Uit de reddingboot 3

OP DE TITEL KLIKKEN

Vlet, 25 februari 1924

Haringvlet HD 146, Datum: 03 maart 1927

Engels ss Shonga, 18 februari 1928

Botter HD 50, Datum: 29.03.1928

2 Haringvletten, 18 februari 1930

Vlet, 24 februari 1932

6 Haringvletten, 27 februari 1932

Klipperaak Rival, 14 februari 1933

Loos alarm, 08/09 februari 1937

Lets. ss Everanna, 29/30 januari 1938

Deense Motorlogger Stella, 27 december 1938

Botter UK 243, 28 februari 1940

Nederlands (Dts.) ss Maasburg, Datum:01 maart 1944

2 Motor schepen gestrand, 04 februari 1944

2 Tjalken, Datum: 28 januari 1945 Duitsche Motorboten, 28 januari 1946

Nederlandse Stoomtrawler de Bruinvisch IJM 97, 29 januari 1946

Nederlandse botter HD 245”De Jonge Cornelis”, Datum: 13 maart 1946

Loos alarm,Datum: 29 maart 1946

Noors ss Herta, Datum: 11/12 maart 1947

Noors ss Skoghaug, 25 december 1947

Loos alarm, Datum: 18 januari 1948

Fins ss Satakunta, 05 februari 1948

Motorklipper Vertrouwen,  06 februari 1948

Noors ms Macbeth, 21 februari 1948

Nederlandse sleepboot Breezand met sleep, Datum: 05 maart 1948

Nederlands ms Maria, 10/11 februari 1949

ms Zwaluw, 30/31 december 1949

Texelse Motorkotter, 25 januari 1950

Fins ss Karhula, 12 februari 1950

Botter HD 47 “Frans“, Datum: 14 maart 1951

Fins ss Havnia, 09 december1951

Botter HD 131“Jonge Willem“, 21 december 1951

SCH19 ”Wouter” , 20 januari 1960

Avenger vliegtuig, 28 januari 1960

Mrb.” Dorus Rijkers” standby voor vissersvaartuigen, 29 januari 1960

Personele ontwikkelingen 30 april 1960

Vlet, 24 december 1960

Vlot, 18 januari 1961

Motorvlet, Eigenaar; Gemeentewerken, 15/16 februari 1961

Botter HD 131“Jonge Willem“

Eigenaar J Slotemaker

Datum: 21.12.1951

Station: Den Helder/Schulpengat

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1435

Uit: De Reddingboot nr. 72 mei 1952 blz.2856
Assistentie aan vissersvaartuig;

21 december kreeg het reddingstation den Helder te 16.00 bericht, dat nabij Kilometerpaal 5 een botter vlak bij het strand was gezien. Men had aan boord horen roepen, doch kon niet verstaan wat er gezegd was. Dikke mist. De motorreddingboot “Dorus Rijkers” vertrok te 16.20 en voer bij rode lichtboei No. 5 gekomen om de Zuid. Spoedig werd de HD131 met 3 man aan boord verkend. De motor was defect; de pogingen om zeilend uit de wal te blijven lukten nauwelijks. De “Dorus Rijkers” nam de HD131 op sleeptouw en bracht dit te 18.30 behouden binnen.
Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,L.vanLoosen.

Uit; De Helderse Visserij van 1945 tot 2000 blz.230

 

Fins ss Havnia

Datum: 09.12.1951

Station: Den Helder/Bewesten Haaksgronden

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1430

Uit : De Reddingboot nr, 72 mei 1952 blz.2854
Fins ss Havnia in moeilijkheden;

9 december 18.05 kreeg het reddingstation Den Helder bericht van Scheveningen-radio, dat het Finse ss “Havnia” in peiling 283° op 12’ van lichtschip Texel in moeilijkheden verkeerde wegens schade aan het roer.
De mrb. “Dorus Rijkers” vertrok te 18.30 via het Molengat naar zee. Zwaar stormweer uit het Westen, dikke lucht met hagel- en sneeuwbuien, wilde zee en zeer slecht zicht. Te 18.50 werd een gesprek opgevangen tussen de “Havnia” en een Duitse trawler, de “Barmbeck”, waaruit bleek, dat laatstgenoemde de” Havnia” op sleeptouw wilde nemen. Nadat de “Barmbeck” had laten weten, dat geen reddingboothulp nodig was, werd de “Dorus Rijkers” teruggeroepen. Te 19.30 lag zij weer in de haven van den Helder.
Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,P.Kramer,L.vanLoosen.

 

 

Uit; De Reddingboot nr.72, mei 1952, blz.2854

Fins ss Havnia [2]

Datum: 10.12.1951

Station: Den Helder/Bewesten Haaksgronden

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1431

Uit : De Reddingboot nr. 72 mei 1952 blz. 2854 en 2855
Twaalf uur in actie voor de Havnia;

10 december vroeg de “Barmbeck” te 06.35 voor de “Havnia” assistentie aan van een reddingboot.
Het met hout geladen Finse schip had enige slagzij en begon water te maken. Als positie werd opgegeven 15’ afstand van Kijkduin, in peiling 250°. c i. 52° 52’ N en 04° 20’ O
Te 07.00 voer de “Dorus Rijkers” de haven uit. Nog steeds zwaar stormweer met afwisselend hevige hagel- en sneeuwbuiten, slecht zicht, wilde zee. De reddingboot voer via het Schulpengat naar buiten. Te 08.05 werd de uiterton gepasseerd; de snelheid van de “Dorus Rijkers” bedroeg ten gevolge van de hoge zee, ondanks sterke eb, slechts 6’.7 per uur. Te IJmuiden werd gevraagd de “Prins Hendrik” op stootgaren te houden, voor het geval de “Havnia” assistentie van deze boot nodig mocht hebben. Op verzoek van de “Dorus Rijkers” schoot de “Havnia” enige rode vuurpijlen af, daarna werden op 1’ NNO van lichtboei ET l de sleepboot” Holland II” uit Terschelling en de “Havnia” verkend.
De “Dorus Rijkers” had het Finse schip te 09.30 bereikt en bleef op verzoek van de Kapitein de gehele dag in de nabijheid. Het slepen van de “Havnia” verliep zeer langzaam. De Fin maakte water, doch dit kon met de pomp worden bijgehouden.
Een tweede sleepboot van Doeksen, de “Holland I”, was inmiddels ook te hulp gesneld en maakte eveneens vast. De sleepreis verliep zeer langzaam, het binnenstromende water kon echter met pompen worden bijgehouden Te 18.30 ankerde de sleep op de rede van Texel. Hier werd de reddingboot voor de bewezen diensten bedankt. Te 19.30 keerde de “Dorus Rijkers” in de haven terug.
Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,P.Kramer,L.vanLoosen.

 

Uit; De Reddingboot nr.72, mei 1952, blz.2854

Fins ss Havnia [2]

Datum: 10.12.1951

Station: Den Helder/Bewesten Haaksgronden

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1431

Uit : De Reddingboot nr. 72 mei 1952 blz. 2854 en 2855
Twaalf uur in actie voor de Havnia;

10 december vroeg de “Barmbeck” te 06.35 voor de “Havnia” assistentie aan van een reddingboot.
Het met hout geladen Finse schip had enige slagzij en begon water te maken. Als positie werd opgegeven 15’ afstand van Kijkduin, in peiling 250°. c i. 52° 52’ N en 04° 20’ O
Te 07.00 voer de “Dorus Rijkers” de haven uit. Nog steeds zwaar stormweer met afwisselend hevige hagel- en sneeuwbuiten, slecht zicht, wilde zee. De reddingboot voer via het Schulpengat naar buiten. Te 08.05 werd de uiterton gepasseerd; de snelheid van de “Dorus Rijkers” bedroeg ten gevolge van de hoge zee, ondanks sterke eb, slechts 6’.7 per uur. Te IJmuiden werd gevraagd de “Prins Hendrik” op stootgaren te houden, voor het geval de “Havnia” assistentie van deze boot nodig mocht hebben. Op verzoek van de “Dorus Rijkers” schoot de “Havnia” enige rode vuurpijlen af, daarna werden op 1’ NNO van lichtboei ET l de sleepboot” Holland II” uit Terschelling en de “Havnia” verkend.
De “Dorus Rijkers” had het Finse schip te 09.30 bereikt en bleef op verzoek van de Kapitein de gehele dag in de nabijheid. Het slepen van de “Havnia” verliep zeer langzaam. De Fin maakte water, doch dit kon met de pomp worden bijgehouden.
Een tweede sleepboot van Doeksen, de “Holland I”, was inmiddels ook te hulp gesneld en maakte eveneens vast. De sleepreis verliep zeer langzaam, het binnenstromende water kon echter met pompen worden bijgehouden Te 18.30 ankerde de sleep op de rede van Texel. Hier werd de reddingboot voor de bewezen diensten bedankt. Te 19.30 keerde de “Dorus Rijkers” in de haven terug.
Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,P.Kramer,L.vanLoosen.

 

 



Helders dagblad 10 december 1951

Helders dagblad 10 december 1951

 

Helders dagblad 10 december 1951

Vlet

Datum:24.12.1960

Station: Scheveningen

Aantal geredden: 0

Redding nr: 2239

Uit: De Reddingboot nr. 90 juni 1961 blz.3683

Man over boord;

In verband met de te +/_ 22.00 verwachte binnenkomst van een sleepboot met een portaalkraan op sleep in   van Scheveningen, was de schipper van de mrb.”Dorus Rijkers” te 15.00 gewaarschuwd ’s avonds thuis standby te blijven voor het geval zich moeilijkheden zouden voordoen bij het binnenlopen van de sleep. Te 22.00 werd de schipper telefonisch gealarmeerd door de dienstdoend havenwachter aan de semafore met de mededeling, dat een der vletterlieden, die buitengaats waren om de sleep voor te varen, te water  was geraakt. De “Dorus Rijkers” voer te 22.10 uit, bij het passeren van de semafore riep de d.d. havenwachter, dat de vletterman reeds was gered, aan de reddingboot werd verzocht naar de sleepboot te varen om dit mede te delen. Naar de mening van de kapitein van de sleepboot was er evenwel nog een man te water geraakt, waarop het zoeken werd voortgezet. Via Scheveningen – Radio ontving de “Dorus Rijkers” de geruststellende mededeling, dat er maar één man in zee  was gevallen, die inmiddels reeds was gered. Omdat het gunstige tijdstip voor het binnenlopen van de sleep was aangebroken(22.30) werd de “Dorus Rijkers” verzocht de taak van de vlet over te nemen en de sleep voor te varen. Te 23.10 meerde de reddingboot aan de ligplaats. Wind Z.W., 4, regenachtig, golvende zee.

Bemanning;S.C. den Heyer/schipper,  P. de Ruiter/stuurman,A.M.Veldman/motorist, J.Harting,

Jan Pronk Sr.

Personeel

Uit: De Reddingboot nr. 90 juni 1961, jaarverslag 1960, blz.3694

 

Ter gelegenheid van de verjaardag van HM de Koningin op 30.4.1960 werden de volgende onderscheidingen uitgereikt;

De kleine bronzen draagmedaille voor langdurige diensten met bijbehorend getuigschrift aan opstapper J.J.Pronk, station Scheveningen(1924-1959).

Oud redders overleden in 1960; Joh. Overduin(Scheveningen), J.A.Oostendorp, oud stuurman van de mrb.”Dorus Rijkers”(Den Helder).

Materieel,motorreddingboten, blz. 3695

“Dorus Rijkers” radio installatie vernieuwd

Blz .3699….de “Brandaris”zal, na algehele inspectie. Te Scheveningen worden gestationeerd waar zij de “Dorus Rijkers”zal vervangen. De “Dorus Rijkers”is dan als reserve boot voor de Noordzee stations beschikbaar…..

 

 

Noors ss Skoghaug-Datum: 25.12.1947

Station: Den Helder/Bewesten Egmond aan Zee

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1106

Uit: De Reddingboot nr.64 april 1948 blz. 2373 en 2374

Ondergang van het Noorse ss Skoghaug;

24 december +/_ 22.30 uur -Kerstnacht- is het Noorse ss “Skoghaug” op reis van Rotterdam naar Haugesund met een lading steenkolen, enkele mijlen buiten de veilige route, +/_ 8’ bewesten Egmond aan Zee, tengevolge van een ontploffing ( vermoedelijk een magnetische mijn ) gezonken. De zeven en twintig opvarenden begaven zich in beide sloepen. Het was ruw weer. Wind W.Z.W. flinke bries. De “Skoghaug” heeft geen noodseinen gegeven en de ramp bleef onopgemerkt. Eerst 25 december 15.10 uur kreeg de heer A.C.H. van Lieshout, Commissaris van het Loodswezen te Den Helder, tevens secretaris der plaatselijke commissie der N.Z.H.R.M., bericht, dat ten 14 uur een sloep van het Noorse ss “Skoghaug” was gestrand nabij paal 26 ( Kamperduin ). In de sloep bevond zich een lijk, de enige overlevende van de “Skoghaug”. A.Rökke, was nadat de sloep op een zeewering sloeg, er uit gespoeld en op zijn zwemvest naar de wal gedreven waar een viertal personen hem op het droge haalden. Gezien de mogelijkheid, dat nog meer sloepen of drenkelingen ronddreven, werd de bemanning van de “Dorus Rijkers” gealarmeerd. Ten 16 uur vertrok deze boot uit de haven met de opdracht in de route te zoeken tot de lichtboei TX3. De voorzitter en secretaris der Helderse reddingcommissie stelden een onderzoek in te Kamperduin en ten 16.48 uur werd aan de Kustwacht Kijkduin verzocht ook mrb. Neeltje Jacoba” te alarmeren teneinde in de route te zoeken van IJmuiden om de Noord tot lichtboei TX3. Voorts werden de hoofden der Kustwacht te Zanddijk en Callantsoog gevraagd uit te kijken naar vlotten, sloepen e.d. ook het lichtschip “Texel” werd gewaarschuwd. De “Dorus Rijkers” passeerde ten 17.10 uur de uiterton van het Schulpengat en voer 9’ in ZZWlijke richting. In ZOlijke richting werd toen een wit lichtje gezien en hierop koers gezet, doch na korte tijd bleek reeds, dat het een licht aan de wal was. Ten 18.40 uur werd de “Dorus Rijkers” draadloos teruggeroepen, doch kort nadat de boot de steven had gewend tot koers N.t.O.1/2O. zag de bemanning in de richting O.t.Z. twee witte lichtkogels. In deze koers liep de reddingboot de wal in tot de 3 vaamlijn. Vervolgens voer zij twee mijl in ZZWlijke richting dicht langs de wal, doch zag niets. Door wie de lichtkogels zijn afgeschoten is nimmer opgehelderd. Ten 23.10 uur keerde de “Dorus Rijkers” onverrichterzake te Den Helder terug. Een uur later kreeg de Kustwacht Kijkduin bericht uit Callantsoog, dat tussen Petten en Callantsoog bij paal 17 een sloep van de “Skoghaug” was aangedreven met twee lijken. Medisch onderzoek bracht aan het licht, dat deze schepelingen die dag ten +/_ 19 en +/_ 21 uur moeten zijn overleden. De seinmiddelen in de sloep waren onaangeroerd, en het moet uitgesloten worden geacht, dat uit deze sloep lichtkogels zijn afgeschoten.

