Uit de reddingboot 3

Deense Motorlogger Stella Datum: 27 december 1938

Noors ss Skoghaug, Datum: 25 december 1947

ms Zwaluw, Datum: 30/31 december 1949

Fins ss Havnia, Datum: 09 december1951

Botter HD 131“Jonge Willem“ 21 december 1951

Personele ontwikkelingen 30 april 1960

Vlet juni 24 december 1960

Motorvlet, Eigenaar; Gemeentewerken, 15/16 februari 1961

Botter HD 131“Jonge Willem“

Eigenaar J Slotemaker

Datum: 21.12.1951

Station: Den Helder/Schulpengat

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1435

Uit: De Reddingboot nr. 72 mei 1952 blz.2856
Assistentie aan vissersvaartuig;

21 december kreeg het reddingstation den Helder te 16.00 bericht, dat nabij Kilometerpaal 5 een botter vlak bij het strand was gezien. Men had aan boord horen roepen, doch kon niet verstaan wat er gezegd was. Dikke mist. De motorreddingboot “Dorus Rijkers” vertrok te 16.20 en voer bij rode lichtboei No. 5 gekomen om de Zuid. Spoedig werd de HD131 met 3 man aan boord verkend. De motor was defect; de pogingen om zeilend uit de wal te blijven lukten nauwelijks. De “Dorus Rijkers” nam de HD131 op sleeptouw en bracht dit te 18.30 behouden binnen.
Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,L.vanLoosen.

Uit; De Helderse Visserij van 1945 tot 2000 blz.230

 

Fins ss Havnia

Datum: 09.12.1951

Station: Den Helder/Bewesten Haaksgronden

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1430

Uit : De Reddingboot nr, 72 mei 1952 blz.2854
Fins ss Havnia in moeilijkheden;

9 december 18.05 kreeg het reddingstation Den Helder bericht van Scheveningen-radio, dat het Finse ss “Havnia” in peiling 283° op 12’ van lichtschip Texel in moeilijkheden verkeerde wegens schade aan het roer.
De mrb. “Dorus Rijkers” vertrok te 18.30 via het Molengat naar zee. Zwaar stormweer uit het Westen, dikke lucht met hagel- en sneeuwbuien, wilde zee en zeer slecht zicht. Te 18.50 werd een gesprek opgevangen tussen de “Havnia” en een Duitse trawler, de “Barmbeck”, waaruit bleek, dat laatstgenoemde de” Havnia” op sleeptouw wilde nemen. Nadat de “Barmbeck” had laten weten, dat geen reddingboothulp nodig was, werd de “Dorus Rijkers” teruggeroepen. Te 19.30 lag zij weer in de haven van den Helder.
Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,P.Kramer,L.vanLoosen.

 

 

Uit; De Reddingboot nr.72, mei 1952, blz.2854

Fins ss Havnia [2]

Datum: 10.12.1951

Station: Den Helder/Bewesten Haaksgronden

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1431

Uit : De Reddingboot nr. 72 mei 1952 blz. 2854 en 2855
Twaalf uur in actie voor de Havnia;

10 december vroeg de “Barmbeck” te 06.35 voor de “Havnia” assistentie aan van een reddingboot.
Het met hout geladen Finse schip had enige slagzij en begon water te maken. Als positie werd opgegeven 15’ afstand van Kijkduin, in peiling 250°. c i. 52° 52’ N en 04° 20’ O
Te 07.00 voer de “Dorus Rijkers” de haven uit. Nog steeds zwaar stormweer met afwisselend hevige hagel- en sneeuwbuiten, slecht zicht, wilde zee. De reddingboot voer via het Schulpengat naar buiten. Te 08.05 werd de uiterton gepasseerd; de snelheid van de “Dorus Rijkers” bedroeg ten gevolge van de hoge zee, ondanks sterke eb, slechts 6’.7 per uur. Te IJmuiden werd gevraagd de “Prins Hendrik” op stootgaren te houden, voor het geval de “Havnia” assistentie van deze boot nodig mocht hebben. Op verzoek van de “Dorus Rijkers” schoot de “Havnia” enige rode vuurpijlen af, daarna werden op 1’ NNO van lichtboei ET l de sleepboot” Holland II” uit Terschelling en de “Havnia” verkend.
De “Dorus Rijkers” had het Finse schip te 09.30 bereikt en bleef op verzoek van de Kapitein de gehele dag in de nabijheid. Het slepen van de “Havnia” verliep zeer langzaam. De Fin maakte water, doch dit kon met de pomp worden bijgehouden.
Een tweede sleepboot van Doeksen, de “Holland I”, was inmiddels ook te hulp gesneld en maakte eveneens vast. De sleepreis verliep zeer langzaam, het binnenstromende water kon echter met pompen worden bijgehouden Te 18.30 ankerde de sleep op de rede van Texel. Hier werd de reddingboot voor de bewezen diensten bedankt. Te 19.30 keerde de “Dorus Rijkers” in de haven terug.
Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,P.Kramer,L.vanLoosen.

