Reddingen tijdens de tweede wereldoorlog

OP  DE TITEL KLIKKEN

De Dorus Rijkers bij het begin van de tweede wereldoorlog

Mededelingen en instructies tijdens de bezetting NZHRM Nr. 3

Mededelingen en instructies tijdens de bezetting NZHRM Nr. 4

Medelingen en instructies tijdens de bezetting diverse

De N.Z.H.R.M. in de eerste oorlogsdagen…

13 mei 1940 Torpedoboot Hr Ms G 13

14 mei 1940 Redding van de Johan Maurits van Nassau

6 maart 1940 Hr.Ms. O 11

21 en 22 juni 1940 Deens s.s. Alpha

24 juni 1940 Vliegtuig In Zee Gestort

11 september 1940 Een Vletje In Nood

2-3 oktober 1940 Vliegtuigvlotten

3 oktober 1940 Vliegtuig verongelukt (1)

4 oktober 1940 Vliegtuig verongelukt (2)

11 oktober 1940 Vletje in nood

23 oktober 1940 motorkotter gestrand

5 december 1940 Redding van het ss A7 (ex ss Paranagua)

6 december 1940 Redding van de Zweedse ss Ossian

6 december 1940 botter HD 82

05 april 1941 Stoomschip in moeilijkheden(?Duits Marinevaartuig?)

6, 7 en 8 april 1941 IJmuider Logger IJM 209 gestrand

09 augustus 1941 Lijk Duitse militair geborgen

11 september1941 Lijk Gezocht

18  oktober 1941 vlet HD 156

30 oktober 1941 sloep v/h Noorse ss Spica

7 - 9 november 1941 Zweeds ss Magdalena

09 december 1941 Gezocht naar lijk

09/10 december 1941 Duits ss Madrid

12 december 1941 HD 4”Grietje” Eigenaar H Bais

20 december 1941 ss Madrid [2]

17 januari 1942 Duitse Sleepboot Lorelei

16 juli 1942 Vlet Geborgen

16 augustus 1942 Visschersvaartuig verongelukt

15 september 1942 Motorscheepje in moeilijkheden

21 oktober 1942 Nederlandse visschers TX 20, TX 97 en TX 54

2 en 3 januari 1943 Zweeds ss Ingeren

26 april 1943 Sloep

27 en 28 augustus 1943 Motorjacht Julia Ilse

4 oktober 1943 Motorboot

3 december 1943 Rubber vlot

7 en 8 februari 1944 Duits ss Aquila

4 februari 1944  Twee Motorschepen gestrand

1 maart 1944 Nederlands (Dts.) ss Maasburg

11 mei 1944 Duitse Motorbarkas

4 juli 1944 Vliegtuig gezocht

28 januari 1945 Twee tjalken

 

 

Torpedoboot Hr Ms G 13
Datum: 13.05.1940
Station: Den Helder/DooveBalg
Aantal geredden: 1
Redding nr: 487
Uit: De Reddingboot, nr. 51, mei 1941; blz.1684
13 mei 1940. Mrb. “Dorus Rijkers”. Tocht op militair bevel voor het
afhalen van een gewonde van Hr. Ms. “G 13”, liggende in de Doove Balg
Uit: De Reddingboot nr 59 december 1945 blz. 2077;
De “Dorus Rijkers” haalde op 13 mei een gewonde van Hr. Ms. G 13
liggende in de Krombalg.
Bemanning; C.Bot/schipper,P.W.Bot/stuurman,R.Eelman/motorist.

Uit: “Tusschen Mijnen en Grondzeeën” van; H.Th. de Booy, blz. 27;
Denzelfden dag(13 Mei 1940. P.Mulder) haalde de “Dorus Rijkers” een
gewonde van de in de Krombalg liggende torpedoboot Hr.Ms.G 13.


Torpedoboot Hr Ms G 13
Uit; Geschiedeis Bureau Wijsmuller;
Op 14 mei 1940 week “Hr.Ms.BV3”(ex Amsterdam) samen met de torpedoboot
“Hr.Ms. G 13”, uit naar Groot-Brittanië. De torpedoboot “Hr.Ms.
G13”, die een onbetrouwbaar kompas had, volgde de “Hr.Ms.BV3” tijdens
deze overtocht naar de Downs.

Uit; De Heldersche Courant, 19/06/1940;p.6/10
Moedige daden onzer blauwe zeeridders, de “Dorus Rijkers”liep groot
gevaar.
Ook aan het personeel en materieel der N.Z.H.R.M. werden van 10 – 14 Mei
zware eischen gesteld. Verschillende malen werden reddingbooten door de
militraire autoriteiten gerequireerd voor het verleenen van zeer belangrijke
diensten, die onder de bijzondere omstandigheden veel risico voor bemanningen
en booten met zich mee brachten. Vooral de motorreddingboot “Dorus
Rijkers” die op 13 Mei voor het afhalen van een gewonde van “Hr.Ms.G
13”naar de Doove Balg werd gestuurd, en den 14en Mei ten 19 uur uitvoer op
het bericht, dat “Hr.Ms.Johan Maurits van Nassau” op ongeveer 5 zeemijl
bewesten Callantsoog in nood verkeerde, heeft groot gevaar geloopen.  

 

De eerste oorlogsdagen

Uit: De Reddingboot nr. 50, december 1940 :

De strijd van onze weermacht tegen den Duitschen inval op 10 Mei 1940 zal voorloopig nog niet kunnen worden beschreven. Ook over de activiteit der reddingbooten van de N.Z.H.R.M., wier diensten in de bewogen dagen van 10-14 Mei herhaaldelijk werden ingeroepen, dient voorloopig te worden gezwegen.
Eén tocht moet echter reeds nu gememoreerd worden en wel die van de mrb. “Dorus Rijkers” welke den 14en Mei 1940 ten 19 u., de haven van den Helder verliet naar aanleiding van S.O.S. seinen, welke door Hr. Ms. “Jan van Brakel” zich bevindende 5 à 10 zeemijl bewesten Callantsoog, waren uitgezonden. Deze S.O.S. seinen werden gegeven voor het door vliegtuigbommen getroffen flottielje vaartuig Hr. Ms. “Johan Maurits van Nassau”. De “Dorus Rijkers” voer door het Schulpengat naar buiten en ontmoette ter hoogte van de kapen van de Zanddijk Hr.Ms. “G 13”, die 45 overlevenden van Hr. Ms. “Johan Maurits van Nassau” aan boord had, waarvan er verschillende zwaar gewond waren. De schipbreukelingen werden overgenomen en de “Dorus Rijkers” voer onmiddellijk naar Nieuwediep terug.

 

Overlevenden en gewonden van Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau gered…

Datum: 14.05.1940

Station: Den Helder
Aantal geredden: 45
Redding: 490

Uit: De Reddingboot nr. 51, mei 1941 :


Mrb “Dorus Rijkers”. Tocht op militair bevel, naar aanleiding van het feit, dat Hr. Ms. “Johan Maurits van Nassau” ± 5’ uit de kust ter hoogte van Callantsoog door vliegtuigbommen tot zinken was gebracht. De mrb. “Dorus Rijkers” liep ten 21 u 30 met 45 overlevenden van Hr. Ms. “Johan Maurits van Nassau” Nieuwediep binnen (zie “De Reddingboot” No. 50)

 

Toelichting
Na het bombardement van Rotterdam, op 14 mei 1940, capituleerde ons land.
Nadat de geredden van Hr. Ms Johan Maurits van Nassau vanaf de torpedoboot Hr. Ms. G 13 waren overgezet op de “Dorus Rijkers” kon de torpedoboot uitwijken naar het Verenigd Koninkrijk.

Ondanks het feit, dat Nederland had gecapituleerd, werd de “Dorus Rijkers” op weg naar Nieuwediep met bommen door Duitse vliegtuigen bestookt. Ook werd de boot door de vliegtuigen met mitrailleurs onder vuur genomen, zonder gevolgen.
Bij terugkomst bleek Den Helder te zijn gebombardeerd en deels in brand te staan.
Schipper Bot kreeg op 14 mei meerdere verzoeken om mensen, tegen forse betaling, naar het Verenigd Koninkrijk over te varen. Hij wees die verzoeken af.

Bron: ‘Als de Noordwester woedt’; Bot, Coen]

Een Vletje In Nood


Datum: 11.09.1940
Station: Den Helder/Beoosten Nieuwediep
Aantal geredden: 1
Redding nr: 519
Uit: De Reddingboot nr. 51, Mei 1941; blz. 1690
Een vletje in nood;
Den 11en september 1940 pikte de mrb. “Dorus Rijkers” ter hoogte van den Langendam van het Kuitje (bezuiden de haven van Nieuwediep) een vletje op, waarin zich een man bevond, die tevergeefs trachtte tegen wind en zee op te roeien en in moeilijke omstandigheden verkeerde. De geredde was zeer dankbaar voor de hem verleende hulp en gaf de verzekering, dat hij zich nimmer meer met een dergelijk vaartuig buiten de haven zou wagen. Wind Z.W., kracht 6.
Bemanning; C.Bot/schipper,R.Eelman/motorist.

 

MEDELINGEN EN INSTRUCTIES TIJDENS DE BEZETTING

Mededelingen van de Noord- en Zuidhollandsche Reddingmij.

No. 3 - Juni 1940

Nadat het vorige nummer van de “mededelingen” verscheen (Juni 1939)  is er veel gebeurd en het spreekt vanzelf dat den oorlog ook de N.Z.H.R.M. niet onberoerd heeft gelaten.
Met groote  waardeering maken wij gewag van de uitstekende diensten, welke verschillende onzer motorreddingbooten onder zeer moeilijke en gevaarlijke omstandigheden in de dagen van 10-14 Mei hebben verricht.
Wij zijn er van overtuigd, dat onze bemanningen, ondanks het grootere risico ook thans bereid zullen blijven hun beste krachten in te spannen om in nood verkeerende opvarenden van schepen en vliegtuigen te redden.
Het is te verwachten dat de N.Z.H.R.M. een moeilijke tijd tegemoet zal gaan, doch wij zullen alles in het werk stellen onze organisatie en ons materieel in tact te houden.
Dit kunnen wij echter alleen bereiken indien een ieder medewerkt.
De inkomsten der N.Z.H.R.M. zullen immers aanzienlijk verminderen en wij hebben ernstig overwogen een korting toe te passen op de door ons uitbetaalde salarissen. De beslissing hierover zal echter voorloopig nog worden opgeschort in afwachting van de financieele resultaten over het jaar 1940.
Intusschen zal sterk bezuinigd moeten worden op de uitgaven zooals exploitatiekosten der stations en reddingmiddelen.

 

HET IS DUIDELIJK, DAT HET IN HET BELANG IS VAN HET PERSONEEL DAT BIJ ONS IN VASTEN OF LOS-VASTEN DIENST IS, IN DEZE VOLLEDIG MEDE TE WERKEN EN DE GROOTST MOGELIJKE ZUINIGHEID TE BETRACHTEN MET HET AAN ZIJN ZORGEN TOEVERTROUWDE MATERIEEL.

Wij rekenen er op, dat dit beroep op Uw volle medewerking niet tevergeefs wordt gedaan: de toekomst van de N.Z.H.R.M. staat op het spel en het is onze plicht alle krachten in te spannen om met succes door de financieele branding te komen, die wij in de  komende jaren voor den boeg hebben.

In dit verband verzoeken wij U:

  1. Geen verf of inventarisartikelen meer aan te koopen op de stations, doch deze uitsluitend aan te
    vragen bij het Centraal magazijn te Amsterdam (Groot Wittenburgerstraat 173). Onze voorraad verf, touwwerk e.d. is n.l. zeer aanzienlijk.
  2. Overtollige inventarisartikelen, lege olievaten of bezine-blikken terug te zenden naar het Centraal magazijn.
  3. Ingeval motorreddingbooten op de helling worden genomen voor schoonmaken en schilderen onder de waterlijn, deze werkzaamheden uitsluitend te doen verrichten door de eigen bemanning.
  4. Alleen hoog noodige reparaties aan het materieel te laten uitvoeren.
  5. Geen lijnvuurpijlen of Schermulyvuurpijlen meer voor oefening te verschieten, aangezien aanvulling van den voorrraad thans onmogelijk is.
  6. Groote zuinigheid te betrachten met verbruiksartikelen als verf, brandstof enz.

Voorloopig kan het normale aantal oefeningen gehandhaafd blijven met dien verstande, dat het maximum aantal oefeningen der motorreddingbooten op 6 per jaar wordt gesteld. Indien een roeireddingboot of motorstrandreddingboot voor een werklelijke dienst uitvaart kan een der oefeningen komen te vervallen.
Voorloopig kunnen geen nachtoefeningen worden gehouden.
Reddingbooten kunnen nimmer gevorderd worden voor het verleenen van diensten, welke een militair karakter dragen.

Van den Chef van den Marinestaf werd navolgend schrijven ontvangen:

’s Gravenhage, 1 Juni 1940.
Ik heb de eer U hierbij mede te deelen, dat het de opvatting moet zijn, dat de vaartuigen van de beide Reddingmaatschappijen met het behoud van hun volkomen niet-militair en humanitair karakter uitsluitend voor reddingsdoeleinden moeten worden gebezigd ongeacht de nationaliteit van de in nood verkeerenden.
Hiertoe zullen de equipages ondanks het nog zeer verhoogde risico voor zoover mogelijk naar dezerzijds wordt verwacht ten volle bereid zijn.
Militaire en andere opdrachten, berging van in nood verkeerend materiaal van oorlogvoerenden zullen door de Duitsche militaire autoriteiten niet van hen worden gevorderd. Hierover bestaat bij mij volledige zekerheid.
Het medevaren in bijzonder gevallen van één of enkele Duitsche officieren of militairen om uitsluitend de noodige aanwijzingen voor de redding te geven stempelt de vaart niet tot een oorlogsdaad en mag niet worden geweigerd
Het verdiend aanbeveling op de reddingbooten tijdens de vaart de Roode Kruis-vlag te voeren.

Chef van den Marinestaf
W.G. Heerts.

 

De bedoeling van dit schrijven is duidelijk; reddingbooten mogen dus uitsluitend gebruikt worden voor redding van in nood verkeerende opvarenden van schepen en vliegtuigen, doch nimmer voor het bergen van oorlogsmaterieel en evenmin voor het vervoer van militairen. Mochten zich moeilijkheden voordoen dan verzoeken wij U ons hierover direct telefonisch te berichten.
De Duitsche Marineautoriteiten hebben ons medegedeeld dat zij hoogen prijs stellen op het volledig intact blijven van het Reddingwezen; boothuizen zullen dus ook nimmer gebruikt mogen worden voor inkwartiering van militairen.
Een lijst van de telefoonnummers der Commissies van Plaatselijk Bestuur hebben wij aan den Duitschen Marinestaf en “Kústenúberwachungsstelle” doen toekomen.

Amsterdam, 20 Juni 1940
Noord- en Zuidhollandsche Reddingmaatschappij
De Booy
Secretaris

Aanwijzing voor de schippers der kust-motorreddingbooten.

De kustmotorreddinbooten behooren tot de kleinere voor den reddingsdienst gebruikte vaartuigen in den geest van Art.5, al.3 der beschikking betr. het gebruik van de grondregels van de overeenkomst te Genéve op den zeeoorlog van 18.10.1907.
Zij dienen dienovereenkomstig uitsluitend om schipbreukelingen, gewonden en zieken hulp te verschaffen. Hun namen en kenteekenen zijn aan de oorlogvoerenden medegedeeld.

Kenteekenen van de booten.

De booten worden kenbaar gemaakt door het wit schilderen aan de buitenkant met een horizontaal loopende, roode streep. Bovendien moet op de daarvoor geschikte plaatsen aan boord, op vooruitstekende deelen en, indien aanwezig, aan den schoorsteen, het ROODE KRUIS op witte ondergrond worden aangebracht. De booten voeren aan den spiegel de maatschappijvlag en in den mast de nationale vlag en de Roode Kruisvlag. Voor de waarborg der voor de booten noodige bescherming bij nacht zijn maatregelen te nemen, opdat de herkenbaar makende verf en de Roode Kruistekens zoo noodig voldoiende zichtbaar kunnen worden gemaakt. Worden de booten begeleid door Duitsche strijdkrachten, zoo mag verlichting slechts met toestemming van den bevelhebber geschieden. De booten zijn met burgerpersoneel bemand. De bemanning draagt een Roode Kruisband om den arm.

Gebruik van de booten.

De booten mogen door den vijand niet weggenomen worden.
Ook mogen de booten bij een oponthoud in neutrale havens niet als oorlogsschepen behandeld worden; zij mogen derhalve neutrale havens binnenloopen zonder geïnterneerd te worden. De booten moeten aan de gewonden, zieken en schipbreukelingen der oorlogsvoerenden zonder onderscheid der nationaliteit hulp en bijstand verleenen. Zij mogen voor geen enkele militaire doeleinden worden gebruikt. Zij mogen op generlei wijze de bewegingen der oorlogvoerenden belemmeren. Gedurende den strijd en na afloop van den strijd handelen zij op eigen risico. De oorlogvoerenden oefenen op de booten een toezicht- en doorzoekingsrecht uit. Zij kunnen de hulp de booten afwijzen, hen sommeeren, zich te verwijderen, hen een bepaalde vaarrichting voorschrijven, een commissaris aan boord geven en achterhouden, wanneer zeer dringende omstandigheden zulks verlangen.
De commissaris mag niet krijgsgevangen worden genomen.

 

 

 


MEDEDELINGEN EN INSTRUCTIES TIJDENS DE BEZETTING. 

Mededelingen van de Noord- en Zuidhollandsche Reddingmij.

(Overgenomen uit het archief van de KNRM station Den Helder)                               

No.4  -  JULI 1940

Korten tijd geleden is een der motorreddingbooten van de Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen uitgevaren om assistentie te
verleenen aan een in zee gestort Britsch vliegtuig. Het vliegtuig werd niet meer gevonden, doch op de plaats van de ramp zag men iets drijven, dat eerst
voor een schipbreukeling werd aangezien. Naderbij gekomen bleek dit echter een kleine drijvende mijn te zijn, welke zéér vermoedelijk uit het
vliegtuig afkomstig was. Het is dus wel zaak terdege uit te kijken, indien men met een reddingboot de plaats nadert, waar een vliegtuig in zee is
gestort; zooals ons door de Duitsche marine autoriteiten is medegedeeld, worden thans door Britsche vliegtuigen zoo nu en dan kleine drijvende mijnen
uitgeworpen in onze zeegaten en in sommige kanalen. Deze mijntjes drijven even onder de wateroppervlakte, doch zijn kenbaar aan enkele kurken of
drijvers, die met een lijn aan een paar horizontale armen boven op de mijn zijn bevestigd.
Het is derhalve zeer noodzakelijk scherpen uitkijk te houden en drijvende voorwerpen niet te dicht te naderen.

Teneinde onze stalen motorreddingbooten te vrijwaren voor het gevaar van magnetische mijnen ( dat zijn mijnen, die op den zeebodem liggen en tot
ontploffing komen, zoo er een stalen schip overheen vaart) worden zij thans uitgerust met een z.g. Gauss kabel, waardoor een electrische stroom loopt,
opgewekt door een aparte benzine dynamo. De meeste Duitsche magnetische mijnen, welke in sommige Nederlandsche zeegaten werden geworpen, zullen
vermoedelijk wel zijn opgeruimd, doch het is bekend, dat ook Engelsche magnetische mijnen voor onze kust zijn uitgeworpen. De Gauss kabel geeft
hiertegen afdoende bescherming.

Navolgende booten worden in de eerstkomende weken uitgerust met een dergelijke beveiligingsinrichting:


Motorreddingboot     „Arthur”
    „                          “Prins Bernhard”
    „                          “Neeltje Jacoba”
    „                          “President Steynb”
    „                          “Dorus Rijkers”
    „                          “Brandaris”
    „                          “Insulinde”
    „                          “C.A. den Tex”
De houten motorstrandreddingbooten loopen geen gevaar, terwijl het aanbrengen van de Gauss kabels voor de booten, die uitsluitend in het IJsselmeer
blijven, n.l. de “Hilda”(Lemmer) en later de “Johan de Witt”(Hindeloopen) niet noodig is.

Zooals bekend is, staan onze reddingbooten thans allen onder de bescherming van het Roode Kruis. Van de Duitsche marine autoriteiten is de toezegging
ontvangen, dat zij alle instanties aan de kust ervan op de hoogte hebben gebracht, dat eventueel medevarende Duitsche militairen ( een of twee) niet
met een geweer mogen zijn bewapend doch uitsluitend met een revolver. Volgens de internationale bepalingen mogen bemanningen van Roode Kruis schepen
uitsluitend wapens dragen, welke voor zelfbescherming kunnen worden gebruikt; geweren hooren hier niet toe.

Voorts is overeengekomen, dat eventueel medevarende Duitsche militairen gekleed worden in oliejas en zuidwester en, evenals de bemanning der
reddingboot, de Roode Kruis armband moeten dragen, waarvan wij voor elke reddingboot een aantal gezonden hebben. Stations, welke niet in het bezit
zijn van een tweetal  oliejassen voor Duitsche militairen, die eventueel met de reddingboot zullen medegaan, worden verzocht deze jassen bij ons aan te
vragen.

Nu de kans, dat de assistentie der reddingbooten voor vliegtuigongevallen op zee wordt ingeroepen, aanzienlijk is gestegen en snel handelen in die
gevallen van zeer groot belang is. Verdient het aanbeveling zoo nodig maatregelen te nemen, die het bijeenroepen der bemanning en het uitvaren der
boot kunnen bespoedigen. Op enkele stations – wij noemen IJmuiden, Katwijk a/Z, Noordwijk a/Z, Wijk a/Z en Egmond a/Z – werd reeds totaal onverwachts
een oefening gehouden; wij adviseeren de andere stations dit ook te doen.
Inderdaad zal het – vooral voor de stations met motorstrandreddingbooten, welke voor het vervoer op paarden zijn aangewezen – zeer moeilijk zijn om
de noodige paarden in korten tijd bijeen te hebben, terwijl ook met het verzamelen van de bemanning veel tijd verloren kan gaan. De “alarm”
oefeningen kunnen echter zeer nuttige ervaring opleveren , die de paraatheid van ons Reddingwezen ten goede komt.

Amsterdam, 27 Juli 1940   
Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Mij

                                De Booy

                     Secretaris-Penningmeester

P.S.    Opgave lichtkogels. Aangezien het streng verboden is lichtkogels af te schieten zonder toestremming van de Duitsche autoriteiten, is het van zeer
veel belang, dat de lichtpistolen en lichtkogels a/b van de motorreddingbooten en in de boothuizen god achter slot bewaard worden. Tevens
zouden wij gaarne van de diverse stations een opgave tegemoet zien van het aantal loichtpistolen en lichtkogels ( met vermelding kleur), dat thans
aanwezig is.

MEDEDELINGEN EN INSTRUCTIES TIJDENS DE BEZETTING (diverse).