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,J.J.vanDok,P.Kramer, L.vanLoosen.

1107, de mrb. “Neeltje Jacoba” vertrok 25 december ten 17.45 uur uit IJmuiden en zocht om de Noord naar sloepen van de “Skoghaug”. Onverrichterzake keerde de reddingboot ten 20.45 uur te IJmuiden terug.

 

Uit: De Reddingboot nr.64, April 1948 blz. 2374

Van het Koninklijk Noors Consulaat te Amsterdam ontvingen wij 16 Januari 1946 een brief waarin de N.Z.H.R.M. namens de Noorse regering en de reder van het s.s. “Skoghaug”wordt bedankt voor alle in het werk gestelde pogingen tot het redden ven de schipbreukelingen.

 

Uit: De Reddingboot nr.67, November 1949, blz.2570.

Het mijnengevaar.

…….Stormen en andere oorzaken ( men denke slechts aan de vreselijke ramp van het Noorse ss “Skoghaug”, dat in de Kerstnacht 1947 ten gevolge van ketelontploffing ten onder ging - slechts een van de 27 opvarenden bracht er het levend af -)

 

Uit; Archief KNRM Station Den Helder.

Verduidelijking van de brief door P.Mulder;

Afschrift brief van H. Rökke gezonden aan Mevr. Middendorp te Den Helder.

 

Trontheim, 9-1-‘48

            Ik ben U veel dank verschuldigd door Uw brief met levenstekenen

van mijn zoon Arnt.

            Als door een wonder was hij enigste overlevende van deze

vreselijke scheepsramp voor de kust van Uw land op Kerstavond.

            Het was een onbegrijpelijke goede boodschap voor ons huis, maar

in de vreugde valt er een donkere schaduw als men denkt aan allen, die de

treurige boodschap kregen. In die gezinnen onder de nagelaten betrekkingen

was er een treurige Kerst.

            Ik hoop dat Arnt geen nadelige gevolgen zal ondervinden nu hij

uit het ziekenhuis is ontslagen, waar hij de best denkbare verpleging verkreeg.

            Mijn vrouw en ik bedanken U en Uw landslieden voor de hulp hem

verleend en speciaal bedanken wij J. Eduard en de heer Breed voor hun hulp

in het algemeen en in het bijzonder bij de redding betoond.

 

                                                                       Hartelijke groeten

                                                                       w.g. Hilmar Rökke.

                                                                       Buensgate 13  

Achterzijde;

 

Afschrift verzonden den 21-1-48

Aan;

Dir. NZHRM

Dhr. Renselaar

Dhr. W. Vrome te Kamperduin ( Eduard en….(niet leesbaar)

Centraal Ziekenhuis te Alkmaar

Burg.m …………….(niet Leesbaar)

 

 Wrakkenregister Q 8 nr. 2225 Skoghaug pos; 52.32.53,7N/04.24.48,8E

 

 

Wrak positie Skoghaug

Uit; De Clock van Callens-ooghe, dec’97;P.18/20

Drama op de noordzee (door Kees Vriesman)

Toen Bouwen van Twuyver in de avond van 25 december 1947 naar het strand ging, kon hij niet vermoeden wat voor een drama zich op zee had afgespeeld. Aangekomen bij paal 17 zag hij een sloep op een dam met daarin twee mensen. Die waren overleden. Bij latere indentificatie bleken het twee opvarenden te zijn van het Noorse schip “Skoghaug”. De telegrafist Ernst Oskar Larsen, geb. 7-4-1926 en de derde machinist Konrad Magne Pedersen, geb.28-3-1919.

Na navraag bij de Reddingmaatschappij volgen hier enige gedeelten uit het verslag over de ondergang van het Noorse s.s.”Skoghaug”.

24 December +/_ 22.30 uur is het Noorse s.s.”Skoghaug”op reis van Rotterdam naar Haugesund met een lading steenkolen enkele mijlen buiten de veilige route”bewesten Egmond aan Zee”, ten gevolge van een ontploffing, vermoedelijk een magnetische mijn, gezonken. De 27 opvarenden zijn in beide sloepen gegaan. Het was ruw weer, harde westzuidwesten wind. De “Skoghaug”heeft geen noodseinen gegeven en de ramp bleef onopgemerkt.

Op 25 December om 15.10 uur kreeg men bericht dat om 14.00 uur een sloep was gestrand bij paal 26 (Camperduin). In de sloep bevond zich een lijk. Naar later bleek, had in deze sloep ook gezeten A. Rökke. Hij was nadat de sloep op de zeewering sloeg over boord gespoeld en naar de wal gedreven. Hij was de enige overlevende.

De reddingboten “Dorus Rijkers”uit Den Helder en de “Neeltje Jacoba”uit IJmuiden voeren uit om te gaan zoeken. De “Neeltje Jacoba”keerde om 20.45 uur terug en de “Dorus Rijkers”om 23.10 uur. Beide schepen hadden niets gevoinden. Ook waren de hoofden van de kustwacht op de Zanddijk en in Callantsoog gevraagd om uit te kijken.

Omstreeks middernacht werd bericht ontvangen van de droevige vondst bij paal 17. Medisch onderzoek wees uit dat de schepelingen die dag om +/_ 19.00 en 21.00 uur waren overleden.

N.B. De kustwachter in Callantsoog was Adriaan Vader. Op de Zanddijk was Klaas Duit.

 

Deense Motorlogger Stella Datum: 27.12.1938

Eigenaar/kapitein; Mr. Almland

Station: Den Helder/Eierlandschegronden

Aantal geredden: 0

Redding nr: 414

Uit: De Reddingboot nr.47 mei 1939; blz.1494

De mrb. “Dorus Rijkers” is den 27en december +/_ 9 uur uitgevaren, toen bericht was ontvangen van de stranding van de Deensche motorlogger “Stella”op de Eierlandsche Gronden. De bemanning van de “Dorus Rijkers” benutte deze tocht om zich op de hoogte te stellen van de jongste wijzigingen, die de Eierlandsche Gronden hadden ondergaan, terwijl op verzoek van de Reederij Doeksen een vlet met 4 opvarenden van de sleepboot “Holland”, die zich naar de “Stella” hadden begeven, werd teruggebracht, aangezien de toestand van wind en zee zoodanig waren geworden, dat de vlet in gevaar zou kunnen komen te verkeeren. Bemanning;C.Bot/schipper,J.A.Oostendorp/stuurman,R.Eelman/motorist,P.W.Bot, J.J.Runnenburg,P.deWit.

 

Uit; Historie Bureau Wijsmuller;

Het Deense vissersvaartuig “Stella”(geen gegevens) strandde 26 december 1938 ’s middags om ongeveer half vier op de Noordergronden boven Eierland. De “Stella” was 8 dagen geleden aangekocht, door de eigenaar in Scheveningen, en was op 25 december vertrokken vanuit Scheveningen. Vlak na vertrek raakte de motor van de “Stella”defect en werd de reis naar Denemarken zeilend voortgezet. Pas in de ochtend van 27 december 1938 wordt de stranding opgemerkt en vertrekt de “Amsterdam” vanuit Nieuwediep naar de positie van de “Stella”. De “Amsterdam” en een sleepboot van Doeksen zullen tijdens hoogwater de “Stella” proberen vlot te trekken.

 

Uit; De Alkmaarsche Courant,27/12/1938;p.7/10

Deensch visschersvaartuig in moeilijkheden, hulp onderweg.

Op de Noordergronden boven Eierland geraakte vanmorgen een Deensch visschersvaartuig in de branding in moeilijkheden. Noodseinen werden gegeven, welke gezien werden door den eersten lichtwachter van Eierland, die terstond den commissaris van het loodswezen te Den Helder op de hoogte stelde.

Om negen uur vertrok de sleepboot “Amsterdam” van de firma Wijsmuller uit Nieuwediep, kapitein J Kuiper, een half uur later gevolgd door de “Dorus Rijkers” van de Noord- en Zuid_Hollandsche Reddingsmaatschappij, kapitein Coen Bos.( !!!) Beide schepen zijn op weg naar het Deensche visschersvaartuig om assistentie te verleenen.

 

Uit; De Heldersche Courant, 28/12/1938;p.1/8

Met de “Dorus Rijkers”naar de Eierlandsche gronden.

Deensche logger op de beruchte Engelschmanplaat gestrand,sleepbooten noch reddingsbooten kunnen de “Stella” benaderen, vlak bij het graf der “Oakfort”…..

Van onze eigen verslaggever aan boord van de “Dorus Rijkers”.

In den nacht van Maandag op Dinsdag heeft op de beruchte Eierlandsche gronden, ongeveer ter plaatse van ’t gezonken wrak van het Engelsche stoomschip “Oakfort” de Deensche logger “Stella” schipbreuk geleden.

Het zal in de geschiedenis van het zeewezen wel als een unicum geboekstaafd blijven, dat een schip, waarvan de kapitein eerst sedert twee dagen eigenaar geworden was, ten onder ging. Weliswaar bestaat er hoop, dat men met sleepboothulp de ijzeren logger zal kunnen behouden, maar de kansen dat het binnen enkele dagen uit elkaar geslagen zal worden, zijn ongetwijfeld even groot. De plaats van de stranding is een der gevaarlijkste van de Nederlandsche kust, en verschillende bevaren zeelui, die onzen verslaggever, die de tocht aan boord van de motorreddingboot “Dorus Rijkers” uit Nieuwediep meemaakte, sprak, verholen in dezen hun pessimisme niet.

 

Schip in de gronden.

Om 9 uur kwam het bericht der stranding in Den Helderdoor. Het bleek dat bij het grauwen van den dageraad de heer Starrenburg, het hoofd der kustwacht te Den Cocksdorp, tot zijn niet geringe ontsteltenis gemerkt had, dat een schip muurvast zat op de gronden. Dat hij dit eerst toen constateerde, hoeft geen verwondering te baren, aangezien het reeds sedert eenige dagen zeer slecht zicht was. Oogenblikkelijk werden door hem de diverse kustplaatsen gealarmeerd en in den kortst mogelijken tijd werd de ploeg van de motorreddingboot “Joan Hodshon” op de Cocksdorp bij elkaar getrommeld.

Maar ook op Terschelling en in Nieuwediep zat men niet stil.

Doeksen op Terschelling maakte in recordtempo de sleepboot “Holland” klaar en in Nieuwediep kozen de sleepboot “Amsterdam”van Bureau Wijsmuller en de motorreddingboot “Dorus Rijkers” zee.

 

Op  de “Dorus Rijkers”.

De “Dorus”deze puike looper onder onze kustreddingsvaartuigen, repte zich wat zij kon. Met een dike 8 mijlsvaart spoedde zij zich het Molengat uit, en dicht onder de kust van Texel naar ’t Eierlandsche Gat. Het weer was vrij goed, hoewel er een flinke deining liep, die een verblijf op de ranke “Dorus” voor den landrot nu niet direct tot het aangenaamste maakte.

Schipper Coen Bot en z’n kleine, mar uiterst kundige bemanning, hoopte in staat te zijn nog eenige menschen van het schip af te halen. Zeker was men er op dat oogenblik niet meer van, aangezien de radio mededeelde dat de “Joan Hodshon” reeds bij de Deen geweest was en er opvarenden afgehaald had. Om 12 uur, na een kleine drie uur varen dus, bereikte de “Dorus” de Eierlandsche Gronden. Zelfs met dit vrij kalme weer spookte het er behoorlijk. Er liep een zware zee, en de golven droegen de bekende witte kuiven. De “Dorus” danste er echter door, en op de zee-tjes na, die over de brug kwamen, en allen kletsnat maakten, nam zij er weinig notitie van.

In de verte lag de “Stella”. Een grijs-zwart silhouet aan een donkeren horizon. Zij lag stil, en alleen de witte brekers zag men bij tusschenpoozen tegen de boeg opkrullen. Een dikke halve mijl verderop lagen de “Holland” en de “Amsterdam” onder stoom, kennelijk niet in staat dichterbij te komen.

 

Het kerkhof…

Als men de geschiedenis dezer Eierlandsche Gronden kent, en schipper Bot vertelde er ons zoo het een en ander van, weet men, dat het hier uiterst gevaarlijk is. Men kan deze plaats tusschen Texel en Vlieland niet beter vergelijken dan met een enorme kom, aan de buitenkant waarvan zich riggels bevinden. Deze riggels nu beteekenden in den loop van veel jaren den ondergang van ontelbare schepen. Is men in dit vaarwater niet thuis dan is het vrijwel uitgesloten, dat men tegen de zuiging, de kolkingen, de onverwachte stroomingen en de verraderlijke zandplaten opgewasschen is. De naam “Kerkhof der Noordzee” is dan ook zeker geen frase.

De “Dorus” kwam zóó dicht bij de “Stella, dat men menschen aan dek kon zien. Toen vertelde echter de radio, dat alle vbier opvarenden reeds van boord gehaald waren en dat deze vier anderen leden waren van de bemanning der “Holland”.

 

“Postkantoor” in zee.

Inmiddels kwam de “Joan Hodshon” aanvaren. Een wakkere ploeg, die het aan te zienwas, dat ze zin in de job had. Het was een typisch oogenblik, toen beide booten bij elkaar langszij gingen, en de mannen, allen in hun geel oliegoed en met de zuid-westers  op de natte haren, elkaar begroetten.

De radio in de “Dorus”stond vrijwel zonder pauze te pruttelen en eerst op een dergelijke tocht gaat men de draadlooze waardeeren.

Onze “Dorus”was een “postkantoor”dar temidden van de roerige Eierlandsche deining, waarin men sprak met de “Amsterdam”, met de “Holland”, met Kustwacht Kijkduin, en met de Brandaris. Zoo was het mogelijk, de afspraak te maken, dat men de vier Terschellingers van de Deen zou afhalen, omdat het weinig zin had, dat die het verdere van den dag en den nacht daarop zouden doorbrengen, terwijl het gevaar daarvan ook geenszins denkbeeldig was.

De kotter had echter geen radio en dus poogde men met armzwaaien en vlaggenseinen de vier Terschellingers te beduiden dat ze in hun vlet terug moesten komen. Na veel moeite begrepen dezen dit, maar toen stond men weer voor een andere moeilijkheid; de vlet zat aan de grond.

Door den kijker sloegen wij de pogingen gade. Hoe weinig water er toen bij de Deen stond, bewijst wel het feit, dat de Terschellingers slechts tot aan de knieën in het water stonden bij het pogen de vlet vlot te trekken. Na een half uur van hard pezen slaagden zij hierin en kwamen op de riemen naar de “Dorus” en de |Joan Hodshon”, die beiden uiteraard ook te veel diepgang bezaten om dichter onder de kotter te komen.

de Joan Hodshon wordt gelanceerd

 

Kapitein  Almland aan ’t woord.

