaar gebruik gemaakt van de diensten van de “Dorus Rijkers”, welke na onder moeilijke omstandigheden verbinding te hebben gemaakt, de “Mine” behouden te Den Oever binnenbracht. Aan boord van de “Mine” bevonden zich 6 man o.w. de Directeur van het Loodswezen i/h 3e district, de kapitein ter zee B.Kruys. de bemanning van de “Dorus Rijkers” bestond Uit:C.Bot,schipper, J.A.Oostendorp, stuurman, R.Eelman,motordrijver,K.Bijl,W.deBoer en C.BotJr, opstappers.

Van den heer Kruys ontvingen wij de onderstaande dankbetuiging:

“Ik heb de eer U mijn dank te betuigen voor de op 11 October jl. door Uwe reddingboot “Dorus Rijkers” verleende assistentie aan het Motorbetonnings- en Verlichtingsvaartuig No.6, dat nabij de spitse ton No.1 in het Zwin door den storm overvallen was en niet bij machte was daarin op te komen. Voor 2 ankers liggende kon het vaartuig zijn plaats behouden, maar bij den krachtigen storm was sleepboothulp absoluut noodzakelijk. Hoewel sleepboothulp van de Marine iets eerder aanwezig was dan de “Dorus Rijkers”, was het mij aangenaam toch van de hulp van Uwe zeer actief optredende en keurig werkende reddingboot gebruik te mogen maken. De “Dorus Rijkers” heeft het vaartuig veilig in Den Oever binnengesleept. Hoewel ik den schipper van de reddingboot persoonlijk heb bedankt, zal ik het op prijs stellen indien U hem en zijne bemanning mijn dank en waardering voor de verleende hulp wilt overbrengen”.

De Directeur van het Loodswezen i/h 3e District, (w.g.) B.Kruys.

Eveneens kregen wij een dankbetuiging van den Inspecteur-Generaal van het Loodswezen, Schout bij Nacht N.J.van Laer, dd. 16 October 1933

“Ik heb de eer U te berichten, dat mij is gerapporteerd, dat op den 11en October jl. bij stormweer het motorbetonnings- en verlichtingsvaartuig No.6, aan boord waarvan zich de Directeur van het Loodswezen enz. in het 3e district bevond, nabij Den Oever in moeilijkheden is geraakt, zoodat sleepbootassistentie werd ingeroepen. Daarop is de “Dorus Rijkers” uit Nieuwediep ter assistentie uitgegaan en heeft deze het voornoemde motorbetonnings- en verlichtingsvaartuig te Den Oever binnengesleept. Het zij mij vergund U voor deze krachtdadige hulp mijn dank te betuigen,

De Inspecteur-Generaal van het Loodswezen, (w.g.) van Laer.

Als regel mogen onze reddingbooten alleen gebruikt worden voor het redden van schipbreukelingen, indien echter geen sleepboot ter plaatse aanwezig is en de omstandigheden zijn zoodanig dat door het NALATEN van het uitbrengen van trossen, de opvarenden van het schip in levensgevaar kunnenkomen, is de schipper der reddingboot gerechtigd het in nood verkerende vaartuig op sleeptouw te nemen. In dit geval was een Marinesleepboot ter plaatse doch deze kon tengevolge van haar diepgang de “Mine” niet dicht genoeg benaderen.

Uit: de Motorreddingboot Dorus Rijkers blz. 42, van A van der Hel

Aan boord van de gestrande “Mine” van de betonning was o.a. de Directeur van het Loodswezen in het 3e district de Kapt.ter zee B.Kruys

Uit: De Heldersche Courant, 12/10/1933; p. 5/12

De “Dorus Rijkers” voer uit om te assisteren bij het binnenbrengen van het Inspectievaartuig van het Loodswezen, dat bij Wieringen verplicht was ten anker te gaan, daar door den storm, die op dat moment hevig was, geen kans zag om op eigen kracht de haven van Den Oever te bereiken. Voor Schipper Bot en zijn mannen was ’t slechts een peuleschilletje, om, het aan den storm blootgestelde vaartuig behouden te Den Oever binnen te brengen…

Uit: De Heldersche Courant 12/10/1933; p.11/12

Storm aan Den Oever

…een botter, de WR 72, welke met gescheurde zeilen tevergeefs trachtte de visschershaven binnen te loopen, werd in deze pogingen geassisteerd door de m.b. “Tureluur”, welke het schip in behouden haven bracht. Ook het vaartuig van den Insoecteur van het Loodswezen heeft het zwaar te verantwoorden gehad. Even voor den middag vertrok gemeld schip uit de Oeversche haven en zette koers naar Den Helder. Juist buiten de haven nam de storm zoo in kracht toe—de snelheid bedroeg toen ongeveer 30 M. per seconde—, dat men genoodzaakt was te ankeren. Het gevaar was niet denkbeeldig, dat de ankers zich zouden begeven, daar, naar men ons van bevoegde zijde mededeelde, de motor vol moest aandraaien om de ankers te houden. Als de ankers zich begaven zou het schip op den steenen dam voor de haven te pletter zijn geslagen.

Op het hierbedoelde jacht had men intusschen de sjouw geheschen, waarop de heer Vlieger met het vaartuig van de visscherijinspectie is uitgevaren om assistentie te verleenen. Ook dit vaartuig kon geen hulp verleenen, daar er momenten kwamen, dat het niet voldoende tegen den storm kon optornen. Ondertusschen had de sluismeester het Loodswezen te Den Helder opgebeld, waarna om ongeveer drie uur een sleepboot van de Marine en de reddingboot “Dorus Ri9jkers” verscheenen. Na veel moeite mocht het tenslotte de “Dorus Rijkers” gelukken een tros vast te zetten, welke het vaartuig van het loodswezen behouden binnenbracht. De “Dorus Rijkers en de marine-sleepboot zijn weder onmiddellijk naar hun standplaats teruggekeerd. Zoodra het vaartuig van het loodswezen goed en wel gemeerd lag, bracht de schipper den heer Vlieger van de V.I. 1 zijn welgemeenden dank voor zijn verleende hulp, al kon van deze hulp, door het slechte weer en de ongunstige omstandigheden, waarin het vaartuig verkeerde, weinig profijt worden getrokken. Goede zeemanschap en doortastendheid hebben ook hier weer op de woedende baren mogen zegevieren. Een groote menschenmenigte sloeg vanaf den dijk der visschershaven het gebeuren gade.

 

Motorbarkas Kon.Marine M2

Datum: 2 november 1933
Station: Helder/Malzwin
Aantal geredden: 7
Redding nr.: 200

Uit: De Reddingboot nr.38 november 1934 blz.1043

Een motorbarkas van de Marine in moeilijke omstandigheden

Den 2en november ten 5 u. 45 n.m. weer bericht ontvangen van den Chef v/d Marinestaf te Den Helder dat men in ernstige ongerustheid verkeerde omtrent het lot van de motorbarkas der marine “M 2”, aan boord waarvan zich de Commandant der Marine te Willemsoord, Vice-Admiraal C.J.E.Brutel de la Rivière bevond. De “M2”was des namiddags 4 uur van Texel vertrokken. Behalve de sleepboot “Drente” waren reeds Hr.Ms.Z5 en Hr.Ms.Vulcanus uitgezonden om de “M2”te zoeken. De “Dorus Rijkers” verliet zoo spoedig mogelijk na ontvangst van dit bericht de haven en zette koers naar het Malzwin. Het was stormweer uit het W.N.W. met hooge zee. Zware buien belemmerden het zicht. Ter hoogte van spitse ton No.1 van het Malzwin werd een stakellicht ontstoken om aandacht te trekken, ter hoogte van spitse ton No.4 werd dit herhaald. Hierop werd om de Zuid een klein flaplichtje gezien. Gezien den zeer hoogen waterstand (het water was door den harden wind tot ±1 m. boven normaal hoog water opgewaaid) besloot schipper Bot het erop te wagen over het Balgzand te varen. Er stond 7.

 

Zoektocht naar mrb Neeltje Jacoba

Datum: 20 oktober 1935
Station: Den Helder
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 263

Uit: De Reddingboot nr. 40, December 1935, blz.1195

( Korte samenvatting) op 19 Oktober 1939 voer de mrb “Neeltje Jacoba” ( Station IJmuiden) uit ter assistentie van het ss “Kerkplein” en de mslb “Drente” ( Bureau Wijsmuller). Door een zware breker sloeg de radioantenne van de “Neeltje Jacoba” stuk. Na reparatie kon nog wel worden uitgeluisterd , echter konden er geen berichten meer worden uitgezonden. Schipper Kramer van de “Neeltje Jacoba” wilde het daglicht afwachten alvorens IJmuiden weer binnen te varen. De “Kerkplein” en de “Drente”( met een tros in de schroef) waren ondertussen gestrand bij Egmond. De bemanning van de “Drente” werd onder zeer zware omstandigheden gered door de bemanning van de Egmondse roeireddingboot. Bij het tellen van de geredden bleek dat de kapitein niet gered was. Opnieuw werd naar de “Drente“ geroeid en de kapitein uit zijn half onder water staande hut gehaald. Er was iets voor de deur geschoven zodat deze niet meer open kon.

 

Marinesleepboot No. 1

Datum: 7 september 1936
Station: Den Helder/Zuidwal
Aantal geredden: 5
Redding nr.: 302

Uit: De Reddingboot nr. 42, december 1936 blz.1274 en 1276

’s Middags begon het al, toen de motorreddingboot “Dorus Rijkers” onder schipper C.Bot de Marinesleepboot No.1, die op de Zuidwal bij Nieuwediep was gestrand, uit een zeer
benarde situatie redde.