 

Toestemming voor het oefenen tijdens oorlogstijd 9 mei 1941

 

 

Posities van mijnen in de kustwateren 29 juni 1945



 

Duits ss A7 (ex “Paranagua”)

Datum: 05.12.1940

Station: Den Helder / Zuiderhaaks

Aantal geredden: 48

Redding nr.: 554

Uit: De Reddingboot, nr. 51, Mei 1941; blz. 1698

De “Dorus Rijkers” redt 48 man

Den 5en December 1940 voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 16 u. 10 uit op het bericht, dat een stoomschip in nood verkeerde op de Zuider Haaks. Wind N.W., kracht 6; aanschietende zee. Inderdaad werd op de Zuidelijkste punt van de Zuiderhaaks een groot stoomschip aangetroffen, dat het sein N.C. voerde. Het achterschip lag diep, het voorschip stak omhoog. Ondanks de ruwe zee gelukte het onmiddellijk verbinding te maken; de opvarenden hadden alle maatregelen getroffen om het schip met spoed te verlaten. Stormladders en vangtouwen hingen reeds overboord, zoodat de redding vlot verliep. Wel stootte de “Dorus Rijkers” enkele malen zwaar tegen het gestrande schip, doch dank zij de ebstroom werd zij goed langszij gehouden. Toen alle 48 opvarenden a/b waren, kostte het veel moeite om vrij te komen van het gestrande schip, doch tenslotte lukte dit en de terugtocht werd aanvaard. De geredden wilden zich echter niet benedendeks begeven en bleven op het achterschip bij elkaar staan. Hierdoor geraakte dit, mede ten gevolge van een hooge achteroploopende zee, onder water, zoodat de geredden tot hun middel te water stonden. Nadat de schipbreukelingen beter over de reddingboot verdeeld waren, kwam zij beter te liggen.

Na drie mijnen op vrij korten afstand te zijn gepasseerd, werd ten 19 u. de haven van Nieuwediep bereikt. Tijdens deze redding is het groote nut en de doelmatigheid van den rubberfender opnieuw duidelijk gebleken. Behoudens een kleine beschadiging aan den z.g. Gausskabel, leed de boot geen averij. Een der meertrossen ging bij de redding verloren.

Bemanning: C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist.

 

(Red. PM: dit zelfde verhaal stond letterlijk in De Heldersche Courant, 07/06/1941;p.11/12)

 

 

 

 

“Hulde aan blauwe zeeridders, bijzondere waardeering van den Rijkscommissaris voor drie Nederlandsche redders.”

Uit: Dagblad Hollands Noorderkwartier, editie Schagen, 24/12/1941; p.1/10

 

’s-Gravenhage, 23 Dec.

Op de 5en December van het vorige jaar strandde nabij de Noordhollandsche kust een Duitsch schip, waardoor de uit 48 personen bestaande Duitsche bemanning in nood kwam te verkeeren.De reddingboot “Dorus Rijkers” uit Den Helder stevende onder leiding van schipper Bot op het gestrande vaartuig af en met trotseering van eigen levensgevaar wisten Bot en zijn beide helpers, de machinist Eelman en de stuurman Bot Jr.(zoon van den schipper) alle 48 schipbreukelingen te redden.Heden heeft de Rijkscommissaris, Rijksminister dr. Seyss-Inquart aan genoemde drie menschenredders als blijk van groote dankbaarheid voor hun bijzondere daad ieder een geschenk overhandigd en wel een gouden horloge aan schipper Bot – die nu de redding van 470 menschenlevens op zijn naam heeft staan— en een zilveren horloge aan Eelman en aan Bot Jr.

De inscriptie in elk dezer horloges luidt:

“Als Anerkennung für Rettung aus Seenot”.

Bij de overhandiging dezer geschenken heeft de Rijkscommissaris aan de drie redders in hartelijke bewoordingen zijn bijzondere waardeering betuigd.

 

Schipper Coen Bot onaangenaam verrast n.a.v. ‘waardering’ redding bemanning “A7

Eind December 1941 deed zich een zeer pijnlijk geval voor. Dr. Seyss Inquart wilde n.l. de bemanning van de “Dorus Rijkers” een geschenk aanbieden als blijk van waardeering voor de redding van 48 man van de “A7” op 5.12.1940.  Toen de secretaris dit hoorde (een dag voor de officiële huldiging zou plaatsvinden), zette hij den Beauftragte van den Rijkscommissaris te Haarlem uiteen, dat de bemanning dergelijke bewijzen van bewondering van officiële Duitsche zijde niet apprecieerde, aangezien Nederland in oorlog verkeerde met Duitschland.
Aanvankelijk kreeg hij de toezegging, dat men de zaak zou laten rusten, doch de Beauftragte ging, zoals later bleek, direct na deze toezegging te hebben gedaan, met de secretaris van Seyss Inquart naar Den Helder en oefende zware pressie uit op den schipper van de “Dorus Rijkers”. Zeer ernstige dreigementen “voor het geval hij niet zou verschijnen”, bleven niet uit.
Tenslotte meendede schipper, om erger te voorkomen, te moeten zwichten voor deze chantage en ging, met stuurman en motordrijver naar Den Haag, waar zij, zij het dan ook met grooten tegenzin, horloges in ontvangst moesten nemen. Natuurlijk werd aan deze geste van Dr. Seyss Inquart de noodige publiciteit gegeven en dit maakte het voor de redders nog onaangenamer.
Anderhalf jaar later werd de schipper van de “Dorus Rijkers”, C.Bot gearresteerd omdat men hem van spionage verdacht en zes maanden “Einzelhaft” in het Oranjehotel te Scheveningen zal hij niet spoedig vergeten. Het was voor Bot, die zoo issamengegroeid met zijn “Dorus Rijkers”, heel moeilijk om te wennen aan het leven in een kleine cel, waar hij de branding kon hooren. Via de verwarmingsbuizen had hij echter contact met zijn buren, die zich beiden bij hem opgaven als contributant van de N.Z.H.R.M. Wel heeft deze gevangenschap Bot een lelijke knauw gegeven, doch reeds korten tijd na zijn invrijheidsstelling voer hij weer op redding uit en maakte in 1944 een der zwaarste tochten van zijn 45-jarige redderscarrière.

 

 

De redding van 5 december 1940 en de gevolgen voor de bemanning van de ‘Dorus Rijkers’…

Uit: “Tusschen Mijnen en Grondzeeën”; H.Th. de Booy, blz. 60-61

Op St. Nicolaasdag liep het Duitsche gewapende koopvaardijschip “Paranagua”, thans voorzien van het kenteeken “A7”, ter hoogte van de Zuiderhaaks op een mijn. Teneinde zinken te voorkomen, zette de kapitein het schip aan den grond op de Zuiderhaaks. De wind was echter NW, de kracht 6 en de zee schoot aan, zoodat de toestand van het schip, waarvan het achterruim vol water stond, al spoedig kritiek was. Ten 16 uur 10 werd de “Dorus Rijkers” gealarmeerd en met het laatste restje daglicht koerste de reddingboot naar het Schulpengat. Op de Zuidpunt van de Zuiderhaaks lag de “A7”; de vlaggen N.C. waaiden strak uit. Ondanks de zeer ruwe zee zag schipper Bot kans langszij te komen; stormladders en vangtouwen hingen reeds overboord, zoodat de redding vlot verliep. De bemanning aarzelde geen ogenblik, doch was direct bereid het ten doode gedoemde schip te verlaten. De reddingboot werd enkele malen met geweld tegen de “A7” aangesmeten, doch de ebstroom drukte haar goed langszij. Dit maakte, dat het zeer lastig was om tenslotte, toen alle 48 opvarenden waren overgenomen, vrij te komen van het gestrande schip. De geredden waren er, blijkbaar als gevolg van de doorgestane emoties, niet toe te bewegen, om zich in de kajuit van de “Dorus Rijkers” te begeven en zij bleven op een kluitje bij elkaar staan op het achterschip. Schipper Bot had alle aandacht noodig voor de navigatie, die tengevolge van de 3,5 ton extra en alleen op het achterschip rustende, belasting, verre van eenvoudig was. Enkele kritieke oogenblikken volgden toen een achteroploopende zee het toch reeds diep liggende achterschip compleet overspoelde, zoodat de schipbreukelingen tot hun middel in het water kwamen te staan. Dit bracht de schrik erin; zij lieten zich nu gedwee (volgens overlevering gebeurde dit binnen “anderhalve minuut”) over het heele schip verdeelen, in voor- en achterlogies en aan dek, en na drie mijnen op korten afstand te zijn gepasseerd, arriveerde de “Dorus Rijkers” ten 19 uur in de haven van Nieuwediep. Een der meertrossen was verloren gegaan, alleen de Gausskabel liep eenige averij op, doch de rubber fender had de zware stooten prachtig opgevangen en de reddingboot kwam ongehavend uit den strijd terug. Zeer voldaan keerde de bemanning huiswaarts om den avond verder aan de viering van het Sinterklaasfeest te wijden.

Uit: “Tusschen Mijnen en Grondzeeën”; H.Th. de Booy, blz. 61


Den volgenden ochtend (6 dec.PM) wakkerde de wind tot stormkracht aan. Op de Reede van Nieuwediep lagen verschillende bijleggers. Een hospitaalschip van den Zeereddingdienst voer het Zweedsche ss “Ossian” aan, dat een groot gat in den voorsteven kreeg en om zinken te voorkomen op de Zuidwal werd gezet. Tegen den middag begon de zee te stuiven, de storm was tot orkaankracht, sterkte 10, toegenomen, en nu werd het de bemanning van de “Ossian” te bar. Het noodsein ging omhoog, de “Dorus Rijkers” voer uit en bracht korten tijd later alle 22 opvarenden behouden aan wal. Het was nu 16 uur.

Uit: “Tusschen Mijnen en Grondzeeën”; H. Th. de Booy, blz. 76-79

19 December 1941 deelde de secretaris der reddingcommissie te Den Helder mij mede, dat de politie bij hem had geïnformeerd naar de namen van de bemanning der “Dorus Rijkers”, die op 5 December 1940 48 man gered hadden van het Duitsche s.s.”A7”. Een of andere Duitsche instantie te Haarlem -welke kon mij niet duidelijk worden gemaakt- wilde de bemanning n.l. als bewijs van dankbaarheid voor deze redding, een kerstgeschenk geven. Nu had ik den Marinebefehlshaber reeds, via Korvetten-Kapitän Bauernfeind, te kennen gegeven, dat de N.Z.H.R.M., gezien den oorlogstoestand tusschen Nederland en Duitschland, van officiële zijde komende bewijzen van appreciatie voor het werk der redders, niet op prijs stelde. Inderdaad bleek Bauernfeind niets bekend te zijn over onderscheidingen, die men aan de bemanning van de “Dorus Rijkers”wilde uitreiken.

Hij vermoedde, dat het rapport van de redding op 5 December 1940 de aandacht had getrokken op een of ander bureau en dat men nu iets voor de redders wilde doen. Aan de Politie te Haarlem verzocht ik de Duitsche instantie, die de namen der redders had gevraagd, te zeggen, dat zij zich, ingeval er plannen bestonden om de bemanning van de “Dorus Rijkers”te huldigen, eerst met mij in verbinding moest stellen.

22 December kreeg ik echter tegen 11 uur ’s ochtends schipper Bot aan de telefoon. De politie te Den Helder had hem gezegd, dat hij zich Dindsdag ochtend, 23 December, om half tien met stuurman P.W. Bot en motorist R. Eelman moest melden bij Regierungsrat Rombach, Kenaupark 21 te Haarlem. Deze zou hen dan vergezellen naar Den Haag, waar Dr. Seyss Inquart hen wilde huldigen voor het prachtige reddingswerk. De secretaris der plaatselijke reddingcommissie was met verlof; Bot zat leelijk met het geval verlegen en vroeg nu mijn advies. Ik beloofde hem Rombach op te zoeken en te trachten duidelijk te maken, dat de bemanning een dergelijke huldiging allerminst op prijs zou stellen. Kwart over twaalf stapte ik bij Rombach binnen, in een groene plusfour gekleede Nazi, die moeite had zijn irritatie te beheerschen toen ik hem uiteenzette welke principiële bezwaren de N.Z.H.R.M. had tegen het ontvangen van geschenken van officiële Duitsche zijde. Wij waren in oorlog met Duitschland, onze vloot, luchtstrijdkrachten en leger zetten den strijd voort (Rombach haalde z’n schouders op) en dan moet toch ook van Duitsche zijde begrepen worden, dat men van den vijand geen medailles in ontvangst wenscht te nemen. De goede bedoeling van den Rijkscommissaris wilde ik niet in twijfel trekken, doch  ook hij zou er toch niet aan denken de bemanning der reddingboot tegen haar zin te willen huldigen?

“Denkt de bemanning er net zoo over als U?, vroeg Rombach. “Ongetwijfeld”.

Een secretaresse werd geroepen, die stenografisch het onderhoud vastlegde. Rombach verklaarde mijn openhartig medegedeelde opinie te eerbiedigen en stelde zich telefonisch in verbinding met een zekeren heer Mayer, secretaris van Seyss Inquart. Ik kreeg gelegenheid ook hem mijn bezwaren uiteen te zetten. Het resultaat van het eenigszins precaire onderhoud leek gunstig: Rombach zei, dat het bezoek aan den Rijkscommissaris van het programma zou worden geschrapt;  hij zou rapport uitbrengen aan Seyss Inquart.

Direct belde ik schipper Bot op en zei hem, dat de tocht naar Den Haag niet doorging, hetgeen hem zéér veel genoegen deed. Zijn zoon Piet had al geweigerd om mee te gaan.

Groot was mijn verbazing dus toen Rombach mij ’s avonds half zeven opbelde om te zeggen, dat hij met den secretaris van Seyss Inquart ’s middags per auto naar Den Helder was gegaan, dat zij schipper Bot hadden gesproken en van hem den indruk kregen, dat hij een geschenk van de Rijkscommissaris wel degelijk op prijs zou stellen. De bemanning zou Dinsdagochtend per auto worden gehaald en de uitreiking vond om 12 uur op het bureau van Dr. Seyss Inquart plaats.

De Hafenkommandant in Den Helder was gewaarschuwd en de “opstappers” van de reddingboot zouden dien dag wacht houden aan boord van de “Dorus Rijkers”. ik uitte mijn verbazing over dezen gang van zaken en zei niet te kunnen aannemen, dat Bot’s bezwaren verdwenen waren.

Even later belde  schipper Bot mij op om te zeggen, dat hij bij den Burgermeester was geroepen, waar de heeren Rombach en Mayer hem een kruisverhoor afnamen, waarom hij niet naar Den Haag wilde komen.

Hij had toen gezegd in deze het advies van de heer De Booy te volgen.

Dit woordje “advies” was helaas ongelukkig gekozen: Rombach en Mayer maakten er dankbaar gebruik van. De Burgermeester, die als tolk optrad, vond met motief van de N.Z.H.R.M. om geschenken van officiële Duitsche zijde te weigeren, zeer zuiver, doch Rombach zei, dat het onzin was: in wezen was er toch geen oorlog meer tusschen Duitschland en Nederland! Bot meende den indruk te hebben gekregen van Rombach,   dat het bezoek naar Den Haag een onderscheiding van de Duitsche Reddingmaatschappij betrof, tegen het accepteeren waarvan geen bezwaren bestonden (gezien het niet officiële karakter er van en het feit, dat de Duitsche reddingbooten hetzelfde Roode Kruis-werk verrichten als onze booten). Vandaar, dat hij er zich tenslotte bij had neergelegd om naar Den Haag te gaan. Toen hij echter van mij de ware toedracht hoorde, stond zijn besluit om te weigeren vast. Hij belde direct Rombach op en deelde hem slechts mede:”Wir kommen nicht”.

Nu waren de poppen aan het dansen. Rombach liet het er niet bij zitten: het was nu een prestige-questie geworden.

Hij liet den Burgermeester van Den Helder weten, dat de bemanning van de “Dorus Rijkers” moest komen en dat het niet verschijnen de leiding van de N.Z.H.R.M. verantwoordelijk zou worden gesteld. Het door Bot gebezigde woordje “advies” had Rombach dus wel goed gehoord. De burgermeester adviseerde schipper Bot om aan deze chantage toe te geven: het bestaan van de N.Z.H.R.M. stond immers op het spel. In de overtuiging, dat zij nu wel naar Den Haag moesten gaan om erger te voorkomen, bracht de bemanning het offer om zich, zij het dan ook tegen wil en dank, door Seyss Inquart horloges te laten uitreiken.

De huldiging had een zeer koel karakter. De Rijkscommissaris zei slechts enkele woorden en Bot zweeg in alle talen. Toen hij wilde weggaan zei de heer Mayer hem: “U moet wat zeggen tegen Dr. Seyss Inquart”. Hierop antwoordde Bot: “Wij spreken geen Duitsch en verstaan het ook niet”. Dit deed enkele Duitschers in een lach schieten, als reactie moesten ook Bot en Eelman, die toch al nerveus waren, glimlachen. Op dit moment werden zij gefotografeerd. Den volgenden dag zagen vele Nederlanders deze ongelukkige foto en Bot kreeg verschillende brieven, waarin men hem ernstige verwijten maakte over het accepteeren der horloges. De brieven waren anoniem, hij kon zich niet verdedigen en deze ellendige geschiedenis heeft hem zeer veel zorgen gekost. Ook voor ons was het een vervelende questie; onze verontwaardiging over deze Duitsche geste was groot; het is dan ook wel uiterst grof om redders, die hun levens hebben gewaagd een kennelijk niet op  prijs gestelde belooning op te dringen. 

 

Schipper Coen Bot 60 jaar…

 

 

Prachtig werk van de “Dorus Rijkers”, vrijdag twee schepen in nood gered: Zweedsch stoomschip “Ossian” en botter HD 82.

Stranding Zweedsch ss “Ossian”


Eigenaar: Rederia A/B , Helsingborg

Datum: 06.12.1940

Station: Den Helder/Zuidwal Den Helder

Aantal geredden: 22

Redding nr: 555

 

h6>Uit: De Heldersche Courant, 07/12/1940; p.1/12

Nieuwe redding door de “Dorus Rijkers”.

Op de Reede van Den Helder is het Zweedsche stoomschip “Ossian” aangevaren en in zinkenden toestand op den Zuidwal gezet. Gistermiddag werden noodseinen geheschen waarop de motorreddingboot “Dorus Rijkers” van de Noord- en Zuidhollandsche Redding Maatschappij bij vliegend stormweer – er stond een orkaan -  uitvoer onder schipper Coen Bot. Men slaagde er in de geheele bemanning van 22 koppen behouden aan wal te brengen.Omtrent het Zweedsche stoomschip “Ossian”, dat gisteren in zinkenden toestand op den Zuidwal werd gezet, wordt nader vernomen, dat het voorschip lek is geslagen, zoodat dit onder water zit en de schroef is te zien. Het water reikt vanaf den voorsteven tot aan de brug. Het schip, dat eigendom is van Rederia A/B te Helsingborg, werd in 1892 gebouwd en meet circa 1600 ton.

 

 

 

Uit: De Heldersche Courant,09/12/1940; p. 5/6

 

Schitterend manoeuvreeren van den stuurman der “Dorus”.

 

De laatste dagen van de vorige week zijn door de Noord- en Zuidhollandsche Reddingmaatschappij en dan wel in het bijzonder voor het station Den Helder onvergetelijk geweest. Dagen van vliegend stormweer en waarbij vrijwel het eene schip na het andere in nood geraakte. Was Coen Bot, de schipper van de “Dorus Rijkers” Vrijdagmorgen nauwelijks binnen, en had hij ternauwernood gelegenheid gevonden in enkele minuten zijn ervaringen bij de redding van het Duitsche stoomschip op de Zuidergronden (de “Paranagua”) aan ons mede te deelen, of reeds opnieuw rinkelde de telefoon en moest de ”Dorus” ten tweede male dien dag zee kiezen.

Het betrof ditmaal een groot Zweedsch stoomschip, dat op de ree van Nieuwediep was aangevaren door een Nederlandsch Roode Kruis schip

 

Uit: De Reddingboot, nr. 51, Mei 1941; blz.1698 en 1699

 

Stranding Zweedsch ss “Ossian”

Den 6en December 1940 voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 10 u. 30 uit op het bericht, dat een stoomschip was gestrand op den Zuidwal beoosten fort de Harssens. Het was zwaar stormweer, wind Z.W. Langszij gekomen van het gestrande schip, het Zweedsche ss “Ossian”, dat ter reede was aangevaren door een ander schip en om zinken te voorkomen op den Zuidwal was gezet, bleek assistentie van de reddingboot nog niet noodig te zijn, zoodat de “Dorus Rijkers” terugkeerde. Ten 14 u. was de storm tot orkaankracht (sterkte 10) toegenomen en het water “stoof”. De “Ossian” heesch het noodsein. Onmiddellijk voer de “Dorus Rijkers” weer uit. Het voorschip bleek onder water te zitten, de bemanning bevond zich op het achterschip. Alle 22 opvarenden werden a/b van de reddingboot genomen. Ten 16 u. werden zij te den Helder aan wal gebracht.

Bemanning: C.Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman,  R. Eelman/motorist, J.J. Fillerup, J.J. Runnenburg.

 

Stoomschip in moeilijkheden(?Duits Marinevaartuig?)


Datum: 05.04.1941
Station: Den Helder/Noorderhaaks
Aantal geredden: 0
Redding nr: 576
Uit: De Reddingboot nr. 53, Mei 1942; blz.1784
Stoomschip in moeilijkheden op de Noorderhaaks;
Den 5en April 1941 verliet de mrb. “Dorus Rijkers” ten 5 u. 30 de haven van Nieuwediep op het bericht, dat noodseinen waren gezien in de richting van de Noorderhaaks gronden. Bij het aanbreken van den dag trof de reddingboot een stoomschip aan, dat op de Noorderhaaks was gestrand. Het weer was rustig, wind N.O., 2, kalme zee, zoodat geen gevaar voor de opvarenden bestond en de
reddingboot derhalve geen diensten hoefde te verleenen. Het schip kwam later met sleepboothulp vlot.
Bemanning; C.Bot/schipper,P.W.Bot/stuurman,R.Eelman/motorist.

Botter HD 82

Datum: 06.12.1940
Station: Den Helder
Aantal geredden: 3
Redding nr. 556

Uit: De Reddingboot,nr. 51, mei 1941
Nachtelijke Redding


Korten tijd, nadat de „Dorus Rijkers” van den tocht naar de „Ossian” was teruggekomen op 6 December 1940 ten 16 u 30,  werd bericht ontvangen, dat noodseinen werden gegeven achter het fort. In de veronderstelling, dat hiermede fort Harssens bedoeld werd, vertrok de „Dorus Rijkers” naar de reede, doch aldaar werd geen in nood verkeerend schip aangetroffen. Teruggekomen in de haven bleek zich dit bezuiden fort Oostoever te bevinden. De wind was Z.W., kracht 10 a 11. Intusschen begon de duisternis te vallen en uiterste waakzaamheid was geboden in verband met de geringe diepte bezuiden de haven van Niéuwediep en de aldaar liggende wrakken. Het was een uiterst moeilijke en zeer gevaarlijke navigatie. Eindelijk trof men den botter “HD 82” aan, die in zeer moeilijke omstandigheden verkeerde. De uit 3 koppen bestaande bemanning was er slecht aan toe. Na vier mislukte pogingen gelukte het verbinding tot stand te brengen en de terugtocht, met den botter op sleeptouw, ving aan. Het was intusschen volslagen donker geworden, zoodat orienteering practisch onmogelijk was. Het water woei op en de “Dorus Rijkers” stootte verschillende malen zwaar aan den grond. Het gelukte evenwel den haveningang te vinden. Den volgenden morgen heeft de schipper van de “HD 82”, P. de Boer, persoonlijk zijn welgemeenden dank betuigd voor het mooie werk door de bemanning van de “Dorus Rijkers” verricht. Van de gebroeders de Boer ontvingen wij bovendien navolgend schrijven:

“Hiermede geven wij ons op als contribuant der N.Z.H.R.M. Het bedrag (f. 5.–) maken wij per postgiro over. Dit toetreden spruit voort uit de groote erkentelijkheid voor de bemanning der “Dorus Rijkers” (alsmede voor het materieel der N.Z.H.R.M.) voor de bijzonder moeilijke tocht en behouden binnenbrengen van ons visschersvaartuig HD 82, tijdens vliegend stormweer. Hiermede is weer gebleken, dat het prima materieel der N.Z.H.R.M. alsmede de uitstekende bemanningen tot geweldige prestaties in staat zijn. Nogmaals onzen oprechten dank”.