In de “Joan” haden wij inmiddels den kapitei n van de Deen gevonden, Mr. Almland, die ons het tragisch verhaal vertelde van den ondergang van zijn schip. Eerst twee dagen geleden had hij het in Scheveningen gekocht, doch nauwelijks was hij uitgevaren, met bestemming Marstal in Denemarken, of daar weigerde reeds de motor. Hoe men ook repareerde en zocht, niets hielp en men was aangewezen op de zeilen. Zoo was men, aldus kapitein Almland, in de buurt van de Noorderhaaks gekomen; het was toen Maandagmiddag en het slechte weer nam hand over hand toe.

Het zicht was zeer slecht en een ieder hoopte op een behouden binnenkomst in een der havens. Den heelen dag en nacht heeft men rondgezwalkt, zonder dat de Kustwacht te de Cocksdorp, vanwege de sneeuw- en regen-buien iets te zien kreeg. In den nanacht werd het pleit beslecht. Men stootte op de gronden, om daarna over de plaat heengezet te worden en in den ingang van het Gat terecht te komen. Het schip zat, aldus onzen zegsman, roerloos, en maakte reeds in de machinekamer water.

Blij was hij dat men er het leven afgebracht had. Op de gebroken pols van een zijner mannen na werd niemand gewond.

Men besloot dat Doeksen Woensdag een kleinere sleepboot zal zenden, waarmede men dan een verbinding hoopt te maken. Met de vlet zullen de Terschellingers, die vannacht op de Cocksdorp gebleven zijn, dan weer aan boord gaan.

De “Amsterdam” en de “Holland” vertrokken en evenzoo de “Joan Hodshon” en de “Dorus”. Eenzaam  bleef de : Stella” achter. Neen…. niet eenzaam. Zij bleef omgeven van de witte kuiven en schuimende brekers van de Engelschmanplaat, die haar blijven opeischen, zoo lang ze daar zal blijven zitten. Vlakbij priemt een mast uit het felbewogen water…..  nog iets verder, ligt een zwarte ton te dansen; het graf van de “Oakfort”. Vele schepen liggen hier, honderdtallen. Het schepenkerkhof van de Noordzee.

 

Terug over de riggel.

Wij gaan terug en beleven de sensatie over de riggel te gaan, als het water laag is. De zee staat behoorlijk hol en als een stijgerend veulen danst de “Dorus” er vandoor. Wit schuim en schermen zout water vliegen over het scheepje. Donderend en loeiend zit de zee ons achterna. Wij kijken verstolen naar schipper Bot, die echter alleen maar in de verte staart en het roer omklemt. Z’v mannen houden zich met één hand vast en draaien met de andere ‘n “sjekkie”.  Toch is hier drommels uitkijken geboden. Er staat zeer weinig water en grondzeeën zijn niets bijzonders.

De riggel is misschien een goede honderd meter breed, maar we zullen het passeeren ervan niet spoedig vergeten. Als een gummibal danst en veert de “Dorus “erover. Af en toe balanceert zij als het ware op de witte kuif van zoo’n Eierlandsche roller, om dan neer te ketsen in het groen-grijze water.

De heele zee is hier wit en groen. Schuim en water. Een bewogen, ziedende, donderende watermassa, waarin een schip altijd moet vechten. En dit is nog maar een holle zee. Wat moet dat zijn als de Noord-Wester hier in zij volle kracht losbarst…

Met de 8-mijl van de “Dorus”gaat het dan full speed Nieuwediepwaarts. De regen slaat neer en er komt dien dag nog menige golf over de reeling. Maar het haalt niet bij die honderd meter riggel, die de open zee scheiden van de Eierlandsche Gronden.

Gelukkig hij, die deze tocht maakt op de reddingboot, die den naam van Neerlands grootste zeeridder draagt, en aan het roer waarvan schipper Coen Bot staat.

Om 6 uur ’s avonds loopt de “Dorus”binnen te Nieuwediep. Als er geen storm komt, zal de “Stella” het misschien uithouden. Gaat het er echter van langs, dan zijn  haar dagen geteld. Op de gronden van de Engelschmanplaat heeft zij geen kans.

Red; de schager Courant,28/12/1938;p.1/8, heeft het boivenstaande artikel geheel 1 op 1 overgenomen uit De Heldersche Courant,28/12/1938;p.1/8

 

Uit: De Reddingboot nr.47 mei 1939; blz.1504 Jaarverslag 1938

Materieel,Motorreddingbooten.

“Dorus Rijkers” (station Den Helder)

De motor kreeg periodiek onderhoud bij Machinefabriek en Reparatiebedrijf J.H. Keller v/h Deutz te Rotterdam; voorts werd een nieuwe regulateur aangebracht, hetgeen een groote verbetering bleek te zijn. Ook aan het schip werden enkele verbeteringen aangebracht: de steunen van het springnet werden verplaatst, de lantaarnbakken vernieuwd, een patrijspoort aangebracht in het schot tusschen motorkamer en achterverblijf, een nieuwe trap in het voorlogies geplaatst, een werkbank met gereedschapskistje aangebracht in de machinekamer.

Voorts werd een toegangsklep aangebracht in het dek boven de w.d. afdeeling tusschen voorlogies en kettingbak. Dit compartiment zal worden gebruikt voor het opbergen van oliegoed.

Eeind Augustus liep de “Dorus Rijkers” ernstige bodemschade op tengevolge van het stooten op een zich onder water bevindende strekdam; enkele platen moesten worden vernieuwd; de kosten der reparatie waren door verzekering gedekt.

Uit: De Reddingboot nr.47 mei 1939; blz.1508 Jaarverslag 1938

Radiotelefonie

…. De radiotelefonie is een onmisbaar iets geworden voor het reddingwezen. Thans zijn de navolgende installaties in gebruik;

…mrb. “Dorus Rijkers”: zend- en ontvanginstallatie…

 

Motorreddingboot Dorus Rijkers sleept een kotter de haven van Den Helder binnen. 

 

ms Zwaluw, Datum: 30/31.12.1949

Station: Den Helder/Bezuiden Oude Schild

Aantal geredden: 2

Redding nr: 1258

Uit: De Reddingboot nr. 68 juni 1950 blz. 2630

Motorschip Zwaluw gestrand;

30 december 17.45 vertrok de mrb.”Dorus Rijkers” uit de haven van Den Helder om te zoeken naar een scheepje, dat op de droogte van de Schanserwaard ( Oostkust Texel beZuiden Oudeschild) zou zijn gestrand. Harde Oostelijke wind, slecht zicht, matige zee. Op de Schanserwaard werd het ms “Zwaluw”( 103 ton ) aangetroffen. ’t Was laag water en de “Zwaluw” zat hoog en droog. De mrb.”Dorus Rijkers” bleef in de nabijheid. 31 dec. 01.30 kwam het vissersvaartuig TX88 opdagen om de “Zwaluw” vlot te brengen, en te 03.00 werden de pogingen ( ook de “Dorus Rijkers”hielp mede) met succes bekroond. Veertig minuten later arriveerde de “Zwaluw” en de “Dorus Rijkers”in de haven van Den Helder. De schipper van de “Zwaluw” heeft de volgende dag de plaatselijke reddingcommissie bedankt voor de spoedige hulp.

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,J.J.vanDok,L.vanLoosen.

 

Motorvlet, Eigenaar; Gemeentewerken, Datum: 15/16.02.1961

Station: Scheveningen/Bezuiden Scheveningen Aantal geredden: 0 Redding nr: 2255 Uit: De Reddingboot nr. 92 juni 1962 blz. 3748 Gezocht naar vermiste motorvlet; 15 februari 22.00 kreeg de schipper van de mrb. Dorus Rijkers (Scheveningen) bericht, dat een motorvlet van Gemeentewerken te 17.00 uit de haven was vertrokken met bestemming Hoek van Holland. De vlet was aldaar echter niet gearriveerd. Dikke mist, wind o., 2. De mrb. Dorus Rijkers vertrok te 22.15 uit de haven om te gaan zoeken. Uit Hoek van Holland waren de motorreddingboot President Jan Lels en motorreddingvlet Goudriaan van de Kon. Zuid-Holl. Mij tot Redding van Schipbreukelingen uitgevaren. Tevens was men van Terheyden en Scheveningen uit begonnen met de kustlijn af te zoeken. 16 februari 02.30 keerde de Dorus Rijkers onverrichter zake terug. Bemanning;S.C.denHeyer/schipper,P.deRuiter/stuurman,A.M.Veldman/motorist,J.Harting, Jac.Pronk,J.PronkSr. Motorvlet [2] Datum: 16.02.1961 Station: Scheveningen/Bezuiden Scheveningen Aantal geredden: 0 Redding nr: 2256 Uit: De Reddingboot nr. 92, juni 1962 blz.3748 Gezocht naar vermiste motorvlet (vervolg) Te 10.30 voer de reddingboot opnieuw uit. Het zicht was zodanig verbeterd, dat verder zoeken kans op succes kon hebben. Ook de met radar uitgeruste “Bruinvis” van Van der Tak’s Bergings Maatschappij nam aan de zoekactie deel. Te 13.00 kregen de Bruinvis en Dorus Rijkers contact met elkaar, juist op het moment, dat Scheveningen-radio melding maakte van het feit, dat de vlet was gevonden door Hr. Ms. mijnenveger „Gemert”. Dankzij de radar van de Bruinvis kon de ten anker liggende mijnenveger worden gevonden. De beide mannen stapten over aan boord van de “Dorus Rijkers”. De reddingboot voer met de vlet op sleeptouw terug naar Scheveningen, tot 2´ van de haven begeleid door de Bruinvis. het binnenlopen van de haven was tengevolge van de zeer dik geworden mist niet eenvoudig. Bij de eerste poging liep de reddingboot even vast op de strekdam benoorden de noorderpier. Te 17.00 liep zij de haven binnen. Bemanning;S.C.denHeyer/schipper,P.deRuiter/stuurman,A.M.Veldman/motorist,L.Groen, J.Harting,J.PronkSr.









 

2 Tjalken, Datum: 28.01.1945

Station: Den Helder/Balgzand

Aantal geredden: 0

Redding nr: 872

Uit: De Reddingboot nr.60 Mei 1946 blz 2128

Den Helder, gezocht naar tjalken;

28 Januari zocht de mrb. “Dorus Rijkers” eenige uren naar een tweetal tjalken, die naar Harlingen waren vertrokken en aldaar niet waren aangekomen. Gevreesd werd, dat de tjalken ten gevolge van den ijsgang in moeilijkheden waren geraakt. Onverrichter zake keerde de reddingboot naar de haven terug. Wind N.O. 5, aanschietende zee, vorst.

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.J.Fillerup,J.vanVeen,D.Snip

 

Duitsche Motorboten, Datum: 28.01.1946

Station: Den Helder/Haaksgronden

Aantal geredden: 12

Redding nr: 975

Uit: De Reddingboot nr mei 1947 blz.2240 en 2241

Duitsche Motorbooten gestrand op de Haaksgronden;

Den 28sten Januari ten 11 uur 30 hoorde de secretaris – penningmeester der plaatselijke reddingcommissie van Den Helder toevallig, dat een marine sleepboot was uitgevaren met de opdracht een bij het Westgat gestrand vaartuig vlot te sleepen. Hij belde direct de kustwacht op, doch tengevolge van slecht zicht kon deze niets anders mededeelen. Van de Marine hoorde hij toen, dat 12 Duitsche marine motorbooten, komende van Bremen met bestemming Rotterdam, geconvooieerd door een Engelsch marinevaartuig het Molengat waren binnengeloopen en dat hierbij een motorboot aan den grond was geraakt. Ten 13 uur rapporteerde de grenswacht bij den windwijzer op den zeedijk, dat een visscherman hem had gemeld; “een vaartuig op de “Haaksgronden”. Hoewel de kustwacht nog steeds niets kon zien werd besloten de motorreddingboot “Dorus Rijkers” op onderzoek uit te sturen. Met de mrvl. “C.K.Baas” op sleeptouw, voer deze ten 13 uur 15 uit naar het Westgat. Hier zag men twee motorbooten, die op de Noorderhaaks waren gestrand, terwijl een motorboot ten gevolge van motorstoring hulpeloos naar de Texelsche kust dreef. Met de motorboot, die tegen den buitenkant van de gronden was gestrand kon verbinding tot stand worden gebracht. De “Dorus Rijkers” sleepte het vaartuig vlot. De andere boot lag echter hooger op de gronden, waar te weinig water stond voor de “Dorus Rijkers”. Drie man gingen over aan boord van de mrvl. “C.K.Baas” en hiermede voeren zij door hevige branding naar de strandingsplaats. Bij de moeilijke manoeuvre om langszij te komen stootte de vlet enkele malen tegen de gestrande motorboot, waarbij enkele huidgangen schade opliepen. Drie Duitschers sprongen direct over, een der opvarenden was reeds door de branding overboord geslagen en verdronken. De motorboot sloeg op de gronden tenslotte geheel uit elkaar. Terwijl de “C.K.Baas” op de Noorderhaaks deze redding verrichte lukte het aan de “Dorus Rijkers” de ronddrijvende motorboot, die vijf man aan boord had, op te pikken waardoor stranding op de Texelsche kust werd voorkomen. In verband met de daar aanwezige “K – Mijnen “ zou dit een ramp tengevolge kunnen hebben gehad. Met twee motorbooten op sleeptouw arriveerde de “Dorus Rijkers” te 16 uur in Den Helder. De Marinesleepboot was reeds eerder in de haven teruggekeerd. Dit was de eerste reddingtocht van de “Dorus Rijkers” onder bevel ven den nieuwen schipper P.W.Bot. zijn vader C.Bot, die 1 Januari als schipper van de “Dorus Rijkers” was gepensioneerd, stond bij het vertrek aan de haven en het viel hem hard de reis niet mee te maken. Tijdens deze redding was de wind ZW kracht 5 – 6, matig zicht, aanschietendezee.

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,R.Eelman/motorist,L.vanLoosen,D.Snip,C.Tol.

 

Avenger vliegtuig, Datum:28.01.1960

Station: Scheveningen/ +/_ 10’Bewesten Katwijk aan Zee

Aantal geredden:0

Redding nr: 2152

Uit: De Reddingboot nr. 90 juni 1961 blz. 3647/48

Avenger vliegtuig maakt noodlanding op zee;

28 januari kwamen de reddingstations Scheveningen, Katwijk aan Zee, Noordwijk aan Zee en IJmuiden in actie op het te 15.45 resp. 16.00 ontvangen bericht, dat een vliegtuig van het Marine Vliegkamp Valkenburg, type Grumman Avenger, op 10 à 15’bewesten Katwijk aan Zee een noodlanding had moeten maken. De motorreddingboten “Dorus Rijkers” (Scheveningen) en “Neeltje Jacoba”(IJmuiden) voeren direct uit. Te Katwijk aan Zee en Noordwijk aan Zee werden respectievelijk de motorstrandreddingboten “Baron van Kattendijke” en “Kurt Carlsen” gelanceerd. Wind W.Z.W. tot Z.W.t.W., 7, ruwe, aanschietende zee.