Uit: De Reddingboot nr. 43, mei 1937: blz. 1313 en 1314

De “Dorus Rijkers” bergt een Marine-sleepboot.7 September 1936 kreeg de pl. Commissie te Den Helder ten 15 uur bericht, dat een jolletje van de Marine met 2 man in gevaar verkeerde op den Zuidwal.De assistentie van de mrb. “Dorus Rijkers” werd direct aangeboden, doch de Commandant van Hr.Ms. “Wachtschip” wenschte eerst met eigen middelen te trachten het sloepje op te pikken waarmede de Marine-sleepboot No. 1 werd belast. De sleepboot kon echter bij den Zuidwal niets doen en raakte zelf aan den grond. Intusschen werd het jolletje opgepikt door de Heldersche motorvlet “H.D. 116” bemand met C. de Wit, K. de Wit, A. de Wit en E. Stegers. De Marine-sleepboot No. 1 geraakte in moeilijke omstandigheden en had dringend assistentie noodig. De mrb. “Dorus Rijkers” verliet daarop ten 16 uur de haven en kon de sleepboot tot op een afstand van 50 m naderen. Aan de motorvlet “H.D. 116” werd gevraagd de verbinding tusschen reddingboot en sleepboot tot stand te brengen. Na een uur werken gelukte het om het gestrande vaartuig met de “Dorus Rijkers” vlot te brengen. De wind was W. tot N.W.,kracht 9 a 10. Van den Commandant der Marine te Willemsoord ontvingen wij een dankbetuiging voor de verleende assistentie.

Bemanning; C. Bot/schipper, J.A. Oostendorp/stuurman, R. Eelman/motordrijver, K. Bijl,

 

Noors ss Sirenes

Datum: 8 september 1936
Station: Den Helder/Callantsoog
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 306

Toen het in den ochtend van 8 september 1936 vaststond, dat het ss “Sirenes” op onze kust zou moeten stranden, is de motorreddingboot “Dorus Rijkers” van Den Helder vertrokken. Na een zwaren tocht, de wind was W., kracht 8 a 10 en de zee zéér ruw, kwam de reddingboot dwars van Callantsoog, doch de “Sirenes” was toen reeds gestrand op een strekdam en kon niet meer worden benaderd.De “Dorus Rijkers” is toen, na draadloos telefonisch overleg met de plaatselijke Commissie te Den Helder, teruggekeerd.

Bemanning; C. Bot / schipper, J.A. Oostendorp / stuurman, R. Eelman / motordrijver, W. de Boer, P.W. Bot, K. Bijl.

 

Grieks ss Atlanticos

Datum: 18 oktober 1936
Station: Den Helder/Schulpengat
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 310

Uit: De Reddingboot nr. 43, Mei 1937 : blz.1316

Het Griekse ss. Atlanticos in nood

Den 18en November 1936 vertrok de mrb. “Dorus Rijkers” ten 7.30 uur uitDen Helder naar het Grieksche ss “Atlanticos”, dat zich 8 zeemijl dwars van Callantsoog in nood bevond. De wind was N.W., kracht 10, hooge zee.
Ter hoogte van de verkenningston van het Schulpengat werd de “Atlanticos” aangetroffen met de sleepboot “Utrecht”, die bezig was verbinding te maken.
De “Dorus Rijkers” bleef in de nabijheid totdat de verbinding van sleepboot en schip tot stand was gekomen en begeleidde de sleep tot voor de haven van Nieuwediep.

Bemanning: J.A. Oostendorp / schipper, R. Eelman / motordrijver, W. de Boer, K. Bijl.

Uit: Geschiedenis Bureau Wijsmuller

18 November 1936 verkeerde het Griekse ss “Atlanticos”, op 8 mijl dwars van Callantsoog in een noordwesterstorm, windkracht 10, in nood. De “Utrecht”wist vast te maken en bracht het schip naar Den Helder.

Uit: De Heldersche Courant, 19/10/1936; p.8/12

Stormachtige Zaterdagnacht en Zondag
Grieksch stoomschip voor Callantsoog seint om hulp. Door de “Utrecht”nar de ree gesleept
Schip in nood…

Dan komt de tijding, dat er een schip buitengaats in nood zit, althans assistentie vraagt.
Dat was om half zeven gistermorgen. Om dien tijd ontving de Kustwacht een telegram van het Grieksche stoomschip “Atlanticos”, hetwelk de mededeeling inhield, dat het in nood verkeerde en sleepboothulp wenschte. Als positie werd opgegeven 52.50 Noorderbreedte en 4.28 Oosterlengte. Zoo spoedig niet was het bericht binnen of de loodscommissaris, de heer P.C. van Diest, stelde zich in verbinding met den plaatselijke agent van de bergingsfirma Wijsmuller en het duurde geen half uur of de sleepboot “Utrecht” was bemand en kon de haven verlaten.

Ook de “Dorus Rijkers”ter assistentie uitgevaren

Afschoon de “Atlanticos” alleen sleepboothulp gevraagd had, besloot de loodscommissaris veiligheidshalve ook de “Dorus Rijkers” naar de plaats waar zich de in nood bevindende Griek bevond, te zenden. Ook deze verliet even later de haven. Om 8 uur bereikte men de Grieksche boot. Het bleek, dat deze het zwaar van de hooge zeeën te verduren had, hetgeen te begrijpen is als men weet, dat de “Atlanticos” in ballast voer en hoog op het water lag.
Ofschoon men dien nacht alles in het werk had gewsteld zoo ver mogelijk uit de kust te blijven, was men deze op den tijd, dat de “Utrecht” naderde, toch tot op 6 mijl genaderd en wel tusschen de ton van het Schulpengat en de Zuidehaaks boei, dicht in de nabijheid der gronden.

Vlotte verbinding

Alles aan boord van den Griek was reeds in gereedheid gebracht om de sleepbootassistentie te ontvangen en toen de eerste lijn over ging, was men zoo fortuinlijk ook direct verbinding te hebben. Door middel van een lijn werd een zare sleeptros overgebracht en zoo ving de terutocht naar Nieuwediep aan. Het bleek, dat het schip inderdaad geheel in ballast voer, Vrijdag Londen verlaten had met bestemming Amsterdam en een inhoud heeft van 5446 bruto registerton.
Daar er geen enkel gevaar meer dreigde, kerde ook de “Dorus Rijkers” naar Nieuwediep terug, even achter den Griek blijvend, en te ongeveer 10 uur kon het publiek, dat reeds in grooten getale op den dijk aanwezig was, de schepen aan zien komen. Het was een interessant schouwspel, het hoog op de golven liggende schip, met er vóór slechts verbonden door een enkele tros de “Utrecht”, die geheel in het niet verzonk bij de afmetingen van zijn sleep. Zwarte rook sloeg over de brug en de masten en herhaaldelijk braken de zware golven over de schepen heen.

Pech voor de “Holland”

Inmiddels was ook de sleepboot “Holland” van de reederij Doeksen te Terschelling, die de reis binnendoor gemaakt had, verschenen doch arriveerde eerst bij den Griek, toen deze zoo goed als op de ree lag. Voor de “Holland”dus een vergeefsche tocht.
Om ongeveer 12 uur werd het anker uitgeworpen, en een uur later lagen zoowel de “Holland” als de “Utrecht” weer rustig in de haven, evenals de “Dorus Rijkers”, die reeds eerder haar ligplaats weder opgezocht had.
Wij hadden nog even een onderhoud met schipper Coen Bot van de reddingboot, die zich na aankomst direct naar den loodscommandant begaf om verslag van zijn bevindingen uit te brengen, de heer Bot vertelde ons, dat het buitengaats héél slecht was en dat de “Utrecht” juist op tijd gekomen was om hulp te bieden. Ware deze iets later gearriveerd, dan was het met den Griek minder fortuinlijk afgeloopen.

Naar wij later op den dag vernamen, zal het schip zijn onderbroken reis zoo spoedig mogelijk voortzetten. Het heeft in geen enkel opzicht averij gemaakt.
Een voor Den Helder wel zeer interessante bijzonderheid is het feit, dat de eerste stuurman van de “Atlanticos” indertijd eveneens eerste stuurman was op het Grieksche stoomschip “Eugenia”, dat in 1928 op den dijk voor het Postkantoor sloeg en daar geruimen tijd vastgezeten heeft. Waaruit blijkt hoe klein de wereld is, en hoe gevaarlijk de Nederlandsche kust. Uit den aard der zaak zag het dien Zondagmorgen zwart van het volk op den Dijk en de Buitenhaven. Ten eertse had ’t bericht van het schip als een loopende vuurtje zijn ronde door de stad gedaan en ten tweede…, was het Zondagmorgen.

 

Watervliegtuig Kon.Marine

Datum: 20 september 1937
Station: Den Helder/Malzwin
Aantal geredden: 0
Redding nr: 354

Uit: De Reddingboot, nr. 45, juni 1938: blz.1391

Marinevliegtuig in moeilijkheden

Den 20en september 1937 deelde de Commandant van het vliegkamp “De Mok” op Texel ten 19.45 uur aan de Plaatselijke commissie te Den Helder mede, dat men in ongerustheid verkeerde over een watervliegtuig. Marinesleepbooten waren reeds geruimen tijd geleden vertrokken, evenwel was noch van de sleepbooten, noch van het vliegtuig iets vernomen. Vermoedelijk zouden zij in de omgeving van het Malzwin zijn. Het weer was zeer buiig, (wind NNW., kracht 6) en de duisternis viel in. Onmiddellijk werd de mrb. “Dorus Rijkers” uitgestuurd om een onderzoek in te stellen. De reddingboot trof in het Malzwin de sleepboot aan, die geregeld lichtkogels afschoot. Het bleek echter dat de sleepboot, die midvaarwaters lag, geen hulp noodig had; aan de “Dorus Rijkers” werd medegedeeld, dat het vliegtuig vermoedelijk op lager wal was geraakt. De “Dorus Rijkers” had evenwel te veel diepgang om den Zuidwal af te zoeken en per radiotelefoon werd aan de kustwacht Kijkduin medegedeeld dat de reddingboot naar de haven terugkeerde om een vlet te halen. Hier werd onmiddellijk op gereageerd en nog voordat de “Dorus Rijkers” de haven van Nieuwediep had bereikt, kwam de vlet de reddingboot reeds tegemoet. Met de vlet op sleeptouw keerde zij terug naar het Malzwin, waar ter hoogte van roode ton No. 4 een tweede sleepboot werd aangetroffen, die de bemanning van het zoekgeraakte vliegtuig aan boord had. Het vliegtuig zelf was naar Wieringen afgedreven. De mrb. “Dorus Rijkers” keerde daarop terug naar de haven.