 

Uit: De Reddingboot nr. 50, december 1940 : De N.Z.H.R.M. in de oorlogsdagen.

 

De strijd van onze weermacht tegen den Duitschen inval op 10 Mei 1940 zal voorloopig nog niet kunnen worden beschreven. Ook over de activiteit der reddingbooten van de N.Z.H.R.M., wier diensten in de bewogen dagen van 10-14 Mei herhaaldelijk werden ingeroepen, dient voorloopig te worden gezwegen. Eén tocht moet echter reeds nu gememoreerd worden en wel die van de mrb. “Dorus Rijkers” welke den 14en Mei 1940 ten 19 u., de haven van den Helder verliet naar aanleiding van S.O.S. seinen, welke door Hr. Ms. “Jan van Brakel” zich bevindende 5 à 10 zeemijl bewesten Callantsoog, waren uitgezonden. Deze S.O.S. seinen werden gegeven voor het door vliegtuigbommen getroffen flottielje vaartuig Hr. Ms. “Johan Maurits van Nassau”. De “Dorus Rijkers” voer door het Schulpengat naar buiten en ontmoette ter hoogte van de kapen van de Zanddijk Hr.Ms. “G 13”, die 45 overlevenden van Hr. Ms. “Johan Maurits van Nassau” aan boord had, waarvan er verschillende zwaar gewond waren. De schipbreukelingen werden overgenomen en de “Dorus Rijkers” voer onmiddellijk naar Nieuwediep terug.

 

Overlevenden en gewonden van Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau gered…

Datum: 14.05.1940

Station: Den Helder Aantal geredden: 45

Redding: 490

Uit: De Reddingboot nr. 51, mei 1941 : Mrb “Dorus Rijkers”.

 

Tocht op militair bevel, naar aanleiding van het feit, dat Hr. Ms. “Johan Maurits van Nassau” ± 5’ uit de kust ter hoogte van Callantsoog door vliegtuigbommen tot zinken was gebracht. De mrb. “Dorus Rijkers” liep ten 21 u 30 met 45 overlevenden van Hr. Ms. “Johan Maurits van Nassau” Nieuwediep binnen (zie “De Reddingboot” No. 50)

Toelichting

Na het bombardement van Rotterdam, op 14 mei 1940, capituleerde ons land. Nadat de geredden van Hr. Ms Johan Maurits van Nassau vanaf de torpedoboot Hr. Ms. G 13 waren overgezet op de “Dorus Rijkers” kon de torpedoboot uitwijken naar het Verenigd Koninkrijk. Ondanks het feit, dat Nederland had gecapituleerd, werd de “Dorus Rijkers” op weg naar Nieuwediep met bommen door duitse vliegtuigen bestookt. Ook werd de boot door de vliegtuigen met mitrailleurs onder vuur genomen, zonder gevolgen. Bij terugkomst bleek Den Helder te zijn gebombardeerd en deels in brand te staan. Schipper Bot kreeg op 14 mei meerdere verzoeken om mensen, tegen forse betaling, naar het Verenigd Koninkrijk over te varen. Hij wees die verzoeken af. Bron: ‘Als de Noordwester woedt’; Bot, Coen]

 

 

Hr.Ms. O 11

 

Datum: 6 maart 1940
Station: Den Helder/Havenmond Nieuwediep
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 469

 

Uit: De Reddingboot nr. 51, mei 1941; blz.1680

De ramp van Hr. Ms. “O 11”

 

Den 6en maart 1940 zonk Hr. Ms. ”O 11” na een aanvaring in de havenmonding van Nieuwediep. Op verzoek van de marineautoriteiten heeft de mrb. 0 “Dorus Rijkers” assistentie verleend bij de bergingspogingen. Van 11 tot 13 u. werd getracht de “O 11” te versleepen, hetgeen echter niet slaagde. De “Dorus Rijkers” bleef gereed liggen. Ten 16 u. voer de reddingboot uit om assistentie te verleenen aan een binnenschip, dat op den Zuidwal was verdreven, doch bij nadering bleek dit vaartuig juist te zijn vlotgebracht. Op de terugreisnaar de haven werd een loodsjol, die niet tegen den sterken vloed op kon werken, naar het ter reede liggende loodsvaartuig gebracht.
Den 7en maart werd de hulp van C. Bot, schipper van de mrb. “Dorus Rijkers” ingeroepen om aanwijzingen te geven bij het versleepen van de “O 11” naar het z.g. Kuitje en den 9en maart werd voor de navigatie tusschen de platen wederom dankbaar gebruik gemaakt van schipper Bot’s groote plaatselijke kennis, toen de “O 11” van het Kuitje naar de Rijkswerf werd gebracht. De Commandant der Marine te Willemsoord betuigde schipper Bot schriftelijk zijn waardeering voor de door hem bewezen diensten.                                                      

 

Uit: De Reddingboot nr. 59 december 1945 blz.2075                                                            

 

9 Maart 1940 maakte de Marine dankbaar gebruik van de groote plaatselijke kennis van schipper C.Bot van de “Dorus Rijkers” toen Hr. Ms. Onderzeeboot O 11, die in de havenmond van Nieuwediep was gezonken, versleept moest worden.

Bemanning: C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist, J.J. Fillerup,
J.J. Runnenburg.

 

Uit: Historie Bureau Wijsmuller

 

Op 6 maart 1940 had de “Hr.Ms.BV 3” (ex Amsterdam) in de havenmond van Den Helder een aanvaring met de onderzeeboot “Hr.Ms. O II”. De “Hr.Ms.O II” werd geraakt in de midscheeps en zonk ogenblikkelijk, door de tanks te blazen kwam de “Hr. Ms.O II” weer gedeeltelijk boven water en kon naar de kant worden gesleept. Bij de aanvaring verloren 3 opvarenden van de “Hr.Ms.O II” het leven.

 

De ondergang van de Hr.Ms. O11, door sleepboot „Amsterdam” in de haven van Nieuwediep geramd

 

Hr.Ms. BV3 (Ex “Amsterdam”) van Bureau Wijsmuller.

 

Uit; De Heldersche Courant, 07-03-1940; p. 1/8

 

De ondergang van de Hr.Ms. O11, door sleepboot „Amsterdam”in de haven van Nieuwediep geramd. Binnen 2 minuten gezonken. Drie slachtoffers te betreuren

 

Een zware slag heeft wederom de Koninklijke Nederlandsche Marine getroffen: na het verlies van de mijnenleggers “Willem van Ewijck” en “Jan van Gelder”, was het gistermorgen de onderderzeeboot “Hr.Ms.O11”, die door het noodlot getroffen werd. Het tragische daarvan is, dat het schip niet ten onder ging op zee, waar thans de gevaren in ontelbare hinderlagen aanwezig zijn, doch in de veilige haven van Nieuwediep.

Nog tragischer is het dat naar stellig moet worden aangenomen, werderom menschenlevens betreurd moeten worden.
De namen der drie vermisten zijn; de sergeant-torpodomaker Logmans, de sergeant-telegrafist Steenoort en de kok Postma.

Te omstreeks kwart over 10 in den morgen ontvingen wij het alarmeerend bericht: “De “O 11” is aangevaren door een sleepboot”.  Toen wij op de haven arriveerden bleek, dat de onheilstijding reeds bij velen bekend was. Men dromde samen op de steigers bij het havenhoofd, waarvoor de ramp had plaats gegrepen.
Wat wij zagen waren talrijke motorbarkassen, kleine sleepbootjes en vletten, allen bemand met marinepersoneel. In een boog lagen zij om de plaats, waar het onderzeeboot-lichaam even daarvoor in de diepte verdwenen was.
Niets was er van de “O11”te bekennnen. Het eenige dat haar aanwezigheid daar onder de oppervlakte van het havenwater, recht tegenover fort “De Harssens” verraadde, was het opborrelende water. In groote bellen welde het water op.

 

 

 

 

 

 

Een ooggetuige vertelt

 

Wij spraken een ogggetuige, iemand van Waterstaat, die de catasrophe in haar geheel heeft zien plaatsvinden. Hij vertelde ons, dat zich in het midden van de haven een aak bevond, die door militairen op den steiger aangeroepen werd. Bij het manoeuvreeren van den schipper, kwam terzelfder tijd een tweetal onderzeebooten de haven uitvaren:  de “O9” en de “O 11”. Op de “O 11” was een operateur van Cinetone bezig te filmen het uitvaren van eenige onderzeebooten. De “O9” verliet de haven, doch toen Hr Ms “O 11” eveneens voorbij Wierhoofd wilde zwenken, kwam van dien kant plotseling de sleepboot “Amsterdam” aangevaren. Door een, thans nog niet geheel opgehelderdde, en wel bijzonder noodlottige samenloop van omstandigheden, bleken de “O 11” en de “Amsterdam” elkaar niet meer te kunnen ontwijken en met volle vaart ramde de sleepboot de onderzeeboot aan bakboord, ongeveer ter hoogte van de boegbuiskamer. Onmiddellijk begreep men aan boord dat er een groot gat moest zijn ontstaan, want de boot ving terstond aan te zinken. Zonder zich verder te bedenken, sprongen de opvarenden, waaronder de filmoperateur, die zich

 

 

 

 

 aan dek bevonden, dan ook in de haven en zwommen door het ijskoude water naar den kant.
Hierbij bevonden zich ook de leden der equipage, die zich in den commandotoren bevonden. Een tweetal opvarenden, die zich in de onderzeeboot bevonden , zagen kans, zich eveneens naar boven te werken en via het luik in den commandotoren het veege lijf te redden, nadat zij het luik weer hadden gesloten.

 

Binnen 2 minuten gezonken.

 

Dit alles nam slechts luttele oogenblikken in beslag, want de “O 11”zonk uiterst snel naar de diepte. Eerst verdween de romp, daarna een deel van de commandotoren, en nog geen 2 minuten na de aanvaring was de Hr Ms”O 11” geheel in de diepte verdwenen.
Op de steigers stroomde het publiek toe:  overal schoten matrozen, onderofficieren en officieren toe. De commandant der marine, schout bij nacht Jolles, was terstond met zijn staf op den steiger aanwezig.
Met koortsachtige spoed nam de Marine haar maatregelen: het geheele reddings-apparaat werd in werking gesteld. Nog geen minuut later ronkten de eerste barcassen naar de plaats des onheils, gevolgd door motobooten, vletten en jollen. Want men begreep zeer goed, dat indien er assistentie van buiten af gegeven moest worden, dit direct moest geschieden.
Het water borrelde op, op de plaats waar de “O 11” gezonken was. Olie zag men drijven. Het publiek, in rijen op de steigers saamgedromd, stond sprakeloos bijeen. Het was niet eenvoudig zich te realiseeren dat een onderzeeboot, een zoals men die dagelijks ziet komen en vertrekken, hier in de haven ten onder was gegaan.

 

Periscoop boven water, – het groote oogenblik

 

Ineens wijst men elkaar iets aan….. en werkelijk, er boort zich iets door het schuimende en opborrelende water. Het is de top van de periscoop. Hooger komt de grijze cilinder, even later gevolgd door een stuk van de antene. Maar vóór de meesten het gezien hebben zinkt de boot weer weg en verdwijnen deze hoopgevende teekenen. Hevige onrust maakt zich van de menschen meester. Zullen daar meer dan 20 menschen het leven laten?  Hier, op enkele meters van den vasten wal?  Men wacht …. En wacht, en ineens gaat er weer een golf van emotie door de toeziende menigte. Ten tweede male verrijst er iets uit het water? Wederom de periscoop…. Wederom de antenne. De vlag volgt en dan als ware met een sprong, schiet de onderzeeboot boven water.
Het is een schouwspel, dat wij nimmer zullen kunnen vergeten. Zoo fantastisch snel als dat bovenkomen geschiedt. Deinend blijft het schip liggen, slagzij makend, en met alleen hetachterschip, en de commandotoren boven water uit. De telefoonboei drijft ernaast.

 

Er wordt geen tijd verloren. De barcassen schieten naderbij, officieren springen over op de “O11”, een luik wordt geopende en daar ziet men het heugelijk schouwspel, dat mannen uit de nauwe schacht van  het luik klimmen en overspringen in de barcassen. Eén man, 10 man, 15 man, steeds meer schieten naar boven en gaan over in de naastliggende vaartuigen.
Direct daarna worden de geredden reeds afgezet aan den steiger, waar de auto’s klaar staan die hen naar het Marine Hospitaal brengen. Daar wordt hen gelegenheid gegeven te bekomen van de emoties, die zij in die onheilsvolle minuten onder water doorstaan hebben.

 

Drie man vermist

 

De “O11”blijft drijven, hoewel zij langzaam aan weer dieper begint te zinken. De vlag waait overmoedig op den commandotoren. Niet alle opvarenden komen echter aan wal. Men telt, maar het getal van de equipage is niet te voltooien. Drie man blijken te ontbreken, drie man van wie men vermoedt, dat zij achter zijn gebleven in de boegbuiskamer, het voorschip.

 

Bij de geredden bevinden zich dan reeds de commandant van de “O 11”, de luitenant ter zee 2e kl. H.A.W. Gossens, en de Chef Machinekamer, de officier MSD 2e kl. W.D.J. Gestel.

 

Alle sleepkracht gerequireerd

 

De reddingspogingen worden voortgezet. Alle beschikbare sleepkracht wordt in recordtijd gerequireerd en al spoedig is er verbinding gemaakt met het achterschip van de “O 11”, teneinde met het wegsleepen een aanvang te maken. Dit blijkt echter een Herculische taak te zijn. Er is geen beweging in het groen onderzeebootlichaam te krijgen. En dat ondanks het feit, dat er niet minder dan 8 vaartuigen al hun krachten inspannen om beweging in de duikboot te krijgen. Het zijn de sleepbooten “Utrecht”en “Amsterdam”, voorts de “Dorus Rijkers”, en een 5-tal andere militaire en particuliere sleepbootjes. De trossen staan als koorden gespannen, witte en zwarte rook vliegt uit de schoorsteenen der sleepers, maar er is geen verwikken of verwegen aan de “O 11”te krijgen. Wij spreken een paar deskundigen. Zij zijn niet bijster optimistisch gestemd. Zij vermoeden dat de neus van de “O 11” reeds vrij diep in den modder gedrongen is, en dat het geen sinecure zal zijn met den zwaren stroom het schip vlot te krijgen.
Ook wordt de veronderstelling uitgesproken, dat het met de neus vast is komen te zitten in de
kabels, die hier de haven kruisen. Hoe dan ook, de “O 11” blijft op haar plaats.
Om 1 uur wordt van de Marinewerf een zware lichter gehaald. Men gaat trachten op deze manier de “O11” te lichten.

 

Spanning aan den kant

 

Langs den kant staan een paar duizend personene. Men volgt gespannen de werkzaamheden aan den wal. Zal het gelukken de boot te lichten….?
Inmiddels zinkt de duikboot steeds dieper weg. Van den commandotoren is reeds niets meer te zien. Alleen de antenne, de periscoop en de vlag, benevens een stukje van het achterschip steken bovenwater uit. Het overige deel van de romp zit onder water. En in dat deel bevinden zich de slachtoffers. Dood of levend…? Men durft het laatste haast niet meer te hopen, want reeds heeft men brokstukken gesprekken van de geredden opgevangen, die het ergste doen vermoeden. Die hebben verteld, dat toen de boot  begon te zinken direct de waterdichte schotten dicht geworpen werden. Dit bracht helaas mee dat diegenen die zich vóór in t schip ’t schip bevonden prijsgegeven moesten worden. Groot was de teleurstelling geweest toe de “O 11”, na boven te zijn gekomen, wederom in de diepte terugzonk. De chef van de machinekamer besloot toen de reserve-olitank 3, die zich in het achterschip bevindt, en waarin een 40 ton olie zit, leeg te blazen, in de hoop op deze wijze het achterschip naar boven te krijgen. Inderdaad mocht dit gelukken. Zoowel achterschip als commandotoren kwamen aan de oppervlakte.

 

Nadat men eenigen tijd getracht had beweging in de “O 11” te krijgen, gaf men deze pogingen op.  De 25-tons lichter bleek niet in staat beweging in het schip te krijgen. Het schip bleef in de takels hangen, waarna men besloot te wachten op hulp uit Amsterdam.
Vannacht om kwart over één is de eerste groote bok van 50 ton hefvermogen uit Amsterdam aangekomen en in den loop van den nacht volgden nog twee bokken. Direct zijn de drie bokken toen met het lichten begonnen.

 

Bij de “O 11” bleven de ”Hector”, de “Sleepdienst 6, de duiksloep en de sleepboot “Willemsoord”.
Wel had men inmiddels de “O11” omgetrokken zoodat zij niet meer dwars voor den haveningang lag. Buitengaats bevond zich inmiddels een groot aantal schepen en scheepjes, die niet naar binnen konden komen, aangezien de haven versperd verklaard was. Een 30-tal lag te wachten op de ree. Een deel hiervan is later op den dag naar Oudenschild vertrokken.
Ook de dienst der Texelsche boot werd uiteraaard stopgezet. Later werd deze booten vergund uit te varen.

 

De “O 11”

 

De “O 11” werd in 1922 te Rotterdam op stapel gezet bij de maatschappij voor scheeps- en werktuigbouw “Fijenoord” en werd 18 Januari 1926 voor het eerst in dienst gesteld. De lengte is 54,7 meter, de breedte 5,7 meter en de diepgang in zeewater 35 dm.

 

De bodem heeft twee schroeven en heeft een snelheid van 12 zeemijlen aan de oppervlakte varende, en van 8 zeemijlen onder water.

 

De bemanning bestaat uit 29 koppen, terwijl het geschut bestaat uit een kanon van 8,8 c.M. no. 2 en een mitrailleur no. 3.

 

De boot heeft vijf lanceerbuizen voor torpedo’s.   

 

Deens s.s. Alpha

 

Datum: 21 en 22 juni 1940
Station: Den Helder/Dwars van Texel
Aantal geredden: 16
Redding nr.: 494

Uit: De Reddingboot nr. 50, December 1940 blz.1637 en 1638

De „Dorus Rijkers” redt 16 man

In de maand Juni werd nog niet veel gevraagd van de reddingbooten; de groote drukte kwam eerst eind Juli. Toch kon de mrb. „Dorus Rijkers” op 22 Juni een zeer fraai succes boeken.
„Den 21en Juni 1940 kreeg schipper C. Bot ten 23 u. bericht, dat bewesten de Eierlandsche gronden een Deensch stoomschip tengevolge van een explosie was gezonken en dat de bemanning in een sloep ronddreef. Om tijd uit te sparen koos Bot de route door het Molengat. De navigatie door dit onverlichte vaarwater was lang niet eenvoudig en zeker niet zonder gevaar, doch dank zij Bot’s uitmuntende plaatselijke bekendheid kwam hij er goed doorheen. Ten l u. 45, op ± 5 zeemijl uit den wal van Texel, ontdekte de reddingboot een klein sloepje, dat tot aan het dolboord te water lag. Hierin bevonden zich 16 overlevenden van het getorpedeerde Deensche ss „Alpha”, verkleumd en trillend van doorgestane emoties. Enkelen waren lichtgewond. Vier der opvarenden waren bij dezen scheepsramp om het leven gekomen. De schipbreukelingen werden aan boord van de reddingboot genomen, kregen verwarmende dranken en droge kleeren en toonden zich zeer dankbaar voor hun behoud.

Uit: De Reddingboot nr. 51, Mei 1941; blz. 1684 en 1685

16 man gered van getorpedeerd schip

Den 21en Juni 1940 vertrok de mrb. „Dorus Rijkers” ten 23 uur uit den Helder op het bericht, dat een Deensch stoomschip ter hoogte van de Eierlandsche gronden tengevolge van een explosie was gezonken. Via het Molengat voer de reddingboot naar buiten en den 22en Juni ten l u.45 werd op ± 5’ uit den wal zeer toevallig een kleine sloep ontdekt, die tot aan het dolboord te water lag. De 16 opvarenden, schipbreukelingen van het Deensche ss „Alpha”, werden a/b van de reddingboot genomen, die ten 6 u. in de haven van Nieuwediep meerde (zie: „De Reddingboot” no. 50).

Bemanning: C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist.

Uit: „Tusschen Mijnen en Grondzeeën” van; H.Th. de Booy, blz. 37

Den eersten reddingtocht na de capitulatie maakte op 22 Mei 1940 de nieuwe motorstrandreddingboot „President Steijn” van het station Egmond aan Zee, en wel naar een sloepje met vijf Nederlandsche soldaten, die met Oostelijken wind waren weggedreven!
Eerst een maand later zou de lange serie „oorlogsreddingen”worden geopend door de mrb. „Dorus Rijkers”. In den avond van 21 Juni kwam bericht binnendat het Deensche ss „Alpha”ter hoogte van de Eierlandsche gronden was getorpedeerd en gezonken, doch dat de bemanning zich in een sloep had weten te redden. Om tijd uit te sparen voer schipper Bot door het onverlichte Molengat naar buiten en den volgenden ochtend tegen kwart voor twee werd op ± 5 zeemijl uit den wal van Texel een kleine sloep ontdekt, die tot aan het dolboord te water lag en zestien verkleumde Denen bevatte, nog zeer onder den indruk van de doorstane emoties. Uiterst dankbaar kropen zij in de kajuit van de reddingboot, waar zij van droge kleeren werden voorzien en dank zij een slok rum en warme koffie op hun verhaal kwamen. De ramp had een viertal slachtoffers gekost, enkele overlevenden waren licht gewond; aan boord van de „Dorus Rijkers” werden zij verbonden.

 

Vliegtuig In Zee Gestort


Datum: 24.06.1940
Station: Den Helder/Molengat
Aantal geredden: 0
Redding nr: 495
Uit: De Reddingboot nr. 51, Mei 1941; blz. 1685
Vliegtuig in zee gestort;
Den 24en Juni 1940 voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 8 u. uit op het bericht, dat in het Molengat een vliegtuig zou zijn neergestort. In het Molengat werd niets gevonden, waarop de “Dorus Rijkers” de Texelsche kust afzocht tot de Eierlandsche gronden, doch evenmin met succes. Wind N.O.,
kracht 2; fraai weer.
Bemanning; C.Bot/ schippper, P.W.Bot/stuurman,R.Eelman/motorist.