Grumman TBF / Eatern TBM-the Avenger

Ditch in zee van de Grumman Avenger nr. 21-24.

 

Toen de “Dorus Rijkers” de plaats van het ongeval bijna bereikt had(17.25) werd bericht ontvangen dat Hr.Ms.Hadda, die zich toevallig in de buurt bevond, de piloot had opgepikt. De “Dorus Rijkers” en “Neeltje Jacoba” keerden terug en arriveerden resp. te 19.00 en 18.30 te Scheveningen en IJmuiden. De motorstrandreddingboten werden teruggeroepen d.m.v. aan de wal afgeschoten lichtkogelseinen (één rode lichtkogel betekend ;“keer terug naar de haven”). Te 19.00 keerden de “Baron van Kattendijke” en “Kurt Carlsen”Toen de “Dorus Rijkers” de plaats van het ongeval bijna bereikt had(17.25) werd bericht ontvangen dat Hr.Ms.Hadda, die zich toevallig in de buurt bevond, de piloot had opgepikt. De “Dorus Rijkers” en “Neeltje Jacoba” keerden terug en arriveerden resp. te 19.00 en 18.30 te Scheveningen en IJmuiden. De motorstrandreddingboten werden teruggeroepen d.m.v. aan de wal afgeschoten lichtkogelseinen (één rode lichtkogel betekend ;“keer terug naar de haven”). Te 19.00 keerden de “Baron van Kattendijke” en “Kurt Carlsen”

Kurt Carlsen uit; www.facebook.com/StKurtCarlsen

Na een ruwe tocht terug op het strand te Katwijk aan Zee resp. Noordwijk aan Zee. De piloot van het Avenger vliegtuig had t.g.v. motorstoring op zee moeten landen. Hij klom onmiddellijk op de rechtervleugel en haalde de grote dinghy uit de romp van het toestel. In zeer korte tijd was deze vol lucht. Ruim een minuut nadat hij zich op het rubbervlot in veiligheid had gebracht, verdween het vliegtuig in de golven. De piloot schoot lichtkogels af en , juist toen hij zijn laatste kogel had verschoten, naderde Hr.Ms.Hadda.

Bemanning;S.C.den Heyer/schipper,A.M.Veldman/motorist,M.Letsch,Jac.Pronk,JanPronk.

 

Nederlandse Stoomtrawler de Bruinvisch IJM 97,Datum: 29.01.1946

Station: Den Helder/Oost van de Koog

Aantal geredden: 0

Redding nr: 976

Uit: De Reddingboot nr mei 1947 blz. 2241

 Trawler gestrand;

29 Januari vertrok mrb. “Dorus Rijkers” ten 7.15 uur uit Den Helder op het bericht uit Texel, dat even bezuiden Koog geluidsseinen werden gehoord, vermoedelijk afkomstig van een in nood verkeerend vaartuig. Toen de reddingboot ter plaatse was gearriveerd bleek dat de strandingsplaats niet voldoende dicht kon worden benaderd, er lagen hier nog K – mijnen voor de kust, zoodat groote voorzichtigheid geboden was. Ten 11.15 uur keerde de mrb. “Dorus Rijkers” te Den Helder terug. Wind W. tot WZW kracht 5 – 7, nevelig, ruwe zee. Het gestrande schip was de stoomtrawler IJM 97 ( zie dienst No. 977). Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,R.Eelman/motorist,L.vanLoosen,D.Snip,C.Tol.

Uit; …en om hen heen was alles branding…blz.9

Trawler IJM 97 Bruinvisch op het strand ten zuiden van De Koog

 

Mrb.” Dorus Rijkers” standby voor vissersvaartuigen, datum 29.01.1960

SCH65”Avontuur III”. Reder; S.Bakker en Zn

SCH18”Hendrika Judith”, Reder;S.Bakker

KW102”Esperanza” , Reder; C.Plug&M.vanDuijn

en SCH73”Margaretha Maria”,Reder;v/h Fr.Vrolijk.

 

Schipper;W.Rog

Datum:29.01.1960

Station: Scheveningen

Aantal geredden:0

Redding nr: 2157

Uit: De Reddingboot nr. 90 juni 1961 blz.3648


29 januari hield de mrb. “Dorus Rijkers” (Scheveningen) van 15.00 tot 18.00 op en neer in de buitenhaven van Scheveningen teneinde onmiddellijk te kunnen bijspringen als er bij het binnenlopen van de SCH65, SCH18, KW102 en SCH73 iets mis zou gaan. De omstandigheden waren n.l. bijzonder slecht; wind N.W., 7 – 9,zwaar bewolkt, regen en hoge deining. De SCH73 kwam moeilijk binnen, de drie kotters beter. Assistentie hoefde de reddingboot niet te geven.

Bemanning;S.C.den Heyer/schipper,A.M.Veldman/motorist,J.Harting,M.Letsch,JanPronk.

 Sch18”Hendrika Judith”Reder;S.Bakker,Uit; www.scheveningen-haven.nl

 

 

Lets. ss Everanna, Datum:29/30.01.1938

Station: Den Helder/Dwars van Texel

Aantal geredden: 0

Redding nr:372

Uit: De Reddingboot nr.46, december 1938; blz.1440 en 1441                                                                    De Sleepzak gebarsten….

De storm bleef in den nacht van 29 op 30 januari doorrazen, 2 uur v.m. van den 30en januari seinde het Letlandsche ss”Everanna”, dat het zich dicht onder de Texelsche kust bevond, dwars van Koog en stuurloos was. Er stond vloed en de kans was groot, dat de “Everanna” op de Eierlandsche gronden zou stranden. De motorreddingboot “Dorus Rijkers” verliet de haven van Nieuwediep en voer beoosten Texel naar de Eierlandsche gronden. Een in nood verkeerend schip werd hier echter niet aangetroffen, de reddingboot voer bewesten Texel terug. Voor het Molengat bleek de zee zeer wild te zijn; de sleepzak werd over boord gezet en de golfstillende oliekranen open gedraaid. Deze maatregelen bleken bijtijds te zijn genomen, juist bij de verkenningston van het Molengat kwam een geweldige zee achterop. Deze stond boven alles uit, viel op dek en nam de “Dorus Rijkers” met enorme vaart mede. Eén moment stond iedereen in de stuurhut tot over zijn middel in het water….

Dank zij de sleepzak bleef de reddingboot gelukkig goed bestuurbaar. Er werd echter enorme kracht op de sleepzak en sleepzaktros uitgeoefend, de sleepzak sprong even uit zee, doch toen zij daarna het volle gewicht van de boot moest houden, bleek dit een te grooten eisch.  Het dikke zeildoek scheurde kapot. Gelukkig was toen de zwaarste branding gepasseerd…..

Ten 13.30 uur, na een tocht van 10 1/2 uur liep de “Dorus Rijkers” de haven van Nieuwediep binnen.

Bemanning; C.Bot,schipper, J.A.Oostendorp,Stuurman, R.Eelman,motorist, P.W.Bot, J.J.Runnenburg, P.deWit

Uit; Haarlem’s Dagblad, 31 Januari 1938, pag. 19/40.

“Dorus Rijkers”keerde onverrichterzake terug.

In verband met de ongerusrheid over ’t lot van een Letlandsch scheepje, dat niet ver uit den wal van Texel met den storm te kampen had, is de motorreddingboot “Dorus Rijkers” van station Den Helder van de N.Z.H.R.M. Zaterdagnacht om kwart voor drie uitgevaren om een onderzoek in te stellen naar dit scheepje.

De “Dorus Rijkers”, die Zondagmorgen op de Eierlandsche gronden is geweest, heeft niets kunnen ontdekken en is naar Den Helder teruggekeerd.

 

Loos alarm, Datum:18.01.1948

Station: Den Helder/Kwaaijongensstreek

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1112

Uit: De Reddingboot nr. 66 mei 1949 blz. 2452 en 2453

Misplaatste grap;

In de middag van 18 januari brachten twee jongens (oud 11 en 13 jaar) een fles bij de Kustwacht te Scheveningen, die zij op het strand hadden gevonden. Deze fles bevatte een briefje met navolgende inhoud;

“Kustvaartuig “Anne Marie”, Kapitein Jongbloed, in zinkende toestand op 53NB 4 03O. Radio defect, kom onmiddellijk 18.1.48. 3 u. v.m.”

Het bericht was zeer verdacht en het moest onmogelijk worden geacht, dat de fles in twaalf uur tijd een afstand van +/_ 60’ zou hebben afgelegd en dan nog wel in Z.W. richting, terwijl er een harde Westelijke wind stond! Toch werd zekerheidshalve besloten de mrb. “Dorus Rijkers” uit te zenden, die ten 16.40 de haven van Den Helder verliet. Een Mitchell vliegtuig werd in gereedheid gebracht om op te stijgen van het vliegveld Valkenburg. Intussen werden inlichtingen ingewonnen over de “Anne Marie” en al spoedig bleek, dat er geen Nederlands schip van deze naam bestond. Wel een Belgische en twee Duitse coasters. Telegrafisch werden inlichtingen gevraagd aan de Belgische scheepvaart autoriteiten. Toen met een aan zekerheid grenzende, waarschijnlijkheid kon worden vastgesteld, dat – zoals trouwens wel werd verwacht – het flessenbericht op een mystificatie berustte, riep Kustwacht Kijkduin de mrb. “Dorus Rijkers” (die inmiddels de uiterton van het Molengat was gepasseerd en opbokste tegen zware zeeën) terug. Ten 18.45 liep zij de haven weer binnen. Toen de jeugdige “grappenmakers” ’s avonds in de radio het resultaat hoorden van hun onverantwoordelijke bedrijf, meldden zij zich berouwvol bij de politie….

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,J.J.vanDok,P.Kramer, L.vanLoosen.

 

Vlot, Datum:18.01.1961

Station: Scheveningen/3’Bewesten Kijkduin

Aantal gereden; 0

Redding nr:2242

Uit: De Reddingboot nr.92 juni 1962 b lz.3743

Onbemand vlot;

18 januari kreeg de schipper van de mrb.”Dorus Rijkers” te 16.50 bericht, dat op +/_ 3 zeemijl uit de kust voor Kijkduin een vlot ronddreef. Te 17.00 vertrok de “Dorus Rijkers” uit de haven van Scheveningen. Het onbemande vlot werd gevonden en aan boord genomen. Het was een ongeveer vier meter lange vlonder met een geïmproviseerd zeil. Aangezien niet bekend was of er ook nog mensen aan boord van het vlot waren geweest, heeft de “Dorus Rijkers” enige tijd, zonder echter iets te vinden, de zee afgezocht. Vermoedelijk is het vlot vervaardigd door aan het strand spelende jongens, die het in zee hebben gestoten. Te 18.30 werd afgemeerd. Wind Z.O., 3, helder weer, vlakke zee.

Bemanning;S.C.denHeyer/schipper,P.deRuiter/stuurman,A.M.Veldman/motorist,L.Groen, J.Pronk Sr.

 

SCH19 ”Wouter” , Datum:20.01.1960

Reder;J.J.v.d.Toom

schipper;C.deJong

Station: Scheveningen

Aantal geredden:0

Redding nr: 2144

Uit: De Reddingboot nr. 90 juni 1961 blz.3645

Standby mrb. “Dorus Rijkers”;

20 januari 00.15 alarmeerde de dienstdoend havenwachter op de semafore (Scheveningen) de schipper van de mrb.”Dorus Rijkers” omdat de SCH19 de haven naderde met een defecte motor. Wind W., 7, zware buien, ruwe zee. De reddingboot voer te 00.45 uit en bleef in de buitenhaven de binnenkomst van de logger afwachten. Alles verliep goed en assistentie hoefde niet te worden verleend.

Bemanning;S.C.denHeyer/schipper,P.deRuiter/stuurman,A.M.Veldman/motorist,J.Harting, JanPronk.

 

Motorkotter, Datum: 25.01.1950

Station: Den Helder/Molengat

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1262 

Uit: De Reddingboot, nr. 70 mei 1951 blz.2715

Noodseinen gezien;

25 januari 06.30 zag kustwachtpost Kijkduin een stakelvuur in het Molengat onder de Texelse wal. De mrb.”Dorus Rijkers” verliet 07.00 de haven van Nieuwediep. Slecht zicht, wind O., 5. In het Molengat werd niets gevonden; nadat inlichtingen waren gevraagd aan enige uit zee komende vissersvaartuigen, keerde de “Dorus Rijkers” terug (10.30). Later bleken de seinen te zijn gegeven door een Texelse motorkotter, die motorstoring had gekregen. Een andere Texelse kotter bracht hem naar binnen.

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,J.J.vanDok.P.Kramer, L.vanLoosen.

 

2 Motor schepen gestrand, Datum: 04.02.1944

Station: Den Helder/Zuidwal

Aantal geredden: 0

Redding nr: 805 / 806

Uit: De Reddingboot nr 58 September 1945 blz. 2029 en 2030

Den Helder, twee schepen gestrand op de Zuidwal;

Tijdens den zwaren n.w. storm van 4 Februari geraakten twee kleine motorschepen op den Zuidwal aan den grond. Twee kleine sleepbooten, die uit de haven van Den Helder ter assistentie waren uitgevaren, slaagden er niet in verbinding tot stand te brengen. De mrb. “Dorus Rijkers” vertrok voor eventueele hulpverleening ten 16 u. 30. Een der gestrande schepen zag kans op eigen kracht vlot te komen, de andere raakte steeds verder op de droogte. Aangezien de bemanning zich niet in gevaar bevond, keerde de “Dorus Rijkers” terug en arriveerde ten 19 u. in de haven. Wind N.W., stormweer, hooge zee. Den 5den Februari werden wederom pogingen gedaan om het gestrande vaartuig vlot te brengen, doch deze mislukten, het waterpeil was 14 dm. Lager dan de vorigen dag. Ten 15 u. verzocht men de reddingboot twee man, die zich aan boord van het gestrande schip bevonden, af te halen. In verband met het lage water werd nu de motorreddingvlet “C.K.Baas” uitgezonden. Deze kwam ten 17 u. met de beide opvarenden terug. Wind N. &, wilde zee.

Bemanning nr.805; C.Bot/schipper, P.W.Bot/stuurman, R.Eelman/motorist, J.J.Fillerup, D.Snip, J.vanVeen.

Bemanning nr. 806;  C.Bot/schipper,P.W.Bot/stuurman,R.Eelman/motorist,D.Snip,J.vanVeen.

 

Fins ss Satakunta, Datum: 05.02.1948

Station: Den Helder/Molengat

Aantal geredden: 1

Redding nr: 1116

Uit: De Reddingboot nr. 66 mei 1949 blz. 2454 en 2455

Patiënt afgehaald van Fins stoomschip;

5 februari ontving de Commissaris Loodswezen te Den Helder navolgend telegram van het Finse ss “Satakunta”;

 

“Can we enter N.W. channel, draught 20.5 feet, about 10.00 gmt at mg lightvessel and can you get out when question of life.”