 

Uit; De Reddingboot nr.72, mei 1952, blz.2854

Fins ss Havnia [2]

Datum: 10.12.1951

Station: Den Helder/Bewesten Haaksgronden

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1431

Uit : De Reddingboot nr. 72 mei 1952 blz. 2854 en 2855
Twaalf uur in actie voor de Havnia;

10 december vroeg de “Barmbeck” te 06.35 voor de “Havnia” assistentie aan van een reddingboot.
Het met hout geladen Finse schip had enige slagzij en begon water te maken. Als positie werd opgegeven 15’ afstand van Kijkduin, in peiling 250°. c i. 52° 52’ N en 04° 20’ O
Te 07.00 voer de “Dorus Rijkers” de haven uit. Nog steeds zwaar stormweer met afwisselend hevige hagel- en sneeuwbuiten, slecht zicht, wilde zee. De reddingboot voer via het Schulpengat naar buiten. Te 08.05 werd de uiterton gepasseerd; de snelheid van de “Dorus Rijkers” bedroeg ten gevolge van de hoge zee, ondanks sterke eb, slechts 6’.7 per uur. Te IJmuiden werd gevraagd de “Prins Hendrik” op stootgaren te houden, voor het geval de “Havnia” assistentie van deze boot nodig mocht hebben. Op verzoek van de “Dorus Rijkers” schoot de “Havnia” enige rode vuurpijlen af, daarna werden op 1’ NNO van lichtboei ET l de sleepboot” Holland II” uit Terschelling en de “Havnia” verkend.
De “Dorus Rijkers” had het Finse schip te 09.30 bereikt en bleef op verzoek van de Kapitein de gehele dag in de nabijheid. Het slepen van de “Havnia” verliep zeer langzaam. De Fin maakte water, doch dit kon met de pomp worden bijgehouden.
Een tweede sleepboot van Doeksen, de “Holland I”, was inmiddels ook te hulp gesneld en maakte eveneens vast. De sleepreis verliep zeer langzaam, het binnenstromende water kon echter met pompen worden bijgehouden Te 18.30 ankerde de sleep op de rede van Texel. Hier werd de reddingboot voor de bewezen diensten bedankt. Te 19.30 keerde de “Dorus Rijkers” in de haven terug.
Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,P.Kramer,L.vanLoosen.

 

 



Helders dagblad 10 december 1951

Helders dagblad 10 december 1951

 

Helders dagblad 10 december 1951

Vlet

Datum:24.12.1960

Station: Scheveningen

Aantal geredden: 0

Redding nr: 2239

Uit: De Reddingboot nr. 90 juni 1961 blz.3683

Man over boord;

In verband met de te +/_ 22.00 verwachte binnenkomst van een sleepboot met een portaalkraan op sleep in   van Scheveningen, was de schipper van de mrb.”Dorus Rijkers” te 15.00 gewaarschuwd ’s avonds thuis standby te blijven voor het geval zich moeilijkheden zouden voordoen bij het binnenlopen van de sleep. Te 22.00 werd de schipper telefonisch gealarmeerd door de dienstdoend havenwachter aan de semafore met de mededeling, dat een der vletterlieden, die buitengaats waren om de sleep voor te varen, te water  was geraakt. De “Dorus Rijkers” voer te 22.10 uit, bij het passeren van de semafore riep de d.d. havenwachter, dat de vletterman reeds was gered, aan de reddingboot werd verzocht naar de sleepboot te varen om dit mede te delen. Naar de mening van de kapitein van de sleepboot was er evenwel nog een man te water geraakt, waarop het zoeken werd voortgezet. Via Scheveningen – Radio ontving de “Dorus Rijkers” de geruststellende mededeling, dat er maar één man in zee  was gevallen, die inmiddels reeds was gered. Omdat het gunstige tijdstip voor het binnenlopen van de sleep was aangebroken(22.30) werd de “Dorus Rijkers” verzocht de taak van de vlet over te nemen en de sleep voor te varen. Te 23.10 meerde de reddingboot aan de ligplaats. Wind Z.W., 4, regenachtig, golvende zee.

Bemanning;S.C. den Heyer/schipper,  P. de Ruiter/stuurman,A.M.Veldman/motorist, J.Harting,

Jan Pronk Sr.

Personeel

Uit: De Reddingboot nr. 90 juni 1961, jaarverslag 1960, blz.3694

 

Ter gelegenheid van de verjaardag van HM de Koningin op 30.4.1960 werden de volgende onderscheidingen uitgereikt;

De kleine bronzen draagmedaille voor langdurige diensten met bijbehorend getuigschrift aan opstapper J.J.Pronk, station Scheveningen(1924-1959).

Oud redders overleden in 1960; Joh. Overduin(Scheveningen), J.A.Oostendorp, oud stuurman van de mrb.”Dorus Rijkers”(Den Helder).