Uit: “Tusschen Mijnen en Grondzeeën”van; H.Th. de Booy, blz. 45; Successievelijk kregen al onze booten hun beurt om naar overlevenden van vliegtuigrampen te speuren; 24 Juni de “Dorus Rijkers”, 27 Juni de roeireddingboot van Noordwijk aan Zee, 26 Juli “Abraham Fock”, 30 Juli “Neeltje Jacoba”, 8 Augustus “Nicolaas Marius”enz. enz.

Uit; Wikipedia.org/wiki/Nederlandsche_Zeereddingsdienst
Seenotdienst
De Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij (NZHRM)  kreeg op 1 juli 1940 bezoek van een inspecteur van het Duitse Reddingswezen. Deze was tevens verbonden aan het Duitse Ministerie van Luchtvaart. Hij stelde voor, de paraatheid van het reddingswezen langs de Noordzeekust op te voeren conform die van Duitsland. Daar lagen reddingsboten voortdurend buitengaats in staat
van paraatheid. Ze ressorteerden onder Der Seenotdienst der Deutschen Luftwaffe. De Luftwaffe was in 1940  gewikkeld in de Slag om Engeland in een poging het Engelse luchtverdedigingssysteem lam te leggen. Hun bombardementen veroorzaakten veel schade.
De confrontatie met de Engelse luchtverdediging bracht met zich mee dat nogal wat Duitse toestellen in zee stortten. Soms werden overlevenden door schepen opgepikt. Vanuit de Nederlandse Noordzeehavens wilden de Duitsers een reddingslichaam opbouwen gelijk aan dat van de Duitse Notseedienst. De secretaris van de NZHRM, H.Th. de Booy weigerde echter medewerking. Een
volgend plan was het Lazarettverband. Hierbij werden gevorderde Nederlandse schepen omgebouwd tot hospitaalschepen om er een reddingsdienst mee op te zetten.  

 

Een vletje in nood

 

Datum: 11.09.1940
Station: Den Helder/Beoosten Nieuwediep
Aantal geredden: 1
Redding nr: 519
Uit: De Reddingboot nr. 51, Mei 1941; blz. 1690
Een vletje in nood;
Den 11en September 1940 pikte de mrb. “Dorus Rijkers” ter hoogte van den Langendam van het Kuitje (bezuiden de haven van Nieuwediep) een vletje op, waarin zich een man bevond, die tevergeefs trachtte tegen wind en zee op te roeien en in moeilijke omstandigheden verkeerde. De geredde was zeer dankbaar voor de hem verleende hulp en gaf de verzekering, dat hij zich nimmer meer met een dergelijk vaartuig buiten de haven zou wagen. Wind Z.W., kracht 6.
Bemanning; C.Bot/schipper,R.Eelman/motorist.

 

Vliegtuigvlotten

 

Datum: 02/03.10.1940
Station: Den Helder/West van Haaksgronden
Aantal geredden: 0
Redding nr: 531
Uit: De Reddingboot nr. 51, Mei 1941; blz. 1692
Vliegtuig verongelukt;
Den 2en October 1940 voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 14 u. uit op het bericht, dat rubberbooten van vliegtuigen met drenkelingen rond dreven op ca. 53°10’ N3°30’ O.( west van Haaksgronden) De “Dorus Rijkers” zag, de aangegeven plaats naderend, inderdaad lichtseinen, die vermoedelijk door de
schipbreukelingen werden gegeven. Helaas is het de “Dorus Rijkers” niet mogen gelukken deze menschen te redden; zij werd onverwachts door een vliegtuig van onbekende nationaliteit beschoten. Gelukkig werd niemand getroffen, doch de vlotten werden niet meer gevonden. Den 3en October ten 9 u. 30 was de reddingboot terug te Den Helder. Wind O. ten N., kracht 6 a 7; hooge zee.
Bemanning; C.Bot/schipper,P.W.Bot/stuurman,R.Eelman/motorist.

Uit:”Tusschen Mijnen en Grondzeeën” van; H.Th. de Booy, blz. 57-58.
In den nacht van 2 op 3 October ontsnapte de reddingboot “Dorus Rijkers” aan een dreigend gevaar. Des middags 2 uur was bericht ontvangen, dat op 53 10’ N. 30  30’ O. een tweetal rubbervlotten in zee dreven met de bemanning van een neergeschoten vliegtuig. De wind was O t N. kracht 7; er
stond een hooge zee. De reddingboot vertrok via het Schulpengat, zette bij de lichtboei van de Zuiderhaaks de log uit en de koers werd bepaald op W. t. N.
Een lange tocht lag voor den boeg: de opgegeven plaats was ongeveer 50 zeemijl uit den wal, vrijwel midden tusschen de Nederlandsche en Engelsche kust. Tegen half acht viel de duisternis in. Toen de log 47’ aanwees, werd in westelijke richting een klein flaplichtje gezien, terwijl een Duitsch watervliegtuig in westelijke richting overvloog. De reddingboot naderde het lichtje snel; het verdween echter, doch na ruim een half uur zag men het zeer flauw op ongeveer een halve mijl afstand. De log werd ingehaald, reddingboeien klaargelegd en alles in gereedheid gebracht om schipbreukelingen binnen boord te halen. Met het zoeklicht werd de zee afgezocht; de reddingboot naderde een groote olieplek op het water. De motor werd gestopt om hulpgeroep beter te kunnen hooren, want het lichtje was weer verdwenen. Juist lag de “Dorus Rijkers” gestopt, of een vliegtuig vloog over de boot. Direct ratelden machinegeweren, de bemanning legde zich plat op dek onder de stuurkap. Kogels kletterden op dek, schampten af en verdwenen fluitend in zee. Nu werden de lichten gedoofd, de motor aangezet, doch het vliegtuig kwam weer over en gaf een tweede salvo af. In oostelijke richting
voer de “Dorus Rijkers” terug; de rubbervlotten werden niet meer gezien.
De witte stuurkap werd met een zwart zeildoek bedekt. Het vliegtuig was nog steeds te hooren; duidelijk op zoek naar de “Dorus Rijkers”, die blijkbaar voor een oorlogsschip werd aangezien. De terugreis verliep zonder ongelukken; wel zag men nog vele vliegtuigen, die lichtkogels afschoten en
’s-Ochtends 3 uur werd de “Dorus Rijkers” opnieuw door een vliegtuig ontdekt. Geschoten werd er echter niet meer. Tegen 5 uur werd land aangeloopen. Voor schipper Bot en zijn bemanning was dit een onplezierige belevenis.ten eerste de teleurstelling niemand te hebben kunnen redden,
terwijl zij vlak bij de vlotten moeten zijn geweest, waarvoor men zoo lang had gevaren en ten tweede onder vuur genomen te zijn. Dit beloofde niet veel goeds voor de toekomst; het moreel der bemanning kreeg wel even een schok.
Zij waren er echter spoedig overheen. De nationaliteit van het vliegtuig, dat de “Dorus Rijkers” beschoot, is nimmer bekend geworden. De Duitschers schreven direct in de pers, dat het een Engelsch toestel was, doch bewijzen waren er niet. De reddingboot bevond zich bovendien midden op de Noordzee, rijkelijk ver uit de buurt voor een kustreddingboot. Of de in nood verkeerende vliegers nog zijn gered, bleef onbekend. Naar aanleiding van dezen tocht schreven wij den Marinebefehlshaber, dat wij onze schippers verboden hadden zich in den vervolge verder dan 15 zeemijl uit de kust te begeven.


 

Uit; De Heldersche Courant, 05/11/1940;p.5/8
……Verschillende der in October 1940 gemaakte tochten eischten zeer veel
van het uithoudingsvermogen. Op een der tochten van de motorreddingboot
“Dorus Rijkers”heeft de bemanning in groot levensgevaar verkeerd.

Uit; De Heldersche Courant, 06/11/1940;p.13/16
Angstige nacht voor bemanning van de “Dorus Rijkers”, vier uur lang door Engelsch vliegtuig gevolgd.
Mitrailleurkogels ketsten op dek.
Het stond er zoo heel sobertjes in het maandoverzicht van de N. en Z.H.
Reddingmaatschappij opgenomen in ons nr. van Dinsdag: “Op een der tochten van de motorreddingboot “Dorus Rijkers”heeft de bemanning in groot levensgevaar verkeerd”. Wellicht heeft men over de passage heen gelezen en alleen gezien, dat in de maand October een record aantal geredde menschen aan
wal werden gebracht.
“Aan doodsgevaar ontsnapt”, dat zijn Coen Bot, met zijn zoon Piet en de motordrijver R.Eelman, toen ze in het begin van de vorige maand buitengaats moesten om in nood verkeerende schepelingen te redden.
Om twee uur dien bewusten middag voer de “Dorus”het havenhoofd uit. Men moest een flink eind van de kust af. Het weer was ruw, een harde wind van zeker wel  7 of 8 windkracht, sloeg tegen den kop van de reddingboot, die zich dapper tegen de golven weerde. Het was kinderspel voor onze
“Dorus”met zijn kleine bemanning. Zij is het gewend, tegen de golven op te rennen en in de dalen weg te duiken, het is een plezant spel, dat iedere keer even sterk boeit.
Om 8 u. ’s avonds, ’t was “hartstikke donker”, was de “Dorus”niet ver meer van het doel van haar reis. Men zag in de verte stakellichten van de in nood verkeerende zeelieden. Men stakelde terug, men ontstak zijn zoeklicht, men gooide er een schepje op. Om 9 uur was men nog slechts een
halve mijl van zijn doel verwijderd, nog een kwestie van minuten, dan zouden ronddansten, gered zijn.
Er dreigt gevaar.
Toen ronkte plotseling, heel onverwacht, waarschijnlijk uit het grauwe wolkendek gevallen, een vliegtuig naar beneden. Het schoot over de verlichte reddingboot heen en begon hevig uit zijn mitrailleur te schieten op de bemanning, die aan dek stond.
Schipper Bot en zijn zoon en Eelman zochten dekking in de stuurhut. Een geluk was het, dat het vliegtuig op den kop van de boot invloog, waardoor men beschutting kon zoeken achter den stalen stuurhut. Maar ook daar was het nog benauwd, want het vliegtuig keerde terug en begon opnieuw te schieten.
Schipper Bot had intusschen alle lichten laten dooven en men had als hazen zwarte dekkleeden naar boven laten brengen en daarmee de reddingboot zooveel mogelijk onzichtbaar gemaakt, terwijl getracht werd buiten de baan van het vliegtuig te komen. De motor was afgezet om eventueel het hulpgeroep van de menschen in nood te kunnen opvangen en die te kunnen helpen, maar dat was
niet mogelijk, want de vlieger liet “zijn prooi” geen rust en zocht telkens opnieuw naar de reddingboot, zodat Bot met zijn mannen, voor eigen levensbehoud moest probeeren den wal in te loopen. Maar die was ver en nauwelijks had men van richting veranderd of reeds hing een lichtkogel boven
het water. Men koerste naar het Noorden, in tegenovergestelde richting van het vliegtuig. Na korten tijd ontgloeide weer een lichtkogel in het Noorden, men wendde zijn roer naar het Zuiden. Het werd een angstige en spannende jacht. De “Dorus”, die trachtte te ontkomen aan de waanzinnige achtervolging van een dwaze vliegenier.
Zelfs geen compaslicht aan.
Het duurde eenige uren. Men kon zijn vaarrichting niet bepalen, omdat zelfs het compaslicht niet ontstoken kon worden. Men voer dus in het stikke donker te midden van het gevaar van boven en het gevaar op het water, losdrijvende mijnen en mijnenvelden, waarvan men de positie in deze duisternis, zonder eenig compas, niet kon bepalen.
    “Wij dachten niet aan de mijnen”, zegt schipper Bot,  “we probeerden alleen maar aan de bommen van den vlieger te ontkomen, die we zeker zouden krijgen, als men ons onder schot had. Om drie uur dachten we inderdaad, dat het met ons gedaan was. Vlak boven de “Dorus Rijkers” ontgloeide een
lichtkogel. De reddingboot lag in het licht maar als een besturing van Boven, doofde het licht direct uit en wij konden opnieuw ontkomen”.
   “om 5 uur ’s morgens zaten we tegen land. Het vliegtuig is ons kwijt geraakt en toen het begon te dagen, ontdekten we, dat wij bij Kamperduin lagen. We voeren toen terug naar Nieuwediep, waar we om tegen elf uur binnenliepen.
   “We hadden er genoeg van, we wilden graag wat op verhaal komen,  maar daar was geen tijd voor, want een nieuwe opdracht lag klaar en om  half twaalf voer de “Dorus Rijkers” weer uit en eerst om 8 uur ’s avonds keerde de reddingboot terug.
   “Ik zal dien nacht nooit vergeten”, zei schipper Bot, die toch heusch wel voor heete vuren heeft gestaan.

Red; hetzelfde verhaal is ook gepubliceerd in De Schager
Courant,07/11/1940;p.3/8

 

Vliegtuig verongelukt (1)


Datum: 03.10.1940
Station: Den Helder/West van Haaksgronden
Aantal geredden: 0
Redding nr: 532
Uit: De Reddingboot nr. 51, Mei 1941; blz.1692 en 1693
De “Dorus Rijkers” vaart wederom uit:
Enkele uren nadat de “Dorus Rijkers” terug was van den zwaren en gevaarlijken tocht in den nacht van 2 op 3 October, voer zij weer uit, aangezien er een vliegtuig was verongelukt op 52° 58°´N. en 4° 0´ O.( west van Haaksgronden) .Ten 15 u. was deze plaats bereikt, doch er werd niets gevonden. Wind O. ten N., kracht 3; kalme zee.
Bemanning; C.Bot/schipper,P.W.Bot/stuurman,R.Eelman/motorist.

 

Vliegtuig Verongelukt (2)

 

Datum: 04.10.1940
Station: Den Helder/Zuiderhaaks
Aantal geredden: 0
Redding nr: 534
Uit: De Reddingboot, nr. 51, Mei 1941; blz.1693
Vliegtuig verongelukt;
4 October 1940 vertrok de mrb. “Dorus Rijkers” ten 14 u. 30 uit den Helder op het bericht, dat een vliegtuig was verongelukt op 52° 58’ N., 4° 28’ O. De reddingboot zocht ter plaatse, doch vond niets, en was ten 18 u. 30 in den Helder terug. Wind Z.Z.W, kracht 5.
Bemanning; C.Bot/schipper,P.W.Bot/stuurman,R.Eelman/motorist.

 

 Motorkotter Gestrand

Datum: 23 oktober 1940
Station: Den Helder/Zuiderhaaks
Aantal geredden: 7
Redding nr.: 541

Uit: De Reddingboot, nr. 51, Mei 1941; blz.1694

Den 23en October 1940 werden te Huisduinen ten 8 u. 30 noodseinen gezien in de richting N.W.t.W. op 4 a 5’ afstand. De mrb. “Dorus Rijkers” voer uit en trof buiten het Molengat een motorkotter aan, die met gebroken roer ten anker lag.Gezien het ruwe weer bestond gevaar voor de opvarenden, zoodat de hulp van de “Dorus Rijkers” om hen uit deze benarde positie te redden, dankbaar aanvaard werd. Wind O.N.O., kracht 6 à 7; ruwe zee.                          

Bemanning: C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist.

 

IJmuider Logger IJM 209 gestrand

Datum: 6, 7 en 8 april 1941
Station: Den Helder/Texel paal 14
Aantal geredden: 0
Redding nr: 577

Uit: De Reddingboot nr. 53, Mei 1942; blz.1784 en 1785

IJmuider logger gestrand op z.w. kust Texel

Den 6en April 1941 werd ten 1 u. bericht ontvangen uit Texel, dat noodseinen waren gezien ter hoogte van paal 14 op Texel op ± 200 M. uit den wal. De mrb. “Dorus Rijkers” vertrok naar de strandingsplaats via het Molengat. Aangezien het zicht slecht was, (tengevolge van regenbuien), werd verzocht de geleidelichten te ontsteken, aan welk verzoek ten deele werd voldaan. Ten 3 u. 50 zag men stakellichten dicht bij het strand. Ondanks duisternis en hooge branding (de wind was N.O., kracht 5, aanschietende zee), werd getracht zoo dicht mogelijk bij het strand te komen tot op 1.80 M. water, doch er viel niets van een gestrand schip te ontdekken. Ten 5 uur werd voor anker gegaan om den dag af te wachten. Ten 6 uur werd het anker gelicht toen men een klein vaartuig dicht bij het strand meende te zien. Het bleek echter niet mogelijk te zijn dit voldoende dicht te naderen. Aangezien het wel zeker was, dat de bemanning van het gestrande vaartuig veilig het strand had kunnen bereiken, werd terug gevaren naar den Helder. Inderdaad hadden de opvarenden van den logger IJm 209 kans gezien zich zelf te redden.

Bemanning: C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist, J.J. Fillerup,
J.J. Runnenburg, J. van Veen.

 

 

Logger IJM 209

(2)Datum: 7 april 1941

Station: Den Helder/Texel paal 14

Aantal geredden: 0

Redding nr.: 578

 

Uit: De Reddingboot nr. 53, Mei 1942; blz.1785

De “Dorus Rijkers” wederom naar de IJM 209;

 

Den 7en April 1941 voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 10 u. wederom naar de strandingsplaats van de IJm 209 ten einde veiligheidshalve aanwezig te zijn bij de pogingen, die door een viertal kleine sleepbooten zouden worden aangewend om de IJm 209 vlot te krijgen. Ten gevolge van de hooge zee konden de sleepbooten echter geen verbinding krijgen; de “Dorus Rijkers” was ten 13 u. terug in de haven van Nieuwediep.

Bemanning: C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist.

 

Uit: De Heldersche Courant, 07-04-1941; p. 5/6

 

IJmuiden 209 gestrand, tengevolge van den mist.

 

Zaterdagmiddag is, tengevolge van den mist, ter hoogte van paal 13 bij de Westen, de IJmuider kotter 209 op het strand geloopen. Gevaar voor de bemanning, bestaande uit 5 personen, bestond er niet. Gister zijn 3 van hen aan den wal geweest. Het schip zal waarschijnlijk heden worden vlot gesleept.

 

Logger IJM 209 (3)

Datum: 8 april 1941
Station: Den Helder/Texel paal 14
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 579

 

Uit: De Reddingboot nr. 53, Mei 1942; blz.1785 en 1786

 

Voor de 3e maal naar de IJM 209

8 April 1941 voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 10 u. 50 voor de 3e maal naar de IJm 209 ten einde de situatie op te nemen. Het vaartuig bleek echter onder water te zitten. Ten 13 u. was de reddingboot te Den Helder terug.

Bemanning: C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist, J.J. Fillerup, J.J. Runnenburg, J. van Veen.

Het gebeurde op 09 augustus 1941

Lijk Duitse Militair Geborgen

Datum: 09.08.1941

Station: Den Helder/Westgat

Aantal geredden: 0

Redding nr: 603

Uit: De Reddingboot nr. 53, Mei 1942; blz.1790
De mrb. “Dorus Rijkers” bergt een lijk;

 

Den 9en Augustus 1941 voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 10 u. uit de haven van Nieuwediep teneinde een voor het Westgat drijvend lijk van een Duitschen militair te bergen. Het lijk werd binnengebracht. Wind Z.W., 2..

Bemanning; P.W.Bot/schipper,R.Eelman/motorist,J.J.Fillerup,J.vanVeen.

 

Lijk Gezocht


Datum: 11.09.1941
Station: Den Helder/Kaap Hoofd/Falga
Aantal geredden: 0
Redding nr: 614
Uit: De Reddingboot nr. 53, Mei 1942; blz.1793
De “Dorus Rijkers” zoekt naar een lijk; Den 11en september 1941 is de mrb. “Dorus Rijkers” ten 14 u. 30 uitgevaren om naar een lijk te zoeken, dat ter hoogte van Kaap Hoofd zou drijven. Gevaren werd naar Falga, doch niets werd gevonden. Ten 16 u 30 kwam de reddingboot in de haven van Nieuwediep terug. Wind N.N.W., 7; aanschietende zee.
Bemanning;P.W.Bot/schipper,R.Eelman/motorist,J.J.Fillerup, J.J.Runnenburg

 

Vlet HD 156

Datum: 18 oktober 1941
Station: Den Helder/Zuidwal
Aantal geredden: 1
Redding nr.: 625

Uit: De Reddingboot nr. 53, Mei 1942; blz. 1799
Vlet in veiligheid gebracht

 

Den 18en October 1941 kreeg de schipper van de mrb. “Dorus Rijkers” ten 13 u. bericht van het havenkantoor te Nieuwediep, dat er op den Zuidwal twee vletten met bemanning in gevaar verkeerden; een der vletten was al half vol water.Een motorboot van de Duitsche Weermacht zag kans een der vletten, die nog op vrij diep water lag, vast te krijgen en binnen te brengen. De mrb. “Dorus Rijkers” voer, met op sleeptouw een kleine vlet, naar het andere vaartuigje, de “ H.D156”. Door middel van een lange lijn werd de verbinding met de in nood verkeerende vlet, a/b waarvan zich een man bevond, tot stand gebracht. Ten 15 u. 30 keerde de “Dorus Rijkers” in de haven terug. Wind Z.Z.W., kracht 8, buiig, wilde zee.

Bemanning: C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist, J.J. Fillerup,J. van Veen. 

 

Sloep v/h Noorse ss Spica

 

Datum: 30 oktober 1941
Station: Den Helder/Callantsoog/Petten
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 629

 

Uit: De Reddingboot nr. 53 Mei 1942; blz.1800

Sloepen opgepikt

 

Den 30en October 1941 voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 10 u. uit de haven van Nieuwediep op het bericht, dat een of twee sloepen voor de kust dreven ter hoogte van Callantsoog. Het was zeer ongunstig weer, wind N.O., 8, zware zeegang.  Door de krachtige eb was de “Dorus Rijkers” spoedig te Callantsoog, doch er werd niets gezien. Ter hoogte van Petten werd echter op ± 4’ uit den wal een kleine sloep gezien. Het bleek een flinke platte eiken boot te zijn, gemerkt “Spica”, Drammen, onbemand, waarin zich twee zwemvesten en twee ankers bevonden.De boot werd op sleeptouw genomen en ten 14 u. 30 was de  “Dorus Rijkers” te Den Helder terug.

Bemanning: C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist, J.J.Fillerup,
J.J. Runnenburg, J. van Veen.

 


Zweeds ss Magdalena

 

Datum: 7 - 9 november 1941
Station: Den Helder/Keizersbult
Aantal geredden: 14
Redding nr.: 630 en 631

 

Uit: De Reddingboot nr. 53 Mei 1942; blz.1800 t/m 1802

De “Dorus Rijkers” redt 19 man

 

De Secretaris der Plaatselijke Commissie te den Helder rapporteert d.d. 7 November 1941 o.m. als volgt:
“Op 7 November 1941 werd ten 3 u. 30 bericht ontvangen, dat een schip in nood verkeerde nabij de Zuiderhaaks gronden. Het was stormweer, wind W.N.W., kracht 8, hooge zee. Ten 4 u. vertrokken de mrb. “Dorus Rijkers” en de sleepboot “Ganges”, welke zou trachten het schip te bergen. Onder zeer moeilijke omstandigheden werd de reis via het Schulpengat aanvaard. De kustlichten waren ontstoken. Buiten de Haaksgronden werd een stakelvuur gezien in de richting van het Westgat nabij de Keizersbult. Van de “Ganges” werd vernomen, dat het schip onmiddellijk hulp van de reddingboot verlangde. Hoewel schipper Bot, gezien de hooge zee en de plaats waar het schip zich bevond, den dag had willen afwachten, besloot hij nu toch een poging te wagen langszij te komen. Bij den buitenrand van de gronden lag het dicht van de branding, doch het lukte de “Dorus Rijkers” met een “paar zetten water” over den rug heen te komen. Nabij het schip gekomen, een Zweedsch stoomschip, dat voor twee ankers lag, zoodat het geen lij kon maken, werden onder bijzonder moeilijke omstandigheden veertien leden van de bemanning overgenomen. Vijf man bleven nog aan boord van het in nood verkeerende schip, dat over de gronden was heengeslagen, en daarbij het roer had verloren. De schipper van de “Dorus Rijkers” vreesde de aanwezigheid van mijnen in het Westgat en keerde buitenom via het Schulpengat terug. Ten 9 u. 30 werden de geredden in Nieuwediep aan land gebracht.