 

Hierop werd onmiddellijk geantwoord;

 

“Anchor near lightvessel Texel, Lifeboat and pilotvessel will be on the spot.”

 

Blijkbaar was hier sprake van een ernstige zieke en de mrb. “Dorus Rijkers” verliet ten 9.00 de haven, een brancard van het Gemeentelijke Ziekenhuis medenemend. Stijve W.N.W. lijke wind, aanschietende zee en Westelijke deining. Ten 10.30 buiten het Molengat, werd het ss “Skaane” gepraaid, dat bijgedraaid lag met defect aan de stuurmachine. Uit de richting van boei ET 3 kwamen twee schepen, doch de “Satakunta” was er niet bij, intussen riep de loodsschoener “Zeemeeuw” op, dat de Fin ook wel van de ST route kon komen hetgeen inderdaad het geval bleek te zijn. Intussen was ook het betonningsvaartuig “Texelstroom” met een dokter aan boord uitgevaren. Ten 11.50 nam de “Dorus Rijkers” een loods over van de “Zeemeeuw” en zette deze af op de “Satakunta”, vervolgens voer de reddingboot terug naar het Molengat en nam bij de rode ton no. 1 de dokter over van de “Texelstroom”. De “Satakunta” liep op loodsmans aanwijzing het Molengat binnen en de “Dorus Rijkers” bracht de dokter aan boord. Op de rede, ten 13.40, nam de reddingboot de patiënt over – een twintig jarige stuurmansleerling – (zoon van de eigenaar van de “Satakunta”, die zich ook aan boord bevond ). Tien minuten later werd hij door de ( radiotelefonisch bestelde ) ziekenauto naar het Ziekenhuis getransporteerd. Onmiddellijk operatief ingrijpen bleek nodig. Dank zij mooie samenwerking van loods- en reddingwezen werd het leven van de jonge Fin gered..

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,J.J.vanDok,P.Kramer, L.vanLoosen.

 

Motorklipper Vertrouwen,  Datum: 06.02.1948

Station: Den Helder/Wierbalg

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1118

Uit: De Reddingboot nr. 66 mei 1949 blz. 2455

Gezocht naar motorklipper;

6 februari geraakte ten +/_ 17.15 O.Z.O. van Den Helder een binnenschip in moeilijkheden op de Waddenzee. Storm uit het W.N.W., windkracht 8. Een Marinesleepboot was reeds naar buiten gevaren doch keerde terug toen het schip, de motorklipper “Vertrouwen”, voor top en takel lenzende in de richting van de Balg verdween. De mrb. “Dorus Rijkers” verliet ten 17.30 de haven, zocht het Malzwin af tot de Wierbalg doch vond niets en keerde ten 20.00 in de haven terug..

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,J.J.vanDok,P.Kramer, L.vanLoosen.

 

Loos alarm, Datum: 08/09.02.1937

Station: Den Helder/Haaksgronden

Aantal geredden: 0

Redding nr: 342

Uit: De Reddingboot nr. 45, juni 1938: blz.1387
Loos alarm.

Den 8en februari 1937 werd op het havenkantoor te Nieuwediep bericht ontvangen, dat door eenige personen in Oud-Helder 3 lichtkogels waren gezien in de richting van den Middelrug. De mrb. “Dorus Rijkers” voer ten 23 uur uit en zocht de Noorder Haaks af. Zonder resultaat evenwel. Van een in nood verkeerend schip viel niets te bespeuren.
Den 9en februari ten 2 uur was de “Dorus Rijkers” terug in de haven.  De wind was ZZW., kracht 5, buiig weer.

Bemanning; C.Bot/schipper, J.A.Oostendorp/stuurman, R.Eelman/motordrijver, W.deBoer, P.W.Bot, K.Bijl.

 

Nederlands ms Maria, Datum: 10/11.02.1949

Station: Den Helder/Bollen van de Balg/Texel

Aantal geredden: 0

Reddingnr; 1194 t/m 1196

Uit: De Reddingboot nr. 68 juni 1950 blz. 2599

Nederlandse ms Maria gestrand;

10 februari 10.45 vertrokken de mrb.”Dorus Rijkers” met de mrvl. ”C.K.Baas” uit Den Helder op het bericht, dat beO. Texel een vaartuig aan de grond zat, dat het vlaggesein DZ (= ik wens onmiddellijk assistentie) had gehesen. Ruw weer, harde NW-lijke wind met stormvlagen, regenbuien, aanschietende zee. Het gestrande ms “Maria” bleek beO. Rode ton no. 2 van de Texelstroom te zijn gestrand. De mrb.”Dorus Rijkers”  kwam op 100 m. beO. De “Maria” in 4 vaam water ten anker en de “C.K.Baas” voer er heen om te vragen of reddingboothulp nodig was. Dit bleek niet het geval te zijn. Zij vroeg om een sleepboot. Dit werd radio-telefonisch doorgegeven aan Kustwacht Kijkduin. De “Dorus Rijkers”bleef wachten totdat sleepboten ter plaatse waren en keerde 17.45 te Den Helder terug. Besloten werd deze nacht bij het gestrande schip te blijven, het weer was immers niet te vertrouwen en bij opkomend water zou er weer veel zee over het zwaar geladen schip kunnen lopen. 21.15 voeren de “Dorus Rijkers”en “C.K.Baas” opnieuw uit. Het weer verbeterde, de “Maria” maakte echter water en de kans op zinken bij eventueel vlot slepen was niet denkbeeldig. De afsleeppogingen mislukten. 11 februari 06.30 waren de “Dorus Rijkers”en “C.K.Baas” terug in Den Helder. Ten 10.30 vertrok de mrb.”Dorus Rijkers”opnieuw naar de “Maria” teneinde de situatie nog eens op te nemen. Het was rustig weer geworden en er bestond geen gevaar meer voor de bemanning. Ten 13.30 was de “Dorus Rijkers”in de haven terug. Nadat de uit 210 ton oud ijzer bestaande lading van de “Maria” over boord was gezet heeft de sleepboot Noord-Holland van de Firma Wijsmuller de “Maria” in de avond van 14 februari vlot gesleept en behouden binnen gebracht.

1194;Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,J.J.vanDok.P.Kramer,L.vanLoosen. 1195;Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,J.J.vanDok, L.vanLoosen. 1196;Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,J.J.vanDok.P.Kramer,L.van Loosen.

 

Fins ss Karhula,  Datum: 12.02.1950

Eigenaar; Rederij R Nordström & Co, Lovisa

Station: Den Helder/53 N/04 19.01E.

Aantal geredden: 18

Redding nr: 1265

Uit: De „Reddingboot nr. 70, mei 1951 blz.2716 t/m 2721
Scheepsramp van het Finse ss Karhula;

Zondag 12 februari 06.10 ontving Scheveningen-Radio navolgend S.O.S. sein: ss “Karhula” S.O.S. in distress position Texel North 60 degrees East 10 seamiles drifting ashore 40 degrees list Master.”
06.17 gaf Scheveningen-radio alarmsein. Te 06.20 werd de schipper van de mrb. “Dorus Rijkers” telefonisch gewaarschuwd. Deze riep de bemanning van de reddingboot bij elkaar. Des nachts was een ander vaartuig aan de buitenzijde van de reddingboot gemeerd, zodat het, mede ten gevolge van de harde ebstroom, langer duurde dan gewoonlijk alvorens de “Dorus Rijkers” los van de wal was. De “Karhula” werd door Scheveningenradio gepeild: de positie bleek te zijn 52°59’40”N. 04°15’00”O. 07.15 voer de reddingboot de haven uit.
07.28 seinde de “Karhula”, dat de opvarenden het schip wilden verlaten. Zeven minuten later werd opnieuw S.O.S. gegeven met de mededeling, dat een der reddingboten was gestreken. De sleepboot “Holland” van Doeksen (Terschelling) liet weten, dat zij met volle kracht naderde.

08.15 riepen Scheveningen-radio en de “Holland” de “Karhula” weer op, doch de Fin antwoordde niet meer.

Inmiddels was de “Dorus Rijkers” via het Schulpengat naar buiten gevaren; de uiterton werd te 08.10 gepasseerd. Er stond een hoge, wilde zee, het woei met stormkracht uit het WNW en de reddingboot kreeg het zwaar te verduren; de log wees dan ook aan, dat de vaart door het water niet meer dan 6 zeemijl per uur bedroeg.
Het Marinevliegveld Valkenburg had intussen ook maatregelen genomen. 08.32 steeg een Mitchell op en deze heeft 09.18 op ongeveer 52°57’5”N. 04°10’0”O. deklading en wrakhout, het nog drijvende stuurhuis, een sloep met 15 a 20 mensen aan boord en een omgeslagen sloep van de “Karhula” verkend.

Te 09.30 zag de “Dorus Rijkers” de Mitchell, die in NW-lijke richting vloog en een lichtkogel afschoot. Geantwoord werd met een witte lichtkogel. Kort daarop werden wederom lichtkogels afgeschoten door de Mitchell.
De reddingboot vervolgde haar koers en had te 10.24 de sloep aan boord waarvan zich de 18 overlevenden van deze ramp bevonden, bereikt. De schipbreukelingen gingen op de reddingboot over en kregen droge kleren, koffie en rum. De kachel in het achterlogies werd gloeiend gestookt. De sloep werd op sleeptouw genomen, doch de sleeptros brak en de sloep dreef weg. Het Engelse ss “Pentridge Hul’, dat door de Mitchell naar de plaats van de ramp was geleid, heeft te midden van het wrakhout nog gezocht naar overlevenden of lijken, doch vond niets De “Dorus Rijkers” kreeg telefonisch opdracht om nog geruime tijd te blijven zoeken en o.a. na te gaan of er nog mensen waren in het ronddrijvende stuurhuis van de “Karhula”. Van de gezagvoerder van de “Karhula”, die zich aan boord van de “Dorus Rijkers” bevond, werd echter vernomen, dat twee leden van de bemanning op het laatste moment uit het stuurhuis waren gehaald.
De “Karhula” had ‘s ochtends 01.30 enige slagzij gekregen; deze nam voortdurend toe en het binnendringende water steeg steeds hoger. Te ± 08.15 is de “Karhula” gezonken; het grootste gedeelte van de bemanning (waaronder ook de gezagvoerder) raakte te water; er waren slechts vier man in bakboords reddingboot. Deze vier man zagen kans veertien man (waaronder twee verstekelingen) op te pikken. Elf man (waaronder een verstekeling) zijn voor hun ogen verdronken. Nadat de “Dorus Rijkers” tot 11.45 zonder resultaat tussen het vele wrakhout naar drenkelingen had gezocht, werd koers gezet naar het Molengat.

Te 14.10 lag de reddingboot gemeerd en de 18 schipbreukelingen werden ontscheept. Ze kregen onderdak in hotel Het Wapen van Den Helder.

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,J.J.vanDok.P.Kramer, L.vanLoosen.

Uit het rapport van de “Mitchell”, ons toegezonden door de Commandant van het Marinevliegveld Valkenburg, nemen wij navolgend gedeelte over. 

 

INLICHTINGEN RAPPORT No. 50/3.
Vliegtuig: Mitchell 18-2, Onderdeel: Squadron 320

Bemanning:
Functie: Naam: Rang:

Commandant E. Senger Ltz. (V.) II

1e Vlieger B. Gottschalk Sergt. Vlgr.

Telegrafist A. J. Wams Sergt. Vlt. Tel.

Mecano R. Kroet Kpl. Vltm. (M.).

2e Mecano, Uitkijk G. J. Meurs H.Vlgtm.

Fotograaf, Uitkijk G. J. Alberts Vltm. (F.) III

 

Opdracht:

Zondag 12 februari 1950. Zo spoedig mogelijk starten Valkenburg. Langs de kust naar Kijkduin. Vandaar rechtstreeks naar positie 53°00’ N / 04° 15’ O. Vierkantsverkenning maken tot wrak gevonden is, maximum zicht 2 mijl. Indien mogelijk hulp verlenen aan drenkelingen. Plaats ramp aanduiden aan reddingvaartuigen en andere schepen. Overigens naar eigen logisch inzicht handelen bij deze reddingsactie.

 

Resultaat:

08.32 Start V.B. “ langs kust naar Kijkduin. 08.45 Zien schip aan B.B. ongeveer in positie 52°50’ N / 04° 10’ O. Koers NW, vaart 8 a 10 mijl.

08.49. Over Kijkduin. Zetten koers naar Positie. 53°00’ N / 04°15’ O, alwaar volgens opgaaf Fins schip met 40° slagzij en bemanning in de boten, zich moet bevinden.

08.54. Verkennen klein schip ± 1200 ton in pos. 53°02’ N /. 04°25’ O. Koers ZZO vaart 4 mijl.

08.56. Op positie 53°00’ N~04°15’ O. Hoogte 500 voet, snelheid 180 m.p.h. Wind 280 knopen, zicht 3 mijl. Toestand van de zee ruw. Zien niets; standaard bocht over S.B.

08.57. Op tegengestelde koers (2 mijl afstand vorige koerslijn). Verkennen zodoende gebied benedenwinds van het wrak.

08.59. Boven klein vrachtschip. Zien lichtschip Texel 4 streken over bakboord op 3 mijl. Vliegen door naar Kijkduin om zodoende benedenwindse strook af te zoeken en tevens naar reddingboot uit te kijken.

09.04. Boven Kijkduin, zetten wederom koers naar positie 53°00’ N / 04° 15’ O.

09.11. Op positie 53°00’ N / 04° 15’ O. Vliegen 2 minuten op koers verder.

09.13. Positie 53°00’ N / 04°07’ O. Bocht 90° naar B.B. naar schip dat te 08.54 werd gezien.

09.15. Positie 52°55’ N / 04°05’ O. Boven schip. Geen vlag, geen naam leesbaar, maken 90° B.B. bocht.

9.16. 90° naar bakboord. Verkennen een lichte plek op het water, die reeds om 08.13 gezien was. Deze plek blijkt bij nader onderzoek te worden gevormd door een groot aantal lichte kisten.

09.18. Positie 52°57^’ N / 04°10’ O. Lichte plek blijkt te zijn overboord geslagen deklading en wrakhout plus kaartenhuis met de peiler, plus sloep met naar schatting 15 a 20 mensen en een omgekeerde sloep, alles dicht opeen. Zakken tot 100 voet, zien geen drenkelingen.

09.19. Begeven ons naar onbekend schip, dat later het Engelse ss “Pentridge Hill” bleek te zijn.

09.20. Bij ss “Pentridge Hill”. Beginnen aandacht te trekken van het schip. Vliegen koersen van “Pentridge Hill” naar wrak v.v. Schip reageert hierop niet.

09.30. Positie 53°02’ N / 04°02’ O. Zien een trawler. Beginnen met Aldislamp te seinen met “Pentridge Hill” welke geen vlag voert, noch vlaggesein hees. Beginnen te seinen in Nederlands, klare taal.

Seinen per Aldislamp: “Volg mij, schip gezonken”. Commandant vliegtuig was in veronderstelling, dat dit schip bekend was met de scheepsramp en derhalve reeds op de internationale bekende aanvliegmethode zou reageren.