Materieel,motorreddingboten, blz. 3695

“Dorus Rijkers” radio installatie vernieuwd

Blz .3699….de “Brandaris”zal, na algehele inspectie. Te Scheveningen worden gestationeerd waar zij de “Dorus Rijkers”zal vervangen. De “Dorus Rijkers”is dan als reserve boot voor de Noordzee stations beschikbaar…..

 

 

Noors ss Skoghaug-Datum: 25.12.1947

Station: Den Helder/Bewesten Egmond aan Zee

Aantal geredden: 0

Redding nr: 1106

Uit: De Reddingboot nr.64 april 1948 blz. 2373 en 2374

Ondergang van het Noorse ss Skoghaug;

24 december +/_ 22.30 uur -Kerstnacht- is het Noorse ss “Skoghaug” op reis van Rotterdam naar Haugesund met een lading steenkolen, enkele mijlen buiten de veilige route, +/_ 8’ bewesten Egmond aan Zee, tengevolge van een ontploffing ( vermoedelijk een magnetische mijn ) gezonken. De zeven en twintig opvarenden begaven zich in beide sloepen. Het was ruw weer. Wind W.Z.W. flinke bries. De “Skoghaug” heeft geen noodseinen gegeven en de ramp bleef onopgemerkt. Eerst 25 december 15.10 uur kreeg de heer A.C.H. van Lieshout, Commissaris van het Loodswezen te Den Helder, tevens secretaris der plaatselijke commissie der N.Z.H.R.M., bericht, dat ten 14 uur een sloep van het Noorse ss “Skoghaug” was gestrand nabij paal 26 ( Kamperduin ). In de sloep bevond zich een lijk, de enige overlevende van de “Skoghaug”. A.Rökke, was nadat de sloep op een zeewering sloeg, er uit gespoeld en op zijn zwemvest naar de wal gedreven waar een viertal personen hem op het droge haalden. Gezien de mogelijkheid, dat nog meer sloepen of drenkelingen ronddreven, werd de bemanning van de “Dorus Rijkers” gealarmeerd. Ten 16 uur vertrok deze boot uit de haven met de opdracht in de route te zoeken tot de lichtboei TX3. De voorzitter en secretaris der Helderse reddingcommissie stelden een onderzoek in te Kamperduin en ten 16.48 uur werd aan de Kustwacht Kijkduin verzocht ook mrb. Neeltje Jacoba” te alarmeren teneinde in de route te zoeken van IJmuiden om de Noord tot lichtboei TX3. Voorts werden de hoofden der Kustwacht te Zanddijk en Callantsoog gevraagd uit te kijken naar vlotten, sloepen e.d. ook het lichtschip “Texel” werd gewaarschuwd. De “Dorus Rijkers” passeerde ten 17.10 uur de uiterton van het Schulpengat en voer 9’ in ZZWlijke richting. In ZOlijke richting werd toen een wit lichtje gezien en hierop koers gezet, doch na korte tijd bleek reeds, dat het een licht aan de wal was. Ten 18.40 uur werd de “Dorus Rijkers” draadloos teruggeroepen, doch kort nadat de boot de steven had gewend tot koers N.t.O.1/2O. zag de bemanning in de richting O.t.Z. twee witte lichtkogels. In deze koers liep de reddingboot de wal in tot de 3 vaamlijn. Vervolgens voer zij twee mijl in ZZWlijke richting dicht langs de wal, doch zag niets. Door wie de lichtkogels zijn afgeschoten is nimmer opgehelderd. Ten 23.10 uur keerde de “Dorus Rijkers” onverrichterzake te Den Helder terug. Een uur later kreeg de Kustwacht Kijkduin bericht uit Callantsoog, dat tussen Petten en Callantsoog bij paal 17 een sloep van de “Skoghaug” was aangedreven met twee lijken. Medisch onderzoek bracht aan het licht, dat deze schepelingen die dag ten +/_ 19 en +/_ 21 uur moeten zijn overleden. De seinmiddelen in de sloep waren onaangeroerd, en het moet uitgesloten worden geacht, dat uit deze sloep lichtkogels zijn afgeschoten.

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,J.J.vanDok,P.Kramer, L.vanLoosen.

1107, de mrb. “Neeltje Jacoba” vertrok 25 december ten 17.45 uur uit IJmuiden en zocht om de Noord naar sloepen van de “Skoghaug”. Onverrichterzake keerde de reddingboot ten 20.45 uur te IJmuiden terug.

 

Uit: De Reddingboot nr.64, April 1948 blz. 2374

Van het Koninklijk Noors Consulaat te Amsterdam ontvingen wij 16 Januari 1946 een brief waarin de N.Z.H.R.M. namens de Noorse regering en de reder van het s.s. “Skoghaug”wordt bedankt voor alle in het werk gestelde pogingen tot het redden ven de schipbreukelingen.

 

Uit: De Reddingboot nr.67, November 1949, blz.2570.