 


Zweeds ss Magdalena (2)

 

Datum: 7 november 1941
Station: Den Helder/Keizersbult
Aantal geredden: 5
Redding nr.: 630 en 631(vervolg)

 

Uit: De Reddingboot nr. 53, Mei 1942; blz.1800 t/m 1802

De “Dorus Rijkers” redt 19 man.(vervolg)

 

Een uur later werd echter opnieuw uitgevaren aangezien de Zweed het noodsein had geheschen. Een drietal mijnenvegers zouden de “Dorus Rijkers” voorstoomen door het Westgat, doch bij Kaap Hoofd keerden deze schepen terug, waarop de “Dorus Rijkers” de reis vervolgde over de Zuiderhaaksgronden. Zonder ongevallen gelukte het ten tweede male langszij te komen van het Zweedsche schip, dat nu het internationale noodsein N.C. had waaien. De reddingboot sloeg enkele malen zwaar tegen het schip aan en bleef een keer een oogenblik met den fender hangen. De vijf achtergebleven schipbreukelingen werden aan boord van de reddingboot gehaald; de laatste geraakte echter tusschen reddingboot en schip te water, doch kon nog net een grijplijn van de “Dorus Rijkers” pakken. Het is een wonder, dat deze man niet tusschen de beide schepen gekneldraakte. Het lukte hem binnen boord te krijgen. Onmiddellijk werden hem drooge kleeren gegeven terwijl hem eenige “geestrijke drank” werd toegediend. Over de Zuiderhaaksgronden werd de terugreis aanvaard, waarbij nog een drijvende mijn werd gepasseerd. Ten 13 u. 30 arriveerde de “Dorus Rijkers” behouden in de haven van Nieuwediep, waar de vijf geredden werden geland. Wederom heeft de “Dorus Rijkers” prachtig werk verricht. Deze tochten en vooral de eerste reis, geschiedden wel onder zeer moeilijke omstandigheden. In verband met het bijzonder slechte weer, de positie waarin het schip verkeerde, het tijdstip, waarop de reis geschiedde en de extra gevaren er aan verbonden, kan deze redding dan ook gekwalificeerd worden als een van groot formaat. De reddingboot, motor en bemanning hebben zich bij deze tochten uitstekend gehouden en bleken volkomen voor hun taak berekend te zijn.   Speciaal dient in dit geval de rubber fender genoemd te worden, die onbetaalbare diensten heeft bewezen. Hierdoor bleven de averijen aan de “Dorus Rijkers” tot het minimum beperkt. Deze bestaan Uit: beschadiging van den Gausskabel aan S.B. voor, het achterlicht, het hoekijzer onder den fender aan S.B., een lichte deuk in de scheepshuid aan S.B. en eenige bevestigingsbouten van den fender.Verloren gingen de vlaggestok met vlag, scheepsroeper, een paar wanten en twee zuidwesters.”.
Bemanning: 630/631; C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist, J.J. Fillerup,
J.J. Runnenburg, J. van Veen.

 

 

Zweeds ss Magdalena (3)

 

Datum: 8 november 1941
Station: Den Helder/Keizersbult
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 633 

Uit: De Reddingboot nr.53, Mei 1942; blz.1802

De “Dorus Rijkers” wederom naar het Zweedsche ss Magdalena

 

Den 8en November 1941 vertrok de mrb. “Dorus Rijkers” ten 9 u. opnieuw naar het Zweedsche stoomschip teneinde veiligheidshalve aanwezig te zijn bij de door de sleepboot “Ganges” te ondernemen bergingspogingen. Ten gevolge van het ruwe weer (wind N.W., 5, woelige zee) werden dien dag geen pogingen ondernomen verbinding met het schip te maken. Ten 12 u. was de reddingboot in den Helder terug. .

 

 
Zweeds ss Magdalena (4)

Datum: 9 november 1941
Station: Den Helder/Keizersbult
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 633 en 634 (vervolg)

 

Uit: De Reddingboot nr. 53, Mei 1942; blz. 1802 en 1803

 De “Dorus Rijkers” wederom naar het Zweedsche ss.(vervolg).

 

Den 9en November 1941 was het echter rustig weer geworden, wind Z.W., 2.   Ten 11 u. vertrok de Dorus Rijkers” uit de haven van Nieuwediep en bleef in de nabijheid van de sleepboot “Ganges” en eenige kleine sleepbooten, die de Zweed via het Westgat naar binnen brachten. Het schip gierde hevig; ter hoogte van het wrak van de “Tuscar” maakte het schip wederom een geweldige gier, hetgeen het behoud van het schip is geweest, aangezien op korten afstand een verankerde mijn werd gezien ,die af en toe voor een klein gedeelte boven water kwam. Had het schip naar de andere zijde overgegierd, dan was het verloren geweest. Ten 17 u. was de “Dorus Rijkers” in Nieuwediep terug.

 

Uit: De Reddingbot nr.59 December 1945 blz.2086 en 2087;                                              

 

Een “TESTCASE” voor de N.Z.H.R.M. was het Zweedsche ss “Magdalena”, dat 7 November 1941 in gevaar verkeerde op de Noorderhaaks. De bemanning was door de “Dorus Rijkers” gered, doch toen het weer verbeterde droeg de Hafenkommandant te Den Helder den schipper van de “Dorus Rijkers” op een tros over te brengen van de sleepboot, die de “Magdalena” met het oog op haar diepgang niet voldoende dicht kon naderen. De “Magdalena” behoorde tot een Duitsch convooi, had erts gebracht naar Rotterdam en keerde met kolen terug, voer dus kennelijk in dienst van de Duitsche oorlogsvoering. De “Magdalena” te helpen zou gelijk staan met hulp aan den vijand, het werd dus geweigerd. De Hafenkommandant zei, ”Dat is zeer onaangenaam voor mij”, doch erkende tenslotte de juistheid van ons standpunt. Het was zaak voortdurend op zijn “qui vive” te zijn en niet op een of andere manier door de Duitschers te worden gecompromitteerd.
Bemanning: 633/634;   C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist, J.J. Fillerup,
J.J. Runnenburg, J. van Veen.

 

Uit: “Tusschen Mijnen en Grondzeeën” van; H.Th.de Booy, blz. 72 -74;

 

 Een kleine drie weken later toonde Coen Bot weer eens, wat hij waard was. 7 November 1941 ten 3 uur 30 werd de bemanning van de “Dorus Rijkers” gealarmeerd, aangezien bericht was ontvangen, dat nabij de Zuiderhaaksgronden een schip in nood verkeerde. Het was stormweer uit het W.N.W., kracht 8, hooge, wilde zee. De “Dorus Rijkers” vertrok ten 4 uur. Eenvoudiger kan het niet gezegd worden; elk strandingsrapport vangt er mee aan: “werden gewaarschuwd en voeren uit”. Met een beetje fantasie ziet men de kleine reddingboot aan haar meertouwen rukken, de kletterende buien op het glimmende dek, de zwijgende mannen, die zonder aarzelen hun warme, veilige bedden zijn uitgesprongen, snel in de kleeren schoten, en zich loopend of per fiets door de donkere verlaten straten van Den Helder naar de reddingboot begaven, na onderweg nog enkele malen te zij aangehouden door argwanende schildwachten. Zij trekken oliejassen aan, zetten zuidwesters op, doen zwemvesten aan. De motor draait, de lantaarns zijn ontstoken: “los de trossen”. En dan begint de reis. Ondanks mijnengevaar en gebrekkige verlichting der zeegaten, recht op het doel af. Zoo ook nu. Onder zeer moeilijke omstandigheden werd de reis via het Schulpengat aanvaard. Buiten de Haaksgronden, zag men een stakelvuur in de richting van het Westgat nabij de Keizersbult. De sleepboot “Ganges” praaide, dat het schip, een Zweed, onmiddellijk hulp van de reddingboot verlangde. Schipper Bot wilde eigenlijk het daglicht afwachten alvorens langszij te komen, doch nu zou hij het er maar op wagen. De buitenrand van de gronden was een en al zware branding; een paar rare schuivers en de reddingboot was er overheen. De Zweed, het ss “Magdalena” lag voor twee ankers. Het was over de gronden heen geslagen, had het roer verloren en maakte water. Lij gaf het schip totaal niet. Het overnemen van veertien opvarenden ging met groote moeite gepaard, doch het lukte. Vijf man wilden nog aan boord blijven. Schipper Bot vermoedde, dat er nog Nederlandsche mijnen in het Westgat waren overgebleven( wel beweerden de Duitschers het Westgat te hebben schoongeveegd, doch Bot’s argwaan bleek volkomen terecht te zijn) en keerde buitenom via het Schulpengat terug. Half tien werd de eerste partij Zweden geland. Een uur later voer de reddingboot weer uit; de “Magdalena” had NC geheschen. Een drietal Duitsche mijnenvegers zouden de reddingboot voorstomen door het Westgat, doch bij Kaap Hoofd gaven zij er al de brui aan en keerden terug. Schipper Bot vervolgde de reis, nu via de Zuiderhaaksgronden. Wederom schoot hij langszij van de “Magdalena”. De reddingboot sloeg enige malen zwaar tegen het schip aan en dreigde zelfs een oogenblik met den rubber fender te blijven hangen. De vijf laatste schipbreukelingen, waagden den sprong, de laatste sprong echter mis, en raakte tusschen de reddingboot en het schip te water. Net op tijd kon hij een der grijplijnen van de “Dorus Rijkers” pakken, en werd aan boord geheschen.het is een wonder, dat deze man niet gekraakt werd tusschen de beide schepen. Droge kleeren en rum deden wonderen. Via de Zuiderhaaks werd de terugreis aanvaard; slechts één mijn gesignaleerd. Tegen half twee was de “Dorus Rijkers” in de haven. De schade opgeloipen tijdens het slingeren tegen de “Magdalena” beperkte zich, dank zij den rubber fender, tot eenige deuken, terwijl achterlicht, vlaggestok, scheepsroeper, een paar wanten en twee zuidwesters, verloren gingen.

 

Schipper Bot belde mij, kort nadat hij thuis was gekomen van deze zwaar vermoeiende reddingtochten, op, om voorloopig rapport uit te brengen. Er was echter een moeilijkheid. De Hafenkommandant wilde hebben, dat de “Dorus Rijkers” den volgenden morgen weer naar de “Magdalena” voer om te trachten een tros van de “Ganges” over te brengen. Zoodat het schip kon worden binnengesleept. Hij rekende er op, dat de reddingboot om 8 uur zou uitvaren. De “Magdalena” had ijzererts gebracht van Zweden naar Rotterdam en keerde met kolen terug naar Zweden. Zij behoorde tot een Duitsch convooi, dat voor den storm op de reede van Den Helder was gevlucht. Zonder twijfel zou dus een poging om de “Magdalena” van den ondergang te redden gelijk staan met hulp aan Duitschland, zoodat ons materieel hier niet voor mocht worden  gebruikt. Ik zei Bot deze boodschap den Hafenkommandant over te brengen en beloofde den volgenden morgen zelf aanwezig te zullen zijn, teneinde hem te helpen aan eventueele pressie van Duitsche zijde weerstand te bieden. Bot is in de Duitsche taal niet zeer bedreven en een debat te voeren over de interpretatie van het hospitaalschepenverdrag kon van hem niet worden geëischt.

 

Het ging er nu om: de “Magdalena” was immers een kostbaar schip en dreigde verloren te gaan, indien de reddingboot weigerde bergingsdiensten te verrichten. Wij zouden niet mogen toegeven, doch hoe zou de reactie van de Duitschers zijn?

 

Uit: Dagblad Hollands Noorderkwartier, editie Schagen,11/11/1941; p.1/3

 

Kranig werk van de “Dorus Rijkers”, negentien man van Zweedsch  schip gehaald.
Stuurloos bij de Haaksche gronden.

 

Vrijdagochtend om half vijf werden te Den Helder noodsignalen waargenomen uit de richting van de Haaksche gronden. Onmiddellijk voer de “Dorus Rijkers” van de Nrd.- en Zd. Hollandsche Redding Mij. uit. Het zou een moeilijke tocht worden. Er stond een stormachtige Noordwesten wind en de zee was zeer ruw. Maar schipper Coen Bot zou succes hebben. In twee zware tochten bracht hij de negentien leden van het in nood verkeerende Zweedsche ruim 1800 ton groote ss. “Magdalena”, dat op weg was van Rotterdam naar Stockholm, behouden thuis.

 

De “Magdalena” had te kampen met een zwaren tegenwind en de hoogloopende zee. Tegen half vier in den ochtend raakte het schip te dicht onder de Haaksche gronden. Het roer stootte en de stuurinrichting werd onklaar, zoodat het schip stuurloos werd op een der gevaarlijkste punten van onze kust.
De kapitein besloot te ankeren op de westelijke punt van het Westgat, om een stranding op de Haak te voorkomen. Tegelijkertijd flitsten de noodsignalen den donkeren nacht in, die onmiddellijk beantwoord werden door het uitloopen van de “Dorus Rijkers”.

 

Het was buitengewoon moeilijk om verbinding te maken met het schip, daar de “Magdalena” met zijn boeg in den wind lag zoodat er geen lijzijde was om langszij te komen en het gevaar bestond, dat de reddingboot te pletter zou worden geslagen tegen het Zweedsche schip. Het gelukte echter veertien leden der bemanning over te nemen.

 

Gezagvoerder bleef aan boord


De gezagvoerder wenschte zijn schip nog niet te verlaten en bleef met vier man aan boord.
Kort, nadat de “Dorus Rijkers” terug was gekeerd, gaf de Zweed opnieuw noodsignalen. De toestand was onhoudbaar geworden en de kapitein had het N.C. sein laten geven, omdat hij en de aanboord gebleven leden der bemanning het vaartuig wilden verlaten. Weer had de “Dorus Rijkers” een zwaren tocht voor den boeg en weer kwam zij met de grootste moeite langszij.
Herhaaldelijk stootte de reddingsboot tegen de “Magdalena”, zoodat de “Dorus Rijkers” schade opliep aan het heklicht en de kopflenders.
Dank zij deze moderne flenders echter konden de zware schokken worden opgevangen en vier man, o.w. de kapitein, wisten zonder ongelukken op het vangnet, waarmede de “Dorus Rijkers” is uitgerust, over te springen. De vijfde man echter sprong mis en kwam in de kokende zee tusschen het schip en de reddingsboot. Hij wist zich vast te klemmen aan de grijplijnen van de “Dorus Rijkers” zoodat ook hij veilig binnenboord kon worden getrokken. Behouden keerde de “Dorus Rijkers” te Den Helder terug; in totaal waren op deze beide zware tochten negentien schipbreukelingen gered.
Schipper Coen Bot heeft met deze redding zijn 439sten geredde binnen gebracht. Hij nadert het record van den naangever van de reddingsboot, Dorus Rijkers, die in totaal 486 man van een zekeren dood redde.

 

Uit: Schager Courant, 30/12/1941; P.3/6

 

Bemanning der “Dorus Rijkers” gehuldigd voor het reddingswerk
bij het Zweedsche schip “Magdalena”

 

Maandagmiddag heeft ten raadhuize van Den Helder een korte en sobere huldiging plaats gevonden van de bemanning der motorreddingboot “Dorus Rijkers”, en wel naar aanleiding van het dappere reddingswerk ter gelegenheid van de schipbreuk van het Zweedsche schip “Magdalena” op 7 November j.l.

 

Aanwezig was de bemnanning van de motorreddingboot, zijnde schipper Coenraad Bot, P.W. Bot, de stuurman, H. Eelman, motordrijver, en de matrozen J. Runnenburg en J. van Veen. De matroos J.J. Fillerup was niet aanwezig. De overhandiging van de eere-teekenen geschiededoor het bestuur van de Noord- en Zuidhollandsche Reddingmaatschappij. Uitgereikt werden: aan schipper Bot de gesp, behoorende bij de zilveren medaille van de N.-Z. Holl. Redding-Mij. Aan Piet Bot de bronzen medaille van de N.-Z. Holl. Redding-Mij., aan Eelman de zilveren medaille der Redding-Mij., terwijl Runnenburg en Fillerup ieder beloond werden met de gesp, behoorende bij de bronzen medaille der Maatschappij.
Het overhandigen van de eere-teekenen ging gepaard met een enkel woord. Aan het einde dankte schipper Bot, mede nam,ens zijn bemanning, voor de verleende onderscheiding.

 

Gezocht naar lijk


Datum: 09.12.1941
Station: Den Helder/Falga
Aantal geredden: 0
Redding nr: 642
Uit: De Reddingboot nr. 53, mei 1942; blz.1806
Gezocht naar lijk; Den 9en december 1941 vertrok de mrb. “Dorus Rijkers” ten 11 u. van den Helder om ter hoogte van Falga te zoeken naar een lijk, dat aldaar zou ronddrijven. Ter plaatse gekomen bleek het lijk juist aan strand te spoelen.
Ten 13 u 30 was de reddingboot terug. Wind Z.W., aanschietende zee.
Bemanning; C.Bot/schipper, P.W.Bot/stuurman, R.Eelman/motorist, J.J.Runnenburg.

 

Duits ss Madrid

Datum: 09/10.12.1941
Station: Den Helder/Noorderhaaks
Aantal geredden: 0
Redding nr: 643
Uit: De Reddingboot nr. 53, mei 1942; blz.1806
Stoomschip in brand; Den 9en december 1941 voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 20 u. uit op het
bericht, dat een stoomschip in moeilijkheden verkeerde buiten de Haaksgronden. Een tweetal schepen van den Nederlandse Zeereddingdienst (*) en een sleepboot waren reeds voor hulp verleening vertrokken; de “Dorus Rijkers” kreeg opdracht om bij aankomst bij het schip de Roode Kruis schepen van den Zeereddingdienst te verzoeken terug te keeren naar den Helder. Het was zeer donker en er stond een stijve Z.W.lijke wind; de zee was ruw. Dwars van Falga werd een rood schijnsel gezien in de richting N.N.W. De schipper van de “Dorus Rijkers” besloot om over de gronden te varen aangezien gemeend werd, dat het schip zich achter het wrak van de “Tuscar” zou bevinden. Bij de “Tuscar” werd echter gezien, dat het schip aan den buitenkant van de gronden lag. Hierop werd koers gezet naar de Zuiderhaaks tot buiten de gronden. Het roode schijnsel werd steeds duidelijker, eenigen tijd later zag men, dat er een schip in brand stond. Aan loefzijde werd het brandende schip genaderd; (aan lij was het onmogelijk) en het bleek, dat vier sloepen waren gestreken zoodat verondersteld werd, dat het schip verlaten was. Ten O u. middernacht werd de terugreis aanvaard; den l0en december 2 u.
kwam de “Dorus Rijkers” in de haven van Nieuwediep terug. Later werd den schipper medegedeeld, dat het stoomschip door bommen was getroffen en dat de overlevenden waren gered door vaartuigen, die met genoemd schip in convooi
voeren. De Roode Kruisschepen en sleepboot hadden allen aan den grond gezeten; een vaartuig zelfs gedurende een half uur in een ongunstige positie.
Bij het opkomen van den vloed was het leed echter geleden.
Bemanning; C.Bot/schipper, P.W.Bot/stuurman, R.Eelman/motorist, J.J.Fillerup, J.J.Runnenburg, J.vanVeen.
(*) Zeereddingdienst: Een 25-tal gevorderde loodsboten, trawlers en sleepboten die als hospitaalschepen werden uitgerust. Door de Duitsers bedoeld als morele steun aan de vliegers van de Luftwaffe, die een invasie van Engeland voorbereidden].

Uit; De Reddingboot nr 61 December 1946, blz.2192
De Haaksgronden
…..ook het uitgebrande wrak van het Duitsche s.s.”Madrid”werd door het
zand van de Haaksgronden verzwolgen…..


Uit: “Tusschen Mijnen en Grondzeeën” van; H.Th. de Booy, blz.75-76; Den 9den December 1941 werd en Duitsch convooi ter hoogte van de Haaksgronden aangevallen door Engelsche vliegtuigen; het geblaf van afweergeschut en de dreunende bomontploffingen waren in Den Helder te hooren.
De bemanning van de “Dorus Rijkers” wachtte in spanning af of de diensten van de reddingboot zouden worden ingeroepen: de zee was ruw en er stond een stijve Z.W.-lijke wind, dus het kon wellicht wel wat worden. Tegen 8 uur ’s avonds kwam het verzoek om uit te varen; er was een schip in nood buiten de Haaksgronden. Een tweetal schepen van den Z.R.D. en een sleepboot waren reeds
voor hulpverleening vertrokken; aan de “Dorus Rijkers” werd gevraagd de Z.R.D. schepen te praaien en hen terug te sturen naar Den Helder. Dwars van Falga zag schipper Bot een rood schijnsel in N.N.W.-lijke richting. Hij voer dwars over de gronden, denkende, dat het schip zich in de nabijheid van het wrak van de “Tuscar” zou bevinden. Hier aangekomen bleek het echter buiten de gronden te liggen en wel in lichterlaaie. Voorzichtig werd aan loefzijde het Duitsche ss “Madrid” genaderd; vier sloepen bleken te zijn gestreken, zoodat er vermoedelijk wel niemand meer aan boord was. Langszij
komen was onmogelijk en te middernacht keerde de “Dorus Rijkers” terug.
De Z.R.D.-schepen en sleepboot werden niet gezien; zij bleken allen aan de grond te zijn geloopen; een vaartuig zelfs gedurende een half uur in een zeer ongunstige positie. Elf dagen later voer de “Dorus Rijkers” opnieuw naar de “Madrid”, die inmiddels op de Noorderhaaks was gestrand. Er waren n.l. lijken aan boord gevonden. Een onplezierig karwei voor de bemanning om drie totaal verkoolde lichamen van het uitgebrande schip te halen, doch dat hoorde nu eenmaal bij de Roode-Kruis-taak.

 

HD 4”Grietje” Eigenaar H Bais


Datum: 12.12.1941
Station: Den Helder/Zuidwal
Aantal geredden: 2
Redding nr: 644
Uit: De Reddingboot nr. 53, mei 1942; blz.1806
Vletje geborgen.
Den 12en december 1941 vertrok de mrb. “Dorus Rijkers” ten 13 u 30 uit de haven van Nieuwediep naar een vletje, dat onder den Zuidwal in gevaar verkeerde.    Het was de H.D. 4 met twee man aan boord, die verkleumd en nat a/b van de reddingboot werden genomen. Het vletje werd op sleeptouw genomen en ten 14 u. 30 was de reddingboot in de haven terug. Wind Z.W., 6; buiig, aanschietende zee.
Bemanning; C.Bot/schipper, P.W.Bot/stuurman, R.Eelman/motorist, J.van Veen.