09.35. Bericht aan basis Reddingboot met mensen vlak bij gezonken schip waarvan brug boven water. Positie 2 mijl Zuid van verwachte positie.”

Seinen schip per Aldislamp in Engelse taal: “Follow me, ship sunk”.

Toen schip hierop wel begrepen teken seinde, maar hier niet op reageerde seinde Mitchell: “Stop S.O.S. ship sunk, follow me.”

Ontvingen weer begrepen-teken.

09.35. Bericht aan basis: “Geen kustreddingboot in nabijheid gezien.”

09.50. Schip stopt, verandert koers over S.B.

09.55 Bericht van basis: “U cirkelt boven Engels schip. Sein in Engels”. Hierop begrepen teken gegeven met toevoeging “Reeds gedaan”.

09.58. Geven positie sloep aan door afschieten rode licht kogels. Vliegen geregeld op en neer tussen schip en sloep. Hadden reeds eerder een smoke-float nabij wrakstukken afgeworpen, doch door ruwe toestand der zee en sterke wind was hiervan zeer weinig te zien.

10.06. Dorus Rijkers 2 mijl ZO van sloep met overlevenden, welke thans losgedreven van deklading. Koers Dorus Rijkers NNW, vaart 8 a 10 mijl.

10.07. Sturen Dorus Rijkers in naar sloep. Deze reageert onmiddellijk daarop. 

10.09. Bericht van basis: “Engels schip heet “Pentridge Hill”. Sleepboot over een uur bij aangegeven positie. Blijf cirkelen.”

10.13. Bericht aan basis: “Contact met “Pentridge Hill” en “Dorus Rijkers”. Brengen beiden naar sloep met overlevenden.” 

10.24. Dorus Rijkers bij sloep.

Bericht aan basis: “Dorus Rijkers bij sloep met overlevenden. “Pentridge Hill” op 1 mijl.”

10.25. Dorus Rijkers neemt overlevenden op. “Pentridge Hill” vaart te midden van deklading en wrakstukken.

10.37. Bericht aan basis: “Overlevenden opgenomen door Dorus Rijkers en zijn op weg naar huis.

10.40. “Pentridge Hill” maakt aanstalten haar reis te vervolgen.

10.43. Bericht op basis: “Blijf zoeken naar tweede sloep. Dorus Rijkers blijft ook.” 

10.47. Bericht aan basis: “Pentridge Hill” zet reis voort. Heeft te midden van overboord geslagen wrakstukken gevaren.”

11.13. Brengen “Dorus Rijkers” naar omgekeerde sloep die thans in ONO richting verdreven is van plek met deklading.

11.23. Bericht van basis: “Bent U nog boven wrak of keert U terug naar basis?”

11.29. Bericht aan basis: “Boven wrak, keren nu terug.

11.34. Lopen schiereiland van de Mok aan.

Vanaf 10.29, zijnde tijdstip boven positie “Dorus Rijkers” bij deklading, met koers100° en 200 mijl snelheid gevlogen. Teruggeplot geeft dit een laatste positie wrakstukken 53°00’ N / 04° 17’ O, waaruit blijkt, dat de wrakstukken zich onder invloed van wind en stroom in richting 060° verplaatsen.

12.01. Landen op basis. 

 

Weer op route:

Gemiddelde wind 280° / 25 knopen. Zicht 3 mijl in buien afnemend tot 1/2 mijl. Wolkenbasis 1500 voet. Bewolking variërend van 8/8 tot 2/8. Toestand van de zee, ruw.

Het ss Karhula”, groot 2200 B.R.T., van de rederij R. Nordstrom & Co te Lovisa, Finland was met een lading cellulose in balen op weg van Hangö naar St. Louis, gelegen aan de monding van de Rhône. Ter hoogte van Texel raakte het schip lek, kreeg slagzij, de lading zoog het water op en zette uit, tengevolge waarvan de luiken openbarstten.

Van de Commandant Zeemacht in Nederland ontvingen wij navolgend telegram d.d. 14 februari 1950:

“Doe U mijn gelukwensen toekomen met het succesvolle reddingwerk van de “Dorus Rijkers” bij het vergaan van het ss “Karhula”. Ik hoop, dat de Koninklijke Marine in de toekomst wederom zal kunnen helpen om het werk van Uw Maatschappij op de Ss kust met succes te bekronen”.

De Gezant van Finland te ‘s-Gravenhage, de heer Asko Ivalo betuigde schriftelijk zijn hartelijke dank voor het reddingwerk, hetwelk het tragische van het ondergaan van de “Karhula” in hoge mate heeft verhinderd: “Ik ben er van overtuigd”, zo schreef hij, “dat de geredde mannen van de “Karhula” innig dankbaar de motorreddingboot “Dorus Rijkers” en haar bemanning zullen herinneren. Ik heb in de Finse couranten kunnen lezen, dat deze mannen bij hun aankomst in Finland met erkenning en lof over de behandeling hebben gesproken, die hun in Nederland ten deel is gevallen.”

De Rederij R. Nordström & Co te Lovisa schonk de Kon. N.Z.H.R.M. een bedrag van  “f. 1000.” als bewijs van dankbaarheid voor de redding van 18 opvarenden van de “Karhula”.

Ruim een half jaar na deze tragische scheepsramp, op 1 september 1950, is op de Noordzee beWesten Den Helder een plechtige dienst gehouden aan boord van de “Dorus Rijkers”, ter herdenking van de Finse zeelieden van de “Karhula”, die op 12 februari hun leven lieten. Hiervoor waren, behalve een der Directeuren van de Rederij Nordstrom, enige familieleden van de slachtoffers overgekomen uit Finland.

De dienst werd geleid door de predikant van de Lutherse Zeemans-kerk te Antwerpen. Na de dienst werden kransen op zee geworpen. Deze aangrijpende plechtigheid zal door de bemanning van de “Dorus Rijkers” wel nimmer worden vergeten.

 

Een verslag van deze dienst is opgenomen in het boek; “Redden en bergen, bij nacht en ontij

( Reddingsacties en scheepsbergingen langs de Nederlandse kust en op de Noordzee)ISBN9064551073 :blz.86-88:”Redding met gemengde gevoelens”.

 

Klipperaak Rival, Datum:14.02.1933

schipper J.S.Dijkstra, Drachten

Station: Helder/Amsteldiep/Wieringen

Aantal geredden:3

Redding nr:187

Uit: De Reddingboot nr. 37 maart 1934 blz. 1037                                                                                            

De “Dorus Rijkers” brengt de klipperaak “Rival” behouden binnen.

Den 14en februari werd door de Commissie van plaatselijk bestuur te Den Helder bericht ontvangen dat een onbekend vaartuig in het Amsteldiep benoorden Wieringen gestrand was. Het was buiig weer, wind NNW. De motorreddingboot “Dorus Rijkers” onder commando van C.Bot vertrok zoo spoedig mogelijk naar de strandingsplaats. Het gestrande vaartuig, de klipperaak “Rival” uit Drachten, aan boord van welk vaartuig zich 3 man bevonden, kon tot op een afstand van +/_ 400 m. worden genaderd. Met behulp van de door de motorreddingboot medegenomen vlet werd getracht een lijn over te brengen, dit gelukte niet, de vlet bleef nog op een afstand van 30 m. van de “Rival” verwijderd. Intusschen was de vloed doorgekomen en schipper Bot besloot te trachten met de “Dorus Rijkers” naderbij te komen. De “Rival” kwam toen zelf vlot en de schipper, J.S.Dijkstra, vroeg aan de “Dorus Rijkers” hem te begeleiden naar Den Helder aangezien hij totaal onbekend was met het vaarwater. Zulks geschiedde. Ter hoogte van spitse ton No. 2 van het Malzwin gaf de “Rival” echter seinen op de fluit, het bleek dat de motor defect was geraakt. De “Dorus Rijkers” trachtte daarop de “Rival” op sleeptouw te nemen hetgeen in 3 m. water aan lager wal en tijdens een harde sneeuwbui gelukte. De “Rival” werd des avonds half elf door schipper Bot met de “Dorus Rijkers” behouden in de haven van Nieuwediep gebracht. De schipper van de “Rival” toonde zich zeer dankbaar voor de hem verleende hulp.

                                                                                                          

Uit; De Motorreddingboot Dorus Rijkers blz.42 van A.van der Hel;

De klipperaak “Rival” met thuishaven Drachten en schipper J.S.Dijkstra was met een lading hout

( deuren, kozijnen,enz.) van Stavoren onderweg naar Den Helder.

 

Uit; Schiedamsche Courant,15/02/1933;p.7/8

Schip aan den grond.

   Benoorden Wieringen geraakte het klipperschip “Rival” uit Drachten aan den grond. Bij laag water kwam het geheel droog te liggen. Toen het water steeg, raakte de boot weer vlot, doch daar zij machineschade had gekregen, is de boot door de “Dorus Rijkers” naar Den Helder gebracht.

 

Engels ss Shonga, Datum: 18.02.1928

Station: Den Helder/Noord van IJmuiden

Aantal geredden: 32

Redding nr: 56

Uit: De Reddingboot nr. 28, Maart 1928:blz. 703 t/m 709,

IJmuiden.Stranding van het ss “Shonga” op 17 Februari 1928.

Redding van de bemanning op 18 Februari 1928.Op Vrijdagmorgen den 17 Februari 1928 verliet het Engelsche stoomschip “Shonga” van de Africa SS Cy (manager de Elder Dempster line) te 10 v.m. de haven van IJmuiden.
Er stond een stormachtige W.Z.W. wind, kracht 9, die de oorzaak was dat het stoomschip, dat achter 61 dm. lag en vóór slechts 40 dm. het hoog liggende voorschip niet in den wind op kon houden, waardoor het schip, buiten de pieren gekomen, naar de kust dreef.
Het passeerde daarbij den kop van de Noordpier op 15 Meter afstand. Het kwam ten anker voor beide ankers en heesch het sein N.C.
De gelegenheid was zoodanig, dat de sleepbooten niet naar buiten konden komen.
Zware zeeën sloegen over het schip. De ankers krabden, het achterschip stootte aan den grond, waarbij de schroef verloren ging.
Vervolgens braken beide kettingen en zwaaide het voorschip om waarbij het van het vastzittende achterschip werd afgewrongen, ter hoogte van het achterschot van de machinekamer. Het voorschip, waarop zich gelukkig de geheele bemanning bevond, dreef nog een honderdtal meters naar de kust en bleef daar zitten met den steven landwaarts en recht voor de zee.
Dit alles gebeurde in weinige oogenblikken en te 10.30 v.m. bereikte het eerste bericht de Noord- en Zuidhollandsche Reddingmaatschappij te Amsterdam.
Te IJmuiden en, nadat Wijk aan Zee was gewaarschuwd ook aldaar, waren dadelijk maatregelen genomen om hulp te bieden.
De stranding had plaats aan de Noordzijde van de Noordpier.
Het station IJmuiden-Noord bestaat op het oogenblik niet als gevolg van de verlegging van het worteleind van het Noordelijke havenhoofd in verband met den bouw van de nieuwe groote schutsluis.
Dientengevolge moest, ingevolge de afspraak, de reddingboot van Wijk aan Zee te hulp komen en ofschoon de weg naar het strand te Wijk aan Zee niet zoo gemakkelijk is en het strand zelf al spoedig bezaaid lag met zakken cacaoboonen, die uit het achterschip van de “Shonga” waren gespoeld, gelukte het de reddingboot van Wijk aan Zee te 1.30 bij de strandingsplaats te zijn.
Intusschen was de kracht van den storm onverminderd. De plaatselijke Commissies en de roeiers waren er van overtuigd dat het onmogelijk was met een boot van het strand te komen en al had men het gestrande voor-schip kunnen bereiken, dan zou een boot daar niets hebben kunnen uitrichten daar het schip geen lij maakte.
Hulp met een sleepboot en de zelf-richtende havenboot op sleeper van uit zee zou daarom even weinig mogelijk geweest zijn, zelfs al nemen wij aan dat het een sleepboot zou zijn gelukt naar buiten te komen.
Zoo bleef er dus niets over dan te wachten, waarbij ook in het oog moet worden gehouden, dat de bemanning van de “Shonga” voorloopig niet in gevaar verkeerde.

Foto uit;De Reddingboot nr 28 juni 1928 blz 704

De zucht om toch een poging te doen om de bemanning nog voor den nacht af te halen, deed de moedige bemanning van Wijk aan Zee, voltallig gemaakt met een 3-tal Egmonders, in zee steken, doch zij moest terug-keeren. De kracht van den storm was te groot.
Zoo viel de nacht met de onrustgevende wetenschap, dat zich aan boord van de “Shonga”, een groot aantal menschen, ongeveer 40, bevonden, die wel niet in onmiddellijk gevaar verkeerden, maar omtrent wier lot men bij doorstaan van den storm in het onzekere verkeerde. Ook was het niet bekend of zich al dan niet nog menschen op het achterschip bevonden.
Men was des avonds van de Semaphore in geregelde seingemeenschap met de “Shonga” per morselamp. Men deelde de bemanning mede, dat zij er op kon rekenen, dat bij het aanbreken van den dag een poging zou gedaan worden.
De “Shonga” vroeg het weerbericht, dat gegeven werd en antwoordde dat de bemanning zich goed hield en vast rekende op IJmuiden.
Waar er allerminst zekerheid bestond dat de omstandigheden van wind en zee den volgenden morgen de redding van den wal af met de strand -reddingboot zouden toelaten werd de motorreddingboot “Dorus Rijkers”, die gedurende den dag reeds volkomen op de hoogte was gebracht, opgeroepen.
Ook werd, voor het geval de “Dorus Rijkers” niet bij het wrak kon komen de maatregel genomen de boot van IJmuiden-Zuid, getrokken door den tractor via de Velser pont, Beverwijk en Wijk aan Zee naar het Noorderstrand te zenden.
De “Dorus Rijkers” vertrok te 9 uur ‘s avonds bij stormachtigen N. Westenwind en hooge, wilde zee van Helder en de Zuiderboot, getrokken door den tractor, maakte haar langen nachtelijken tocht. De bedoeling was zoodoende meer strandreddingbooten dan alleen die van Wijk aan Zee beschikbaar te hebben.
Wanneer de omstandigheden zoodanig zouden blijken te zijn, dat de “Dorus Rijkers” geen dienst kon doen zou het noodig zijn over meer dan een strandreddingboot te beschikken.
Te 3 uur ‘s nachts was de “Dorus Rijkers” in de haven van IJmuiden. Zij had een kwaden nacht gehad zooals begrijpelijk is als men op een reddingboot tegen een stormachtigen wind in van Helder naar IJmuiden moet varen, maar alles was goed gegaan. De bemanning zat in de achterkajuit, waar alles gereed was om dienst te doen, ook het Schermuly-pistool tot het overschieten van een lijn, als dit noodzakelijk mocht blijken.
Zij zouden hun best doen, zeiden ze, en daaraan werd ook volstrekt niet getwijfeld
Een reddingtocht als nu met de “Dorus Rijkers” zou worden beproefd was niet zoo zeer gevaarlijk door de gelegenheid van wind en zee, welke gedurende den nacht veel verbeterd was, dan door de onzekerheid waarin verkeerd werd omtrent de diepte van water bij het wrak. Hier moest vóór wind en zee het wrak genaderd worden, dat op een lager wal zat, hetgeen meer gevaren biedt dan wanneer een schip is gestrand op een los van de kust liggende bank in welk geval het wrak als regel van onder de lij kan genaderd worden en men in ieder geval om de bank heen overal diep water vindt.
De diepgang van het gestrande voorschip en de afstand van de kust deden wel veronderstellen dat er genoeg water zou zijn voor de 1.35 M. diepgaande “Dorus Rijkers” maar het water was gedurende den nacht l ½ Meter gevallen en er stond nog veel zee.