Bemanning; C. Bot / schipper, J.A. Oostendorp / stuurman, R. Eelman / motordrijver, W. de Boer, P.W. Bot, K. Bijl, J.J. Runnenburg.

 

 

Nederlandse motorlogger KW 15 „Rijnmond IV

Reder: Viss. Mij. Rijnstroom voor de KW 15 „Rijnmond IV
Datum: 5 juli 1945
Station: Den Helder/Zuiderhaaks
Aantal geredden: 9
Redding nr.: 929

Uit: De Reddingboot nr 60 Mei 1946 blz. 2147 en 2148
Den Helder, motorlogger gestrand

5 Juli vertrok de mrb. „Dorus Rijkers”ten 22 u. uit de haven op het bericht, dat de motorlogger KW15 op de Zuiderhaaks was gestrand. Via het Westgat werd naar de opgegeven plaats gevaren, doch bij den ingang van het Westgat zag men in de richting van de Noorderhaaks twee loggers. De koers werd gewijzigd en de reis via het Molengat voortgezet.
Een de loggers bleek de KW15 te zijn, de andere logger, KW43, had verbinding gemaakt met een staaldraad. Tengevolge van onbekendheid met den stroom en het niet gebruiken van zijn ankers dreef de KW43 steeds dichter naar de Noorderhaaks gronden.
Ongetwijfeld zou dit schip ook zijn gestrand indien schipper Bot hem niet tijdig had gewaarschuwd, waarop de schipper van de KW43 zijn ankers liet vallen. Nu mocht het de „Dorus Rijkers” gelukken om, zij het ook met eenige moeite, de KW15 vlot te sleepen.
De KW43 nam de KW15 toen op sleeptouw en vervolgde de reis naar IJmuiden. Het zicht was matig en de vuurtoren Kijkduin brandde nog niet, zoodat de „Dorus Rijkers” tot 6 Juli 4.30 u. ten anker kwam. Ten 6 u. was zij terug in den haven van den Helder.
Wind N.N.W. 2



Nederlandse motorbotter HD56 “Gezina”

Eigenaar: P Bais
Datum: 1 november 1945
Station: Den Helder/Razende Bol
Aantal geredden:4
Redding nr.: 959 en 960

Uit: De Reddingboot nr. 60 Mei 1946 blz. 2155

1 November 0.30 u. werd de plaatselijke Commissie door de kustwachtpost Kijkduin gewaarschuwd, dat er in de richting van het Westgat stakellichten werden gezien. Ten 1 u. voer de mrb. “Dorus Rijkers” uit onder commando van P.W.Bot ( schipper, C.Bot, was ziek). De mrvl. ”C.K.Baas” werd op sleeptouw genomen aangezien de kans bestond, dat de “Dorus Rijkers” het gestrande vaartuig niet dicht genoeg kon naderen. Op de Razende Bol werd de botter “HD56”gevonden, het schip was lek gestooten tengevolge van de stranding en maakte meer en meer water. De bemanning had reeds toevlucht moeten zoeken op de giek en was van plan de mast in te gaan, toen de “C.K.Baas” langszij kwam en de vier opvarenden overnam. De schipper van de “HD56” was uiterst verheugd voor de tijdig verleende hulp. Ten 4 u. was de reddingboot terug. Wind Z.t.O., 3, mistig weer, kalme zee. Ten 12 u. meldde de kustwacht opnieuw dat ver een vaartuig op de Razende Bol was geraakt. Vermoed werd, dat dit wel de “HD56” zou zijn, doch zekerheidshalve zijn de “Dorus Rijkers” en de “C.K.Baas” voor onderzoek uitgevaren. Inderdaad was het de HD56.

 

Vervoer t.b.v. ziekenbezoek

Datum: 10 november 1945
Station: Den Helder
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 962

Uit: De Reddingboot nr 60 Mei 1946 blz.2156 en 2157

Den Helder

10 November vroeg de Commandant van het fort “Erfprins”( strafkamp voor politieke gevangenen ) aan de plaatselijke Commissie of zij de mrb. “Dorus Rijkers” beschikbaar wilde stellen om een der gedetineerden, wiens dochtertje op sterven lag, naar Texel te brengen. In verband met het late uur was er geen vervoer meer mogelijk met de veerboot. Gezien de bijzondere omstandigheden werd aan het verzoek voldaan. Ten 20 u. is de reddingboot vertrokken, drie uur later voer zij terug. De Commandant van fort “Erfprins” was zeer dankbaar voor den bewezen dienst, van de vader, die de gelegenheid had gekregen afscheid van zijndochtertje te nemen, werd een schriftelijke dankbetuiging ontvangen.
Bemanning: P.W. Bot / schipper, R. Eelman / motorist, J. van Veen.

 

Nederlandse Vissersvaartuig TX 79

Datum: 3 juli 1946
Station: Den Helder/Molengat
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 1001

Uit: De Reddingboot nr mei 1947 blz. 2253 en 2254

Visschersvaartuig op mijn geloopen

Den 3en juli kreeg de plaatselijke reddingscommissie te Den Helder ten 15.18 uur bericht van de kustwacht Kijkduin, dat een visschersvaartuig nabij stompe ton No. 2 van het Molengat op +/_ 250 m. uit de Texelsche kust, op een mijn was geloopen.

Twaalf minuten later voer mrb. „Dorus Rijkers” de haven uit. Bij den ingang van het Molengat werd de reddingboot gepraaid door de TX 54, die mededeelde, dat de motorblazer TX 79 op een mijn ( ongetwijfeld een z.g. K-mijn) was geloopen. De beide opvarenden bevonden zich bij hem aan boord, een ervan was ernstig gekwetst. De „Dorus Rijkers” nam de gewonde over en verzocht draadloos telefonisch een auto voor het vervoer in gereedheid te brengen. Toen de reddingboot ten 17 uur meerde, kon het slachtoffer dan ook direct naar het ziekenhuis worden gebracht. Door de mijnontploffing sloeg het voorschip van de TX 79 in de lucht, het achterschip werd uit het water gelicht en smakte terug. Beide opvarenden zaten achterin. Zij konden door de zich in de nabijheid bevindende 23 worden gered, die de geredden overgaf aan de TX 54. Wind N.O. 2, fraai weer.

Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, R. Eelman / motorist, D. Snip.


Nederlandse motorbotter HD 112 ”Geertruida”

Eigenaar: P Bais
Datum: 24 augustus 1946
Station: Den Helder/Molengat
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 1016

Uit: De Reddingboot nr.6 2 mei 1947 blz. 2258

Motorbotter geassisteerd

24 augustus ten 2 uur meldde de kustwachtpost Kijkduin een stakellicht ter hoogte van de uiterton van het Molengat. De mrb. “Dorus Rijkers” voer ten 2.30 uur uit en vond de motorbotter HD 112, die tengevolge van gebrek aan olie de haven niet meer kon bereiken. De reddingboot nam de botter op sleeptouw en bracht deze ten 4.15 uur te Den Helder binnen. Fraai weer, wind ZW, 2.

Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, L. van Loosen.

 

Engels zeiljacht Sea-Breeze

Datum: 2 september 1946
Station: Den Helder/Molengat
Aantal geredden: 5
Redding nr.: 1018

Uit: De Reddingboot nr. mei 1947 blz. 2258

Engelsch zeiljacht gered

2 september 4.10 uur zag de kustwachtpost Kijkduin noodseinen in de richting uiterton Molengat. De bemanning van de mrb. “Dorus Rijkers” werd gealarmeerd en voer uit onder zware regen en onweersbuien. Wind WZW, kracht 4.Op 1.5’ N.t.W. van de uiterton werd het Engelsche jacht “Seabreeze” aangetroffen met 5 Engelsche marineofficieren aan boord. De keerkoppeling was defect geraakt en met het oog op het noodweer waren vuurpijlen afgestoken. De mrb. “Dorus Rijkers” nam de “Seabreeze” op sleeptouw en arriveerde ten 7.30 uur te Den Helder. Captain E.D.Stroud betuigde, mede namens de overige opvarenden, zijn dank voor de verleende hulp, die onder zeer ongunstige omstandigheden plaats vond. De mast van de “Seabreeze” was over eenige meters gescheurd, zoodat de zeilen niet konden worden geheschen.

Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, L. van Loosen, D. Snip.