 

ss Madrid [2]


Datum: 20.12.1941
Station: Den Helder/Noorderhaaks
Aantal geredden: 0
Redding nr: 645
Uit: De Reddingboot nr. 53, mei 1942; blz.1806 en 1807
Lijken geborgen.
Den 20sten december 1941 vertrok de mrb. “Dorus Rijkers” ten 11 u. 30 uit Den Helder teneinde een drietal lijken te bergen, die alsnog waren aangetroffen op het stoomschip, dat in den nacht van 9 op 10 december 1941 nabij de Haaksgronden in brand was geraakt en vervolgens op de Noorderhaaks
was gestrand. Ten 16 u. 30 was de reddingboot terug. Wind N.O., 6; kalme zee.
Bemanning; C.Bot/schipper, P.W.Bot/stuurman, R.Eelman/motorist, J.J.Fillerup, J.J.Runnenburg, J.vanVeen.

Zie ook “Tusschen Mijnen en Grondzeeën” van H.Th.de Booy blz.75-76,
verhaal vermeld bij redding nr.643

Uit: De Reddingboot nr. 53, mei 1942; blz.1810, jaarverslag 1941
…..Op 15/16 september 1941 heeft de mrb. “Dorus Rijkers”gereed gelegen,
met bemanning a/b, om bij alarm gelijk uit te varen….

Duitse Sleepboot Lorelei

Datum: 17 januari 1942
Station: Den Helder / Razende Bol
Aantal geredden: 10
Redding nr: 650

Uit: De Reddingboot nr;55 mei 1943; blz.1882

Den Helder; sleepboot gestrand

17 januari 1942 kreeg de bemanning van de in de haven van den Helder gereed liggendemrb. “Dorus Rijkers” ten 10 u. 30 bericht, dat de sleepboot “Lorelei” zich op de Haaksgronden in gevaar bevond. Er heerschte zeer strenge vorst ( wind O.Z.O.4)en de reddingboot kon eerst uitvaren nadat verschillende leidingen waren ontdooid. Ten 11 u. zag de “Dorus Rijkers” kans de haven te verlaten, op de Reede werd veel ijs aangetroffen. De “Lorelei” zat op de “Razende Bol”, omringd door ijs. Geen mogelijkheid voor de “Dorus Rijkers” om langszij te komen. Schipper Bot had hierop gerekend en de msrbt. “Adriaan de Bruine”op sleeptouw genomen. In het Westgat werd echter zóó veel hinder van het ijs ondervonden, dat het eerst met het doorkomen van den vloed gelukte met de “Adriaan de Bruine” langszij te komen van de “Lorelei” en de geheele bemanning ( 10 man ) over te nemen. Zij waren hongerig en verkleumd en kregen a/b van de “Dorus Rijkers” voedsel en koffie.Ten 17 u. 30 liep de “Dorus Rijkers” de haven van Nieuwediep binnen.

 

Bemanning: C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist, J.J. Fillerup, J.J. Runnenburg, J. van Veen.

 

Uit: “Tusschen Mijnen en Grondzeeën” van; H.Th.de Booy, blz.80

Weer volgde een strenge winter; de derde van een serie abnormaal strenge winters; weer dreven groote ijsvelden over de Waddenzee. De “Dorus Rijkers” waagde zich met de motorstrandreddingboot “Adriaan de Bruine” op sleeptouw door het ijs naar de Onrust, waar een sleepbootje was gestrand. Een koude en gevaarlijke tocht. Op een gegeven moment zat de reddingboot muurvast in een ijsveld. Met de eb dreef dit naar de gronden, zoodat de mogelijkheid van een stranding acuut werd met alle kans, dat het door den stroom voortgedreven ijs over de boot zou schuiven. (Dit had bij Rottummeroog al den ondergang van een sleepboot ten gevolge gehad; machteloos moest de bemannin g toezien hoe het ijs de boot langzaam deed kenteren, zoodat zij volleip en onderging.) Van de op Onrust gestrande “Lorelei” werden in twee tochten 12 man gered; de laatste twee schipbreukelingen liepen met stokken gewapend over het ijs, waar zij herhaaldelijk tot hun middel doorzakten.

 

Duitse Sleepboot Lorelei (2)

Datum: 19 januari 1942
Station: Den Helder / Razende Bol
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 651

Uit: De Reddingboot nr. 55 mei 1943; blz. 1882

 

Den Helder; wederom naar de “Lorelei”;

19 januari 1942 voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 19u. opnieuw naar de ‘Lorelei”, er waren twee man teruggegaan naar de gestrande sleepboot en men maakte zich ernstig ongerust over hen. Het werd voor de “Dorus Rijkers” een moeilijke tocht, harde wind uit het O.N.O., zeer strenge vorst en zóó veel ijs op de Reede, dat de reddingboot telkens in een ijsveld bekneld dreigde te raken, hetgeen met het oog op den zwaren stroom en de aanwezigheid van banken zeer gevaarlijk kon zijn. De “Lorelei” werd niet gevonden en de schipper van de “Dorus Rijkers” zag terecht in, dat verder varen in het donker door zware ijsvelden veel te gevaarlijk zou zijn. Op herhaalde seinen van de morselamp werd geen antwoord ontvangen. Via het Westgat keerde de boot terug, bij Kaap Hoofd werd de situatie zeer kritiek, doch het lukte nog net door het ijs te komen. Ten 21 u. lag de reddingboot gemeerd.
Bemanning; C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist, J. van Veen.

 

Duitse Sleepboot Lorelei (3)

Datum: 20 januari 1942
Station: Den Helder / Razende Bol
Aantal geredden: 2
Redding nr.: 652

Uit: De Reddingboot nr. 55 mei 1943; blz.1882 en 1883

 

Den Helder, drie maal is scheepsrecht

20 januari 1942 probeerde de “Dorus Rijkers” opnieuw de “Lorelei” te bereiken, het werd de 3e tocht naar deze sleepboot. Wind O.Z.O., 6, zeer strenge vorst, véél ijs! De “Adriaan de Bruine” was weer op sleeptouw. Het lukte met de “Dorus Rijkers” de “Lorelei” tot op 200M. afstand te naderen, met de “Adriaan de Bruine” werd nog 100 M. afgelegd. De beide schipbreukelingen kwamen, met stokken gewapend, loopend over het ijs dichterbij, doch zakten er telkens tot hun middel door. Zij kwamen echter veilig aan boord van de “Dorus Rijkers” waar zij bij de warme kachel kropen. De terugtocht ging door een groot ijsveld, ten 14 u. 30 kwamen de reddingbooten terug in de haven.
Bemanning: C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist, J.J. Fillerup, J.J. Runnenburg.

 

Vlet Geborgen

Datum: 16.07.1942
Station: Den Helder/Texelstroom/De Mok
Aantal geredden: 2
Redding nr: 686
Uit: De Reddingboot nr;55 mei 1943; blz. 1887
Den Helder, vlet geborgen; Den 16en juli, wind Z.W. 7, slecht weer, hooge zee, voer de mrb. “Dorus
Rijkers” ten 17 u. 30 uit naar een vlet, die in moeilijkheden verkeerde.
Ter hoogte van de Mok werd deze vlet, waarvan de zeilen kapot waren en die met twee oude visschers bemand was, op sleeptouw genomen.
Bemanning; C.Bot/schipper, P.W.Bot/stuurman, R.Eelman/motorist.

 

Visschervaartuig verongelukt

Datum:16.08.1942
Station: Den Helder/Benoorden Texel
Aantal geredden:0
Redding nr: 693
Uit: De Reddingboot nr;55 mei 1943; blz. 1888
Den Helder, visschersvaartuig verongelukt; Den 16en augustus om 10 u. verliet de mrb. “Dorus Rijkers” de haven van den Helder om 10’ benoorden Eierland te zoeken naar een sloep van een
verongelukt visschersvaartuig. Geruimen tijd werd op de zee gekruist, doch ten slotte keerde de “Dorus Rijkers” ten 17 u. onverrichter zake te den Helder terug. Wind Z.W. 5, regenbuien.
Bemanning; C.Bot/schipper, P.W.Bot/stuurman, R.Eelman/motorist, J.J.Runnenburg.

 

Motorscheepje in moeilijkheden

Datum:15.09.1942
Station: Den Helder/Zuidwal
Aantal geredden:9
Redding nr: 699
Uit: De Reddingboot nr;55 mei 1943; blz.1888 en 1889
Den Helder, motorscheepje in moeilijkheden; Den 15en september kreeg de schipper van de mrb. “Dorus Rijkers” ten 11 u. bericht, dat ter hoogte van het Malzwin op den Zuidwal een vaartuig in
nood verkeerde. Wind W.N.W. 7, slecht weer, aanschietende zee. De “Dorus Rijkers” voer onmiddellijk uit, doch kon, hoewel de waterstand boven normaal peil was, niet langszij komen van het op den Zuidwal gestrande scheepje. De lucht zag er slecht uit en er stond een harde W.N.W. wind. Ten einde te voorkomen, dat, indien het vaartuig verderop zou slaan, de bemanning in levensgevaar zou komen te verkeeren, werd een lijn overgegooid en verbinding gemaakt. De reddingboot sleepte vervolgens het motorvaartuig, dat 9 man aan boord had vlot.
Bemanning; C.Bot/schipper, R.Eelman/motorist, J.J.Runnenburg
Noot: er wordt soms vermeld dat dit vaartuig het Duitse marinevaartuig BR 1 zou zijn, maar hier heb ik nog geen concrete gegevens van gevonden, (p.m.)

 

Nederlandse visschers TX 20, TX 97 en TX 54

Datum; 21.10.1942
Station: Den Helder/Vogelzand
Aantal geredden:5
Redding nr: 714
Uit: De Reddingboot nr;55 mei 1943; blz.1890 en 1891 Den Helder, knap werk van de mrb. “Dorus Rijkers”; Den 21en October voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 13 u. uit op het bericht, dat in de Texelstroom ter hoogte van de “Bollen” enkele visschersvaartuigen in nood verkeerden. Wind W.N.W.,7 – 8, wilde zee. De blazer “TX 20” ( met twee man aan boord ) dreef stuurloos rond over BB
met een klein zeiltje en verdaagde naar den Heldersche zeedijk. Ondanks de hooge zee en zeer buiig weer gelukte het tijdig verbinding te maken en het vaartuig werd op sleeptouw genomen. Na 10 minuten brak echter de bolder van de “TX 20”, doch gelukkig slaagde schipper Bot er in spoedig de blazer weer te pakken te krijgen. Op weg naar de haven van Oudeschild zag men twee visschersvaartuigjes met noodseinen op in de richting van de branding op de z.g. Bollen. Eerst moest echter de “TX 20” thuis worden gebracht. Bij den ingang van de haven stond veel volk, dat met spanning naar de in nood verkeerende visschersscheepjes tuurde. De “TX 20” werd door een inmiddels uit de haven gevaren klipper van de “Dorus Rijkers” overgenomen, zoodat de reddingboot geen verderen tijd hoefde te verliezen. Dichter bij de Bollen gekomen zag men de “TX 97”met twee man en de “TX 54” met een man aan boord, ( resp. een blazer en een motorsloep), die op 100 M. binnen drijfbaken rood No. 3 van de Texelstroom te midden van de branding met noodseinen op ten
anker lagen. Met beleid wist C. Bot een plek te vinden waar de “Dorus Rijkers” de ondiepte kon passeeren. De vloed stond door, dus er mocht wel iets meer geriskeerd worden. Op den rug werd 1.8 M. water aangetroffen, langzaam varend werden de Texelaars genaderd, die daarop hun ankers lieten
slippen zoodat zij op sleeptouw genomen konden worden. Terugkeerende moest de gevaarlijke branding zooveel mogelijk worden vermeden, hetgeen, gezien den vloed en hevigen wind, slechts langzaam geschiedde. Ter hoogte van den gevaarlijken rug brak de bolder van de “TX 97” en de situatie werd weer kritiek. Het gelukte echter de blazer spoedig te pakken te krijgen. Boven de
branding komende kreeg de open sloep “TX 54” zooveel water over, dat zij bijna zonk. Twee man werden van de “Dorus Rijkers” aan boord gezet om het vaartuigje door voortdurend hoozen boven water te houden. Zoowel de bemanning van de “Dorus Rijkers” als de Texelsche visschers slaakten een zucht van verlichting toen met de sleep de haven van Oudeschild werd binnengevaren. De
vijf Texelsche visschers ( hun brief publiceerden wij reeds in de ‘Reddingboot No.54) zegden schipper C. Bot zeer hartelijk dank voor de bewezen diensten.
Bemanning;C.Bot/schipper,P.W.Bot/stuurman,R.Eelman/motoristJ.J.Fillerup.

Uit: De Reddingboot nr; 54 december 1942; blz.1841 en 1842; “Woensdag 21 October 1942 waren ondergeteekenden, opvarenden van de “Texel 20”,” Texel 54” en “Texel 97”  ’s ochtends met stil weer
uitgevaren voor de garnalenvangst op de Reede van Texel.
Wij werden in de loop van de ochtend overvallen door zeer ruw weer met een harden wind uit het Noordwesten. De open sloep TX 54 was voor dit weer niet zeewaardig genoeg en kreeg veel water over, de TX 20 en de TX 97 raakten eveneens in moeilijkheden door averij en motorstoring. De noodseinen werden omstreeks 11 opgemerkt en de motorreddingboot “Dorus Rijkers” voer uit en
slaagde er in twee reizen alle drie schepen behouden de haven van Oudeschild binnen te brengen, hoewel de verbinding met de TX 97 door de zware zeeën nog een keer werd verbroken en bij de poging opnieuw een tros vast te maken, de sloep, die al op sleeptouw was genomen, averij opliep en alleen door voortdurend met drie man te hozen boven water te houden was. Omstreeks half vijf waren allen behouden binnen en het is ons een behoefte hierbij onzen grootsten dank te betuigen aan de N.Z.H.R.M. en in het bijzonder aan schipper Coen Bot en de overige bemanning van de  “Dorus Rijkers”.

W.g. D. Henkes, A.Henkes, J.P. Slik, C.N. Tuinder en N. Tuinder

Tusschen de regels van het zakelijke relaas van vijf Texelsche visschers, die tijdens den zwaren en, door het onverwacht losbreken ervan, zeer gevaarlijken, storm van 21 October 1942 in levensgevaar kwamen te verkeeren, kan men lezen hoe weinig het heeft gescheeld voor de “TX20”,”TX54”en
TX97”…. Zeker, Coen Bot heeft wel eens zwaardere tochten gemaakt en de banken beoosten de Texelstroom zijn de Haaksgronden niet, doch het is toch maar aan de komst van de reddingboot “Dorus Rijkers” te danken, dat zich hier, in het zicht van familieleden en bekenden, die op den dijk bij
Oudeschild de garnalenschuitjes temidden van de branding zagen zitten, geen drama heeft afgespeeld zooals er al zooveel zijn gebeurd op onze kust.
Zoo’n brief als van de vijf visschers is de schoonste belooning voor een bemanning eener eddingboot, de zekerheid te hebben mogen medewerken aan het redden van menschenlevens. Schipper Coen Bot, die dit jaar de 60 jarige leeftijd heeft bereikt( 1942) en al 42 jaar deel uitmaakt van de bemanning
der reddingboot van den Helder ( 1900 - 1922 a/b van de zelfrichtende roei - en zeilreddingboot, daarna a/b van de mrb. “Dorus Rijkers” ) heeft wel reden om speciaal dezen herfststorm van 21 October 1942 te memoreeren…, immers, het aantal schipbreukelingen, dat hij hielp redden, steeg met de vijf Texelaars van 498 op 503. De 500 zijn dus vol en daarmede werd het record van Dorus Rijkers, die het tot 486 bracht, royaal geslagen. Voor zoover wij kunnen nagaan is Bot de eerste Nederlandsche redder, die de “500” gehaald heeft!. Een beetje geluk hoort men wel te hebben; er zijn
reddingbootschippers, die een groot aantal zéér zware tochten maakten, die niet direct tot het redden van schipbreukelingen leidden en het aantal geredden is dus geen volstrekte maatstaf voor de verdiensten ten opzichte van het reddingwezen. Maar intusschen moet het toch maar een groote voldoening zijn als men heeft mogen meehelpen aan het levensbehoud van 500 schipbreukelingen.

  (Red,PM; ditzelfde verhaal staat ook letterlijk in; Dagblad voor
Noord-Holland: editie Den Helder, 31/12/1942;p.6/6)

Uit: “Tusschen Mijnen en Grondzeeën” van; H.Th. de Booy, blz. 87-88; Veel bijzondere reddingen leverde 1942 niet op, al bleef de activiteit onzer booten meer dan het dubbele van die in vredestijd, doch de bemanning van de “Dorus Rijkers” had de voldoening op 21 October vijf Texelsche visschers
van een wisse dood te redden. Als gevolg van een plotseling invallenden harden Noordwestenwind raakte een drietal garnalenschuitjes, die van Oudeschild waren uitgevaren, in nood en alleen aan het onversaagd en kundig ingrijpen van de “Dorus Rijkers” is het te danken, dat zoowel de beide blazers als een sloep met de opvarenden in veiligheid werden gebracht en zich hier in het zicht van familieleden en bekenden, die op den dijk bij Oudeschild de visschers met de branding zagen worstelen, geen drama heeft afgespeeld, zooals er al zoovele gebeurd zijn op onze kust.

Uit: De Reddingboot nr.55, Mei 1943, jaarverslag 1942 blz. 1901
Personeel
Den Helder
Voor de redding der opvarenden van het Zweedsche SS “Magdalena”op 6.11.1941 werden navolgende onderscheidingen toegekend door den Koning van Zweden: C.Bot, gouden draagmedaille 5e grootte; P.W.Bot, R.Eelman, J.J.Runnenburg, J.J.Fillerup en J.vanVeen, zilveren draagmedaille 8e grootte; Door de Deutsche Gesellschaft zur Rettung Schiffbrüchiger: C.Bot, groote zilveren medaille, P.W.Bot, R.Eelman, J.J.Runnenburg, J.J.Fillerup en J.vanVeen de kleine zilveren medaille;
Door de Reederij A.B.Strim te Stockholm, eigenaars van het Zweedsche ss. “Magdalena”werd een bedrag van f 200.—geschonken aan de bemanning van de mrb.”Dorus Rijkers”.

Zweeds ss Ingeren

Datum: 2 en 3 januari 1943
Station: Den Helder / Fransche Bankje
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 728/729

Uit: De Reddingboot nr.56 december 1943 blz. 1930 t/m 1933

 

Redders in actie op de Zuiderhaaks

Op den eersten dag van het jaar 1943 raakte een groot, met cokes geladen Zweedsch stoomschip geboeid op den binnenkant van de Zuiderhaaks. Het was buiig weer en de Noordwesten wind, die krachtig doorstond, had de zee wild gemaakt. De positie van den Zweed, die al spoedig slagzij had gekregen, was verre van gunstig. Den 2en januari 2 uur ’s ochtends werd dan ook de bemanning van de mrb. “Dorus Rijkers” uit hun warme bedden gehaald en in den donkeren, kouden, stormachtigen Januarinacht spoedden zij zich naar boord, vol spanning of zij in actie zouden komen of niet. Het leven van een redder kent lange perioden van werkelooswachten op strandingen, zonder de groote, voldoening gevende, sensatie van gevaarlijke reddingtochten door woest brekende grondzeeën gaat hij zich voelen als een nutteloos lid van de maatschappij. Men kan zich wel indenken wat er omging in het gemoed van de zes mannen, die aan boord van de witte reddingboot in de grauwe buitenhaven van den Helder moesten wachten of hun diensten noodig zouden zijn. Half vier ’s ochtends kwam een sleepboot terug van de Zuiderhaaks met de tijding, dat het maken van verbinding ten gevolge van het slechte zicht en wilde zee onmogelijk was. Met dag worden vertrokken opnieuw twee sleepbooten,doch hun bergingspogingen hadden geen resultaat. Eerst tegen vier uur ’s middags – de bemanning was dus toen al 14 uur aan boord – werd aan den schipper van de reddingboot gevraagd naar het gestrande schip te varen om van den kapitein te hooren of hij vóór den nacht van boord wilde. Een goed uur later lag de “Dorus Rijkers”naast het hooge schip. Neen, de kapitein wenschte voorloopig het schip nog niet te verlaten, doch hij verzocht schipper Bot direct terug te komen als de situatie zich zou verergeren. Onverrichter zake keerde de “Dorus Rijkers” terug naar Nieuwediep. Wat de Haaksgronden vast hebben laten zij echter niet spoedig los. Ook den 3en Januari hadden de sleepbooten geen succes. Het weer werd er intusschen niet beter op, de wind ruimde tot N.N.W. en zware sneeuwbuien belemmerden het zicht. In den nacht van 3 op 4 Januari kreeg de bemanning van het Zweedsche schip het benauwd, de slagzij over bakboord was toegenomen tot 30o hetgeen, gezien de zware deklast kolen, niet onbedenkelijk was. Een radioseintje van de kapitein “zend reddingbot”, een telefoontje naarschipperBot en den 4en Januari ten 2 u. 30 waren de “zes”van de “Dorus Rijkers”, C.Bot,schipper, P.W.Bot, stuurman, R.Eelman, motordrijver, J.J.Runnenburg, J.J.Fillerup en J.van Veen, matrozen, klaar wakker en verlieten in stormende sneeuwjacht hun veilige huizen…. Het was schipper Bot bekend, dat de Zweed zware slagzij had, ter voorkoming van averij nam hij dus de voorzorg om de mast van de “Dorus Rijkers” neer te halen en aan wal te laten. Ten 4 uur voer de reddingboot tijdens een zware sneeuwbui de haven van Nieuwediep uit. Men moet wel over een zesde zintuig beschikken om in dergelijke omstandigheden toch de plaats van bestemming te bereiken. Een uur later doemde de zwarte romp van het Zweedsche schip op uit de zwarte, met onheilspellende witte koppen bedekte stormzee. De opvarenden van den Zweed stonden aan dek gereed om over te springen. Doch het langszij komen van een groot schip, dat zware slagzij heeft, is een uiterst moeilijke manoeuvre, vooral als dit des nachts moet gebeuren en er bovendien zware stroom staat en de zee in wilde beroering is. Het gestrande schip lag met de kop om de Noord -Oost, de sterke ebstroom liep ongeveer in de richting Noord -Zuid en er zat voor de reddingboot niets anders op dan te trachten de redding van den hoogen kant ( SB) uit te proberen teneinde niet tegen den lagen kant (tevens loefzijde) te worden gedrukt. Er was een lange stormleer uitgeworpen aan SB doch de slagzij was zóó groot, dat de “Dorus Rijkers” niet dicht genoeg bij de onderste sport kon komen om de schipbreukelingen over te nemen. Na een uur onversaagd manoeuvreren gelukt het vier man aan boord te krijgen, doch dit waren elken keer waagstukjes. Toen de 4 ½ duim zware verbindingstros afknapte, zag schipper Bot in, dat hij iets anders moest proberen om de bemanning van boord te krijgen. De eenige mogelijkheid was om aan slagzijkant –bakboord – langs te schieten en maar niet te veel denken aan het groote gevaar, dat de reddingboot dan liep, gezien de inderdaad niet denkbeeldige kans, dat het schip zou kapseizen. De deklast aan den lage kant lag er nog, aan SB was het meerendeel al over boord. Nu ging het erom, de neus van de “Dorus Rijkers” werd tegen de, vrijwel gelijk met het water liggende, verschansing gezet en één voor één sprongen de schipbreukelingen van den onderbrug in het springnet. Tengevolge van wind, stroom en zee had de schipper de reddingboot echter niet in de hand en telkens moest de manoeuvre worden herhaald. Dat de reddingboot hierbij schade opliep is te begrijpen, ook schipper Bot kwam er niet zonder kleerscheuren af,hij stootte het hoofd tegen het zoeklicht hetgeen hem een bult en twee blauwe oogen bezorgde. Een der matrozen verstuikte zijn pols, na afloop bleek de schade aan de “Dorus Rijkers” te bestaan uit het breken van de top van de antennemast, op verschillende plaatsen verbuigen en breken van het hekwerk aan SB, een deuk in den kop en het verlies van een paar meertrossen.Na een uur lang aan de lage zijde van het angstig scheef liggende schip te hebben gemanoeuvreerd, waren 24 schipbreukelingen overgenomen, de Zweedsche kapitein vroeg schipper Bot eerst deze menschen aan de wal te brengen en daarna direct terug te komen. Ten half zeven ’s ochtends was de reddingboot in de haven met haar kostbare last en een half uur later keerde zij terug naar het terrein van den strijd. Tot groote verbazing van schipper Bot zag hij met het dag worden dat het gestrande schip van de Zuiderhaaks dwars over het Schulpengat was verdreven naar het z.g. “Fransche bankje”. En dat bij vallend water! tengevolge van de toenemende slagzij was de diepgang echter op een bepaald moment zooveel minder geworden, dat het schip van de bank schoof, over het vaarwater dreef doch op het Fransche bankje bleef hangen. De rest van de bemanning stond klaar van boord te gaan, zij riepen, dat het schip water maakte en alle lenspompen verstopt waren. Na een uur manoeuvreeren waren 34 zeelieden overgenomen, de kapitein en een paar anderen wenschten nog aan boord te blijven. Zij verzochten schipper Bot direct na het ontschepen van de geredden terug te keeren. Half een ’s middags arriveerde de “Dorus Rijkers” in de haven en een uur later vertrok de reddingboot voor de derde maal naar het Zweedsche schip, het verloop van de geschiedenis was zeer onverwacht. De toestand van de zee was iets gunstiger geworden en de kapitein gaf er de voorkeur aan nog aan boord te blijven. Op zijn verzoek bleef de “Dorus Rijkers”echter in de nabijheid, tegen 3 uur ’s middags begon het schip zwaar te werken en heesch het vlaggesein XW= “vraag sleepboothulp”. Anderhalf uur later, toen de vloed doorkwam, waren er echter nog geen sleepboten aanwezig, het Zweedsche schip raakte, dank zij de groote slagzij, vlot en dreef in Noordelijke richting het vaarwater in. De zich nog aan boord bevindende schepelingen hadden kans gezien de ketels op te stoken en de machine in beweging te krijgen. In N.O. richting, voorgestoomd door de reddingboot, voer de Zweed nu langzaam het Schulpengat binnen. Ter hoogte van Falga kwam men de sleepbooten tegen, doch,nu wenschte de Zweedsche kapitein het ook verder zonder sleepboothulp te proberen en op eigen kracht voer hij naar de Reede van Texel, waar hij den schipper van de reddingboot zeer hartelijk dankte voor de bewezen diensten. Ten 5 uur ’s middags lag de “Dorus Rijkers” gemeerd. Het officieelestrandingrapport van deze redding eindigt met de volgende opmerking; “De bemanning bleek wederom voor haar taak, onder uiterst moeilijke omstandigheden, volkomen berekend. Nog zij vermeld, dat gedurende deze tochten op zeer korten afstand eenige mijnen tot ontploffing geraakte, zonder echter eenige schade te veroorzaken-Hieruit blijkt wel zeer duidelijk welke eischen er op het oogenblik aan de reddingbootbemanningen gesteld worden. Het mijnengevaar is immers verre van denkbeeldig.