Het mijnengevaar.

…….Stormen en andere oorzaken ( men denke slechts aan de vreselijke ramp van het Noorse ss “Skoghaug”, dat in de Kerstnacht 1947 ten gevolge van ketelontploffing ten onder ging - slechts een van de 27 opvarenden bracht er het levend af -)

 

Uit; Archief KNRM Station Den Helder.

Verduidelijking van de brief door P.Mulder;

Afschrift brief van H. Rökke gezonden aan Mevr. Middendorp te Den Helder.

 

Trontheim, 9-1-‘48

            Ik ben U veel dank verschuldigd door Uw brief met levenstekenen

van mijn zoon Arnt.

            Als door een wonder was hij enigste overlevende van deze

vreselijke scheepsramp voor de kust van Uw land op Kerstavond.

            Het was een onbegrijpelijke goede boodschap voor ons huis, maar

in de vreugde valt er een donkere schaduw als men denkt aan allen, die de

treurige boodschap kregen. In die gezinnen onder de nagelaten betrekkingen

was er een treurige Kerst.

            Ik hoop dat Arnt geen nadelige gevolgen zal ondervinden nu hij

uit het ziekenhuis is ontslagen, waar hij de best denkbare verpleging verkreeg.

            Mijn vrouw en ik bedanken U en Uw landslieden voor de hulp hem

verleend en speciaal bedanken wij J. Eduard en de heer Breed voor hun hulp

in het algemeen en in het bijzonder bij de redding betoond.

 

                                                                       Hartelijke groeten

                                                                       w.g. Hilmar Rökke.

                                                                       Buensgate 13  

Achterzijde;

 

Afschrift verzonden den 21-1-48

Aan;

Dir. NZHRM

Dhr. Renselaar

Dhr. W. Vrome te Kamperduin ( Eduard en….(niet leesbaar)

Centraal Ziekenhuis te Alkmaar

Burg.m …………….(niet Leesbaar)

 

 Wrakkenregister Q 8 nr. 2225 Skoghaug pos; 52.32.53,7N/04.24.48,8E

 

 

Wrak positie Skoghaug

Uit; De Clock van Callens-ooghe, dec’97;P.18/20

Drama op de noordzee (door Kees Vriesman)

Toen Bouwen van Twuyver in de avond van 25 december 1947 naar het strand ging, kon hij niet vermoeden wat voor een drama zich op zee had afgespeeld. Aangekomen bij paal 17 zag hij een sloep op een dam met daarin twee mensen. Die waren overleden. Bij latere indentificatie bleken het twee opvarenden te zijn van het Noorse schip “Skoghaug”. De telegrafist Ernst Oskar Larsen, geb. 7-4-1926 en de derde machinist Konrad Magne Pedersen, geb.28-3-1919.

Na navraag bij de Reddingmaatschappij volgen hier enige gedeelten uit het verslag over de ondergang van het Noorse s.s.”Skoghaug”.

24 December +/_ 22.30 uur is het Noorse s.s.”Skoghaug”op reis van Rotterdam naar Haugesund met een lading steenkolen enkele mijlen buiten de veilige route”bewesten Egmond aan Zee”, ten gevolge van een ontploffing, vermoedelijk een magnetische mijn, gezonken. De 27 opvarenden zijn in beide sloepen gegaan. Het was ruw weer, harde westzuidwesten wind. De “Skoghaug”heeft geen noodseinen gegeven en de ramp bleef onopgemerkt.

Op 25 December om 15.10 uur kreeg men bericht dat om 14.00 uur een sloep was gestrand bij paal 26 (Camperduin). In de sloep bevond zich een lijk. Naar later bleek, had in deze sloep ook gezeten A. Rökke. Hij was nadat de sloep op de zeewering sloeg over boord gespoeld en naar de wal gedreven. Hij was de enige overlevende.

De reddingboten “Dorus Rijkers”uit Den Helder en de “Neeltje Jacoba”uit IJmuiden voeren uit om te gaan zoeken. De “Neeltje Jacoba”keerde om 20.45 uur terug en de “Dorus Rijkers”om 23.10 uur. Beide schepen hadden niets gevoinden. Ook waren de hoofden van de kustwacht op de Zanddijk en in Callantsoog gevraagd om uit te kijken.

Omstreeks middernacht werd bericht ontvangen van de droevige vondst bij paal 17. Medisch onderzoek wees uit dat de schepelingen die dag om +/_ 19.00 en 21.00 uur waren overleden.

N.B. De kustwachter in Callantsoog was Adriaan Vader. Op de Zanddijk was Klaas Duit.