 

Engels motorjacht Wotan

Datum: 7 en 8 september 1946
Station: Den Helder / Molengat
Aantal geredden: 4
Redding nr.: 1021

Uit: De Reddingboot nr. mei 1947 blz. 2259 en 2260

Engelsch motorjacht geassisteerd

7 september rapporteerde de kustwachtpost Kijkduin ten 22.30 uur dat in de richting 350, dicht onder de Westkust van Texel, een vuurpijl was gezien. Aangezien de mogelijkheid niet was uitgesloten, dat deze vuurpijl door een of andere militaire post was afgeschoten, werden eerst nadere inlichtingen gevraagd. Inmiddels zag de Kustwacht nog meer vuurpijlen en ten 23.30 uur vertrok de mrb. “Dorus Rijkers” uit de haven met een vlet op sleeptouw. Bij de uiterton van het Molengat werd aan boord van de reddingboot een lichtkogel afgeschoten, welk sein door het in nood verkeerende vaartuig werd herhaald. Ten 1 uur zag de bemanning van de “Dorus Rijkers” even boven de waterspiegel een klein lichtje. Toen dit ongeveer op 8 streken aan stuurboord werd gepeild, liep de reddingboot den wal in, voortdurend het lood gaandehoudend. In verband met de duisternis kon de juiste ligging van het vaartuig ten opzichte van den wal niet worden bepaald, zoodat het niet verantwoord was met het oog op de K-mijnen om met de “Dorus Rijkers” verder te varen toen een diepte van 4 ½ vadem was aangelood. Enkele opvarenden gingen nu met de vlet verder. Na twintig minuten was deze terug. De noodseinen bleken afkomstig te zijn van het ten anker liggende motorjacht “Wotan”, aan boord waarvan zich vier Engelsche Marineofficieren bevonden. Mast en zeilen waren na breken van het voorstag over boord geslagen, de motor was defect en hulp dringend noodig. De “Wotan” was op reis van Wilhelmshafen naar Portsmouth. De diepte bij de “Wotan” bedroeg 4 vaam zoodat het, ook al omdat het water wies, wel verantwoord werd geacht met de “Dorus Rijkers” dichterbij te komen. Een tros werd overgebracht, doch de Engelschen slaagden er niet in het anker te bergen. Twee man van de “Dorus Rijkers” verleenden hun nu assistentie. Zij verbonden de sleeptros met een paalsteek aan de ankerketting, waarop de reddingboot vooruit stoomde en het anker uit de grond brak. Met de “Wotan” op sleeptouw arriveerde de reddingboot den 8sten September 3.45 uur in Den Helder. Commander John de F. Jaccoi R.N. die het bevel voerde over de “Wotan” verklaarde, dat het aanvankelijk in zijn bedoeling had gelegen den 7en September +/_ 11 uur een loods te nemen voor het Stortemelk, doch hiervan zag hij af vanwege onbekendheid met de Nederlandschen kust. De kustwacht Eierland bij De Cocksdorp (Texel) had op 7 September +/_ 11 uur een jacht gezien, dat zich nabij de kust ophield en klaarblijkelijk de koers was kwijt geraakt, waarop de kustwacht de vlag U (= gij stuurt een gevaarlijke koers) heesch. Blijkbaar hebben de Engelschen dus het Eierlandsche gat voor het Stortemelk aangezien. Commander Jaccoi betuigde zijn erkentelijkheid voor de verleende hulp en sprak zijn waardeering uit over de goede uitkijk van de Kustwacht. Wind Z.t.O. kracht 3, goed weer.

Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, J. Bijl / motorist, L. van Loosen.

 

US drijvende kraan en lichter

Datum: 19 september 1946
Station: Den Helder/Benoorden Callantsoog
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 1028

Uit: De Reddingboot nr.62 mei 1947 blz. 2266

Ook de “Dorus Rijkers” uit

19 september voer mrb. “Dorus Rijkers” onder zeer ongunstige omstandigheden ( wind NW kracht 9_10, hooge zee) ten 9 uur uit Den Helder op het bericht, dat nabij Petten een lichter met hout was gestrand en een drijvende bok in de richting van Callantsoog dreef, beidelosgeslagen van een tweetal Amerikaansche sleepbooten, op weg van Vlissingen naar Bremerhaven. Dwars van Falga praaide een dezer sleepbooten, dat de kraan was gestrand, doch dat er geen volk aan boord was, zoodat de reddingboot terugkeerde en ten 11.30 uur te Den Helder meerde.

Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, J. van Dok, L. van Loosen, D. Snip.

 

Deens ss Lilian

(1)(2)(3)(4)(5)

(1) Datum: 12 januari 1947
Station: Den Helder / Noorderhaaks
Aantal geredden: 1
Redding nr.: 1037

Uit: De Reddingboot nr. 64 april 1948 blz. 2347

1037 t/m 1041 Stranding Deens ss Lilian

12 januari ontdekte de Kustwachtpost Kijkduin met dag worden een schip op de Keizersbult (Noorderhaaksgronden). Wind Z.W. 5, matig zicht, aanschietende zee. Direct werd de mrb. “Dorus Rijkers” gealarmeerd en deze vertrok ten 8.30 u. uit de haven. Via het Westgat voer de reddingbot naar de Noorderhaaks en schoot langszij van het gestrande schip, het Deensche ss “Lilian”, dat, op weg van Fowey naar Helsingfors met een lading pijpaarde ( geen rijpaarden, zoals later in de krant stond!), Zaterdag 11 Januari omstreeks 19.10 u., tijdens zware regenbuien de route kwijt raakte en op de gronden terecht kwam. Er waren 17 man aan boord. De gezagvoerder verklaarde nog geen hulp nodig te hebben. Nauwelijks had de “Dorus Rijkers” losgemaakt of er ontsnapte veel stoom in de midscheeps. De hoofdstoomleiding was gesprongen tengevolge waarvan de tweede machinist brandwonden opliep aan hoofd en handen. Hij werd aan boord van de reddingboot genomen en deze voer terug naar Den Helder. Per radiotelefoon werd de Kustwacht gewaarschuwd, zodat, toen de “Dorus Rijkers” ten 12.30 uur de haven binnenliep, een ziekenauto gereed stond om de gewonde machinist naar het Gemeentelijk Ziekenhuis te transporteren.
Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, J. Bijl / motorist, C. Bot, J.J. van Dok, L. van Loosen.

(2) Datum: 12 januari 1947
Station: Den Helder / Noorderhaaks
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 1038

Uit: De Reddingboot nr.64 april 1948 blz.2348

De weersverwachting luidde ongunstig, zodat verwacht kon worden, dat de “Lilian”, die reeds sleepboothulp had ingeroepen, vermoedelijk ook assistentie der reddingboot nodig zou kunnen hebben. Ten 14.30 vertrok de “Dorus Rijkers” opnieuw uit de haven. De sleepboot “Stentor” van Bureau Wijsmuller was ter plaatse gekomen en maakte ten 16 uur verbinding. De “Lilian” verkeerde nog niet in nood maar de “Dorus Rijkers” bleef de gehele middag waakzaam en keerde, nadat de gezagvoerder, Folmer Clausen, beloofd had dadelijk te zullen waarschuwen als hij reddingboothulp verlangde, ±19.30 uur terug naar de haven, alwaar ten 20.30 uur werd gemeerd.

Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, J. Bijl / motorist, C. Bot, J.J. van Dok, L. van Loosen.

(3) Datum: 13 januari 1947
Station: Den Helder / Noorderhaaks
Aantal geredden: 12
Redding nr.: 1039

Uit: De Reddingboot nr. 64 april 1948 blz. 2348

Maandag 13 januari ongeveer 8.30 uur kwamen de sleepboten “Stentor” en “Borndiep” terug in de haven van Den Helder, het was buiten te ruw geworden voor verdere bergingspogingen. Besloten werd zekerheidshalve de “Dorus Rijkers” uit te sturen om de toestand van de “Lilian” op te nemen. Bij de Keizersbult gekomen bleek het schip enige slagzij over bakboord te maken, de zeeën liepen geregeld over dek, maar aan stuurboord werd een vrij goede lij gevonden. De gezagvoerder vroeg naar de laatste weerberichten. Deze luidden ongunstig. Hij besloot hierop 12 man over te zetten op de reddingboot. Deze manoeuvre verliep vlot en 13.30 werden deze 12 Deense schepelingen te Den Helder gedebarkeerd.

Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, J. Bijl / motorist, C. Bot, J.J. van Dok, L. van Loosen.

(4) Datum: 13 januari 1947
Station: Den Helder / Noorderhaaks
Aantal geredden: 4
Redding nr.: 1040

Uit: De Reddingboot nr. 64 april 1948 blz. 2348 en 2349

In de middag van 13 januari werd scherp uitgekeken naar eventuele noodseinen van de “Lilian”, de Z.W. wind was aangewakkerd tot stormkracht, het zicht was slecht en er stond hoge, ruwe zee. Ten 20 uur kwam het bericht van de Kustwachtpost Kijkduin, waarop de bemanning van de “Dorus Rijkers” met spanning had gewacht. De “Lilian” seinde,herhaaldelijk met de morselamp “Please send…. Please send….”. meer kon niet worden ontcijferd. De “Lilian” bleek een slag in de rondte te hebben gemaakt en lag met de kop in zee zodat er in het geheel geen lij was. Door handig te manoeuvreren zag schipper P.W.Bot er kans toe dicht te naderen, dat de nog aan boord zijnde Denen, w.o. de gezagvoerder, in het net konden springen. Een hachelijke manoeuvre in het donker! De eerste man, die de sprong waagde, kwam op het dek terecht, maar de overige drie belandden veilig in het net. Zeer verheugd met deze goede afloop voer schipper Bot dor het Westgat terug en meerde ten 22.45 uur in de haven.
Bemanning: P.W. Bot/schipper, J. van Veen/stuurman, J. Bijl/motorist, J.J. van Dok,L. van Loosen.

(5) Datum: 14 januari 1947
Station: Den Helder / Noorderhaaks
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 1041

Uit: De Reddingboot nr. 64 april 1948 blz. 2349 en 2350

Die nacht stormde het hevig, de verlaten “Lilian” raakte van de Keizersbult los, dreef over de gronden en strandde tenslotte in de vroege morgen van 14 januari op de Razende |Bol. Besloten werd de “Dorus Rijkers” op verkenning uit te sturen om de positie van het schip op te nemen. Toen de Marine echter waarschuwde, dat de “Lilian” zich in een nog niet van mijnen gezuiverd gebied bevond werd de reddingboot radiotelefonisch teruggeroepen. Ten 13.30 uur was zij terug in de haven.
Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, J. Bijl / motorist, J.J. van Dok, L. van Loosen.