Foto uit; De Reddingboot nr 28 juni 1928 blz706

 

Aan het Noorderstrand stonden nu de booten van IJmuiden en Wijk aan Zee en de tractor.
Ongeveer 6 uur vertrok de “Dorus Rijkers”.Schipper C. Bot stuurde zijn reddingboot eerst tusschen de pier en het achterschip, teneinde zich te overtuigen of daarop nog menschen waren.Hij kwam toen op de hoogte van het voorschip waar gelood werd en voldoende water werd gevonden.Vervolgens beproefde hij de kracht van de “Dorus Rijkers” op de branding en zag hij dat hij deze de baas was.
Daarna langs bakboordszijde van het voorschip, dicht langs den voorsteven en zoo kwam hij langszijde.Even later kwam ook de IJmuider reddingboot met schipper P. J. A. Kramer bij de “Shonga” en vond een mooie ligplaats achter de “Dorus Rijkers”.Hoewel er nog veel zee stond verliep de redding nu vlug, ook door de goede orde die aan boord van de ”Shonga” heerschte. Men zag van het strand, toen het wat lichter werd, duidelijk het overspringen van de menschen en eindelijk zag men het neerhalen van het N.C.-sein aan boord van de ”Shonga” en het overspringen van nog een man.
Toen kwamen zoowel de “,Dorus Rijkers” als de IJmuider strand reddingboot terug. Delaatste landde 9 menschen op het strand en de “Dorus Rijkers” 32 menschen te IJmuiden in de haven.Schipper Bot zeide, dat hij moeilijker reddingen had meegemaakt, maar dat de onzekerheid of de “Dorus Rijkers” al dan niet zou stooten spanning had veroorzaakt.De Noord- en Zuidhollandsche Reddingmaatschappij kan dankbaar op deze welgeslaagde redding terugzien.
Wij noemen hieronder de namen dergenen die als lid der bemanning van een reddingboot hunne diensten verleenden en wel:
1e. de bemanning der reddingboot van Wijk aan Zee, die Vrijdag 17 Februari 1928 eene poging deed: bootsman W.. Grapendaal, roeiers P. Vries-man Jr., J. Grapendaal (oud-bootsman), Jac. Grapendaal, S. Schelvis, J. Snijders Vroegop, Jan van der Meij Jzn., B. van der Meij Jzn., R. de Visser, L. van der Kolk, M. Genet, L. Genet en H. Koopman (de drie laatstgenoemden waren van Egmond gekomen);
2e. de bemanning van de motorreddingboot “Dorus Rijkers”: schipper C. Bot, machinist R. Eelman, matrozen C. Bijl, K. Bijl, J. A. Oostendorp en W. de Boer;
3e. de bemanning van de reddingboot van IJmuiden: bootsman P. J. A. Kramer, roeiers P. J. A. Kramer Jr.. V. Kramer. C. van der Wiele, J. Westerwal, R. King, P. Hamers, J. Tijsmeier, G. Stam, J. Engelhard, Y. de Graaf en S. Smit.
Wij zouden nog veel meer namen kunnen noemen maar wij zullen het hierbij laten. Wij denken nu aan de leden der Commissiën van plaatselijk bestuur, die zich veel moeite en zorgen en lichamelijk ongemak hebben moeten getroosten doch die met groote voldoening kunnen terugzien op wat door hunne maatregelen werd bereikt.Wij denken ook aan de vele anderen, die aan den wal hunne diensten verleenden om de reddingmiddelen te brengen ter plaatse waar zij moesten zijn.
Zij hebben allen met groote flinkheid en toewijding gewerkt en de woorden van captain Liversege van de ongelukkige “Shonga” gelden voor allen: „You did everything you could do, and you did it inthe best way possible”. (Gij hebt alles gedaan wat gedaan kon worden en op de best mogelijke  wijze).

 

2 Haringvletten, Datum:18.02.1930

Station:Den Helder/Texel

Aantal geredden:0

Redding nr: 121

Uit: De Reddingboot No.32 Maart 1931 blz. 885

Op den 18den Februari 1930 tegen 5 uur ’s avonds, ontving onze Commissie van plaatselijk bestuur de mededeeling, dat een tweetal haringvletten, die ’s morgens ter haringtrekkerij waren uitgevaren door den steeds toenemenden Noordoosten wind de haven niet konden bereiken. De “Dorus Rijkers”voer daarop te 17.15 uit en pikte de twee haringvletten te 19 uur op.

 

Uit; De Reddingboot nr;33 Juli 1931;blz. 917

Op 18 Februari verleende de motorreddingboot “Dorus Rijkers” te Helder hulp aan een aantal haringvletten, die in moeilijkheden verkeerden

 

Noors ms Macbeth, Datum: 21.02.1948

Station: Den Helder/Keizersbult

Aantal geredden:0

Reddingnr; 1125

Uit: De Reddingboot nr.66 mei 1949 blz.2457 en 2458

Noorse kustvaarder in moeilijkheden;

21 februari 10.40 meldde Kustwacht Kijkduin, dat in peiling 263 een schip werd gezien, dat niet van peiling veranderde. Blijkbaar was het op de Noorderhaaks gestrand, doch noodseinen werden niet gegeven. De bemanning van de mrb.”Dorus Rijkers” die reeds daags te voren met het oog op het vele ijs ligplaats had gekozen voorin de haven van het Nieuwediep, werd gealarmeerd. De sleepboot Noord-Holland van Bureau Wijsmuller vertrok naar buiten en rapporteerde dat het Noorse ms “Macbeth” op de Noorderhaaks zat. Zekerheidshalve ging nu ten 12.10 ook de mrb.”Dorus Rijkers” uit. Veel moeilijkheden werden ondervonden van het ijs, dat zich in de havenmonding had opgehoopt, doch de reddingboot kwam er door en arriveerde ten 13.45 bij de “Macbeth”, die inmiddels door de sleepboot “Noord-Holland” was vlot getrokken. De “Dorus Rijkers” keerde terug en lag ten 15.50 gemeerd.

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,J.J.vanDok,P.Kramer.

Uit; Geschiedenis Bueau Wijsmuller;

Het Noorse motorschip “Macbeth”(675 ton) vanuit Stavanger onderweg naar Harlingen liep bij het binnenlopen van het Schulpengat aan lagerwal. De “Noord-Hoplland” wist de “Macbeth”vlot te brengen en Den Helder binnen te slepen. De “Macbeth”heeft averij aan roer en stuurmachine.

 

Vlet. Datum:24.02.1932

Station: Helder/Texelstroom/Onrust

Aantal geredden:0

Redding nr:161

Uit: De Reddingboot nr; 35 januari 1933;Blz. 974en 975

De “Dorus Rijkers” zoekt naar een vlet met menschen.

Op 24 februari 1932 woei er te Helder een stijve koelte, kracht 6, uit het Noordoosten. Aan den wal is het er dan niet aangenaam, maar ook op zee kan de toestand te wenschen overlaten. Dit ondervonden twee personen, gepensioneerde marinemannen die in een vlet van Helder waren overgestoken naar de groote zandplaat de “Onrust”, om te gaan visschen. Waarschijnlijk nog meer dan zijzelven maakten familieleden zich ongerust. Als er ongerustheid bestaat over iets, dat op zee plaats heeft, denkt men te Helder al gauw aan de “Dorus Rijkers” met haar krachtigen motor en flinke bemanning. Ten 17.20 ontving de Commissie van plaatselijk bestuur een telefonische mededeeling van de Politie. De familieleden maakten zich ernstig ongerust, het was donker, de wind stak meer op en er liep een zware eb. Binnenkomende haringvletten deelden mede, de eene dat hij de vlet had gezien bij den ingang van het Molengat, de andere dat het was bij de ton van de Laan, een derde wees naar de Mok. Aan de Mok op Texel bevindt zich het vliegkamp van de Marine. Een poging met de Mok te telefoneeren had geen succes. Toen intusschen de vlet nog niet binnen was gekomen werd besloten voor alle zekerheid de “Dorus Rijkers” ter opsporing uit te zenden. Men nam een vlet mede en kwam voor de ingang van de Mok ten anker. Verder ging men met de vlet naar binnen. Daar vond men bij de wacht van het vliegkamp de beide vermiste opvarenden in goeden welstand. Men bracht ze aan boord en kwam te 22 uur te Helder binnen. De familieleden konden rustig slapen. De kosten van dezen tocht, die door de Reddingmaatschappij werden gedragen, waren f 27.50 en 45 liter brandstofolie, enz.

 

Uit: De Reddingboot nr 36 juni 1933 blz. 1006

Op 24 februari zocht de motorreddingboot “Dorus Rijkers” naar een vlet met menschen, die vermist werden en vond deze.

 

Uit; De Heldersche Courant, 25/02/1932;p.6/12

VLET VERMIST EN WEERGEVONDEN

Gistermiddag waren twee visschers, in een vlet, naar buiten gegaan en dreven door den stroom uit hun koers.

Door het lange wegblijven ontstond er aan den wal eenige ongerustheid. Plannen werden reeds gemaakt om de “Dorus Rijkers” op zoek uit te sturen, toen een juist binnenkomend schipper mededeelde aan de zuidelijke Texelsche kust de vlet gezien hebben. Eén der visschers trok de vlet langs een lijn voort, terwijl de andere in de vlet bezig was. De vlet werd in de richting van het vliegkamp “de Mok” gesleept. Doordat “de Mok” des winters niet telefonisch is aangesloten kon men geen nader bericht krijgen. Gisteravond  is toen de “Dorus Rijkers” uitgezonden om de vlet  op te halen. De reddingboot keerde ongeveer  half tien met vlet en bemanning terug.

 

Vlet, Datum: 25.02.1924

Station: Den Helder/Onrust

Aantal geredden: 12

Uit: De Reddingboot nr. 24, juni 1925: blz.; 572

Hulp aan Haringvletten.

Op den 25sten februari 1924 des avonds te 5 uur werd hulp gevraagd voor een drietal haringvletten, welke dien morgen uit den Helder ter haringvangst waren uitgetrokken, doch des avonds toen de wind met stormkracht uit het Noordoosten woei, niet meer in staat waren de haven te bereiken. Na overleg werd besloten tot het uitzenden van de “Dorus Rijkers”, waarbij alleen de kosten van de brandstof ten laste der Noord- en Zuid-Hollandsche Reddingmaatschappij zouden komen. Eenige opstappers werden bereid gevonden dit reisje zonder vergoeding mede te maken. De “Dorus Rijkers” vertrok 5 uur 30 en kwam 7 uur terug met een der vletten op sleeptouw; de tweede wist de haven te bereiken en de derde landde te Huisduinen. Er werd 24 liter olie verstookt

Uit; De Heldersche Courant, 18/10/1928;p.5/8

Op den 25sten Februari 1924 vertrok de “Dorus Rijkers” bij storm uit het Noordoosten ter opsporing van een drietal haringvletten. Zij kwam de haven binnen met een dier vletten op sleeper.

 

6 Haringvletten, Datum:27.02.1932

Station: Helder/Marsdiep

Aantal geredden:0

Redding nr: 162

Uit: De Reddingboot nr.35 januari 1933; Blz. 975

Wederom verleent de “Dorus Rijkers” hulp, nu aan een zestal haringvletten.

Op den 27sten februari 1932 waren bij aanwakkerenden Oostenwind een aantal haringvletten bij Huisduinen aan het visschen. Zij konden met het oog op het tij niet in den wind op naar de haven terugkeeren en zouden zeer zeker een zeer ongeriefelijken nacht zijn tegemoet gegaan, ware de hulpvaardige “Dorus Rijkers” niet uitgevaren, die ze op sleeper nam en binnenbracht. De kosten waren voor de Reddingmaatschappij slechts die van de brandstof, ongeveer 35 liter, want de bemanning van de “Dorus Rijkers” wilde voor dezen tocht geen vergoeding aannemen, aangezien de hulp hier menschen gold, die men als een soort familieleden kon beschouwen.

Uit: De Reddingboot nr 36 juni 1933 blz. 1006

Op 27 Februari verleende de motorreddingboot “Dorus Rijkers” te Den Helder hulp aan een aantal haringvletten, die in moeilijke omstandigheden waren.

 

Botter UK 243, Datum: 28.02.1940

Station: Den Helder/Huisduinen paal 2

Aantal geredden: 2

Redding nr: 466 en 467

Uit: De Reddingboot nr. 51, mei 1941; blz. 1679 en 1680
De “Dorus Rijkers” bergt een botter.

Den 28en en 29en februari 1940 verleende de mrb. “Dorus Rijkers” assistentie aan den bij paal 2 bezuiden Kijkduin gestranden botter „U.K. 243. Tenslotte zag de “Dorus Rijkers” kans de botter vlot te sleepen ( zie: „De Reddingboot” No. 50)
Uit: De Reddingboot nr. 50, december. 1940:blz.1632
Een dankbare schipper.

Meer dan ooit”, zoo schrijft ons de schipper van de “UK 243”, die na veel moeite op 29 februari 1940 door de mrb. “Dorus Rijkers” werd vlot gesleept, „ben ik thans doordrongen van het groote belang, dat ook de visschers hebben bij een reddingwezen, dat in critieke oogen-blikken als gevaar dreigt, hulp wil bieden en dat op een wijze boven alle lof verheven. Vooral in dezen voor de visschers gevaarlijken tijd, geeft de gedachte dat aan den wal steeds trouwe menschen gereed staan om met goed uitgerust materiaal hulp te bieden, de noodige kalmte en rust”. En dan besluit hij zijn brief met de mededeeling, dat hij en zijn zoon toetreden als contribuant der N.Z.H.R.M. Inderdaad heeft de mrb. “Dorus Rijkers” zich zeer veel moeite getroost voor de “UK 243”, die zonder de hulp der reddingboot zeker verloren zou zijn geweest. Het schip strandde 28 februari bij paal 2 bezuiden Kijkduin (den Helder) en de schipper, die niet verzekerd was, riep de hulp der N.Z.H.R.M. in, met het gevolg dat de mrb. “Dorus Rijkers” zich naar de strandingsplaats begaf.
Met de Schermuly lijnpistool werd een lijn over den botter geschoten en verbinding gemaakt, doch de afsleeppogingen mislukten. Den volgenden dag begon men met nieuwen moed. Een tweetal motorkotters “HD 7” en “HD 162” boden vrijwillig hulp aan en nadat de “Dorus Rijkers de verbinding tot stand had gebracht, maakten de kotters op de reddingboot vast. Er stond veel zee, richting N.N.O., kracht 6.    Na een half uur trekken schoot de “UK 243” iets vooruit doch toen brak de tros tusschen de “Dorus Rijkers” en de beide kotters. Het water begon te vallen en er zat niets anders op dan tot het volgende hoogwater te wachten.Tegen den avond begonnen de pogingen opnieuw; de “Dorus Rijkers” lag voor de volle sleeptros. Ten 20 u. 30, het weer was inmiddels veel ruwer geworden, brak de verbinding met de kotters opnieuw en door de duisternis lukte het niet deze te herstellen. Onversaagd bleef de “Dorus Rijkers” alleen doortrekken en ten 21 u. 30 was de “UK 243”, die ernstig gevaar liep te pletter te slaan, in vlot water.