 

Deense Motorlogger Stella Datum: 27.12.1938

Eigenaar/kapitein; Mr. Almland

Station: Den Helder/Eierlandschegronden

Aantal geredden: 0

Redding nr: 414

Uit: De Reddingboot nr.47 mei 1939; blz.1494

De mrb. “Dorus Rijkers” is den 27en december +/_ 9 uur uitgevaren, toen bericht was ontvangen van de stranding van de Deensche motorlogger “Stella”op de Eierlandsche Gronden. De bemanning van de “Dorus Rijkers” benutte deze tocht om zich op de hoogte te stellen van de jongste wijzigingen, die de Eierlandsche Gronden hadden ondergaan, terwijl op verzoek van de Reederij Doeksen een vlet met 4 opvarenden van de sleepboot “Holland”, die zich naar de “Stella” hadden begeven, werd teruggebracht, aangezien de toestand van wind en zee zoodanig waren geworden, dat de vlet in gevaar zou kunnen komen te verkeeren. Bemanning;C.Bot/schipper,J.A.Oostendorp/stuurman,R.Eelman/motorist,P.W.Bot, J.J.Runnenburg,P.deWit.

 

Uit; Historie Bureau Wijsmuller;

Het Deense vissersvaartuig “Stella”(geen gegevens) strandde 26 december 1938 ’s middags om ongeveer half vier op de Noordergronden boven Eierland. De “Stella” was 8 dagen geleden aangekocht, door de eigenaar in Scheveningen, en was op 25 december vertrokken vanuit Scheveningen. Vlak na vertrek raakte de motor van de “Stella”defect en werd de reis naar Denemarken zeilend voortgezet. Pas in de ochtend van 27 december 1938 wordt de stranding opgemerkt en vertrekt de “Amsterdam” vanuit Nieuwediep naar de positie van de “Stella”. De “Amsterdam” en een sleepboot van Doeksen zullen tijdens hoogwater de “Stella” proberen vlot te trekken.

 

Uit; De Alkmaarsche Courant,27/12/1938;p.7/10

Deensch visschersvaartuig in moeilijkheden, hulp onderweg.

Op de Noordergronden boven Eierland geraakte vanmorgen een Deensch visschersvaartuig in de branding in moeilijkheden. Noodseinen werden gegeven, welke gezien werden door den eersten lichtwachter van Eierland, die terstond den commissaris van het loodswezen te Den Helder op de hoogte stelde.

Om negen uur vertrok de sleepboot “Amsterdam” van de firma Wijsmuller uit Nieuwediep, kapitein J Kuiper, een half uur later gevolgd door de “Dorus Rijkers” van de Noord- en Zuid_Hollandsche Reddingsmaatschappij, kapitein Coen Bos.( !!!) Beide schepen zijn op weg naar het Deensche visschersvaartuig om assistentie te verleenen.

 

Uit; De Heldersche Courant, 28/12/1938;p.1/8

Met de “Dorus Rijkers”naar de Eierlandsche gronden.

Deensche logger op de beruchte Engelschmanplaat gestrand,sleepbooten noch reddingsbooten kunnen de “Stella” benaderen, vlak bij het graf der “Oakfort”…..

Van onze eigen verslaggever aan boord van de “Dorus Rijkers”.

In den nacht van Maandag op Dinsdag heeft op de beruchte Eierlandsche gronden, ongeveer ter plaatse van ’t gezonken wrak van het Engelsche stoomschip “Oakfort” de Deensche logger “Stella” schipbreuk geleden.

Het zal in de geschiedenis van het zeewezen wel als een unicum geboekstaafd blijven, dat een schip, waarvan de kapitein eerst sedert twee dagen eigenaar geworden was, ten onder ging. Weliswaar bestaat er hoop, dat men met sleepboothulp de ijzeren logger zal kunnen behouden, maar de kansen dat het binnen enkele dagen uit elkaar geslagen zal worden, zijn ongetwijfeld even groot. De plaats van de stranding is een der gevaarlijkste van de Nederlandsche kust, en verschillende bevaren zeelui, die onzen verslaggever, die de tocht aan boord van de motorreddingboot “Dorus Rijkers” uit Nieuwediep meemaakte, sprak, verholen in dezen hun pessimisme niet.

 

Schip in de gronden.

Om 9 uur kwam het bericht der stranding in Den Helderdoor. Het bleek dat bij het grauwen van den dageraad de heer Starrenburg, het hoofd der kustwacht te Den Cocksdorp, tot zijn niet geringe ontsteltenis gemerkt had, dat een schip muurvast zat op de gronden. Dat hij dit eerst toen constateerde, hoeft geen verwondering te baren, aangezien het reeds sedert eenige dagen zeer slecht zicht was. Oogenblikkelijk werden door hem de diverse kustplaatsen gealarmeerd en in den kortst mogelijken tijd werd de ploeg van de motorreddingboot “Joan Hodshon” op de Cocksdorp bij elkaar getrommeld.

Maar ook op Terschelling en in Nieuwediep zat men niet stil.

Doeksen op Terschelling maakte in recordtempo de sleepboot “Holland” klaar en in Nieuwediep kozen de sleepboot “Amsterdam”van Bureau Wijsmuller en de motorreddingboot “Dorus Rijkers” zee.