De “Lilian” bleef nog enkele weken een “baken in zee” op de Razende Bol. Eerst nadat de lading was gelost slaagde kapitein Clausen er in weer water onder zijn kiel te krijgen. Deze prooi was de Haaksgronden ontgaan! De eigenaar van de “Lilian”, J. Lauritzen te Kopenhagen, toonde zich zeer dankbaar voor de diensten van de “Dorus Rijkers”. 30 Januari zond hij F 1000.– aan de N.Z.H.R.M. met een hartelijke brief. De kosten van de vijf tochten van de “Dorus Rijkers” (gratificaties bemanning en verbruikte brandstof ) bedroegen in totaal F 475,–.

De N.Z.H.R.M. kende de bemanning van de “Dorus Rijkers” navolgende onderscheidingen toe:

P.W. Bot, schipper                 grote zilverenmedaille met getuigschrift

J. van Veen, stuurman          bronzen    „      „       „

J. Bijl, motordrijver                 bronzen    „      „       „

L. van Loos, matroos           bronzen    „      „       „

J. van Dok, matroos              bronzen    „      „       „

P.W. Bot en J. van Veen, die reeds in het bezit waren van de grote zilveren, resp. grote bronzen medaille, ontvingen de gesp voor deze medaille, die op het lint wordt gedragen.

Uit: De Vrije Alkmaarder, 17/01/1947; p.1/4

“Lilian”nog niet vlot

1900 paardenkrachten zullen Vrijdagmiddag om twee uur opnieuw proberen het bij Den Helder gestrande Deense ss “Lilian” uit zijn benarde positie te bevrijden, nadat de poging, die vannacht door de sleepboot “Hudson”is gedaan, geen succes heeft gehad. De “Hudson” van 1000 PK heeft vanmorgen assistentie gekregen van de 900 PK sleepboot “Schelde”, die eveneens het eigendom is van de Internationale Sleepdienst Smit en Co uit Rotterdam. Vannacht is de “Schelde” vanuit Maassluis naar Den Helder opgestoomd. Met vereende krachten zullen de beide sleepboten bij den volgenden vloed om twee uur vanmiddag onder het wakend oog van de vanmorgen weer uitgevaren reddingboot “Dorus Rijkers” een poging wagen het hardnekkige schip vlot te trekken.

 

Nederlandse motorbotter HD291“Jacoba Adriana“

Eigenaar: R.A.J. Emmelot
Datum: 2 januari 1948
Station: Den Helder / Bij Lichtschip Texel
Aantal geredden: 3
Redding nr.: 1109

Uit: De Reddingboot nr. 66 mei 1949 blz.2451

Motorbotter binnen gebracht

2 januari vertrok de mrb. “Dorus Rijkers” ten 13.00uit de haven van Den Helder op het bericht, dat op 3’ N.O.t.O. van het lichtschip Texel een botter lag met een defecte motor, die om hulp vroeg. 15.15 was de botter, de Helder 291, met drie man aan boord, bereikt. De HD291 lag reeds sedert 1 Januari 18.00 voor anker op 2’ van het lichtschip Texel, doch gaf geen noodseinen om geen verwarring te stichten. Er passeerden namelijk verschillende schepen langs de mijnenvrije E.T. en S.T. routes. Eerst om 23.00 werd gestakeld doch de seinen werden niet opgemerkt. Bij dag worden bleek de HD291 nabij lichtboei ET 3 te liggen, het anker had blijkbaar gekrabd. De schipper hees een grote vlag, doch eerst ten 12.00 heeft het Deense ss “Dago”, dat op korte afstand passeerde, het lichtschip Texel gewaarschuwd. De mrb. “Dorus Rijkers” nam de HD291 op sleeptouw en arriveerde ten 17.45 behouden in de haven van Den Helder. Harde W.Z.W. wind, aanschietende zee.
Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, J. Bijl / motorist, J.J. van Dok, P. Kramer, L. van Loosen.

 

Motorbotter HD 63”Verwachting”

Eigenaar: H F Romkes & L. Schenk
Datum: 3 en 4 maart 1948
Station: Den Helder / Stenen krib Huisduinen
Aantal geredden: 3
Reddingnr.: 1127

Uit: De Reddingboot nr. 66 mei 1949 blz.2458

Vissersvaartuig geborgen

3 maart 15.00 meldde de kustwacht Kijkduin, dat er een vissersvaartuig was gestrand op de stenen krib nabij het lage geleidelicht van het Schulpengat. Aangezien er geen sleepboten te Den Helder waren, die in dit geval iets hadden kunnen uitrichten, voer ten 15.20 de “Dorus Rijkers” uit met een vlet op sleeptouw. Dik van de mist. Een kwartier later lag de reddingboot langszij van de houten motorbotter HD63, waarvan het voorschip vol was gelopen. De reddingboot keerde terug naar Den Helder om een ( draadloos aangevraagde ) motorpomp van de Rijkswerf te halen en was ten 18.30 weer langszij van de botter. Een anker werd uitgezet in W.Z.W.lijke richting, het lek gestopt met een deken en de fok en de pomp in werking gesteld. Ten 21.30 toen de vloed goed doorstond, kwam beweging in het schip, de “Dorus Rijkers”nam de HD63 langszij en voer voorzichtig in de volslagen duisternis ( nog steeds dikke mist ) naar de haven en bracht de botter
(terwijl de pomp voortdurend in werking bleef)naar de Scheepswerf van Visser in de binnenhaven. 4 maart 1.30 lag de “Dorus Rijkers” weer gemeerd in de buitenhaven. De schipper van de HD63, betuigde zijn hartelijke en welgemeende dank voor de hem geboden hulp ( zijn schip was niet verzekerd) , de kosten van deze tocht ( f 128,– ) werden door hem vergoed.

Bemanning: P.W. Bot / schipper, J.van Veen / stuurman, J. Bijl / motorist, J.J. van Dok, P. Kramer, L. van Loosen.

Uit: De Helderse Visserij van 1945 tot 2000 blz. 162
Uit: De Vrije Alkmaarder, 05/03/1948 p.1/4

“Dorus Rijkers” borg Helderse Botter

De Botter “HD 63” uit Den Helder, die Woensdagavond tengevolge van de mist op de strekdam bij de vuurtoren van Kijkduin liep, en lek sloeg, werd door de motorreddingboot “Dorus Rijkers” van de N.Z.H.R.M. geborgen en in de haven van Den Helder binnengebracht.

 

Motorbotter HD8 ”De Jonge Jochem” en Botter WR61

Eigenaar: K Post
Datum: 26 maart 1948
Station: Den Helder / Onrust
Aantal geredden: 5
Redding nr.: 1131

Uit: De Reddingboot nr. 66 mei 1949 blz. 2459 en 2460

Viskotter vlotgesleept

26 maart (Goede Vrijdag) 12.00 rapporteerde kustwacht Kijkduin, dat in de peiling 295 een vissersvaartuig werd gezien, dat vermoedelijk aan de grond zat. Dit bleek de stalen viskotter HD8 te zijn. Het mistige weer maakte de verkenning moeilijk. Even later zag de kustwacht ook in de peiling 359 een gestrand vissersvaartuig (de Wieringen 61). De mrb.”Dorus Rijkers” wachtte tot de achtereb en vertrok om 13.30. Op radio-telefonische aanwijzingen van de Kustwacht voer de reddingboot eerst naar de WR61, doch deze zat zeer droog en er was reeds een andere kotter bij. Ten 15.05 was de HD8 bereikt, die op de Noorderhaaks zat. De “Dorus Rijkers” kwam op 1 1/2 vadem ten anker en maakte verbinding. Toen de vloed doorstond begon de reddingboot te trekken en ten 16.30 was de HD8 vlot. Ten 17.35 was de haven van Nieuwediep bereikt. Kijkduin meldde, dat de WR61 even te voren was vlot gekomen. De onkosten van deze tocht ( F 60,– ) werden ons door de schipper van de HD8 vergoed.

Bemanning: J. van Veen / schipper, J. Bijl / motorist, J.J. van Dok, L. van Loosen.

 

Motorvlet HD310

Datum: 4 mei 1948
Station: Den Helder / Uiterton Schulpengat
Aantal geredden: 0
Reddingnr; 1135

Uit: De Reddingboot nr. 66 mei 1949 blz. 2461

Vissersvlet binnengebracht

Op 4 mei, terwijl de mrb. “Dorus Rijkers” buitengaats was voor de maandelijkse radio-oefening kreeg zij bericht, dat ter hoogte van Kamperduin een vissersvaartuig lag met motorschade. Dwars van Petten werd de vlet HD310 aangetroffen en de reddingboot bracht het vaartuigje, dat een gebroken krukas had, ten 13.45 te Den Helder binnen. Fraai weer.

Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, J. Bijl / motorist.



Nederlands ms Saba

Datum: 4 juli 1948
Station: Den Helder / Molengat
Aantal geredden: 0
Redding nr: 1146

Uit: De Reddingboot nr. 66 mei 1949 blz. 2463

Loos alarm

De mrb. „Dorus Rijkers” voer 4 juli ten 14.40 uit om een onderzoek in te stellen naar een Kustvaarder met een drie vlaggensein op, die door kustwacht Kijkduin was verkend in de richting 340, dicht onder de Texelse wal. In het Molengat kwam de reddingboot het Nederlandse ms „Saba” tegen, per vlaggesein had het om een loods voor Harlingen gevraagd. Harde westelijke wind, aanschietende zee.

Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, J. Bijl / motorist, J.J. van Dok, P. Kramer, L. van Loosen.

 

Staverse jol

Eigenaar: Watersport Vereniging H.W.N.
Datum: 23 en 24 oktober 1949
Station: Den Helder/Beoosten Texel
Aantal geredden: 0
Redding nr: 1239

Uit: De Reddingboot nr 68 juni 1950 blz.2620 en 2621

Staverse jol vergaan

23 October kwam te 21.25 bij de secretaris der plaatselijke reddingcommissie te Den Helder telefonisch bericht binnen dat een Staverse jol, met twee man aan boord, +/_ 12.00 uit Den Helder vertrokken met bestemming Oudeschild, aldaar nog niet was gearriveerd. Telefonisch werden inlichtingen gevraagd aan allen, die wellicht iets naders over de jol konden weten, doch het resultaat was nihil. Tenslotte werd vernomen dat een der kapiteins van de T.E.S.O. +/_ 13.10 een Staverse jol had gezien bij de ingang van het Malzwin. Intussen was het 23.10 geworden maar nu wist men tenslotte in welke richting moest worden gezocht. De mrb.”Dorus Rijkers” voer 23.45 uit met de mrvl. “C.K.Baas” op sleeptouw. Zwaar stormweer uit het ZW., striemende regenbuien en een hoog aanschietende , wilde zee. Langzaam varend werd eerst het Malzwin afgezocht en vervolgens de Texelstroom tot lichtboei Burgzand. Na dag werd verder gezocht in de Vlieter, langs de Afsluitdijk en in de Wierbalg totdat draadloos telefonisch bericht werd opgevangen van de secretaris van de plaatselijke reddingcommissie te Den Helder, die order gaf het Vaarwater over De Bollen en de Balg af te zoeken. Omstreeks 11.40 werd nabij het rode drijfbaken No. 1 van het Vaarwater over De Bollen een mast met een zeil er aan gevonden, die nog aan een aldaar gezonken vaartuig vast zat. Er stond 2 ½ vaam water. De “Dorus Rijkers” keerde terug naar Den Helder en arriveerde aldaar 13.15. nadat de politie was gewaarschuwd, vertrok de “Dorus Rijkers” opnieuw, wederom met de “C.K.Baas” op sleeptouw. De voorzitter van H.W.N. herkende de mast als zijnde van de vermiste Staverse jol. Te 17.10 waren de “Dorus Rijkers” en de “C.K.Baas” in de haven terug. Een der slachtoffers spoelde 9 december 1949 aan op de Deense kust, de andere werd half januari 1950 tegen de Texelse zeedijk beZuiden Oudeschild gevonden.

Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, J. Bijl / motorist, J.J. van Dok, P. Kramer, L. van Loosen.

Het bestuur van de Watersport Vereniging H.W.N. bracht schriftelijk dank voor de pogingen, die door de N.Z.H.R.M. in het werk werden gesteld om de opvarenden van de Staverse jol te redden, en gaf zich op als contributant.

“Het werd ons door dit droevig ongeval weer eens te meer duidelijk hoezeer onze vereniging met de zee verbonden is en dat het onze plicht is het reddingwerk te steunen”, schreef de secretaris van H.W.N. ons..

Uit: De Vrije Alkmaarder, 25/10/1949; p.1/4

Wrak van vermiste jol gevonden

De motorreddingboot “Dorus Rijkers” heeft Maandagmiddag dwars voor Oudeschild (Texel) op de zg. Bollen het wrak gevonden van de Staverse jol, die sinds Zondagmiddag vermist werd. Aangenomen wordt, dat de beide opvarenden, de heren E.W. Beth, apotheker en K. Kos, kassier van de staatsloterij in Den Helder, verdronken zijn. Hun lichamen zijn nog niet gevonden. Vermoedelijk is de jol Zondagmiddag op de zandplaat vastgelopen en door de overkomende stortzeeën gezonken.

 

Onbekend Vaartuig

Datum: 1 februari 1950
Station: Den Helder / Haaksgronden
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 1264

Uit: De Reddingboot, nr. 70 mei 1951 blz.2716

Verdwaald tussen Noorder- en Zuiderhaaksgronden

l februari 17.40 zag Kustwachtpost Kijkduin tijdens opklaringen een vaartuig, vermoedelijk een kustvaarder, in de Haaksgronden. Het gaf weliswaar geen noodseinen, doch was kennelijk verdwaald. Matige Z.-wind. De mrb. “Dorus Rijkers” voer 18.10 uit de haven van Nieuwediep om een onderzoek in te stellen. Nabij spitse ton No. l Molengat ontving de reddingboot evenwel bericht van de Kustwacht, dat het vaartuig in de N.W. lijke richting was verdwenen. De “Dorus Rijkers” keerde terug en meerde 21.00 in de haven.

Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, J. Bijl / motorist, J.J. van Dok, P. Kramer, L. van Loosen.

 

Noors ms Frameggen

Datum: 2 januari 1952
Station: Den Helder / Bezuiden Petten
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 1450

Uit: De Reddingboot nr. 74 mei 1953 blz.2928

Noors ss op de Hondsbosse – zeewering

2 januari 06.43 werd het reddingstation Den Helder gealarmeerd voor het Noorse ss “Frameggen”, dat tussen Egmond aan Zee en Den Helder in nood verkeerde. De mrb.”Dorus Rijkers” voer te 07.00 uit de haven. Stormweer uit het NW met zware regenbuien. Toen bericht binnen kwam dat de “Frameggen” op de Hondsbosse - Zeewering was gelopen even bezuiden Petten werd de “Dorus Rijkers” teruggeroepen.

Bemanning: P.W. Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, J. Bijl / motorist, P. Kramer, L. van Loosen.

Uit: Historie Bureau Wijsmuller

2 januari 1952 strandde de “Frameggen” bij de Hondsbossche Zeewering. De berging geschiedde onder leiding van Kapitein D. Moerman. Op 9 januari werd de “Frameggen” door de “Hector”, de “Nestor”, “Stentor”, de “Stortemelk” en de “Oceaan II” vlot getrokken.

Uit; De geschiedenis van de sleepboot Holland

Een van de eerste ‘jobs’ voor de ‘Holland’ was de berging van de Noorse 2000 tonner ‘Frameggen’. Deze strandde op 2 januari 1952 tijdens zware storm op de zeewering bij Petten, NH. De klus werd met boten van Wijsmuller en ‘Stortemelk II’ en ‘Oceaan’ van Doeksen in acht dagen geklaard.

 

UK174 Hendrika

Eigenaar:…..

HD8 Jonge Jochem

Eigenaar J Post

Datum: 8 oktober 1954
Station: Den Helder / Benoorden Texel-Vlieland
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 1682 en 1683

Uit: De Reddingboot nr. 78 mei 1955 blz. 3157

Twee vissersvaartuigen met man en muis vergaan

October hebben mrbtn “Brandaris” en “Dorus Rijkers”gedurende lange tijd gezocht naar de “HD 8 Jonge Jochem” uit Den Helder en de “UK 174 Hendrika” uit Urk, waarvan sedert de zware storm van 6/7 October taal noch teken was vernomen. De “Brandaris” zocht de Noordergronden af en de “Dorus Rijkers”zocht in NW – lijke richting vanaf de verkenningston Molengat. Na 12.30 zocht de “Dorus Rijkers” vanaf de routeboei “ET-5” langs Vlieland en Terschelling. Een spoelkist en een houten rooster werden opgepikt, doch beide waren opgemerkt. Zwakke ZW wind, kalme zee.

Bemanning: P.W.Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, J.J. Bijl / motorist, L. van Loosen.

Uit: De Helderse Visserij van 1945 tot 2000 blz. 23

Tijdens een hevige storm is donderdag 7 oktober 1954 de HD 8 vergaan. De vijf opvarenden, schipper Wouter Bijker, zijn broer Meindert, Johan van Dok en de 2 neven die beiden de naam Bijl droegen kwamen daarbij om het leven. Wat er precies gebeurd is, is nooit aan het licht gekomen. Op 7 oktober, omstreeks 02.00 uur, had de eigenaar van de kotter, J Post, voor het laatst gesproken over de zender met schipper Bijker. De kotter bevond zich toen op de Noordzee boven Terschelling. Toen in de loop van de nieuwe dag geen berichten meer van de HD 8 binnen kwamen gaf dat in eerste instantie geen reden tot ongerustheid omdat men dacht dat de kotter, met het oog op het slechte weer, naar de thuishaven was gestoomd. Op vrijdag 8 oktober, omstreeks 08.00 uur, was echter nog niets van de “Jonge Jochem” vernomen. Via radio Scheveningen werd toen alarm geslagen en verzocht naar de kotter uit te kijken. Er kam een grote zoekaktie op gang waaraan ook vliegtuigen van de Marineluchtvaartdienst uit Valkenburg meededen. Er werd echter niets gevonden. Naast de HD 8 is tijdens de storm ook de Urker viskotter UK 174 “Hendrika” met man en muis vergaan. Naar aanleiding van deze trieste nacht is later in de maand oktober het comité “Ramp HD 8” gesticht, dat bestond uit de heren H Meijer, voorzitter, G Bakker, secretaris, en J W Stevenson, penningmeestrer. Het doel was de nabestaanden van de vissers financieel te steunen.