Bemanning; 466;C.Bot/schipper,P.W.Bot/stuurman,R.Eelman/motorist.

Bemanning;467: C.Bot/schipper,P.W.Bot/stuurman,R.Eelman/motorist,J.J.Fillerup,J.J.Runnenburg. 

 

Uit: „Tusschen Mijnen en Grondzeeën“ van; H.Th. de Booy, blz. 22;

Mooi werk verrichtte de „Dorus Rijkers“ op 29 Februari 1940 door de Urker botter „UK 243“, die gestrand was bij paal 2 bezuidenden vuurtoren te Huisduinen, van een zekeren ondergang te redden.

 

De dankbare schipper schreef ons:

„Meer dan ooit ben ik thans doordrongen van het groote belang, dat ook de visschers hebben bij een reddingwezen, dat in kritieke oogenblikken als gevaar dreigt, hulp will bieden en dat op een wijze boven alle lof verheven. Vooral in dezen, voor de visschers gevaarlijken tijd, geeft de gedachte, dat aan de wal steeds trouwe menschen gereed staan om met goed uitgerust materiaal hulp te bieden, de noodige kalmte en rust.“

En dan besluit hij zijn brief met de mededeeling, dat hij en zijn zoons toetreden als contribuant der N.Z.H.R.M.

Zulke brieven worden door de redders en ook door ons, die verantwoordelijkheid dragen voor het reddingwezen, bijzonder gewaardeerd. Hoe dikwijls gebeurt het immers niet, dat taal noch teeken wordt gehoord van de bemanning  of reederij van een schip, dat door een onzer reddingbooten van den ondergang is gered.  Herhaaldelijk werden vaartuigen door reddingbooten vlot gesleept of in veiligheid gebracht, die anders zeker verloren zouden zijn geweest, zonder dat eenige blijk van appreciatie werd ontvangen. Een belooning vragen onze menschen niet voor hun werk, gratificaties voor reddingtochten ontvangen zij van de N.Z.H.R.M. doch zeker mag toch worden verwacht, dat zij van den eigenaar of reederij van het geborgen vaartuig een bedankbriefje krijgen!

 

Nederlands (Dts.) ss Maasburg, Datum:01.03.1944

Station: Den Helder/Keizersbult

Aantal geredden: 36

Redding nr: 813

Uit: De Reddingboot nr 58 September 1945 blzz.2033 en 2034

Den Helder, De “Dorus Rijkers” in actie;

1 Maart werd C.Bot, schipper van de mrb. “Dorus Rijkers” die ziek te bed lag, ( op de tochten naar de “Aquilla” op 7 en 8 Februari had hij zich oververmoeid ), gealarmeerd, aangezien een groot stoomschip, het onder Nederlansche vlag varende ss “Maasburg”, dat op een mijn was geloopen, vlak voor het Schulpengat op de Zuiderhaaks was gestrand. Bot kon, toen hij dit hoorde, niet meer in bed blijven liggen en spoedde zich naar den Helder. Ook een der opstappers J.van Veen, die ziek te bed lag, liet geen verstek gaan! Ten 9 uur voer de mrb. “Dorus Rijkers” uit, er stond een sterke vloed met golvende zee. Wind Z.W.t.W., kracht 6 - 7. Ter hoogte van het z.g. Fransche bankje gekomen, werd gezien, dat het stoomschip niet op de Zuiderhaaks, doch op de z.g. Keizersbult, bij het Westgat, aan de grond was geraakt. Er waren 75 man aan boord, het schip was met kolen geladen. De pogingen, door verschillende sleepbooten ondernomen om het schip vlot te sleepen, mislukten, het schip maakte overigens reeds veel water en in de machinekamer stond het reeds 3 voet hoog. Ten 11 uur kwam de “Dorus Rijkers” langszij en nam 35 man over, die naar den Helder werden gebracht. Schipper Bot zou daarna terug keeren om de overigen leden der bemanning van boord te halen. Op de reis naar den Helder zag men, dat het schip door vliegtuigen werd aangevallen, waardoor het in brand raakte. Direct na het ontschepen van de 35 schipbreukelingen keerde de reddingboot terug. Na een onderzoek a/b van het wrak geschoten schip te hebben ingesteld waarbij niemand meer aan boord werd aangetroffen ( de overige 40 opvarenden waren reeds door de aanwezige sleepbooten gered), keerde de “Dorus Rijkers” ten 15 u.30 in de haven van den Helder terug. Bemanning;C.Bot/schipper,P.W.Bot/stuurman,R.Eelman/motorist,J.J.Runnenburg,D.Snip, J.van Veen

 

Haringvlet HD 146, Datum: 03.03.1927

Station: Den Helder/Hors

Aantal geredden: 5

Redding nr: 29

Uit: De Reddingboot nr. 28, maart 1928:blz.682 en 683, 767

De “Dorus Rijkers” gaat uit ter opsporing van een haringvlet 3 maart 1927.

De Secretaris onzer Commissie van plaatselijk bestuur te Helder werd te 1.15 ‘s nachts gewekt door een aantal vrouwen, welke verzochten de motorreddingboot “Dorus Rijkers” uit te zenden ter opsporing van hunne echt-genooten en nabestaanden, die op den 2den maart te 5 uur met een vlet ter haringvangst waren gegaan om op de hoogte van de Onrust te gaan visschen en nog niet waren teruggekeerd.
Als bemanning der vlet werden genoemd schipper P. van Wolferen en 7 man.
Er waaide een storm uit het W.Z.W. tot W., kracht 8/9 dikke buiige lucht met regen.
Nadat de havenmeester van Oude Schild op Texel was opgebeld en te 2 uur ‘s nachts bericht was gekomen dat de verloren vlet niet te Oude Schild was en het ook bekend was dat zij niet bij het vliegkamp aan de Mok was, werd de “Dorus Rijkers” uitgezonden, bemand met schipper C. Bot, motordrijver R. Eelman, en de matrozen H. Bijl en W. de Boer.
Het was in den nacht, die bovendien stormachtig was, lastig zoeken. Er werd afgesproken den Texelschen wal af te zoeken vanaf de Schans op Texel tot den ingang van het Molengat.
Te 5 uur keerde de “Dorus Rijkers” terug en deelde mede uit de verte wel geroep te hebben gehoord doch in de duisternis den wal niet dichter te kunnen naderen.
Met het aanbreken van den dag te 5.30 vertrok de “Dorus Rijkers” weder en trof de vermiste vlet met 5 man aan op de Hors, liggende in de branding (3 man waren in den nacht op den Texelschen wal geland). De vlet was lek en vol water en werd met de 5 man naar het Nieuwediep gesleept waar men te 8 uur v.m. aankwam. De kosten van dezen tocht waren f. 45 en 80 Liter brandstof.

 

Nederlandse sleepboot Breezand met sleep, Datum: 05.03.1948

Station: Den Helder/Wierbalg

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1128

Uit: De Reddingboot nr.66 mei 1949 blz.2458 en 2459

Sleepboot en binnenschepen binnen geloodst;

Zodra het IJsselmeer is dichtgevroren gaat de route van Amsterdam en Rotterdam naar Harlingen via het Noord-Hollands kanaal en Waddenzee. De Commissaris Loodswezen vernam op 5 maart van enkele van Harlingen komende loodsen, dat er schepen in het Malzwin ten anker lagen, die al enige dagen door dikke mist werden opgehouden. Aan boord van deze vaartuigen bevonden zich ook vrouwen en kinderen en de voedselvoorraad zou vrijwel zijn uitgeput. De mrb.”Dorus Rijkers” voer ten 14.10 uit met twee loodsen aan boord. Er was slechts 50 m zicht. Voorzichtig varende van boei tot boei werd spitse ton no. 7 in de Wierbalg bereikt. Na enige malen mistseinen te hebben gegeven hoorde men een stoomfluit antwoorden. Langzaam aan in de richting van ’t geluid varende werden tenslotte de sleepboot “Breezand” en enige binnenschepen gevonden. De loodsen werden overgezet, ten 15.43 vertrok de reddingboot met het convooi achter zich aan en bracht dit ten 16.50 behouden in de haven van Nieuwediep.

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,C.BotJr,J.J.vanDok, P.Kramer,P.J.Vos.

 

Noors ss Herta, Datum: 11/12.03.1947

Station: Den Helder/Noorderhaaks

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1043

Uit: De Reddingboot nr. 64 april 1948 blz. 2351

Noors stoomschip gestrand;

11 maart rapporteerde de Kustwachtpost Kijkduin ten 22.10 uur dat noodseinen weren opgemerkt ter hoogte van de Haaksgronden. Harde Oosten wind, zware ijsgang. Reeds twintig minuten later was de bemanning van de mrb. “Dorus Rijkers” aan boord, doch met de eb was het drijfijs van de Waddenzee de haven ingeschoven en na drie uur manoeuvreren had de reddingboot nog slechts enkele tientallen meters voortgang gemaakt. Een Marinesleepboot schoot te hulp om het ijs te breken, doch deze sloeg de schroefbladen kapot…. De gehele nacht zat de “Dorus Rijkers ” in het ijs vast. De 12e Maart, plm. 7 uur trachtte het stoombetonningsvaartuig “Amsterdam” een vaargeul te maken. Aanvankelijk met succes, doch tegen 13 uur moest ook de “Amsterdam” zich gewonnen geven, toen de schroef averij opliep. Ten 14 uur kreeg de “Dorus Rijkers” hulp van één en ten 16 uur van nog twee marine sleepboten, met gevolg, dat zij eindelijk te 18.30 uur na een tocht van 21 uur de havenmonding had bereikt! Inmiddels was het Noorse ss “Herta” met sleepboothulp van de gronden getrokken, zodat de diensten der reddingboot niet meer nodig waren. De kans, dat de “Dorus Rijkers” zich een weg had kunnen banen door het zware drijfijs op de rede van Den Helder was overigens zeer gering, maar de bemanning had er bijna een etmaal martelen door het ijs voor over om deze kleine kans te benutten.

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,P.Kramer,L.vanLoosen, D.Snip.

 

Nederlandse botter HD 245”De Jonge Cornelis”, Datum: 13.03.1946

Eigenaar R Post

Station: Den Helder/Schulpengat

Aantal geredden: 4

Redding nr: 985

Uit: De Reddingboot nr mei 1947 blz.2245

Motorbotter in moeilijkheden;

13 maart voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 8.15 uit de haven van Nieuwediep op het bericht, dat de motorbotter HD 245 ter hoogte van de zwarte ton No. 5 van het Schulpengat ten anker lag en blijkbaar motorschade had. In verband met den harden N.O. lijken wind was de schipper van de botter, R.Post, zeer dankbaar voor de door de reddingboot verleende assistentie. Hij kon den motor niet meer aan de gang krijgen en was reeds den vorigen avond ten anker gegaan. Ten 10.15 uur kwam de “Dorus Rijkers’ met de HD 245 op sleeptouw in de haven terug.

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,R.Eelman/motorist.

 

Botter HD 47 “Frans“, Datum: 14.03.1951

Eigenaar; NV Vishandel Frans/ Dir. K L  de Geus

Station: Den Helder/ZW kust Texel

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1358                                                                  

Uit: De Reddingboot nr. 72 mei 1952 blz.2831 en 2832
Botter gestrand op ZW kust Texel;

14 maart meldde Kustwachtpost Kijkduin te 05.15 in peiling 348° te midden van brekers een lichtschijnsel te zien. Stormweer uit het ZZW. De mrb. “Dorus Rijkers” vertrok 05.38 uit de haven. Hoog aanschietende zee. Ter hoogte van zwarte ton No. 2 Molengat werd een gestrand vaartuig ontdekt. De “Dorus Rijkers” kwam ten anker en manoeuvreerde met krabbend anker achteruit varende naar de wal, hetgeen lastig werk was; de reddingboot kwam n.l. dwars op de stroom te liggen en nam veel water over. De bank werd echter gepasseerd en de botter HD47 kon op 100 m worden genaderd. Juist toen de “Dorus Rijkers” een rubbervlot aan een lijn wilde afvieren verlieten de drie opvarenden van de HD47 hun vaartuig met een reddingvlotje. Een kwartier later slaagden zij er in het strand te bereiken. De “Dorus Rijkers” keerde te 08.10 te Den Helder terug. Intussen was door de plaatselijke commissie contact opgenomen met de Commandant van het amphibie-opleidingskamp der Mariniers op de Mok teneinde zekerheid te krijgen, dat de drie mannen, die op het strand waren gezien nabij de strandingsplaats, inderdaad de schipbreukelingen van de HD47 waren. Dit bleek het geval te zijn. Hierop haalde de “Dorus Rijkers” de drie vissers van de Mok.
Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,J.J.vanDok.P.Kramer, L.vanLoosen.

 

Botter HD 50, Datum: 29.03.1928

Station: Den Helder/Texel

Aantal geredden: 0

Redding nr: 57

Uit: De Reddingboot nr. 30, September 1929:blz. 784
De “Dorus Rijkers” naar een vischbotter.

Op den 29sten Maart ging de motorreddingboot “Dorus Rijkers” uit toen bericht kwam, dat een vischbotter in nood verkeerde. Deze botter de HD 50, bleek later op het vaste strand van Texel te zijn geworpen waarna de opvarenden van boord waren gesprongen.

Loos alarm,Datum: 29.03.1946

Station: Den Helder/Molengat

Aantal gereden; 0

Redding nr: 988

Uit: De Reddingboot nr mei 1947 blz.2249

Loos alarm;

29 maart voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 19.30 uur uit Den Helder op het bericht van de Kustwacht, dat in het Molengat bij de Zuidpunt van Texel een flikkerlicht werd gezien, waarschijnlijk als noodsein bedoeld. Ter plaatse gekomen bleek dat er door +/_ 100 man werkzaamheden werden verricht op het strand, waarbij sterke lampen met reflectoren werden gebruikt. Ten 23.30 uur was de reddingboot terug. Wind ONO kracht 2, kalme zee. Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,R.Eelman/motorist,L.vanLoosen,D.Snip.