 

Op  de “Dorus Rijkers”.

De “Dorus”deze puike looper onder onze kustreddingsvaartuigen, repte zich wat zij kon. Met een dike 8 mijlsvaart spoedde zij zich het Molengat uit, en dicht onder de kust van Texel naar ’t Eierlandsche Gat. Het weer was vrij goed, hoewel er een flinke deining liep, die een verblijf op de ranke “Dorus” voor den landrot nu niet direct tot het aangenaamste maakte.

Schipper Coen Bot en z’n kleine, mar uiterst kundige bemanning, hoopte in staat te zijn nog eenige menschen van het schip af te halen. Zeker was men er op dat oogenblik niet meer van, aangezien de radio mededeelde dat de “Joan Hodshon” reeds bij de Deen geweest was en er opvarenden afgehaald had. Om 12 uur, na een kleine drie uur varen dus, bereikte de “Dorus” de Eierlandsche Gronden. Zelfs met dit vrij kalme weer spookte het er behoorlijk. Er liep een zware zee, en de golven droegen de bekende witte kuiven. De “Dorus” danste er echter door, en op de zee-tjes na, die over de brug kwamen, en allen kletsnat maakten, nam zij er weinig notitie van.

In de verte lag de “Stella”. Een grijs-zwart silhouet aan een donkeren horizon. Zij lag stil, en alleen de witte brekers zag men bij tusschenpoozen tegen de boeg opkrullen. Een dikke halve mijl verderop lagen de “Holland” en de “Amsterdam” onder stoom, kennelijk niet in staat dichterbij te komen.

 

Het kerkhof…

Als men de geschiedenis dezer Eierlandsche Gronden kent, en schipper Bot vertelde er ons zoo het een en ander van, weet men, dat het hier uiterst gevaarlijk is. Men kan deze plaats tusschen Texel en Vlieland niet beter vergelijken dan met een enorme kom, aan de buitenkant waarvan zich riggels bevinden. Deze riggels nu beteekenden in den loop van veel jaren den ondergang van ontelbare schepen. Is men in dit vaarwater niet thuis dan is het vrijwel uitgesloten, dat men tegen de zuiging, de kolkingen, de onverwachte stroomingen en de verraderlijke zandplaten opgewasschen is. De naam “Kerkhof der Noordzee” is dan ook zeker geen frase.

De “Dorus” kwam zóó dicht bij de “Stella, dat men menschen aan dek kon zien. Toen vertelde echter de radio, dat alle vbier opvarenden reeds van boord gehaald waren en dat deze vier anderen leden waren van de bemanning der “Holland”.

 

“Postkantoor” in zee.

Inmiddels kwam de “Joan Hodshon” aanvaren. Een wakkere ploeg, die het aan te zienwas, dat ze zin in de job had. Het was een typisch oogenblik, toen beide booten bij elkaar langszij gingen, en de mannen, allen in hun geel oliegoed en met de zuid-westers  op de natte haren, elkaar begroetten.

De radio in de “Dorus”stond vrijwel zonder pauze te pruttelen en eerst op een dergelijke tocht gaat men de draadlooze waardeeren.

Onze “Dorus”was een “postkantoor”dar temidden van de roerige Eierlandsche deining, waarin men sprak met de “Amsterdam”, met de “Holland”, met Kustwacht Kijkduin, en met de Brandaris. Zoo was het mogelijk, de afspraak te maken, dat men de vier Terschellingers van de Deen zou afhalen, omdat het weinig zin had, dat die het verdere van den dag en den nacht daarop zouden doorbrengen, terwijl het gevaar daarvan ook geenszins denkbeeldig was.

De kotter had echter geen radio en dus poogde men met armzwaaien en vlaggenseinen de vier Terschellingers te beduiden dat ze in hun vlet terug moesten komen. Na veel moeite begrepen dezen dit, maar toen stond men weer voor een andere moeilijkheid; de vlet zat aan de grond.

Door den kijker sloegen wij de pogingen gade. Hoe weinig water er toen bij de Deen stond, bewijst wel het feit, dat de Terschellingers slechts tot aan de knieën in het water stonden bij het pogen de vlet vlot te trekken. Na een half uur van hard pezen slaagden zij hierin en kwamen op de riemen naar de “Dorus” en de |Joan Hodshon”, die beiden uiteraard ook te veel diepgang bezaten om dichter onder de kotter te komen.

de Joan Hodshon wordt gelanceerd

 

Kapitein  Almland aan ’t woord.

In de “Joan” haden wij inmiddels den kapitei n van de Deen gevonden, Mr. Almland, die ons het tragisch verhaal vertelde van den ondergang van zijn schip. Eerst twee dagen geleden had hij het in Scheveningen gekocht, doch nauwelijks was hij uitgevaren, met bestemming Marstal in Denemarken, of daar weigerde reeds de motor. Hoe men ook repareerde en zocht, niets hielp en men was aangewezen op de zeilen. Zoo was men, aldus kapitein Almland, in de buurt van de Noorderhaaks gekomen; het was toen Maandagmiddag en het slechte weer nam hand over hand toe.