 

Kotter ZS1 ”Rinske”

Eigenaar; NV Corn. Appelo’s Scheepswerf, Zwartsluis
Datum: 26 oktober 1955
Station: Scheveningen
Aantal geredden: 5
Redding nr.: 1761

Uit: De Reddingboot nr. 80 mei 1956 blz. 3252 t/m 3254

Redding van kotter ZS1

26 oktober werd de schipper van de “Dorus Rijkers” te +/_ 05.00 door het hoofd van de Kustwacht te Scheveningen gewaarschuwd, dat een sleep van twee kotters op de haven aanstuurde. Dit waren de SL31 met de ZS1 “Rinske” op sleeptouw. De ZS1 had een warmloper en kon de schroef niet gebruiken. Er stond een harde w.n.w. wind (kracht 7) en wild aanschietende zee. Het zag er dus naar uit dat voor deze sleep het binnenlopen van de Scheveningse vissershaven een moeilijke manoeuvre zou worden. Vandaar dat de “Dorus Rijkers” te 06.15, toen de sleep de haven was genaderd, uitvoer teneinde onmiddellijk te kunnen ingrijpen als het misging. Deze paraatheid bleek zeer gewenst, want vlak voor de haven brak de sleeptros en de SL31, met de lange tros achter zich aan, kon niets meer doen. De “Rinske” dreef snel op het Noorderhoofd aan, ging hier rakelings voorbij en dreigde nu op de eerste strekdam benoorden de haven te stranden. De uit 5 koppen bestaande bemanning had de zwemvesten reeds om en rekenden er op over enkele minuten, als de kotter door de felle branding op de stenen van de strekdam zou worden gesmakt, over boord te moeten springen. De “Dorus Rijkers” greep direct in en maakte snel gebruik van de kans om tussen het Noorderhavenhoofd en de ZS1 te schieten. Dwarszees werd de reddingboot door een zware grondzee bedolven ( de opvarenden van de ZS1 verklaarden later de kiel van de “Dorus Rijkers te hebben gezien ), maar de redders zagen kans om een trosverbinding met de ZS1 tot stand te brengen. Het was nog maar nèt op tijd, de ZS1 had al een paar maal gestoten en zou onherroepelijk verloren zijn geweest zonder de hulp van de reddingboot. De “Dorus Rijkers” sleepte de kotter buiten de branding en liep daarna langzaam varend de haven aan. Tussen de havenhoofden, voortstormend op de kop van een grondzee, brak de sleeptros van de “Dorus Rijkers” ….. bliksemsnel werd de verbinding hersteld en even later was de ZS1 veilig binnen.
Bemanning; S.C. den Heyer / schipper, P. de Ruiter / stuurman, A.M. Veldman / motorist, Jan Pronk, C. den Dulk.

Van de N.V. Corn Appelo’s scheepswerf te Zwartsluis, eigenaar van de ZS1 ontvingen wij onderstaande brief:

Zomerdijk Zwartsluis, 8 november 1955
Kon. Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij Amsterdam.
M.H.
Met belangstelling nemen wij kennis van de zozeer met succes bekroonde poging tot behouden binnenbrengen van de Viskotter ZS1 door de bemanning van de motorreddingboot “Dorus Rijkers” op 26 oktober jl. te Scheveningen. Met warme dank en hoge achting gedenken wij de moed en het zeemanschap van de bemanning dezer reddingboot met zo’n roemrijke naam. Hierbij overhandigen we ( als een kleine onderstreping van het bovenstaande) een cheque van F 100,– en verblijven inmiddels,
Hoogachtend,
N.V. C.Appelo’s Scheepswerf
w.g. C. Appelo

 

Kotter HD 184 “De Vrouwe Lena”

Eigenaar: J Pronk
Datum: 1 februari 1956
Station:Scheveningen / Zuid van de havenhoofden Scheveningen
Aantal geredden: 3 Redding nr.: 1776

Uit: De Reddingboot nr. 82 mei 1957 blz.3311 en 3312
Vissersvaartuig lek gestoten

De 1e februari te 12.00 voer de houten kotter “De Vrouwe Lena” HD184 de Scheveningse vissershaven uit. Er stond weinig water en bij het verlaten van de haven stootte het achterschip, waarna de stroom het scheepje op de keien van het Zuiderhavenhoofd zette.
De huid scheurde aan bakboord onder de waterlijn open, het ruim liep vol en de kotter kreeg 45° slagzij over stuurboord. De zee sloeg over het schip heen en de drie opvarenden verkeerden op het spiegelgladde dek (het vroor hard) in een hachelijke toestand. Wind o.n.o. 6, woelige zee met noordelijke deining. De “Dorus Rijkers” voer te 12.15 uit, presenteerde SB anker en trachtte met het achterschip het wrak te benaderen.
Bij de eerste poging sprong een man over, bij de tweede volgden de beide overige schipbreukelingen. Tengevolge van het zeer lage water (de semafore gaf 16 dm aan) stond er een zeer lastige zee; bij de laatste reddingspoging raakte de achtermast van de “Dorus Rijkers” onklaar van het tuig van de HD184 en brak in drie stukken, de antenne werd beschadigd en drie railingscepters verbogen. Aangezien de koelwatercirculatie van de motor niet functioneerde wegens bevriezing van de uitlaatkraan, mocht geen tijd verloren gaan met het indraaien van het anker. De schipper liet dus het anker slippen en keerde naar de ligplaats terug teneinde te voorkomen, dat de motor te heet werd. De drie dankbare geredden kregen droge kleren. De volgende dag werden anker en ketting gelicht.

Bemanning: S.C. den Heyer / schipper, P. de Ruiter / stuurman, A.M. Veldman / motorist, Jan Pronk, E. den Heyer.

 

Logger SCH103 ”Dr.C.Lely”

Schipper: D. Korving
Reder: v/h Fr. Vrolijk
Datum: 26 oktober 1956
Station: Scheveningen
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 1840

Uit: De Reddingboot nr. 82 mei 1957 blz. 3329

Assistentie aan loggers

26 oktober ± 10.00 kwamen SCH123 met de SCH103 op sleeptouw voor de haven van Scheveningen. Gezien de weersomstandigheden (wind n.w. 7, buiig, wild aanschietende zee) , voer te 10.30 de “Dorus Rijkers” uit om zo nodig assistentie te verlenen. Na een vergeefse poging kwam de sleep door de moeilijke zee veilig in de buitenhaven, waar de reddingboot vastmaakte langszij van de Sch103 en assisteerde bij het binnenbrengen. De bemanningen van de beide loggers toonden zich erkentelijk voor de aanwezigheid de reddingboot.

Bemanning; S.C.denHeyer / schipper, P. de Ruiter / stuurman, A.M. Veldman / motorist, Jan Pronk, E. den Heyer.

 

Uit; De Reddingboot no. 83, December 1957, pag. 3381/83.

Scheepstermen.

 

Een trouw lezer van De Reddingboot schreef ons;

   “Als leek op scheepvaartgebied vind ik in beschrijvingen der diensten veel uitdrukkingen op vaktechnisch gebied, waarvan mij de betekenis ontgaat. Acht u het niet wenselijk in een der volgende nummers een uitleg te geven van de technische termen, die meermalen voorkomen?”.

 

Desgevraagd zond hij ons een lijstje van termen, die z.i. voor echte “landrotten”,(waartoe hij zichzelf rekent), enige toelichting behoeven.

Hier zijn er dan enkele:

 

Aanschietende zee: Als de wind in kracht toeneemt en de zee merkbaar ruwer wordt.

Belboei: Een boei voorzien van een bel, die t.g.v. de beweging van de zee telkens luidt. Van belang bij mistig weer.

Boeien (het schipraakt geboeid): Vastraken.

Doft: Bank.

Fender: Stootgordel rond een reddingboot om de schokken op te vangen bij het langszij komen.

„Heel”water: Waar de zee niet meer breekt.

Holmeslicht: Een bus met carbid, met een lijn verbonden aan een reddingboei. Begint te branden zodra zij met de boei in zee terecht komt.

Inhieuwen: Inhalen.

Jutter: Iemand, die aangespoelde lading van schepen e.d. verzamelt en zijn vondsten beslist niet bij de strandvonder brengt. (Ook wel: iemand die te Den Helder is geboren!).

Kopfender: Stootgordel rond de voorsteven.

Krimpen(van de wind): Wijzigen van de windrichting tegen de richting van de wijzers van het uurwerk, dus bijv. van NW. naar ZW. ruimen van de wind net andersom. Dus van ZW. naar NW.

Lumieren van de dag: Met dag worden.

Een “Opper” Zoeken: Een plek zoeken waar men beschut ligt voor wind en zee.

Opduwer  Peiling(in_350 O): Een klein motorbootje, dat met de neus tegen de achtersteven een schip “opduwt”. in de richting 350 O.

Ploegschaaranker: Anker in de vorm van een ploegschaar, dat zich, zodra aan de ankertros wordt getrokken, in de zeebodem ingraaft.

Presenning”: Kleden van zeildoek, bijv. voor het afdekken van scheepsluiken.

Reddingbroek: Reddingboei, waaraan een korte zeildoekse broek hangt. Dient voor het transport van schepelingen van gestrand schip naar de wal. De broek wordt aan de wipper bevestigd.

Scaphander: Oud woord voor zwemvest.

Stakelen: Het geven van noodseinen door middel van een in terpentijn gedrenkte dot katoen of een ander licht. Het licht moet zo nu en dan gedurende korte tijd worden getoond.

Tornbalk: Horizontaal liggend ronde balk vóór in een sloep of vlet voor het beleggen van een tros.

Uitschot: Als de wind plotseling ruimt en toeneemt in kracht.

Standby zeilwedstrijden Harlingen – Terschelling vv

Datum: 30 juni en 1 juli 1958
Station: Terschelling / Waddenzee
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 1973 en 1976

Uit: De Reddingboot nr. 86 juni 1959; Blz. 3484


Op 30 juni en 1 juli hebben de motorreddingboten „Twenthe” (station Harlingen) en „Dorus Rijkers” (tijdelijk station Terschelling) de aan de zeilwedstrijden Harlingen – Terschelling v.v. deelnemende jachten begeleid.