 

En wat was nu de reactie van de bemanning van de “Dorus Rijkers”? Allereerst natuurlijk groote voldoening over den goeden afloop van dezen tocht. “We zijn er wel twee duim van gegroeid, Mijnheer, zei schipper Bot glunderend. De onverwachte afloop- - het vlot komen van den Zweed- - was misschien wel ietwat teleurstellend voor de redders, die nu eenmaal minder denken aan het behoud van het schip dan aan de nautische prestatie van de redding zelve. De redding van de bemanning van een schip, dat een “Total loss” wordt, heeft voor hen meer waarde dan het afhalen van schipbreukelingen van een schip, dat uiteindelijk toch geborgen wordt. De schipbreukelingen hebben echter in beide gevallen de komst van de reddingboot, die hen uit het woeste watergeweld kwam verlossen, met even groote vreugde tegemoed gezien en de redders waagden in beide gevallen in gelijke mate hun leven. Vandaar dan ook, dat de bemanning van de “Dorus Rijkers” door het Bestuur der Noord- en Zuid-Hollandsche Redding maatschappij voor deze moedige, beleidvolle redding werd beloond met de groote zilveren draagmedaille en schipper Bot, die met de 58 man van het Zweedsche schip het record van “Dorus Rijkers” (486 geredde schipbreukelingen) royaal heeft overschreden ( Bot’s totaal is thans 563!) kreeg de gesp op de kleine gouden medaille.

Uit: De Reddingboot nr.57 Juni 1944,Reddingnr; 728, blz.1978

 

Den Helder, mrb. “Dorus Rijkers” naar de Zuiderhaaks

2 Januari 1943 strandde een Zweedsch stoomschip op de Zuiderhaaks, de mrb. ‘Dorus Rijkers” verliet ten 16 uur de haven en vroeg den kapitein van het Zweedsche schip of hij van boord wilde. Hierop werd ontkennend geantwoord, wel werd aan schipper Bot verzocht terug te komen indien de positie van het schip gevaarlijker zou worden. Wind N.W. kracht 7 – 8, buiig weer, wilde zee.

Uit: De Reddingboot nr.57 Juni 1944,Reddingnr.729, blz.1978

 

Den Helder, de”Dorus Rijkers”in actie

4 Januari 1943 was de mrb.”Dorus Rijkers”van ’s ochtends 4 uur tot ’s avonds 5 uur in de weer. De tochten naar het Zweedsche stoomschip, dat op de Zuiderhaaks was gestrand en waarbij in totaal 58 man onder moeilijke omstandigheden werden gered, zijn uitvoerig beschreven in No. 56 van De Reddingboot, blz. 1930 – 1933.

 

Deze dienst staat ook beschreven in:
Gespensterschiff bei Texel (Ein Abenteuer der holländischen Rettungsmänner); Pommer, Jürgen;
in: Köhlers Flotten-Kalender 1978 (Das deutsche Jahrbuch der Seefahrt - Seit 1901); Prager, Hans Georg (red.); Köhlers Verlagsgesellschaft, Herford; 1977 (blz. 21 - 24)
ISBN 3-7822-0124-8 65

 

Uit: De Reddingboot nr 67 November 1949 blz. 2568

4 Januari 1943; 58 Zweden van het ss “Ingeren” dat op deZuiderhaaks verdaagde.

Bemanning: C. Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist, J.J. Runnenburg, J.J. Fillerup, J. van Veen.

 

Uit: ”Tusschen Mijnen en Grondzeeën” van: H.Th. de Booy, blz. 88-91

Begin Januari 1943 zou de “Dorus Rijkers” weer van zich laten spreken. Op den eersten dag van dit jaar raakte een groot, met cokes geladen Zweedsch stoomschip geboeid op den binnenkant van de Zuiderhaaks. Het was buiig weer en de Noordwestenwind, die krachtig doorstond, had de zee wild gemaakt. De positie van den Zweed, die al spoedig slagzij had gekregen, was verre van gunstig. Den 2den Januari, m2 uur ’s ochtends werd dan ook de bemanning van de “Dorus Rijkers” uit haar warme bedden gehaald en in den donkeren, kouden stormachtigen Januarinacht spoedde zij zich naar boord, vol spanning of zij in actie zou komen of niet. Half vier ’s ochtends kwam een sleepbooty terug van de Zuiderhaaksmet de tijding, dat het maken van verbinding tengevolge van het slechte zicht en wilde zee onmogelijk was. Met dag worden vertrokken opnieuw twee sleepbooten, doch de bergingspogingen hadden geen resultaat. Eerst tegen vier uur ’s middags – de bemanning van de reddingboot was dus toen al 14 uur aan boord – werd de “Dorus Rijkers” gevraagd naar de Zuiderhaaks te varen om aan den Zweedschen kapitein te vragen of hij voor den nacht van boord wilde. Een goed uur later lag de reddingboot naast het hooge schip, de 7000 ton groote “Ingeren”, te dansen. “Neen, wij blijven nog aan boord, doch kom onmiddellijk terug als de situatie zich verergert.” Onverrichterzake keerde de “Dorus Rijkers” dus naar Den Helder terug. Wat de Haaksghronden vast hebben, laten zij niet spodig los. Ook den 3den Januari hadden de sleepbooten geen succes. De wind ruimde tot N.N.W. en zware sneeuwbuien belemmerden het zicht. In den nacht van 3 op 4 Januari kregen de Zweden het benauwd: de slagzij over bakboord was toegenomen tot dertig graden, hetgeen, gezien de zware deklast, niet onbedenkelijk was. Een nradioseintje van den kapitein: “Zendt reddingboot”- een telefoontje naar schipper Bot en ’s ochtends half drie tornde de bemanning tegen een zware sneeuwjacht naar de buitenhaven. Het was Bot bekend, dat de “Ingeren” zware slagzij had; ter voorkoming van averij nam hij de voorzorg den mast van de “Dorus Rijkers” aan wal te laten. Tegen 4 uur voer de reddingboot tijdens een sneeuwbui de haven van Nieuwediep uit. Men moet wel over een zesde zintuig beschikken om in dergelijke omstandigheden toch de plaats van bestemming te bereiken. Een uur later doemde de zwarte romp van het Zweedsche schip op uit de met onheilspellend witte koppen bedekte stormzee. De opvarenden stonden gereed om over te springen. Doich om langszij te komen van dit zware slagzij hebbende schip, zou overdag al een uiterst moeilijke manoeuvre zijn geweest. In het donker viel het dus allerminst mee. Bovendien stond er een zeer sterke ebstroom en de zee was wild. De “Ingeren” lag met de kop om de Noord-Oost, de eb liep in de richting Noord-Zuid en er zat voor de reddingboot niets anders op dan te trachten de redding van den hoogen kant (SB) uit te probeeren, ten einde niet tegen den lagen kant (tevens loefzijde) te worden gedrukt. Er was een lange stormleer uitgeworpen aan SB, doch de slagzij was zóó groot, dat de “Dorus Rijkers” niet dicht genoeg bij de onderste sport kon komen om de schipbreukelingen over te nemen. Na een uur onversaagd manoeuvreren gelukte het vier man aan boord te krijgen. Toen de zware verbindingstros afknapte, zag schipper Bot in, dat hij iets anders moest probeeren om de bemanning van boord te krijgen. De eenige mogelijkheid was om aan den lage kant (BB) langs te schieten en maar niet te denken aan het groote gevaar, dat de reddingboot zou loopen, indien het schip kapseisde. De deklast aan den lagen kant lag er nog, aan SB was het grooste gedeelte reeds overboord geworpen.

Nu ging het erom: de neus van de “Dorus Rijkers” werd tegen de vrijwel gelijk met het water liggende verschansing gezet en één voor één sprongen de schipbreukelingen van de onderbrug af in het springnet. Tengevolge van wind, zee en storm had de schipper de reddingboot echter niet in de hand en telkens moest de manoeuvre worden herhaald. Dat de “Dorus Rijkers” hierbij schade opliep is te begrijpen: ook schipper Bot kwam er niet zonder kleerscheuren af; hij stootte  zijn hoofd tegen het zoeklicht, hetgeen hem een bult en twee blauwe oogen bezorgde. Een der matrozen verstuikte zijn pols; na afloop bleek de schade aan de “Dorus Rijkers” te bestaan uit het breken van den top van den antennemast, op verschillende plaatsen verbuigen en breken van het hekwerk aan SB, een deuk in den kop en het verlies van een paar meertrossen.

Na een uur lang aan de lage zijde van het angstig scheef liggende schip te hebben gemanoeuvreerd, waren 24 man overgenomen; het was, gezien de toestand van de zee, onmogelijk om de geheele equipage ineens mee te nemen. Schipper Bot beloofde echter direct te zullen terugkeeren. Tegen half zeven was de reddingboot in de haven met haar kostbaren last en een half uur later vertrok zij opnieuw naar het terrein van den strijd. Inmiddels was de “Ingeren”, tot groote verbazing van de redders, dwars over het Schulpengat verdreven naar het z.g. “Fransche Bankje”. En dat bij vallend water! Tengevolge van de toenemende slagzij was de diepgang echter op een bepaald moment zooveel minder geworden, dat het schip van de gronden afschoof, over het vaarwater dreef en op het ‘Fransche Bankje” bleef hangen. De “Ingeren”maakte water en alle lenspompen waren verstopt. De rest van de bemanning was dankbaar te worden afgehaald. Met 34 geredden vertrok de “Dorus Rijkers” wederom naar Den Helder en keerde een uur later voor de derde maal naar het Zweedsche schip. De kapitein was nog met vier man aan boord gebleven; de storm nam iets in kracht af en hij wilde het nog even aanzien. Als de “Dorus Rijkers”maar in de buurt bleef! Tegen 3 uur ’s middags begon het schip zwaar te werken en heesch het vlaggesein; “XW = vraag sleepboothulp”. Tegen half vijf, toen de vloed doorkwam, waren er nog geen sleepbooten te bekennen. De “Ingeren” raakte echter, dank zij de groote slagzij, vlot en dreef om de Noord het Schulpengat binnen. Ter hoogte van Falga kwamen de sleepbooten volle kracht aanstuiven; doch nu bedankte de Zweed voor hulp; hij wilde het nu book verder zonder bergers zien te klaren. De vier aan boord gebleven schepelingen zagen kans de machine aan de gang te krijgen: op eigen kracht voer het schip naar de Reede van Texel, kwam hier ten anker en de kapitein bedankte de reddingboot hartelijk voor de bewezen diensten.

“Wij zijn er wel twee duim van gegroeid, Mijnheer”, zei schipper Bot mij, toen ik hem bijzonderheden over dezen tocht vroeg. Zijn voldoening was groot. Zeker, het vlot komen van de “Ingeren” was misschien wel wat “teleurstellend” voor de redders, omdatr de redding van een bemanning van een schip, dat een “total loss” wordt, meer “waarde”voor hen heeft. Zij maken zich nu eenmaal minder zorgen over het behoud van het schip, want het gaat voor hen vooral om de nautische prestatie van de redding zelve, doch de beteekenis van de reddingdaad blijft gelijk.

 

Zonder risico’s was ook deze tocht niet: op korten afstand sprongen twee mijnen.

12 april 1943. Vandaag eerst tarwe gemalen, 1¼ uur, vervolgens groente (raapstelen) gehaald bij Van Gelder, vervolgens het Zweedse brood gehaald bij „De Spar” en toen ik thuis kwam was Rolff er met z’n zoon en z’n glundere gezicht met een welbepakte wagen waarmede hij enige malen was aangehouden. Maar dan wees hij op z’n trui en de letters NZHRM erop en dan zeiden ze „Ga maar door”. De Dorus Rijkers was gekomen met tarwe en de Twenthe met aardappelen. Wij kregen twee flinke zakken aardappelen en een flinke hoeveelheid tarwe (10 kilo). Schipper B. bracht het bericht dat op Texel de mongolen een aanval hadden gedaan op de Duitsers en deze hebben vermoord, dat daarop assistentie is gekomen uit Den Helder, dat Texel vanuit Den Helder is beschoten en dat er 300 doden zijn.

Uit: Archief Familie De Booij

 

Sloep

Datum: 26.04.1943
Station: Den Helder/Amsteldiep
Aantal geredden: 0
Redding nr: 748
Uit: De Reddingboot nr. 57 Juni 1944 blz. 1982
Den Helder sloep weggedreven;
Den 26en April vertrok mrb. “Dorus Rijkers” ten 10 uur uit de haven ten einde assistentie te verleenen aan een sloep, bemand met 5 man, die ten gevolge van den storm ( wind W, kracht 8 - 9, aanschietende zee ) achter uit de haven was verdreven in de richting van den strekdam. De sloep had geen dreg aan boord. De “Dorus Rijkers” trachtte via Malzwin  - Amsteldiep de sloep te bereiken. Tusschen drijfbaken 5 en 6 van het Amsteldiep kwam de sloep in het zicht, de “Dorus Rijkers” voer tot op 6 voet water en wachtte daar de sloep af. Deze bleek echter onbemand te zijn, de opvarenden
waren, zooals later bleek, reeds door een motorsloep opgepikt. Ten 14 uur was de “Dorus Rijkers” in de haven terug.
Bemanning;P.W.Bot/schipper,R.Eelman/motorist,J.J.Runnenburg,J.vanVeen,D.Snip

Motorjacht Julia Ilse

Datum: 27 en 28 augustus 1943
Station: Den Helder / Texel paal 7
Aantal geredden: 1
Redding nr: 775

Uit: De Reddingboot nr. 57 Juni 1944 blz. 1987

 

Den Helder motorjacht gestrand

27 Augustus voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 19 uur uit naar het ter hoogte van paal 7 op Texel gestrande motorjacht “Julia Ilse”. Er bevond zich nog een man aan boord, die met behulp van de door de “Dorus Rijkers” meegenomen vlet van boord werd gehaald. Ten 23.30 uur was de reddingboot terug. Wind W.Z.W., kracht 5, aanschietende zee..

Bemanning; schipper, R. Eelman/motorist, J.J. Runnenburg, J.J. Fillerup, J. van Veen, L. van Loosen.

 

Motorjacht Julia Ilse(2)

Datum: 28 augustus 1943
Station: Den Helder / Molengat
Aantal geredden: 0
Redding nr.: 779

Uit: De Reddingboot nr 57 Juni 1944 blz.1988

 

Den Helder, vaartuig gestrand

28 Augustus voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 5 uur uit naar het Molengat, waar een vaartuig was gestrand. Dit bleek geen assistentie van een reddingboot doch van een sleepboot noodig te hebben, waarop de “Dorus Rijkers” terugkeerde, doch even later weer uitvoer teneinde aanwezig te blijven bij de bergingspogingen van het op 27 Augustus gestrande motorjacht. Ten 10.30 uur keerde de reddingboot terug. Wind W., kracht 6, golvende zee.

Bemanning; schipper, C. Bot, R. Eelman/motorist, J.J. Runnenburg, J.J. Fillerup, J. van Veen, L. van Loosen.

 

Motorboot

Datum: 04.10.1943
Station: Den Helder/Molengat
Aantal geredden: 2
Redding nr: 783
Uit: De Reddingboot nr; 57 Juni 1944 blz. 1989;
Den Helder, motorboot gestrand;
4 October voer mrb. “Dorus Rijkers” ten 1 uur uit met de mrvl “C.K.Baas” op sleeptouw ten einde assistentie te verleenen aan de opvarenden van een op den hoek van Texel gestrande motorboot. Ter hoogte van Onrust werd een klein seinlichtje waargenomen, de “Dorus Rijkers” naderde dit zoo dicht mogelijk, het laatste stuk werd echter met de “C.K.Baas” afgelegd. Twee man werden overgenomen en met de “Dorus Rijkers” te Den Helder binnengebracht. Wind Z.Z.W., kracht 6, aanschietende zee.
Bemanning; C.Bot/schipper, P.W.Bot/stuurman, R.Eelman/motorist, J.J.Runnenburg, J.J.Fillerup, J.vanVeen.

18 oktober. Schipper Bot heeft na zijn vrijlating uit de gevangenis alweer een redding uitgevoerd. Hij redde twee Duitsers. Hij heeft het de laatste tijd goed gehad in de gevangenis, moest werken in de keuken, daarna in de tuin en toen hij wat dikker werd, werd hem plotseling gezegd: Heraus! Sie
müssen gehen!
Uit; Archief Familie De Booij

 

Rubber vlot

Datum:03.12.1943
Station: Den Helder/ Eierlandschegronden
Aantal geredden: 0
Redding nr: 795
Uit: De Reddingboot nr 57 Juni 1944 blz.1991
Den Helder, ook de mrb. “Dorus Rijkers” zoekt; 3 December ging de mrb. “Dorus Rijkers” ook naar de Eierlandsche gronden teneinde de omgeving af te zoeken( naar een rubbervlot welke op 2 December op de Eierlandsche gronden met 6 man omgeslagen was). De reddingboot vertrok ten
6 uur uit de haven en kwam ten 13,30 uur onverrichter zake terug. Wind O, kracht 6, matige zee, zeer koud..
Bemanning;C.Bot/schipper,P.W.Bot/stuurman,R.Eelman/motorist,J.J.Runnenburg,J.vanVeen

Uit: De Reddingboot nr 57 Juni 1944, jaarverslag 1943 blz. 1999
Personeel Den Helder
12 Maart 1943 werden in het kantoorgebouw der S.M.Nederland, Javakade, in tegenwoordigheid van het Bestuur der N.Z.H.R.M., onderscheidingen uitgereikt aan de bemanning van de mrb.”Dorus Rijkers”voor de redding van de bemanning van het Zweedsche SS “Ingeren”op 4/5 Januari 1943. Het
bestuurslid de Heer M.C.Koning reikte de onderscheidingen uit n.l. de gesp op de kleine gouden medaille voor C.Bot, schipper, gesp op groote zilveren medaille voor P.W.Bot, R.Eelman en J.vanVeen; groote zilveren medaille voor J.J.Runnenburg en J.Fillerup. hij beschreef den gang van zaken bij de redding en noemt het mooiste oogenblik voor de bemanning dat waarop de geredden hun
dank uitspreken. Koning Willem I stelde de Militaire Willemsorde in; spr.
Hoopte dat er nog eens een dergelijke orde voor burgers komt.
Moed, beleid en trouw hebben ook Bot en zijn mannen betoond.
MOED om te redden aan de lage kant van de “Ingeren”; BELEID bij de manoeuvre zelf en TROUW om, ondanks gevaren en vermoeidheid, de tocht vol te houden.
Het Bestuur der N.Z.H.R.M. las het reddingsrapport met bewondering; de vlag der N.Z.H.R.M. werd weer met eere hoog gehouden. Wederom is getoond, dat op onze kust MENSCHEN wonen.
De reddingboot doorstond opnieuw een krachtproef en het vertrouwen in het schip is weer gegroeid.
Schipper Bot dankte voor de medailles. Het was hem een eer en genoegen deze in Amsterdam in ontvangst te mogen nemen in tegenwoordigheid van het Hoofdbestuur. Voor hem is de voldoening, die het werk geeft, de hoofdzaak; de rest is inderdaad bijzaak. Persoonlijk voor hem is het echter een groote voldoening deze reis nog te hebben mogen meemaken; “ik wordt al wat ouder”, zei Bot, “en mijn dagen worden geteld”. Het was een moeilijke reis, geheel in het donker met sneeuwbuien. Bot eindigde met deze woorden: “ik heb thans 13 onderscheidingen ontvangen, ik hoop er nog één te
krijgen voor ik met pensioen ga”.