Het zicht was zeer slecht en een ieder hoopte op een behouden binnenkomst in een der havens. Den heelen dag en nacht heeft men rondgezwalkt, zonder dat de Kustwacht te de Cocksdorp, vanwege de sneeuw- en regen-buien iets te zien kreeg. In den nanacht werd het pleit beslecht. Men stootte op de gronden, om daarna over de plaat heengezet te worden en in den ingang van het Gat terecht te komen. Het schip zat, aldus onzen zegsman, roerloos, en maakte reeds in de machinekamer water.

Blij was hij dat men er het leven afgebracht had. Op de gebroken pols van een zijner mannen na werd niemand gewond.

Men besloot dat Doeksen Woensdag een kleinere sleepboot zal zenden, waarmede men dan een verbinding hoopt te maken. Met de vlet zullen de Terschellingers, die vannacht op de Cocksdorp gebleven zijn, dan weer aan boord gaan.

De “Amsterdam” en de “Holland” vertrokken en evenzoo de “Joan Hodshon” en de “Dorus”. Eenzaam  bleef de : Stella” achter. Neen…. niet eenzaam. Zij bleef omgeven van de witte kuiven en schuimende brekers van de Engelschmanplaat, die haar blijven opeischen, zoo lang ze daar zal blijven zitten. Vlakbij priemt een mast uit het felbewogen water…..  nog iets verder, ligt een zwarte ton te dansen; het graf van de “Oakfort”. Vele schepen liggen hier, honderdtallen. Het schepenkerkhof van de Noordzee.

 

Terug over de riggel.

Wij gaan terug en beleven de sensatie over de riggel te gaan, als het water laag is. De zee staat behoorlijk hol en als een stijgerend veulen danst de “Dorus” er vandoor. Wit schuim en schermen zout water vliegen over het scheepje. Donderend en loeiend zit de zee ons achterna. Wij kijken verstolen naar schipper Bot, die echter alleen maar in de verte staart en het roer omklemt. Z’v mannen houden zich met één hand vast en draaien met de andere ‘n “sjekkie”.  Toch is hier drommels uitkijken geboden. Er staat zeer weinig water en grondzeeën zijn niets bijzonders.

De riggel is misschien een goede honderd meter breed, maar we zullen het passeeren ervan niet spoedig vergeten. Als een gummibal danst en veert de “Dorus “erover. Af en toe balanceert zij als het ware op de witte kuif van zoo’n Eierlandsche roller, om dan neer te ketsen in het groen-grijze water.

De heele zee is hier wit en groen. Schuim en water. Een bewogen, ziedende, donderende watermassa, waarin een schip altijd moet vechten. En dit is nog maar een holle zee. Wat moet dat zijn als de Noord-Wester hier in zij volle kracht losbarst…

Met de 8-mijl van de “Dorus”gaat het dan full speed Nieuwediepwaarts. De regen slaat neer en er komt dien dag nog menige golf over de reeling. Maar het haalt niet bij die honderd meter riggel, die de open zee scheiden van de Eierlandsche Gronden.

Gelukkig hij, die deze tocht maakt op de reddingboot, die den naam van Neerlands grootste zeeridder draagt, en aan het roer waarvan schipper Coen Bot staat.

Om 6 uur ’s avonds loopt de “Dorus”binnen te Nieuwediep. Als er geen storm komt, zal de “Stella” het misschien uithouden. Gaat het er echter van langs, dan zijn  haar dagen geteld. Op de gronden van de Engelschmanplaat heeft zij geen kans.

Red; de schager Courant,28/12/1938;p.1/8, heeft het boivenstaande artikel geheel 1 op 1 overgenomen uit De Heldersche Courant,28/12/1938;p.1/8

 

Uit: De Reddingboot nr.47 mei 1939; blz.1504 Jaarverslag 1938

Materieel,Motorreddingbooten.

“Dorus Rijkers” (station Den Helder)

De motor kreeg periodiek onderhoud bij Machinefabriek en Reparatiebedrijf J.H. Keller v/h Deutz te Rotterdam; voorts werd een nieuwe regulateur aangebracht, hetgeen een groote verbetering bleek te zijn. Ook aan het schip werden enkele verbeteringen aangebracht: de steunen van het springnet werden verplaatst, de lantaarnbakken vernieuwd, een patrijspoort aangebracht in het schot tusschen motorkamer en achterverblijf, een nieuwe trap in het voorlogies geplaatst, een werkbank met gereedschapskistje aangebracht in de machinekamer.

Voorts werd een toegangsklep aangebracht in het dek boven de w.d. afdeeling tusschen voorlogies en kettingbak. Dit compartiment zal worden gebruikt voor het opbergen van oliegoed.