De „Twenthe” was 30 juni van 10.00 – 19.00 en 1 juli van 14.00 – 19.00 op zee,
De „Dorus Rijkers” resp. van 07.30 – 17.00 en van 15.20 – 17.00.
Weersomstandigheden 30 juni wind Z.W.,1, 1 juli O.,5..

1973: Bemanning; J. Toxopeus / schipper, J. de Beer / stuurman, J. Bakker / motorist.
1976: Bemanning: J. Toxopeus / schipper, J. de Beer / stuurman, J. Bakker / motorist

 


SCH324 ”Morgenster”

Reder: Red. den Dulk & van Leeuwen N.V.
SCH36 ”Petronella”
Reder: B. van Leeuwen
Datum: 18 januari 1960
Station: Scheveningen
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 2142

Uit: De Reddingboot nr. 90 juni 1961 blz. 3644

Standby mrb. “Dorus Rijkers”

18 januari 05.30 werd de schipper van de mrb.”Dorus Rijkers” (station Scheveningen) opgebeld door de dienstdoend havenwachter op de semafore met de mededeling, dat de logger SCH324 met de logger SCH36 op sleeptouw op weg waren naar de haven. Wind W., 4, matig hoge Noordwestelijke deining. De “Dorus Rijkers” voer te 05.45 uit en bleef veiligheidshalve in de onmiddellijke nabijheid van de beide loggers, die moeilijkheden hadden bij het inkorten van de sleeptros. Zij kwamen goed binnen en te ± 08.30 assisteerde de reddingboot bij het meren.

Bemanning: S.C. den Heyer / schipper, P. de Ruiter / stuurman, A.M. Veldman / motorist, J. Pronk.

 

Opvarende m.s. Orestes

Datum: 3 en 4 februari 1960
Station: Scheveningen 52 N / 03 04 E
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 2159

Uit: De Reddingboot nr. 90 juni 1961 blz.3649

Gezocht naar over boord geslagen opvarende m.s. Orestes

3 februari 1960 kreeg de schipper van de mrb.”Dorus Rijkers”(Scheveningen) bericht van de kustwacht, dat op 52 00 N / 03 40 O, een opvarende van het ms “Orestes” over boord was geslagen. Wind Z.W., 4, golvende zee, goed weer. De “Dorus Rijkers” voer te 19.45 uit om te zoeken. Aan de zoekactie namen ook deel de mrb. “President Jan Lels” van station Hoek van Holland der Kon.Zuid – Holl. Mij. tot Redding van Schipbreukelingen en een Neptune vliegtuig van de Opsporings – en Reddingdienst der Kon.Marine. te 23.15 meldde Scheveningen – Radio, dat het zoeken kon worden gestaakt en 4 februari 01.15 liep de “Dorus Rijkers” te Scheveningen binnen.

Bemanning: S.C. den Heyer / schipper, P. de Ruiter / stuurman, A.M. Veldman / motorist, J. Harting, Jan Pronk.

De directie der Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Mij. heeft schriftelijk haar hartelijke dank betuigd voor de, helaas vruchteloos gebleven, nasporingen van de “Dorus Rijkers”.

 

Argentijns ss Rio Diamante

Eigenaar; Flota Mercant Des Estado
Agent; Wambersie en Zonen
Datum: 12 augustus 1960
Station: Den Helder / Rede van Texel
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 2210

Uit: De Reddingboot nr. 90 juni 1961 blz. 3666/67

Brand aan boord van het Argentijnse ss Rio Diamante

12 augustus 09.30 kreeg het reddingstation Den Helder bericht, dat het Argentijnse ss “Rio Diamante”(5383 brt.) met brand in een partij rubber in het achterschip, onderweg was naar de rede van Texel om daar te trachten de brand te blussen. Behalve de sleepboot “Doggersbank” van Doeksen waren ook de sleepboten “Simson” en “Hector” van Wijsmuller onderweg naar de Argentijn. Wind N., 5, buiig weer, golvende zee. Te 10.00 verslechterde de situatie en de assistentie van een reddingboot werd ingeroepen. De mrb. “Dorus Rijkers” vertrok te 10.15 uit de haven van Den Helder. Bij de lichtboei rood 8 van het Molengat kwam de reddingboot bij de “Rio Diamante”. Men had de brand niet meer onder controle. Twee Marinesleepboten Hr.Ms.IJssel en Hr.Ms.Dommel kwamen langszij en, nadat het schip bij ’t Horntje (onder de Texelse wal) ten anker was gegaan, werd met het blussingswerk begonnen. De reddingboot werd

 

 

 

 

 

verzocht “standby” te houden, ook al omdat er meer water in het schip gespoten werd dan er geloosd kon worden. Bovendien waren er 19 ton explosieven aan boord.

Uit: De Reddingboot nr.90, juni 1961, blz 3667

Te 18.00 was men de brand meester en te 18.45 meerde de “Dorus Rijkers” in de haven.

Namens de Flota Mercanto Des Estado, de rederij van het ms “Rio Diamante” en de P.E.I. Club heeft Wambersie en Zonen ons schriftelijk bedankt voor de door de mrb.”Dorus Rijkers” verleende bijstand en een gift van f 500, - - gezonden.

Bemanning: J. van Veen / schipper, J.J. Bijl / motorist, L. van Loosen, C.P. Oosterom.

Uit: Geschiedenis Bureau Wijsmuller

Het Argentijnse vrachtschip “RioDiamante” (1946-5383Brt) melde op 12 augustus 1960 brand in het achterruim (geladen met rubber) en zette koers naar de rede van Den Helder. De “Nestor”en “Simson” zijn vanuit IJmuiden vertrokken met brandblusmateriaal naar Den Helder. Maar uiteindelijk werd de brand geblust door de brandweer van de Marine en was er geen assistentie meer nodig bij het blussen van de brand op de “RioDiamante”.

 

Loos alarm 1

Datum: 5 en 6 september 1960
Station: Den Helder / 5’Bewesten Lichtschip Texel
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 2217

Uit: De Reddingboot nr. 90 juni 1961 blz. 3670

Loos alarm

5 september 22.50 kreeg kustwacht Huisduinen bericht van lichtschip Texel, dat 5’ bewesten het lichtschip witte en gele lichtkogels werden gezien. Bij de Kon.Marine werd geïnformeerd of er soms oefeningen werden gehouden. Intussen bleef de bemanning van de mrb.”Dorus Rijkers” standby en toen te 23.30 nog geen inlichtingen van de Marine waren ontvangen is de reddingboot uitgevaren. Te 24.00 deelde de Marine mede, dat de lichtkogels afkomstig waren van oefenende schepen der Kon.Marine. de “Dorus Rijkers” werd teruggeroepen en meerde 6 September 00.30. wind N.W., 5, buiig weer, golvende zee. Aangezien het reeds eerder was voorgekomen, dat reddingboten waren gealarmeerd voor lichtkogels, parachute flares e.d. door marineschepen afgevuurd, is hierover geschreven aan de Commandant der Zeemacht in Nederland.

Deze schreef ons d.d. 25 november 1960

“Teneinde onnodige alarmering bij oefeningen van schepen der Koninklijke Marine te voorkomen werden bij Ministeriele Beschikking van 4 maart 1959 no. 529207/403120 een aantal voorschriften gegeven, welke o.m. inhouden, dat Commandanten van deze oefeningen tenminste 24 uur tevoren kennis geven. Een mededeling van de oefening wordt alsdan in de vorm van een B.a.Z.(Bericht aan Zeevarenden) uitgezonden. Nu deze voorschriften onvoldoende blijken te zijn, is door mij bepaald, dat bovendien bij het openen van vuur, hiervan ogenblikkelijk bericht wordt gezonden aan Scheveningen - Radio met opgave van aantal, kleur en positie. Ik hoop, dat de nieuwe maatregel verder onnodige alarmering van het reddingwezen zal weten te voorkomen”

Bemanning: P.W.Bot / schipper, J. van Veen / stuurman, J.J. Bijl / motorist, J.J. van Dok, L. van Loosen.

 

Loos alarm 2

Datum: 4 juli 1961
Station: Scheveningen / WZW van Scheveningen
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 2283

Uit: De Reddingboot nr. 92 juni 1962 blz. 3757
Loos alarm

4 juli werd te 12.15 het reddingstation Scheveningen door de kustwacht Scheveningen gealarmeerd.
Op 0.5’ W.Z.W. van Scheveningen dreef een groot zwart voorwerp in zee.
Er ging een gerucht, dat een kleine viskotter was omgeslagen.
Wind N.W., 8, stormachtige, hoge zee. De mrb.”Dorus Rijkers” voer te 12.30 uit.

Toen bericht kwam, dat het bewuste voorwerp was aangespoeld en dit een grote kist bleek te zijn, werd de „Dorus Rijkers” teruggeroepen.
Te 14.30 terug in de haven.

Bemanning: S.C. denHeyer / schipper, P. de Ruiter / stuurman, J. Pronk Jr / stuurman, A.M. Veldman / motorist, L. Groen, J. Pronk Sr.

 

Vletje

Datum:3 augustus 1964
Station: Den Helder / Vogelzand
Aantal geredden: 0
Redding nr.:2691

Uit: De Reddingboot nr. 98 juni 1965 blz. 4098

Vletje in moeilijkheden

3 augustus 19.00 voeren de mrb. “Dorus Rijkers” en mrvl. “Christiaen Huygens” (station Den Helder) uit op het bericht, dat een vletje met twee man in moeilijkheden verkeerde bij het Vogelzand. Wind w.n.w., 3-4.Een kwartier later meldde de kustwacht, dat een ander vaartuig reeds assistentie had verleend. De reddingboot en vlet keerden terug. Afgemeerd 20.00.

Bemanning; P.W.Bot / schipper, J. Post / motorist, P. Bot Jr, M.L. de Braaf, L. van Loosen.