Uit: De Reddingboot nr 57 Juni 1944, jaarverslag 1943 blz. 2000
Materieel, Motorreddingbooten.
Mrb.”Dorus Rijkers”(Den Helder)
Voorsteven, reeling stutten en achtermast, beschadigd tijdens een redding, gerepareerd. Roer uitgenomen, taatspot opgevuld, brandstofpersleiding vernieuwd; inspuitstukken gereinigd. Heklantaarnbak vernieuwd.

 

2  Motor schepen gestrand

Datum: 04.02.1944
Station: Den Helder/Zuidwal
Aantal geredden: 0
Redding nr: 805 / 806
Uit: De Reddingboot nr 58 September 1945 blz. 2029 en 2030 Den Helder, twee schepen gestrand op de Zuidwal; Tijdens den zwaren n.w. storm van 4 Februari geraakten twee kleine motorschepen op den Zuidwal aan den grond. Twee kleine sleepbooten, die uit de haven van Den Helder ter assistentie waren uitgevaren, slaagden er niet in verbinding tot stand te brengen. De mrb. “Dorus Rijkers” vertrok voor eventueele hulpverleening ten 16 u. 30. Een der gestrande schepen zag kans op eigen kracht vlot te komen, de andere raakte steeds verder op de droogte.
Aangezien de bemanning zich niet in gevaar bevond, keerde de “Dorus Rijkers” terug en arriveerde ten 19 u. in de haven. Wind N.W., stormweer, hooge zee. Den 5den Februari werden wederom pogingen gedaan om het gestrande vaartuig vlot te brengen, doch deze mislukten, het waterpeil was 14 dm. Lager dan de vorigen dag. Ten 15 u. verzocht men de reddingboot twee man, die zich
aan boord van het gestrande schip bevonden, af te halen. In verband met het lage water werd nu de motorreddingvlet “C.K.Baas” uitgezonden. Deze kwam ten 17 u. met de beide opvarenden terug. Wind N. &, wilde zee.
Bemanning nr.805; C.Bot/schipper, P.W.Bot/stuurman, R.Eelman/motorist, J.J.Fillerup, D.Snip, J.vanVeen.
Bemanning nr. 806;
C.Bot/schipper,P.W.Bot/stuurman,R.Eelman/motorist,D.Snip,J.vanVeen.

Uit: “Tusschen Mijnen en Grondzeeën” van; H.Th.de Booy, blz 96-97; Op den Zuidwal bij Den Helder strandden twee Duitsche marinevaartuigen, doch een ervan zag kans vlot te komen, en het andere raakte zoover op den Zuidwal, dat voor de opvarenden geen gevaar meer bestond. De”Dorus Rijkers” kwam onverrichter zake terug.

Duits ss Aquila

Datum: 7 en 8 februari 1944
Station: Den Helder / Zuiderhaaks
Aantal geredden: 26
Redding nr.: 807

Uit: De Reddingboot nr.58 September 1945 blz.2030 t/m 2032

 

Den Helder, de “Dorus Rijkers” in actie

7 Februari werd de schipper van de “Dorus Rijkers” ten 5 u. gewaarschuwd dat een stoomschip was gestrand bij Huisduinen en in nood verkeerde. Ten 5 u.45 vertrok de reddingboot uit de haven. Wind Z.W.. Het was slecht zicht en er stond een harden Z.W. wind. op de Zuiderhaaksgronden werd een groot Duitsch stoomschip, de “Aquilla”geladen met cokes, aangetroffen. Aan boord bevonden zich 60 man. De “Aquilla” zat aan den grond en had 20 graden slagzij over SB. De bemanning stond gereed het schip te verlaten. Hoewel er hooge zee stond gelukte het, dank zij de lij van het groote stoomschip, na een uur inspanning 26 man aan boord van de “Dorus Rijkers” over te nemen. Ten 9 u. werden deze schipbreukelingen te Den Helder aan wal gebracht. Inmiddels was het weer iets gunstiger geworden, zoodat direct gevaar niet meer aanwezig was. Op den achtermiddag ging het echter opnieuw stormen en ten 15 u. 30 vertrok de “Dorus Rijkers” wederom naar de “Aquilla”. De sleepbooten moesten na herhaalde pogingen de naar de “Aquilla” overgebrachte trossen losgooien en ten 20 u. verzocht schipper Bot den kapitein of hij zijn schip wenschte te verlaten. Hierop werd ontkennend geantwoord, doch wel vroeg hij of de “Dorus Rijkers” des nachts in de buurt wilde blijven. De reddingboot keerde naar Den Helder terug, vulde de olievoorraad aan en was tegen middernacht bij de “Aquilla” terug, waar zij, op 200 m. afstand, in 4 vaam water( red; 1 vaam= 6 voet= 1,83m./4 vaam = 24 voet= 7,32m.) ten anker kwam. Tengevolge van de zeer hooge zee werd de reddingboot “van stuurboord naar bakboord heen en weer gesmeten op een vreeselijke manier” zoals het scheepsjournaal vermeldt. Den 8en Februari ten 4 u. 30. toen de vloed op zijn krachtigst liep, gaf het stoomschip met stoomfluit en morselamp noodseinen, de hevige branding sloeg aanhoudend over het schip heen. De“Dorus Rijkers” lichtte het anker en schipper Bot trachtte aan BB zijde van de “Aquilla” langszij te komen. Deze pogingen mislukten echter ten gevolge van de zware grondzeeën. Daarna probeerde Bot het aan SB zijde, de bemanning stond klaar om over te springen, doch tengevolge van een zeer hooge, aanschietende grondzee werd de “Dorus Rijkers”“tot boven het dek van de “Aquilla” opgenomen en als door een wonder er weder afgezet. Ongevallen vonden niet plaats en de reddingboot liep bij deze riskante manoeuvre geen schade op. De “Aquilla” lag toen met zijn achtersteven recht in de zee op en gaf totaal geen lij. Schipper Bot besloot het daglicht af te wachten alvorens verdere pogingen te ondernemen en bleef op een paar honderd meter afstand liggen. In het maanlicht zag men echter de branding aanhoudend over het schip gaan, doch er moest gewacht worden totdat het schip, dat Zuid voorlag, meer lij maakte. Plotseling schoot de wind uit naar het N.N.W., ten 5 u.30 werd de kop naar het Noorden gegooid, dus bijna recht op den wind, het vaartuig begon zwaar te werken en te slingeren en mede dank zij het feit, dat de waterstand hooger was dan op het tijstip van de stranding, raakte de “Aquilla” ten 6 u. vlot, verplaatste zich eerst langzaam, daarna sneller in O.N.O. richting en liet in 5 vaam water twee ankers vallen. Het gevaar was geweken. De “Dorus Rijkers” keerde na dezen zwaaren stormnacht ten 9 u. in de haven terug. Wind Z.W. tot N.N.W., kracht 7 – 9,buiig weer, hooge tot zeer hooge zee. Het strandingrapport van den Secretaris der Plaatselijke Commissie eindigt als volgt; “Resumeerende kunnen wij deze tocht aanmerken als een succesvolle tocht, welke echter, gezien de moeilijke omstandigheden, zware eischen stelde aan schip en bemanning. De bemanning kweet zich uitstekend van haar taak en in de eerste plaats mag schipper C.Bot genoemd worden, die dank zij zijn groote bekwaamheid en kennis van de gronden, steeds paraat was, ondanks zware grondzeeën, hulp te verleenen en langs zij te komen. Schipper Bot zei na afloop; “ongeveer 28 uur zijn wij achter elkaar in de weer geweest en toen ik thuis was lustte ik mijn eten niet, hetgeen mij nog nooit as overkomen, zóó zijn wij heen en weer geslingerd.

Bemanning; C.Bot/schipper, P.W. Bot/stuurman, R. Eelman/motorist, J.J. Fillerup, J.J. Runnenburg, J. van Veen.

Tijdschriften:

De “Dorus Rijkers” kraakt een harde noot (En Coen Bot liet zijn „prakkie” staan); H.Th. de Booij; De Blauwe Wimpel; Jrg 1 nr 1; Dec.1945 - Jan.1946; blz. 22, 23.

 

Uit: “Tusschen Mijnen en Grondzeeën” van; H.Th. de Booy, blz. 97-98

 

Den 7en Februari strandde het met cokes geladen Duitsche ss “Aquila”op de Zuiderhaaks. Er uidwesten wind en het zicht was slecht. Er was 60 man aan boord en de bemanning van de “Dorus Rijkers” verheugde zich reeds op een mooie redding. Tegen half zeven ’s ochtends was de “Aquila” bereikt, die met 20 graden slagzij leelijk zat. Ondanks de hooge zee gelukte het na een uur inspannend manoeuvreeren 26 man over te nemen, die naar Den Helder werden gebracht. De storm zakte iets af, zoodat het gevaar vooloopig geweken was. Op den achtermiddag stak de wind echter opnieuw op en half vier ’s middags vertrok de “Dorus Rijkers” weer naar het terrein van de actie. De sleepbooten moesten de met zooveel moeite tot stand gebrachte verbinding verbreken, en tegen acht uur praaide Bot den kapitein, of hij van boord wilde. “Nog niet, doch blijf in de buurt”, werd Bot tusschen de stormvlagen door toegeschreeuwd. Eerst terug naar de haven, om olievoorraad aan te vullen; tegen middernacht was de “Aquila” weer bereikt, en op 200 m. afstand kwam de “Dorus Rijkers” in vier vaam water ten anker. Een verschrikkelijke nacht volgde: onophoudelijk slingerde de reddingboot op een moorddadige wijze van stuurboord naar bakboord. Van rusten was geen sprake. Den achtsten Februari half vijf ’s ochtends, toen de vloed op zijn krachtigst liep, gaf de “Aquila” met de morselamp en stoomfluit noodseinen; de hevige branding sloeg er met kracht overheen. Bot trachtte nu aa bakboord lanszij te komen; zware grondzeeën deden deze poging mislukken. Daarna stuurboord geprobeerd: de bemanning stond met zwemvesten klaar, om in het vangnet van de reddingboot te springen. Tengevolge van een zeer hooige, met razende vaart aanstormende grondzee, werd de “Dorus Rijkers” opgenomen, tot boven het dek van d “Aquila”, doch gleed er op wonderbaarlijke wijze weder af. Dit was een uiterst gevaarlijk moment, dat echter zonder schade voor de reddingboot afliep. Het Duitsche schip lag toen met zijn achtersteven recht in de zee, en gaf in het geheel geen lij. Bot zag terecht in, dat het roekeloos zou zijn, onder deze omstandigheden wederom langszij te komen; op een paar honderd meter afstand, wachtte hij het daglicht af. Spookachtig verlichtte de maan de met woest geweld om het schip rollende grondzeeën en de slingerende, steigerende reddingboot. Het wachten was nu op het zich wijzigen van de positie van de “Aquila”, zoodat er althans eenig lij zou zijn. De bemanning van de “Dorus Rijkers” had zich schoor gezet, het zeewater brandde in hun oogen. Ondanks het oliegoed waren zij koud en nat geworden, maar het groote momenbt kon spoedig komen. De spanning steeg. Plotseling schoot de wind uit naar het Noord-Noordwesten. Te 5 uur 30 werd de “Aquila” rond gegooid, de kop kwam bijna recht op den wind, zij begon heftig te slingeren, en een half uur later schoof het reeds verloren gewaande schip van de bank, dreef langzaam, daarna sneller in Noordoostelijke richting en liet in vijf vaam water twee ankers vallen. Het gevaar was geweken, de anticlimax was voor de redders echter een teleurstelling. Bijna 28 uur waren zij achtereen in de weer geweest. Schipper Bot zei na afloop, dat hij, thuisgekomen, zijn eten niet lustte, hetgeen hem nog nooit was overkomen; zoo was hij heen en weer geslingerd.

 

Nederlands (Dts.) ss Maasburg

Datum:01.03.1944
Station: Den Helder/Keizersbult
Aantal geredden: 36
Redding nr: 813
Uit: De Reddingboot nr 58 September 1945 blz. 2033 en 2034
Den Helder, De “Dorus Rijkers” in actie; 1 Maart werd C.Bot, schipper van de mrb. “Dorus Rijkers” die ziek te bed lag, ( op de tochten naar de “Aquilla” op 7 en 8 Februari had hij zich oververmoeid ), gealarmeerd, aangezien een groot stoomschip, het onder Nederlansche vlag varende ss “Maasburg”, dat op een mijn was geloopen, vlak voor het Schulpengat op de Zuiderhaaks was gestrand. Bot kon, toen hij dit hoorde, niet meer in bed blijven liggen en spoedde zich naar den Helder.
Ook een der opstappers J.van Veen, die ziek te bed lag, liet geen verstek gaan! Ten 9 uur voer de mrb. “Dorus Rijkers” uit, er stond een sterke vloed met golvende zee. Wind Z.W.t.W., kracht 6 - 7. Ter hoogte van het z.g. Fransche bankje gekomen, werd gezien, dat het stoomschip niet op de
Zuiderhaaks, doch op de z.g. Keizersbult, bij het Westgat, aan de grond was geraakt. Er waren 75 man aan boord, het schip was met kolen geladen. De pogingen, door verschillende sleepbooten ondernomen om het schip vlot te sleepen, mislukten, het schip maakte overigens reeds veel water en in de machinekamer stond het reeds 3 voet hoog. Ten 11 uur kwam de “Dorus Rijkers” langszij en nam 35 man over, die naar den Helder werden gebracht.
Schipper Bot zou daarna terug keeren om de overigen leden der bemanning van boord te halen. Op de reis naar den Helder zag men, dat het schip door vliegtuigen werd aangevallen, waardoor het in brand raakte. Direct na het ontschepen van de 35 schipbreukelingen keerde de reddingboot terug. Na een onderzoek a/b van het wrak geschoten schip te hebben ingesteld waarbij niemand meer aan boord werd aangetroffen ( de overige 40 opvarenden waren reeds door de aanwezige sleepbooten gered), keerde de “Dorus Rijkers” ten 15 u.30 in de haven van den Helder terug.
Bemanning; C.Bot/schipper, P.W.Bot/stuurman, R.Eelman/motorist, J.J.Runnenburg, D.Snip,
J.van Veen.

Uit; De Reedingboot nr 61 December 1946, blz.2192
De Haaksgronden
……de “Maasburg”, op 1 Maart 1944 bij het Westgat gestrand,na door
vliegtuigbommen te zijn getroffen, is zelfs bij laagwater niet meer te
vinden……

Uit: De Reddingboot nr 67 November 1949 blz. 2568 en 2569
Den Helder Boven Aan; Den Helder was in de oorlogsjaren het drukste van alle reddingstations, van
de 858 schipbreukelingen die van September 1939 tot Mei 1945 werden gered, staan er niet minder dan 342 op naam van dit station. 4 Januari 1943; 58 Zweden van het ss “Ingeren” dat op de Zuiderhaaks verdaagde. Ruim een jaar later, op 9 Februari 1944, 26 man van het Duitse ss “Aquilla” , op 1 Maart d.a.v. 35 schipbreukelingen van het ss “Maasburg” dat door vliegtuigen was aangevallen en zwaar beschadigd op de Noorderhaaks ten onder ging. C.Bot, schipper van de “Dorus Rijkers” zal;, aan de oorlogsjaren terugdenkende, echter niet alleen de herinnering overhouden aan moeilijke
reddingtochten en geslaagde reddingen. In het voorjaar van 1943 arresteerde de Sicherheitspolizei hem omdat hij van spionnage werd verdacht en de zes maanden “Einzelhaft” in het Oranje Hotel te Scheveningen waren voor deze schipper, die met hart en ziel verknocht was aan de zee en het reddingwerk, een zéér zware beproeving. Enkele weken nadat hij, vermagerd en bleek, te
Den Helder was teruggekomen en een schip noodseinen gaf, nam hij het stuurrad weer in handen en voer in de donkere nacht naar buiten. Het bleek een Duits schip te zijn, dat in moeilijkheden verkeerde. De uitputtende reddingtochten op 7 Februari en 1 Maart1944 vergden echter te veel van zij krachten ( hij had griep maar dacht er niet aan in bed te blijven toen de plicht hem naar de
gronden riep ) en geruime tijd moest hij het bevel over de “Dorus Rijkers” aan zijn zoon P.W.Bot overlaten. De appel valt niet ver van de stam! Op de 5e December 1944 ging de motorreddingvlet “C.K.Baas” van station Den Helder (de “Dorus Rijkers” lag in reparatie) onder Bot Jr. naar de Razende Bol en de bemanning slaagde er in vier Duitsers te redden die reeds 12 uur te midden van de branding op de schoorsteen zaten van een bewakingsvaartuig, 21 man verloren bij deze ramp het leven omdat de Duitsers in gebreke waren gebleven de reddingboot tijdig te alarmeren. Schipper C.Bot ging op 1 Januari 1946 met pensioen. Het aantal schipbreukelingen, dat hij heeft helpen redden, n.l. 640 is een record, dat niet spoedig zal worden overtroffen.

Uit: “Tusschen Mijnen en Grondzeeën” van; H.Th. de Booy, blz. 100-101; Het was nu uit met de tergende regelmaat, waarmede groote Duitsche convooien ongehinderd langs onze kust voeren; de roofvogels der R.A.F. lieten hun geen rust meer. 1 Maart zou de “Dorus Rijkers” hier getuige van zijn. Het onder Nederlandsche vlag varende ss “Maasburg” was dien dag op een mijn geloopen en op de Zuiderhaaks gestrand. Schipper Bot lag ziek te kooi; de tochten naar de “Aquila” hadden te veel van zijn door langdurige gevangenschap ondermijnde krachten gevraagd, maar hier moest hij toch bij
zijn. Zonder aarzelen schoot hij zijn kleeren aan, nadat hij telefonisch was opgeroepen, en spoedde zich naar Den Helder. Ook een der opstappers, J. van Veen, die ziek thuis lag, liet geen verstek gaan. Te negen uur voer de reddingboot uit; wind Z.W.t.W., kracht 6-7 , golvende zee. Ter hoogte van het
Fransche Bankje gekomen, bleek de “Maasburg” echter niet op de Zuider-, doch op de Noorderhaaks (op de zoogenaamde Keizersbult bij het Westgat ) te zitten. Verschillende sleepbooten trokken met volle kracht, doch er was reeds te veel water in de machinekamer gekomen; er was geen beweging in te krijgen.
De “Dorus Rijkers” kwam langszij en nam 35 man over; de helft van de bemanning. Meer was met het oog op de ruwe zee niet verantwoord. Doch de reddingboot beloofde direct na ontscheping van de schipbreukelingen te zullen terugkeeren. Nauwelijks had de “Dorus Rijkers” den terugtocht aanvaard,
of Engelsche bommenwerpers scheerden over de “Maasburg”. Enkele dreunende slagen, vlammen laaiden op; het was raak geweest! Direct na het ontschepen van de geredden voer de reddingboot opnieuw naar de Noorderhaaks. Er was echter niemand meer aan boord van de “Maasburg”; het restant van de opvarenden was na de aanval door de sleepbooten van boord gehaald, die daarop
ijlings wegstoomden. Teneinde er geheel zeker van te zijn, dat er geen gewonden of dooden aan boord waren achter gebleven, werd de “Maasburg” – thans  een reddeloos wrak – door den stuurman en een paar opstappers geënterd. Zij moesten zich haasten, ieder oogenblik konden de vliegtuigen
terugkeeren. Het zouden echter geen echte jutters zijn geweest, indien zij van de gelegenheid om den inhoud van een provisiekast aan boord van de “Maasburg”  aan de branding van de Haaksgronden te ontfutselen, geen gebruik hadden gemaakt. Beladen met pakjes margarine, sprongen zij weer over
op de “Dorus Rijkers”. Is het noodig om te zeggen, dat zij deze krijgsbuit niet werd ingeleverd bij de “bezetting-autoriteiten”? Helaas zou het langen tijd duren voordat schipper Bot de gevolgen van deze
geforceerde krachtsinspanning te boven was. Zijn hart had ernstig geleden, en het werd begin 1945 voor hij zoover hersteld was, dat hij weer dienst mocht doen, zij het dan ook, dat de dokter den 63-jarigen schipper ernstig had gewaarschuwd voor oververmoeienis. Doch Bot had zich nu eenmaal voorgenomen tot de bevrijding van Nederland schipper te blijven en daar bleef hij bij.

 

Duitse Motorbarkas

Datum:11.05.1944
Station: Den Helder/Noorderhaaks
Aantal geredden;0
Redding nr: 827
Uit: De Reddingboot nr. 58 September 1945 blz. 2037
Den Helder, gezocht naar motorbarkas; 11 Mei voer de mrb. “Dorus Rijkers” ten 20 uur 30 uit om te zoeken naar een motorbarkas ( met 4 man a/b ) waarover men zich ongerust maakte. Het laatst was de barkas gezien ter hoogte van het wrak van een op de Keizersbult gestrand stoomschip. Onverrichter zake keerde de “Dorus Rijkers” ten 23 uur 45 in de haven terug, de barkas kwam den volgenden middag opdagen. Door motorstoring was zij in de richting van Texel afgedreven. Wind Z, buiig, kalme zee.
Bemanning; P.W.Bot/schipper, R.Eelman/motorist, J.J.Fillerup, J.J.Runnenburg, D.Snip, J.vanVeen.

Vliegtuig

Datum: 04.07.1944
Station: Den Helder/Bewesten Texel
Aantal geredden:0
Redding nr: 839

Uit: De Reddingboot nr. 58 September 1945 Blz. 2040
Den Helder, vliegtuig neergestort

 

4 Juli voer de mrb. „Dorus Rijkers” ten 11 uur uit op het bericht, dat op 53 05 N 04 20 O, een vliegtuig was neergestort.

Bij de uiterton van het Molengat werd de log uitgevierd, na c.a. 12’ gevaren te hebben was de opgegeven plaats bereikt en werd de omgeving afgezocht.
Zonder resultaat echter.
Alleen werd een mijn gesignaleerd.
Ten 20 uur keerde de reddingboot in de haven terug.
Wind Z.W., kracht 3, kalme zee, heiig.

Bemanning: P.W. Bot / schipper, R. Eelman / motorist, J.J. Fillerup, J.J. Runnenburg, D. Snip, J. van Veen.

 

Twee Tjalken

Datum: 28.01.1945
Station: Den Helder/Balgzand
Aantal geredden: 0
Redding nr: 872
Uit: De Reddingboot nr. 60 Mei 1946 blz. 2128
Den Helder, gezocht naar tjalken; 28 Januari zocht de mrb. “Dorus Rijkers” eenige uren naar een tweetal tjalken, die naar Harlingen waren vertrokken en aldaar niet waren aangekomen.
Gevreesd werd, dat de tjalken ten gevolge van den ijsgang in moeilijkheden waren geraakt. Onverrichter zake keerde de reddingboot naar de haven terug.
Wind N.O. 5, aanschietende zee, vorst.
Bemanning; P.W.Bot/schipper, J.J.Fillerup, J.vanVeen, D.Snip