Eeind Augustus liep de “Dorus Rijkers” ernstige bodemschade op tengevolge van het stooten op een zich onder water bevindende strekdam; enkele platen moesten worden vernieuwd; de kosten der reparatie waren door verzekering gedekt.

Uit: De Reddingboot nr.47 mei 1939; blz.1508 Jaarverslag 1938

Radiotelefonie

…. De radiotelefonie is een onmisbaar iets geworden voor het reddingwezen. Thans zijn de navolgende installaties in gebruik;

…mrb. “Dorus Rijkers”: zend- en ontvanginstallatie…

 

Motorreddingboot Dorus Rijkers sleept een kotter de haven van Den Helder binnen. 

 

ms Zwaluw, Datum: 30/31.12.1949

Station: Den Helder/Bezuiden Oude Schild

Aantal geredden: 2

Redding nr: 1258

Uit: De Reddingboot nr. 68 juni 1950 blz. 2630

Motorschip Zwaluw gestrand;

30 december 17.45 vertrok de mrb.”Dorus Rijkers” uit de haven van Den Helder om te zoeken naar een scheepje, dat op de droogte van de Schanserwaard ( Oostkust Texel beZuiden Oudeschild) zou zijn gestrand. Harde Oostelijke wind, slecht zicht, matige zee. Op de Schanserwaard werd het ms “Zwaluw”( 103 ton ) aangetroffen. ’t Was laag water en de “Zwaluw” zat hoog en droog. De mrb.”Dorus Rijkers” bleef in de nabijheid. 31 dec. 01.30 kwam het vissersvaartuig TX88 opdagen om de “Zwaluw” vlot te brengen, en te 03.00 werden de pogingen ( ook de “Dorus Rijkers”hielp mede) met succes bekroond. Veertig minuten later arriveerde de “Zwaluw” en de “Dorus Rijkers”in de haven van Den Helder. De schipper van de “Zwaluw” heeft de volgende dag de plaatselijke reddingcommissie bedankt voor de spoedige hulp.

Bemanning;P.W.Bot/schipper,J.vanVeen/stuurman,J.Bijl/motorist,J.J.vanDok,L.vanLoosen.

 

Motorvlet, Eigenaar; Gemeentewerken, Datum: 15/16.02.1961

Station: Scheveningen/Bezuiden Scheveningen Aantal geredden: 0 Redding nr: 2255 Uit: De Reddingboot nr. 92 juni 1962 blz. 3748 Gezocht naar vermiste motorvlet; 15 februari 22.00 kreeg de schipper van de mrb. Dorus Rijkers (Scheveningen) bericht, dat een motorvlet van Gemeentewerken te 17.00 uit de haven was vertrokken met bestemming Hoek van Holland. De vlet was aldaar echter niet gearriveerd. Dikke mist, wind o., 2. De mrb. Dorus Rijkers vertrok te 22.15 uit de haven om te gaan zoeken. Uit Hoek van Holland waren de motorreddingboot President Jan Lels en motorreddingvlet Goudriaan van de Kon. Zuid-Holl. Mij tot Redding van Schipbreukelingen uitgevaren. Tevens was men van Terheyden en Scheveningen uit begonnen met de kustlijn af te zoeken. 16 februari 02.30 keerde de Dorus Rijkers onverrichter zake terug. Bemanning;S.C.denHeyer/schipper,P.deRuiter/stuurman,A.M.Veldman/motorist,J.Harting, Jac.Pronk,J.PronkSr. Motorvlet [2] Datum: 16.02.1961 Station: Scheveningen/Bezuiden Scheveningen Aantal geredden: 0 Redding nr: 2256 Uit: De Reddingboot nr. 92, juni 1962 blz.3748 Gezocht naar vermiste motorvlet (vervolg) Te 10.30 voer de reddingboot opnieuw uit. Het zicht was zodanig verbeterd, dat verder zoeken kans op succes kon hebben. Ook de met radar uitgeruste “Bruinvis” van Van der Tak’s Bergings Maatschappij nam aan de zoekactie deel. Te 13.00 kregen de Bruinvis en Dorus Rijkers contact met elkaar, juist op het moment, dat Scheveningen-radio melding maakte van het feit, dat de vlet was gevonden door Hr. Ms. mijnenveger „Gemert”. Dankzij de radar van de Bruinvis kon de ten anker liggende mijnenveger worden gevonden. De beide mannen stapten over aan boord van de “Dorus Rijkers”. De reddingboot voer met de vlet op sleeptouw terug naar Scheveningen, tot 2´ van de haven begeleid door de Bruinvis. het binnenlopen van de haven was tengevolge van de zeer dik geworden mist niet eenvoudig. Bij de eerste poging liep de reddingboot even vast op de strekdam benoorden de noorderpier. Te 17.00 liep zij de haven binnen. Bemanning;S.C.denHeyer/schipper,P.deRuiter/stuurman,A.M.Veldman/motorist,L.Groen, J.Harting,J.PronkSr.